2017.01.14

Een algemene orthopedagogiek

Auteur: Piet de Ruyter
Titel: Een algemene orthopedagogiek
Uitgeverij: Garant
Plaats: Antwerpen|Apeldoorn
Jaar: 2015
Pagina's: 691
ISBN-13: 978-90-441-3305-9
Prijs: € 54,90

een algemene orthopedagogiekMet de komst van het passend onderwijs in Nederland en het M-decreet in Vlaanderen zien veel leerkrachten zich op bepaalde momenten geconfronteerd met de eigen handelingsverlegenheid. Hierdoor zijn zij geneigd om voor bepaalde leerlingen snel uit te kijken naar een individueel aangepast opvoedingstraject, terwijl er een aantal mogelijkheden in de klas en op school niet gezien worden. Je kunt hen dat ook niet kwalijk nemen, aangezien ze vanuit hun opleiding niet kunnen terugvallen op de noodzakelijke algemene orthopedagogische basiskennis en er bovendien weinig of geen professionaliseringstrajecten zijn waar ze deze kennis kunnen opdoen. Het is dan ook verkeerd om ervan uit te gaan dat dit boek enkel bestemd zou zijn voor studenten in het hoger onderwijs die zich voorbereiden op een van de beroepen als opvoedingshulpverlener. Zoals op de achterflap vermeld wordt, is dit boek eveneens van belang voor studenten in een opleiding tot docent in het basis en secundair (voortgezet) onderwijs, omdat zij in hun werk niet alleen doorsnee leerlingen ontmoeten maar ook leerlingen met een specifieke opvoedvraag (sic). Niet in het minst omdat ze niet alleen pasklare oplossingen nodig hebben die ze gedachteloos kunnen toepassen, maar ook een duidelijke visie over opvoeden in de klas moeten ontwikkelen.

In zijn boek geeft De Ruyter in het eerste hoofdstuk aan wat algemene orthopedagogiek is en wat de waarde daarvan is binnen het geheel van de orthopedagogiek. In het tweede hoofdstuk gaat hij dan dieper in op het begrip handelen. Deze twee hoofdstukken heb je nodig om zijn visie over opvoeden die hij in het derde hoofdstuk uiteenzet, in het juiste perspectief te zien. In dit deel omschrijft hij vijf opvoedingsdoelen, waarvan hij er twee verder uitwerkt in het vijfde en zesde hoofdstuk omwille van de complexiteit en de omvang ervan. Voor hij zover is, tekent hij in het vierde hoofdstuk de somatische en psychische toerusting uit die de jongere bij zijn geboorte meekrijgt en die soms het opvoeden niet alleen voor hem maar ook voor zijn opvoeders danig verzwaart.

In hoofdstuk zeven gaat De Ruyter dieper in op de stagnerende opvoeding. Hiervoor gaat hij uit van de vijf opvoedingsdoelen die hij opsomde in het derde hoofdstuk. Het volgende hoofdstuk verduidelijkt dan wat de hulp kan zijn bij die stagnerende opvoeding. In het negende en laatste hoofdstuk gaat de auteur tenslotte in op de manier waarop de opvoedingshulpverlening moet georganiseerd zijn.

Een boek om niet te negeren.

afdrukken

14:36 Gepost door Lieven Coppens in Garant | Permalink | Tags: opvoeding, opvoedingsondersteuning, orthopedagogiek | |

2016.12.11

Leren zichtbaar maken met Formatieve Assessment

Auteur: Shirley Clarke
Titel: Leren zichtbaar maken met Formatieve Assessment
Laat leerlingen de volgende stap zetten in hun leerproces
Uitgeverij: Bazalt|Pelckmans Pro
Plaats: Rotterdam|Kalmthout
Jaar: 2016
Pagina's: 196
ISBN-13: 978-94-6118-223-4
Prijs: € 59,00

leren zichtbaar maken met formatieve assessment - laat leerlingen de volgende stap zetten in hun leerprocesWe kunnen er niet onderuit. John Hattie heeft de afgelopen jaren zijn stempel op het onderwijs gedrukt. Meer en meer scholen haken gretig in op zijn verhaal. Maar omdat John Hattie vanuit het onderwijsonderzoek geen recepten aanreikt zoals Robert Marzano, maar ingrediënten, zijn die scholen zelf aan het koken en bakken geslagen. Met wisselend succes. Want hoe combineer je de van Carol Dweck met het Formative Assessment van Dylan Wiliam en Shirley Clarke om leerlingen via de Learning Pit van James Nottingham en het doordachte feedbackmodel van John Hattie tot eigenaar te maken van hun eigen leren? Net op deze vraag geeft Shirley Clarke in dit boek haar – of zeg ik beter ‘het’ – antwoord. Een antwoord dat heel veel scholen tijd en ongelukkige experimenten kan besparen. Net hierdoor is dit boek naast het werk van John Hattie verplichte literatuur en een naslagwerk met heel veel karakter! Het is de verdienste van de Nederlandse bewerkers om de inhoud van dit boek dichter bij de Nederlandse en Vlaamse onderwijssituatie te hebben gebracht. Het bij het boek gemaakte filmmateriaal draagt daar eveneens toe bij.

In het eerste deel van het boek staat Shirley Clarke stil bij het wat en waarom van formatieve assessment. Belangrijker dan het definiëren van dit concept vind ik in dit deel de lijst met de twaalf elementen van formatieve assessment. Enkele daarvan zijn:

  • Een leercultuur waarin leerlingen en leraren een Growth Mindset hebben;
  • Leren in heterogene groepen met een gedifferentieerd aanbod;
  • Effectieve vragen om vast te stellen wat de leerlingen al weten en begrijpen;
  • Feedback van klasgenoten en leraren die gericht is op succes: wat is goed en waar is verbetering nodig.

In het tweede deel van dit boek worden deze twaalf ingrediënten, onderverdeeld in een drietal clusters uitgebreid en concreet besproken. De gevolgde indeling is als volgt:

  • De basis leggen: Hierin worden de voorwaarden beschreven om actieve, kritische en beoordelingsbekwame leerlingen te creëren;
  • Een effectief begin van de les: Hierin wordt beschreven hoe je de aanwezige voorkennis van de leerlingen kunt vaststellen, hun belangstelling kunt wekken, samen met hen succescriteria kunt formuleren en kunt praten over excellentie;
  • Ontwikkelen van het leren: Hierin wordt beschreven hoe men op basis van dialoog leerlingen de mogelijkheid kunt bieden en kunt helpen om zelf de mate van begrip aan te geven;
  • De effectieve afsluiting van de les: Hierin beschrijft Shirley Clarke verschillende technieken om leerlingen te stimuleren om te reflecteren op wat ze hebben geleerd en te ontdekken wat ze nog eens moeten bekijken of verder moeten ontwikkelen.

In het derde deel beschrijft de auteur hoe je formatieve assessment in de hele school kunt implementeren.

Zoals eerder gezegd: een naslagwerk met karakter.

naslagwerk met karakter afdrukken

2016.12.02

Ideeënboek dyscalculie

Auteur: Ludo Cuyvers
Titel: Ideeënboek dyscalculie
Helpen zit in onze natuur
Uitgeverij: Garant
Plaats: Antwerpen|Apeldoorn
Jaar: 2015
Pagina's: 117
ISBN-13: 978-90-441-3274-8
Prijs: € 16,90

ideeënboek dyscalculie - helpen zit in onze natuurEen pretentieloos boekje in een heldere taal over dyscalculie schrijven, dat er tegelijk in slaagt op een bevattelijke manier de brug tussen theorie en praktijk te slaan, je moet het maar kunnen. Welnu: Ludo Cuyvers kan het! Toen ik het begon te lezen, was ik onmiddellijk enthousiast. Het is immers een boekje dat leerkrachten en ouders direct antwoord geeft op de voor hen meest belangrijke vragen:

  • Wat is dyscalculie?
  • Hoe kan ik voor het kind met dyscalculie thuis en in de klas concrete hulp bieden?

Deze vragen worden in de twee delen van het boek beantwoord. In het eerste deel geeft Ludo Cuyvers een uitgebreid, op de theorie geënt – maar niet te theoretisch – antwoord op de vraag wat dyscalculie is en hoe je die tijdig kunt (moet) herkennen. Daarbij staat hij stil bij de verschillende verschijningsvormen, waarbij we duidelijk de invloed van professor Annemie Desoete merken, om via een aantal officiële definities te komen bij de manier waarop men de diagnose kan stellen. Dit deel is kort, helder en bondig, maar verdient het zeker om aandachtig gelezen te worden. Alleen zo kan men de zin en het opzet van veel van de voorgestelde interventies uit het tweede deel voldoende begrijpen.

In het twee deel brengt de auteur tal van interventies aan die men doorheen de verschillende schooljaren kan toepassen. Daarbij verduidelijkt hij eerst nog de indeling die hij in het eerste deel maakte tussen semantische of geheugendyscalculie, procedurele dyscalculie, getallenkennisdyscalculie en visuo-spatiële dyscalculie. Geloof me: bleven deze termen na het lezen van het eerste deel nog een beetje wazig, dan is de mist na het lezen van dit stuk volledig opgetrokken. Eens zover, dan beschrijft de auteur heel concreet wat men zowel thuis als in de klas allemaal kan doen. Thuis en in de klas, want de auteur stelt duidelijk dat de auteurs in deze co-therapeut zijn. Tot slot is het laatste deel over waar voor de leerlingen met dyscalculie de struikelblokken in het leerplan liggen (ook weer met tal van concrete ideeën doorspekt) een prachtige manier om het boek te besluiten.

Het enige wat ik in dit boek miste was een duidelijke bronnenvermelding. Jammer, omdat je wel duidelijk merkt dat de auteur zijn theorie kent.

De moeite waard.

afdrukken

2016.11.19

Wijzer in ontwikkelingsstoornissen

Auteur: Séverine Van De Voorde
Titel: Wijzer in ontwikkelingsstoornissen
Een overzicht van theorie en praktijk
Uitgeverij: Acco
Plaats: Leuven|Den Haag
Jaar: 2016
Pagina's: 326
ISBN-13: 978-94-6292-743-8
Prijs: € 29,90

wijzer in ontwikkelingsstoornissen - een overzicht van theorie en praktijkLaat ik het maar meteen toegeven: na het lezen van dit boek was ik jaloers. Jaloers omdat ik het niet geschreven heb. Wijzer in ontwikkelingsstoornissen is een pittige cocktail van handelingsgericht en evidence based-werken bestaande uit een perfect uitgebalanceerd mengsel van theorie, praktijk, recente inzichten en modellen. Een boek zoals het maar zelden geschreven wordt. Met als kers in de cocktail de passie van iemand die oprecht bekommerd is om de kinderen en jongeren met leer- en/of ontwikkelingsstoornissen. Leerboek, naslagwerk, inspiratieboek, … allemaal termen die van toepassing zijn. Kortom, een boek dat wat mij betreft heel wat nadrukken verdient, een boek dat het predicaat naslagwerk met karakter ruimschoots verdient.

Het boek begint met twee hoofdstukken die de lezer tonen hoe het boek moet gelezen en begrepen worden. Séverine Van De Voorde bakent in het eerste hoofdstuk duidelijk af welke terminologie en welke denkkaders gebruikt zijn bij het schrijven. Ze verduidelijkt de modellen die ze gebruikt heeft over het ontstaan van en functioneren met een ontwik-kelingsstoornis. Daarbij zorgt ze er nadrukkelijk voor dat de lezer goed begrijpt wat er bedoeld wordt met de begrippen risico- en beschermende factoren. In het tweede hoofdstuk staat ze stil bij de diagnostiek en begeleiding bij ontwikkelingsstoornissen.

In de hoofdstukken drie tot en met negen geeft ze een overzicht van de ontwikkelingsstoornissen waarbij ze indeling en de criteria van de recent verschenen DSM-5 volgt:

  • Verstandelijke ontwikkelingsstoornis;
  • Communicatiestoornissen;
  • ASS;
  • ADHD;
  • Leerstoornissen;
  • DCD;
  • Ticstoornissen.

Bij elk van deze onderwerpen volgt ze een zeer transparante structuur, waardoor het boek met niet altijd even eenvoudig te begrijpen inhouden al heel snel heel herkenbaar en verwerkbaar wordt:

  • Inleiding;
  • Kenmerken;
  • Diagnostiek;
  • Begeleiding.

De rubriek Inleiding geeft een algemene omschrijving van de stoornis samen met een eenduidige definitie ervan. Waar nodig wordt dit aangevuld met andere noodzakelijke informatie. De rubriek Kenmerken heeft het dan over de primaire en secundaire kenmerken van de stoornis, de verschillende verschijningsvormen, de neuropsychologische kenmerken en de mate waarin de stoornis voorkomt. Ook is er aandacht voor de comorbiditeit van de stoornis met andere stoornissen, het beloop van de stoornis en de prognose. De rubriek Diagnostiek behandelt zowel de onderkennende, verklarende als handelingsgerichte diagnostiek van de stoornis en geeft een overzicht van het te doorlopen diagnostisch proces. Tot slot geeft de rubriek Begeleiding een heel mooi overzicht van alle mogelijke behandelingen gecombineerd met een overzicht van de (redelijke) aanpassingen aan de sociale en fysieke context en een overzicht van mogelijke tips voor ouders en leerkrachten.

Het tiende en laatste hoofdstuk staat nadrukkelijk stil bij het fenomeen van de hoogbegaafdheid. Niet vanuit de visie dat hoogbegaafd zijn op zich problematisch of gestoord is, wel vanuit de bezorgdheid dat hoogbegaafdheid tot veel problemen kan leiden als die niet tijdig onderkend wordt.

Nogmaals: een boek met een pittig karakter, net zoals – en wie haar kent zal het ongetwijfeld met me eens zijn – zijn auteur.

Lezen!

naslagwerk met karakter afdrukken

2016.10.22

Gedragsproblemen in scholen

Auteur: Kees van der Wolf en Tanja van Beukering (en Theo Veldkamp)
Titel: Gedragsproblemen in scholen
Het denken en handelen van leraren
Succesvol omgaan met gedragsproblemen
Trainingsmateriaal bij Gedragsproblemen in scholen. Het denken en handelen van leraren
Uitgeverij: Acco
Plaats: Leuven|Den Haag
Jaar: 2014
Pagina's: 320 (boek)
170 (trainingsmateriaal)
ISBN-13: 978-90-334-7498-9 (boek)
978-90-334-9538-0 (trainingsmateriaal)
Prijs: € 31,80 (boek)
€ 29,50 (trainingsmateriaal)
€ 55,00 (boek + trainingsmateriaal)


gedragsproblemen in scholen - het denken en handelen van leraren + succesvol omgaan met gedragsproblemen - trainingsmateriaal bij gedragsproblemen in scholen - het denken en handelen van lerarenAf en toe krijg je een boek over een bepaald thema te lezen dat er op een heel positieve manier uitspringt door de manier waarop de auteurs het thema benaderen. Van zodra je dit als lezer doorhebt, weet je meteen dat dit boek al jouw aandacht verdient: hier valt immers veel te leren. Gedragsproblemen in scholen is zo’n boek. Het laat je als leerkracht niet onberoerd. Het doet je diep nadenken over jouw visie, houding, overtuigingen en gevoelens ten opzichte van gedragsproblemen en over de strategieën die je in de klas gebruikt om problemen te voorkomen, in te perken of zelfs helemaal op te lossen. Helemaal mooi wordt het wanneer de auteurs daarenboven zelf trainingsmateriaal ontwikkelen om de leerkrachten en schoolteams te stimuleren om op een probleemoplossende manier te denken en te handelen bij gedragsproblemen.

Gedragsproblemen in scholen is te lezen als een handboek. In het eerste hoofdstuk zetten de auteurs het thema van dit boek op de (school)kaart. Ze hebben het over het voorkomen van gedragsproblemen en de criteria om de ernst van een probleem te bepalen (de criteria van Rutter). Ze tonen ook aan dat gedragsproblemen geen hedendaags fenomeen zijn. Heel boeiend wordt het als ze het hebben over de manieren waarop leerkrachten probleemgedrag verklaren en ze het ecologisch model van Bronfenbrenner en enkele interactiemodellen introduceren.

In het tweede hoofdstuk behandelen de auteurs de verschijningsvormen, de classificatie en de contextuele factoren van gedragsproblemen. Hier leer je als lezer hoe van der Wolf en van Beukering tegen gedragsproblemen aankijken: je moet de kindkenmerken bij de interactionele en transactionele benaderingen van probleemgedrag betrekken. In het derde hoofdstuk positioneren ze de leerkracht als iemand die de situatie in zijn klas moet kunnen lezen en daar snel, flexibel en accuraat moet kunnen op reageren. Een frontliniewerker zonder vastgelegd strijdplan dus. Ze gaan ook in op de verantwoordelijkheid van de leraar. Ze tonen heel concreet aan dat de leerkracht een heel belangrijke rol kan spelen bij het voorkomen en oplossen van probleemgedrag omdat hij als frontliniewerker nu eenmaal enkele voordelen heeft in vergelijking met wat je zou kunnen noemen de eerste- en tweedelijnswerkers.

In het vierde hoofdstuk besteden de auteurs aandacht aan de relatie tussen cognitie, motivatie en emotie. Ze gaan op zoek naar het antwoord op de vraag wat eigenlijk de oorzaken zijn van probleemgedrag. Hun conclusie is belangrijk: er is geen sprake van duidelijke oorzaak-gevolg relaties. Wel belangrijk is hun conclusie dat goed onderwijs (en je leert in dit hoofdstuk wat ze daarmee bedoelen) de meest effectieve preventie biedt voor gedragsproblemen. Ze vullen dit in het vijfde hoofdstuk aan met een aantal pedagogische concepten, richtlijnen en methoden in verband met de preventie van gedragsproblemen.

Aangezien goed onderwijs niet in alle gevallen gedragsproblemen kan voorkomen, bekijken de auteurs in het zesde hoofdstuk met hun lezers wat er kan gedaan worden bij hardnekkig probleemgedrag. Ze staan stil bij thema’s als straffen als pedagogische maatregel, het gericht oefenen van gewenst gedrag en het leren om conflicten te hanteren. Ook de geen-verliesmethode Gordon en de tienstappenaanpak voor leraren van Glasser krijgen hier een plaats. Lees zeker ook het stukje over het samenwerken met collega’s en deskundigen.

De auteurs deden ook een kwalitatief onderzoek. In het zevende hoofdstuk bespreken ze de resultaten ervan in termen van probleemgedragingen, stressreacties en strategieën. Dit laat zich hier niet samenvatten en moet integraal gelezen worden.

Het achtste en laatste hoofdstuk handelt over interpersoonlijke vaardigheden bij gedragsproblemen. Ze beschrijven hoe (zelf)reflectie door de leerkracht een goede interventie kan zijn. Ze doen dat aan de hand van de metafoor van de Zuid-Indische apenval. In het kort komt het hierop neer: het durven loslaten van een door waarden bepaalde kijk op een probleem kan het inzicht geven dat een probleem niet zo groot is als men oorspronkelijk dacht. De auteurs introduceren een aantal instrumenten die beroep doen op de inzichten en reflecties van leraren en schoolteams en het mogelijk maken om op een andere manier naar de eigen praktijk te kijken.

Het boek sluit af met enkele nabeschouwingen die verschillende thema’s uit het boek nog eens kort of soms wat uitgebreider onder de aandacht brengen. Hierdoor wordt een en ander indien nodig nog duidelijker.

Bij dit boek hoort ook het trainingsmateriaal Succesvol omgaan met gedragsproblemen. Hiermee kan men leraren en schoolteams op een professionele manier toeleiden naar de inhoud van het boek Gedragsproblemen in scholen. Ik laat de achterflap van het boek met trainingsmateriaal voor zich spreken:

flaptekst

Een absolute aanrader voor alle scholen die zich als team willen versterken in het voorkomen, verminderen of oplossen van gedragsproblemen.

afdrukken

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende