2017.11.11

Activerende en passende werkvormen

Auteur: Carel van der Brug, Meike Berben & Bert Moonen
Titel: Activerende en passende werkvormen
Naar meer variatie en motivatie in de les. Werken aan 21ste -eewse vaardigheden
Uitgeverij: CPS
Plaats: Amersfoort
Jaar: 2017
Pagina's: 115
ISBN-13: 978-90-6508-020-2
Prijs: € 29,90

activerende en passende werkvormen - naar meer variatie en motivatie in de les - werken aan 21ste -eeuwse vaardighedenOok in Vlaanderen is men er zich in het secundair onderwijs meer en meer bewust van geworden dat men de leerlingen meer moet activeren en motiveren. Nog te veel leerlingen in het secundair onderwijs vinden de lessen die ze krijgen te saai en helemaal niet uitdagend. Daarenboven zijn nog (te veel) leerkrachten onbekend met activerende werkvormen of ervaren ze deze als bedreigend of niet bevorderlijk voor het klassenmanagement. In dit boek van de Nederlandse uitgeverij CPS willen de auteurs de leerkrachten over deze drempels heen helpen door hen een theoretisch onderbouwd en tegelijkertijd zeer praktisch kader te bieden om met deze activerende en passende werkvormen aan de slag te gaan. De opsomming van de verschillende hoofdstukken geeft je onmiddellijk al een goed overzicht van het proces dat je als leerkracht moet doorlopen:

  • Hoofdstuk 1: Waarom activeren?
  • Hoofdstuk 2: Praktisch aan de slag;
  • Hoofdstuk 3: Werkvormen kiezen vanuit doelstellingen en lesvoorbereiding;
  • Hoofdstuk 4: Belemmeringen en kansen;
  • Hoofdstuk 5: Werkvormen beschrijving;
  • Hoofdstuk 6: Digitale werkvormen en didactiek;
  • Hoofdstuk 7: Instrumenten voor borging en implementatie.

In het eerste hoofdstuk leggen de auteurs uit waarom je activerende en passende werkvormen zou inzetten en onder-bouwen ze dit vanuit de theorie. Aan bod komen de basisprincipes en het mee verantwoordelijk maken van de leerlingen zoals deze bij het coöperatieve leren aan bod komen, het werken in teams, de aard van het klassenmanagement, de aandacht voor groepsprocessen en sociale vaardigheden en de werkvormen zoals ze in een zestal domeinen kunnen ondergebracht worden.

In het tweede hoofdstuk gaan de auteurs dieper in op het kiezen van passende werkvormen vanuit de lesdoelen. Hiervoor gebruiken ze het didactisch model van Van Gelder en de taxonomie van Bloom, het Activerende Directe Instructiemodel van Leendert en (heel summier) het formatief evalueren.

Hoe je nu precies de werkvormen kiest vanuit de doelstellingen en jouw lesvoorbereiding, komt aan bod in het derde hoofdstukje. De belemmeringen en kansen van het gebruiken van werkvormen is dan weer het onderwerp van het vierde hoofdstuk.

Hoofdstuk vijf bestaat uit de technische fiches van verschillende activerende werkvormen. Je leert er wat die werkvormen inhouden en hoe je ze kunt toepassen. In het verlengde hiervan heeft het zesde hoofdstuk het over het gebruik van digitale werkvormen en worden enkele digitale instrumenten toegelicht.

In het laatste hoofdstuk tenslotte kijkt men samen met de lezer hoe men een en ander kan borgen in de eigen praktijk en de schoolcultuur.

Voor mensen die kort willen ingeleid worden in het werken met activerende werkvormen, kan dit een laagdrempelig en motiverend – of zeg ik beter: activerend – boek zijn.

afdrukken

15:57 Gepost door Lieven Coppens in CPS | Permalink | Tags: activeren, activerende werkvormen, methodiek, motiveren, motiverende werkvormen, werkvormen | |

2017.10.21

Pesten en cyberpesten in het onderwijs

Auteur: Gie Deboutte
Titel: Pesten en cyberpesten in het onderwijs
Praktijk en beleid voor een veilige leeromgeving
Uitgeverij: Pelckmans Pro
Plaats: Kalmthout
Jaar: 2017
Pagina's: 156
ISBN-13: 978-94-6337-005-9
Prijs: € 26,50

Deboutte-Het Nieuwsbladpesten en cyberpesten in het onderwijs - praktijk en beleid voor een veilige leeromgevingIn de weekendeditie van het dagblad Het Nieuwsblad verscheen het korte artikel dat je hiernaast ziet naar aanleiding van het nieuwe boek van Gie Deboutte over pesten en cyberpesten in het hoger onderwijs. Omdat de visie die Gie Deboutte in dit boek ontwikkelt veel meer waard is dan een naam- en referentieloze vermelding in een minuscuul krantenartikel, besloot ik iets vroeger dan verwacht mijn bespreking van zijn boek hier te publiceren. Omdat goede wijn weliswaar geen krans behoeft maar af en toe ook eens een gouden medaille mag winnen. Deze gouden medaille is dan ook meer dan verdiend omdat het een leemte vult die al (te) lang in de literatuur over pesten en cyberpesten bestond: een antwoord op de vraag hoe men in het hoger onderwijs om kan gaan met deze fenomenen. Net daarom had de titel het ‘hoger onderwijs’ mogen vermelden. Maar dat is dan ook de enige – goedkope, ik weet het, – kritiek die ik op dit boek heb.

Het boek bestaat uit vier grote delen, de inhoud van deze delen zal de trouwe lezers van het werk van Gie Deboutte zeker niet onbekend overkomen, maar belangrijk zijn wel de accenten die hij hier legt in functie van het hoger onderwijs. Deze delen zijn:

-> Visie op pesten en cyberpesten,
-> Bouwstenen voor een doeltreffend antipestbeleid,
-> Aanzet tot een anti(cyber)pestplan op hogeschoolniveau,
-> Handreiking voor indicatieve acties.

In het eerste deel komt eerst en vooral het model over pesten aan bod dat de auteur hanteert in zijn werken aan – of moet ik zeggen ‘tegen’ – het pesten in onze maatschappij. Hier trekt hij het thema van het pesten open naar alle leeftijdsgroepen. Zoals ook al in de media is gebleken, is pesten geen lagere- en middelbare schoolfenomeen. Het komt voor in alle groepen en leeftijdscategorieën van de bevolking. Het cijfermateriaal dat in dit eerste deel aan bod komt, bewijst dit ten volle. Tot slot komen de gevolgen van het pesten voor alle betrokkenen nog eens expliciet aan bod.

In het tweede deel zet Gie Deboutte zijn drie bouwstenen voor een doeltreffend anti-pestbeleid uiteen: een schoolbrede aanpak bestaande uit vijf actieniveaus met duidelijke indicatoren die gericht zijn op het terugdringen van het pestgedrag, het beleidsvoerend vermogen van de hogeschool en een verbindende aanpak die vorm krijgt in acht concrete veranderingsstappen.

Het derde deel geeft de aanzet tot het uitwerken van een anti(cyber)pestplan op het niveau van de hogeschool. Dit deel is eigenlijk een door de auteur geannoteerd verslag over de uitwerking van het anti(cyber)pestplan van de hogeschool UCLL, voluit University Colleges Leuven-Limburg. Dit deel voelt voor mij aan als de ruggengraat van het boek. Die laat zich niet samenvatten en moet je gewoon helemaal doornemen.

In het vierde deel beschrijft Gie Deboutte een aantal belangrijke indicatieve acties. Hij schetst hoe een interventiestappenplan eruitziet, welke aandachtspunten met het best voor ogen houdt en de hoe er concreet in gesprek kan worden gegaan met het slachtoffer en de pestkop. De eigenheid van een niet-confronterende en confronterende aanpak wordt eveneens uitgelegd. Een beslissingsschema helpt bovendien bij het kiezen van de te gebruiken interventievormen.

Een naslagwerk met karakter!

naslagwerk met karakter afdrukken

18:49 Gepost door Lieven Coppens in Pelckmans Pro | Permalink | Tags: begeleiding, cyberpesten, digitale agressie, pesten, pestprotocol, preventie, sexting, hoger onderwijs, universiteit | |

2017.10.15

Wijzer in executieve functies

Auteur: Maaike Houtman, Maaike Losekoot, Tjitske van der Waals en Mickey Waringa
Titel: Wijzer in executieve functies
35 spelletjes om executieve functies bij leerlingen te trainen en te versterken
Uitgeverij: Pica
Plaats: Huizen
Jaar: 2017
Pagina's: Box met handleiding (56 blz.) en 36 kaarten voor groep 1 t/m 4
Box met handleiding (56 blz.) en 36 kaarten voor groep 5 t/m 8
ISBN-13: Box groep 1 t/m 4: 978-94-92525-04-8
Box groep 5 t/m 8: 978-94-92525-05-5
Prijs: Box groep 1 t/m 4: € 23,50
Box groep 5 t/m 8: € 23,50

wijzer in executieve functies - 35 spelletjes om executieve functies bij leerlingen te trainen en te versterkenDe auteurs van deze twee boxen stellen het meteen scherp: de executieve functies zijn een sterke voorspeller voor schoolsucces, misschien wel meer dan de cognitieve mogelijkheden van de leerlingen. Om misverstanden te voorkomen - want al naargelang de auteur die erover schrijft, durft het aantal of de benaming verschillen - de executieve functies die de auteurs bedoelen zijn: inhibitie, werkgeheugen, planning en organisatie, taakinitiatie, emotieregulatie, flexibiliteit en metacognitie en zelfmonitoring. De ene box is bedoeld voor leerlingen van groep 1 tot en met groep 4 (Vlaanderen: 2de en 3de kleuterklas en 1ste en 2de leerjaar), de tweede box voor leerlingen van groep 5 tot en met groep 8 (Vlaanderen: 3de, 4de, 5de en 6de leerjaar).

Om het belang van deze executieve functies en hun onderlinge 'samenwerking' duidelijk te maken, gebruiken de auteurs de metafoor van het besturen van een boot, een metafoor die de leerkrachten meteen ook een woordenschat geeft om met de leerlingen (en hun ouders) over die executieve functies te praten. Het belang van deze gemeenschappelijke taal kan niet genoeg naar waarde geschat worden, aangezien het een toch wel moeilijke materie heel toegankelijk en bespreekbaar maakt. Deze metafoor kun je erop nalezen in de handleiding.

In de handleiding vind je naast een goed stukje algemene theorie over de executieve functies voor elk van hen een soort van steekkaart met daarop de volgende rubrieken:

  • definitie,
  • leeftijdsindicatie (wanneer begint deze functie zich te ontwikkelen en hoe lang gaat deze ontwikkeling door?),
  • wat wordt er in de schoolsituatie vaak gezien bij leerlingen die moeite hebben met deze functie,
  • tips om deze functie te versterken

De spelletjes in de box, goed vergelijkbaar met de gekende bewegingstussendoortjes, laten de leerkracht toe om bij de leerlingen te observeren in welke mate ze een bepaalde executieve functie al beheersen. Iedere executieve functie heeft zijn eigen kleur, die je terugvindt op de spelfiches, en kan doelgericht geobserveerd worden in vijf spelletjes:

  • inhibitie: licht blauw,
  • werkgeheugen: geel,
  • planning en organisatie: oranje,
  • taakinitiatie: rood,
  • emotieregulatie: groen,
  • flexibiliteit: paars,
  • metacognitie en zelfmonitoring: turkoois.

Voor de leerkracht is er een observatiekaart met daarop de vier kijkopdrachten die hij tijdens het spelen van elk spel moet uitvoeren:

  • Welke leerlingen kunnen dit spelletje bijzonder goed?
  • Welke leerlingen hebben zichtbaar moeite met dit spelletje?
  • Wat valt er nog meer op in het gedrag bij de leerlingen die zichtbaar moeite hebben met dit spelletje?
  • Vallen de leerlingen die zichtbaar moeite hebben met dit spelletje, ook uit op andere spelletjes behorend bij deze executieve functie?

Het bijbehorende observatieformulier en de andere materialen bij deze boxen, kun je zonder verdere kosten van het internaat halen op http://zienindeklas.nl/documenten/ en niet op het in de handleiding helaas verkeerdelijk vermelde internetadres.

Deze twee boxen helpen de leerkracht inderdaad om via gerichte observatie de executieve functies bij hun leerlingen te trainen en te versterken. Daarenboven zorgen ze ervoor dat de spelletjes voor de leerlingen niet beperkt blijven tot leuke bewegingstussendoortjes, maar ook voor hen effectieve leertijd worden.

Een absolute aanrader om als schoolproject te 'adopteren'.

afdrukken

2017.09.30

Handelingsgericht werken in passend onderwijs

Auteur: Erik van Meersbergen & Peter de Vries
Titel: Handelingsgericht werken in passend onderwijs
Achtergronden, aanpak en hulpmiddelen
Uitgeverij: Perspectief Uitgevers
Plaats: Utrecht
Jaar: 2017 (Tweede, herziene druk)
Pagina's: 260
ISBN-13: 978-94-9126913-4
Prijs: € 29,90

handelingsgericht werken,handelingsgerichte diagnostiek,inclusief onderwijs,m-decreet,passend onderwijs,hgd,hgwNormaal zal ik niet snel een tweede druk van een boek bespreken op deze blog. Voor dit boek van Erik van Meersbergen en Peter de Vries maak ik echter graag een uitzondering. Waarom? Omdat ik nog meer achter dit boek sta dan bij mijn bespreking van de eerste druk van dit boek in oktober 2015 waar ik schreef:

Om meteen met de deur in huis te vallen: tijdens en na het lezen van dit boek van Erik van Meersbergen en Peter de Vries had ik meteen Noëlle Pameijers Yes-gevoel. Hier kunnen we, mutatis mutandis, heel wat mee in de Vlaamse scholen die vanaf dit schooljaar het M-decreet moeten implementeren. Omdat in het Vlaamse onderwijs het handelingsgericht werken al goed zijn ingang gevonden heeft, kan dit boek zeker helpen bij het scherpstellen en meer uniform maken van de door individuele leerkrachten en schoolteams geleverde inspanningen. Het is de expliciete meerwaarde van het boek om de leerkracht niet alleen vanuit zijn rol als didacticus, maar ook vanuit zijn rol als pedagoog te benaderen. Omdat de leerkracht door de komst van het M-decreet nog meer dan vroeger op deze rol zal aangesproken worden.

Mijn enthousiasme heeft alles te maken met de toevoeging van het hoofdstuk Passend onderwijs: achtergronden en ontwikkelingen. Ook al is het geschreven naar de context van het Nederlandse model voor inclusief onderwijs, is het op heel veel punten ook verhelderend voor de Vlaamse context. De auteurs staan eerst stil bij de grondslagen en de geschiedenis van het passend onderwijs. Aanbod komen onder andere de Salamancaverklaring uit 1994 en de VN-conventie inzake Rechten van Personen met een Beperking uit 2006. De aandachtige lezer leert hier zeker uit dat zowel Nederland als Vlaanderen te kampen hebben met een gapende kloof tussen de VN-conventie en hun invulling en concretisering van het inclusief onderwijs. Wat voor mij dit hoofdstuk bijzonder interessant maakt is de bespreking van het praktijkmodel van Mitchel dat zich laat schrijven als de volgende wiskundige formule:

Passend onderwijs = V + P + 4A’s + T + O + M + L

Waarbij de gebruikte parameters staan voor:

  • Visie
  • Plaatsing
  • Aangepast curriculum
  • Aangepaste toetsing
  • Aangepast onderwijs
  • Acceptatie
  • Toegankelijkheid
  • Ondersteuning en beschikbare expertise
  • Middelen en materialen
  • Leiderschap

En meteen hebben we alle ingrediënten om indien nodig een grondige foutenanalyse te doen en bij te sturen, te remediëren of te compenseren in het geval dat een en ander niet blijkt te werken. Je leest dit deel er maar eens grondig op na.

Uit het deeltje over Arrangeren kunnen de Vlaamse scholen en ondersteuningsnetwerken nog heel wat leren om hun inclusieve werking niet alleen te stroomlijnen maar ook de nodige vitaliteit te geven. Ook de stukjes over de ondersteu-nende leervormen enerzijds en co-teaching anderzijds zijn heel verhelderend.

De andere hoofdstukken uit het boek en de bijpassende instrumenten hebben nog niets van hun kwaliteit uit de eerste druk verloren. Wel integendeel.

Net zoals bij de eerste druk komt dit boek met een heus instrumentarium, inbegrepen in de aanschafprijs. Dit instrumentarium kun je via de code in het boek bekijken en gebruiken op www.hgWINpassendonderwijs.nl.

Een tweede herziene druk die er voor een keer wel mag wezen!

afdrukken

22:13 Gepost door Lieven Coppens in Perspectief Uitgevers | Permalink | Tags: handelingsgericht werken, handelingsgerichte diagnostiek, inclusief onderwijs, m-decreet, passend onderwijs, hgd, hgw | |

2017.09.24

Vraagtechnieken in de klas

Auteur: Gorden Pope
Titel: Vraagtechnieken in de klas
Pocketboek
Uitgeverij: Bazalt
Plaats: Rotterdam
Jaar: 2017
Pagina's: 128
ISBN-13: 978-94-6118-236-4
Prijs: € 16,00

vraagtechnieken in de klas - pocketboekVragen stellen in de klas is een gave die elke leerkracht bezit. Dat veronderstelt men althans. Maar is dat ook zo voor het stellen van de juiste vragen? Ik durf te stellen van niet. Omdat er in de klassen nog te veel vragen worden gesteld op het niveau van de oppervlakkige kennis, het geheugenwerk. Het aantal vragen dat peilt naar de diepere kennis en het leervermogen van de leerlingen, haalt het er niet bij. Dit wordt mijns inziens ook bevestigd door het onderzoek van John Hattie waar de vakkennis van de leerkracht een zeer laag effect heeft op de leerprestaties van de leerlingen. Niet omdat de leerkracht geen vakkennis bezit, wel omdat hij ze zelden of nooit gebruikt maar blijft hangen op het niveau van het oppervlakkige leren[1]. Of zoals hij het in hetzelfde boek zegt:

Er moet een belangrijke verschuiving komen van de overwaardering van oppervlakkige informatie (de eerste wereld) en de foutieve veronderstelling dat het doel van onderwijs grondig inzicht is of de ontwikkeling van denkvaardigheden (de tweede wereld), naar een evenwicht tussen beide dat ervoor zorgt dat leerlingen met meer succes plausibele theorieën over denken en de realiteit ontwikkelen (de derde wereld) [2].

En net hierin ligt de grootheid van dit kleine pocketboekje: het helpt leerkrachten om met behulp van vraagtechnieken dit evenwicht meer en meer op te zoeken. Gebaseerd op de taxonomie van Bloom maar er wel voorbij – ik weet: John Hattie had hier waarschijnlijk liever de SOLO-taxonomie van Biggs gezien - heeft Gorden Pope het stellen van de juiste vragen een hogere dimensie gegeven. Een hogere maar wel een zeer toegankelijke dimensie. Het boekje bestaat uit 6 hoofdstukken:

  • Vragen stellen
  • Het vraagklimaat
  • Vragen formuleren
  • De vraag overbrengen
  • Reageren op antwoorden
  • Een betere vragensteller worden

Is het eerste hoofdstuk het theoretische deel (nu ja, theoretisch?), dan zijn de volgende hoofdstukken zeer op de prak-tijd gericht. En soms wel confronterend voor de leerkracht die denkt het allemaal voor elkaar te hebben. Ik laat de titels van deze hoofdstukken even voor zich spreken, maar illustreer ze willekeurig aan de hand van enkele uitspraken uit het boekje:

  • Pesten en plagen is ook: ‘Verkeerde antwoorden belachelijk maken’
  • Slecht geformuleerde vragen zijn langdradig, dubbelzinnig, verpakt in extra informatie en grammaticaal onjuist
  • Je leerlingen hebben tijd nodig om na te denken, vooral als je van ze verwacht dat ze op een hoger niveau denken, een mening of een emotioneel antwoord geven. Door ze denktijd te geven, zorg je dat tijd om na te denken een vast onderdeel is van je klasroutine
  • Bescherm je leerlingen niet door alles wat ze zeggen voor de rest van de klas te herhalen. Leer ze om een spreken-in-het-openbaarstem te gebruiken als ze antwoord geven op een vraag
  • Welk soort vragen stel je het meest?

Dit is een (zak)boekje dat iedere leerkracht voortdurend bij zich zou moeten dragen en herlezen, en herlezen, en herlezen, …

Een naslagwerk met karakter!

[1] HATTIE, J., De impact van leren zichtbaar maken, Abimo|Bazalt, Sint-Niklaas|Rotterdam, 2014, blz. 211.
[2] HATTIE, J., De impact van leren zichtbaar maken, Abimo|Bazalt, Sint-Niklaas|Rotterdam, 2014, blz. 61.

naslagwerk met karakter afdrukken

12:22 Gepost door Lieven Coppens in Bazalt | Permalink | Tags: didactiek, methodiek, vraagklimaat, vraagtechniek | |

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende