2007.09.28

Anders evalueren

Auteur: Filip Dochy, Wouter Schelfhout en Steven Janssens (Red.)
Titel: Anders evalueren. Assessment in de onderwijspraktijk
Uitgeverij: LannooCampus
Plaats: Leuven
Jaar: 2003
Pagina's: 136
ISBN-13: 978-90-209-5348-0
Prijs: € 14,95

anders evaluerenEr heeft een tijd bestaan waarin onderwijs slechts één doel had: het overdragen van kennis. In die tijd was evalueren relatief eenvoudig: men moest enkel nagaan of de leerlingen en studenten de kennis verworven hadden.

Tegenwoordig is de visie op onderwijs grondig veranderd. De basiskennis wordt nog bijgebracht, maar daarnaast worden er ook vaardigheden bijgebracht dit de leerlingen en studenten moeten helpen om te overleven in het informatietijdperk. Het is immers even belangrijk - zoniet belangrijker - geworden om niet alleen kennis te bezitten, maar ook te weten waar je de benodigde kennis kunt vinden en hoe je die kritisch moet beoordelen.  Iedereen zal in deze snel evoluerende kennismaatschappij zijn hele leven lang moeten leren. Dat houdt in dat zelfstandig en probleemoplossend leren noodzakelijke vaardigheden zijn geworden.

Door deze evolutie moet men in het onderwijs op een andere manier dan vroeger de leerlingen en studenten evalueren. Niet alleen de leeropbrengst moet bekeken worden, maar ook het individuele leerproces. Nog anders gezegd: in het onderwijs is men geëvolueerd van een louter kwantitatieve naar een kwalitatieve evaluatie. De evaluatie is niet langer enkel gericht op het geven van punten maar ook op het opsporen van de sterke en zwakke punten in het leerproces van de leerling of student.

Uit de geschetste evolutie blijkt dat de leerkracht niet enkel meer de instructor is, maar ook de mediator. De leerling is niet langer alleen de receptor, maar wordt meer en meer de verantwoordelijke voor het eigen leren.

Het boek Anders evalueren. Assessment in de onderwijspraktijk biedt een praktische leidraad om de evaluatie aan te passen aan deze gewijzigde onderwijsvisie. Het gaat dan ook niet over het opstellen van goede toetsen. Het geeft wel een antwoord op de vraag hoe men de klassieke toetsen kan aanvullen met methodes die ook de kwaliteit van het (zelfstandig) leerproces nagaan. Dit houdt in dat men ook kijkt naar de metacognitieve, sociale en dynamisch affectieve vaardigheden van de leerlingen en studenten.

In het eerste deel tonen de auteurs hoe men in vier stappen kan komen tot een gepaste evaluatiemethode. Hierbij staan de volgende vragen centraal:

  • wat ga je evalueren?
  • waarom ga je het evalueren?
  • wie gaat het evalueren?
  • hoe gaat de evaluatie verlopen?

Aan de hand van concrete voorbeelden en werkschema's geven de auteurs aan op welke manier(en) men een antwoord op de verschillende vragen kan vinden.

In het tweede deel worden verschillende soorten van assessment uitgelegd. Aan bod komen:

  • vaardigheidsassessment
  • overall assessment
  • authentiek assessment
  • portfolio
  • self-assessment
  • peer-assessment
  • co-assessment

Met concrete uitleg en praktische werkschema's krijgt men opnieuw een goed idee van de eigenheid van de verschillende vormen en hun voor- en nadelen.

Het derde deel gaat over het geven van feedback. Er is niet alleen aandacht voor het geven van mondelinge feedback tijdens het werken en het geven van punten achteraf, maar ook over het rapporteren aan de ouders. De auteurs reiken concrete voorbeelden aan van rapportagemogelijkheden en gaan dieper in op het evalueren zonder punten.

In een laatste deeltje geeft men aan hoe men kan vermijden dat assessment de werkdruk voor de leerkracht verhoogt.

Dit boek is duidelijk een "werk"- en "doe"-boek voor de leerkrachten uit het basis-, secundair en voortgezet onderwijs. De nadruk ligt op de praktijk: geen uitgebreide theoretische beschouwingen maar praktische en concrete tips en werkschema's aangevuld met duidelijke voorbeelden. Bij het boek hoort een website waar men de gebruikte formulieren en instrumenten kan downloaden.

afdrukken

23:12 Gepost door Lieven Coppens in LannooCampus | Permalink | Tags: evaluatie, assessment, portfolio, basisonderwijs, secundair onderwijs, hoger onderwijs | |

2007.09.20

7 principes voor een rijke leeromgeving

Auteur: Frans Ottenhof, Heleen Schoots en Albert Cox
Titel: 7 principes voor een rijke leeromgeving
Uitgeverij: KPC Groep
Plaats: 's-Hertogenbosch
Jaar: 2006
Pagina's: 28
ISBN-13: n.v.t.
Prijs: € 12,50 (voor pakket van 10 exemplaren)

7 principes voor een rijke leeromgevingVRAAG: Hoe kan je in het voortgezet onderwijs rekening houden met de specifieke noden van leerlingen met leer- en gedragsproblemen zoals ADHD, dyslexie, PDD-NOS en andere?
ANTWOORD: Concentreer je niet langer op de verschillen tussen al deze leerlingen, maar richt je op die kenmerken die ze gemeen hebben.

De bovenstaande vraag met het bijbehorende antwoord zijn het centrale thema van het boekje dat uitgegeven wordt door de Nederlandse KPC-groep. Door je te richten op de gemeenschappelijke kenmerken van deze leerlingen kan je een rijke leeromgeving uitbouwen. Hierdoor hebben ze minder extra begeleiding buiten de klas nodig en moeten er minder uitzonderingen gemaakt worden. Om deze rijke leeromgeving te scheppen kan je je baseren op de 7 principes die in het boekje worden uitgelegd. Deze principes moeten helpen om het leren te mediëren via de motivatie en de concentratie. Het komt hier op neer:

  • Om te leren moet je in de juiste stemming zijn. help de leerling dan ook om in die juiste stemming te komen.
  • Iedereen heeft een persoonlijke leerstijl. Structureer jouw onderricht zodanig dat elke leerstijl aangesproken wordt.
  • Leren gebeurt in een sociale context. Stimuleer iedereen tot een individuele denktijd en laat de leerlingen daarna hun ideeën met elkaar delen.
  • Houd rekening met de verschillende talenten van de leerlingen en spreek hen daarop aan.
  • Breng structuur aan in de leerstof en zorg ervoor dat de leerlingen de samenhang tussen de verschillende losse feiten zien.
  • Zorg voor voldoende tijd om de leerstof te onthouden, te begrijpen en toe te passen.
  • Geef de leerlingen voldoende uitdaging, maar vermijd dat de stress te hoog wordt.

Deze principes zijn afgeleid uit verschillende theorieën uit de leer- en gedragspsychologie. Aan bod komen zowel de ideeën over de meervoudige intelligentie van Howard Gardner als uit de neurofysiologie en de cognitieve neurologie.

Dit boekje is een aanrader omdat het leren vanuit verschillende perspectieven behandelt. Alle principes hebben een wetenschappelijke achtergrond, maar de nadruk ligt vooral op de praktische toepasbaarheid. Zo wordt voortdurend de link gelegd naar de gekende leer- en gedragsstoornissen en wordt de theorie onmiddellijk omgezet in concrete tips die zonder omweg in de klaspraktijk kunnen worden toegepast.

De achterliggende boodschap van het boekje is zeer positief: door een rijke leeromgeving te creëren gaat de leerkracht uit van een positieve visie op het kunnen van de leerling met leer- of gedragsproblemen. De negatieve effecten van het probleem van de leerling staan niet langer centraal. De leerkracht medieert het leren in een veilige omgeving en vertrekt vanuit positieve aanknopingspunten.

Een bijkomend pluspunt is de vlotte schrijfstijl van het boekje en de toegankelijke manier waarop de gebruikte wetenschappelijke achtergronden worden overgebracht.

afdrukken

02:32 Gepost door Lieven Coppens in KPC-groep | Permalink | Tags: leerkrachten, leeromgeving, leerstijl, meervoudige intelligentie | |

2007.09.17

Mindmappen voor leerlingen

Auteur: Heleen Schoots en Albert Cox
Titel: Mindmappen voor leerlingen
Uitgeverij: KPC Groep
Plaats: s-Hertogenbosch
Jaar: 2005
Pagina's: 16
ISBN-13: n.v.t.
Prijs: € 14,- (voor pakket van 20 exemplaren)

mindmappen voor leerlingenHet maken van mindmaps heeft zijn weg gevonden naar het onderwijs. Het uitgangspunt van de mindmaps is dat je met je volledige hersenen moet leren, dus zowel met de linker- als met de rechter hersenhelft. De linker hersenhelft heeft voldoende aan taal en woorden en wordt in het onderwijs al voldoende aangesproken. De rechter hersenhelft meestal niet. Deze is vooral creatief en visueel ingesteld (beelden, kleuren, figuren, ...). Een mindmap ordent de gedachten op een visuele manier. Daardoor spreekt hij de linker- én de rechter hersenhelft aan.

De Nederlandse KPC Groep heeft een werkboekje uitgegeven om leerlingen te leren hoe ze een mindmap kunnen maken. Het werkboekje omvat een volledig stappenplan. In een heldere en concrete taal wordt er uitgelegd hoe je een mindmap maakt en met welke regels je daarbij moet rekening houden. De link naar de werking van de hersenen is daarbij steeds aanwezig: de leerlingen leren ook waarom het zo hoort. Na dit stappenplan maken de auteurs de leerlingen attent op de vele gebruiksmogelijkheden van mindmaps. Ook de voor- en nadelen ervan worden op een rijtje gezet. Tot slot krijgen de leerlingen nog een tiental praktische studietips mee. 

Dit boekje is een must voor wie op zoek is naar een handleiding om met leerlingen in de basisschool te gaan mindmappen. In een heldere taal en met kleurrijke afbeeldingen wordt men op de juiste weg gezet. Wie als begeleider eerst zelf wil oefenen, kan terecht op de website Gratis mindmaptraining.

afdrukken

20:47 Gepost door Lieven Coppens in KPC-groep | Permalink | Tags: mindmap, hersenen, leren, studeren, schematiseren, basisonderwijs, secundair onderwijs, samenvatten | |

2007.09.13

Ukkepukkepleuter

Auteur: Miet Fournier
Titel: Ukkepukkepleuter. Gids bij het opvoeden van peuter tot kleuter
Uitgeverij: Van In
Plaats: Lier
Jaar: 2001
Pagina's: 120
ISBN-13: 978-90-306-3246-7
Prijs: € 28,01

ukkepukkepleuterIn de kleuterschool wordt er heel wat aandacht besteed aan de ontwikkeling van de kinderen. De tijd dat alleen dat wat in de derde kleuterklas gebeurde van tel was, is - gelukkig maar - voorbij. In de kleuterklas wordt immers het fundament gelegd voor de volledige latere onderwijsloopbaan.

Binnen die kleuterklas vormen de peuters een bijzondere doelgroep. Op een leeftijd waarop kinderen ultrasnel ontwikkelen, is het belangrijk goed geïnformeerd te zijn over de mogelijkheden en beperkingen van peuters. Dit is niet alleen belangrijk voor het vinden van een goede opvoedingsstijl. Ook bij het uitbouwen van een zorgcontinuüm speelt deze kennis een belangrijke rol.

In dit boek heeft Miet Fournier haar kennis van de mogelijkheden en beperkingen van peuters op een aangename en zeer toegankelijke manier samengebracht. Terwijl alles zeer praktisch en concreet geschreven is, is de band met de theorie nooit veraf.

In het eerste hoofdstuk komt de dynamisch-affectieve ontwikkeling aan bod. Door de peuters een gevoel van veiligheid mee te geven kunnen ze ontwikkelen. Nadat de auteur dieper ingegaan is op de peutertuinrijpheid gaat ze concreet in op thema's zoals de koppigheidsfase, de zelfredzaamheid, het uittesten van de grenzen en dergelijke meer. Bij elk thema legt ze eerst uit wat er gebeurt, om dit dan aan te vullen met tips, suggesties en mogelijkheden om het aan te pakken. Op dezelfde manier pakt ze de psychomotorische ontwikkeling (hoofdstuk 2) en de cognitieve ontwikkeling van de peuter aan: belangrijke aspecten en thema's worden concreet uitgelegd, tips om aan de noden van de peuters tegemoet te komen en hen te stimuleren vullen de opgedane kennis aan.

De continue methode, de flitsmethode en de testmethode komen aan bod in het vierde hoofdstuk. Miet Fournier toont hier aan dat observeren pas zinvol is als de observatie een bepaald doel dient. Niet observeren om te observeren dus, maar wel om een antwoord te vinden op vooraf geformuleerde vragen. Deze doelen kunnen van verschillende aard zijn:

  • Wat moet ik de peuters aanbrengen: wat vragen ze, wat hebben ze nodig.
  • Hoe ver staat het met de ontwikkeling van de peuters?
  • Welke zijn de risicokinderen?

Een goede observatie geeft een scherp en gedifferentieerd beeld van de peuters. Op die manier kan de peuterleidster, waar nodig, gericht tussenbeide komen met extra hulp of stimulering.

In de laatste hoofdstukken gaat Miet Fournier dieper in op de rol en de houding van de peuterleidster, de organisatie van het klaslokaal en het werken met thema's.

Een boek dat goed aansluit op de actualiteit van het kleuteronderwijs en de leerlingenzorg.

afdrukken

21:35 Gepost door Lieven Coppens in Van In | Permalink | Tags: stimuleren, kleuteronderwijs, ontwikkeling, peuters, kleuters | |

2007.09.07

Taalontwikkeling en Taalstoornissen

Auteur: Janet van Hell, Annelies de Klerk, Dorien Strauss & Trix Torremans
Titel: Taalontwikkeling en Taalstoornissen. Theorie, diagnostiek en behandeling
Uitgeverij: Garant
Plaats: Leuven/Apeldoorn
Jaar: 2002
Pagina's: 234
ISBN-13: 978-90-441-1204-X
Prijs: € 22,90

taalontwikkeling en taalstoornissenDe taalontwikkeling van een kind maakt deel uit van zijn totale ontwikkeling. Deze situeert zich niet alleen op het domein van de taal, maar ook op het vlak van de cognitieve, sociaal-emotionele  en senso-motorische ontwikkeling van kinderen. Nog anders gezegd: een kind met een taalontwikkelingsstoornis heeft vaak ook problemen op het vlak van één of meer van de overige domeinen. Een vroegtijdige opsporing van een taalontwikkelingsstoornis kan dus heel wat problemen op het vlak van de andere domeinen voorkomen of in intensiteit beperken.

Het boek Taalontwikkeling en Taalstoornissen. Theorie, diagnostiek en behandeling bestaat uit twee delen. Het eerste deel gaat over theorie en onderzoek, het tweede deel over de diagnostiek en behandeling van taalstoornissen.

In het inleidende hoofdstuk wordt een beknopt maar helder overzicht gegeven van de verschillende fasen van de normale taalontwikkeling. Dit is meteen het uitgangspunt om het te hebben over taalstoornissen, hun diagnostiek en de behandeling. Dit inleidende hoofdstuk zou moeten gelezen worden door iedereen die in het onderwijs met jonge kinderen te maken hebben: zowel de kleuterjuffen, directies als onderwijsbegeleiders  Zij moeten dit hoofdstuk vertalen naar oudertaal.

Deze oudertaal zullen ze nodig hebben als ze het met ouders moeten hebben over de problemen op het vlak van taalverwerving van een peuter/kleuter.  Deze taalverwerving steunt niet alleen op het impliciete vermogen van een mens om taal te verwerven, maar ook op interne en externe factoren. Deze worden duidelijk beschreven in het boek. Daaraan gekoppeld wordt het belang van een vroege onderkenning en behandeling van taalproblemen aangetoond. Ook dit hoofdstuk zou moeten gelezen worden door de kleuterjuffen, directies en onderwijsbegeleiders. Zij zullen het immers ook weer moeten vertalen naar oudertaal.

De twee hoofdstukken die hierop volgen zijn meer theoretisch van aard en geven achtergrondinformatie bij de thema's taalvermogen en taalontwikkeling. Deze hoofdstukken moeten niet noodzakelijk gelezen worden door kleuterjuffen en directies, maar wel door onderwijsbegeleiders en diagnostici.

Naar de anamnese toe is het hoofdstuk Medische perinatale risicofactoren: Ontwikkelingsproblematiek op tweejarige leeftijd bij kinderen met medische problemen rond de geboorte zeer belangrijk. Hierin liggen immers de krijtlijnen voor een goed intakegesprek en een eerste probleemverkenning vervat. In de volgende hoofdstukken wordt dan meer uitleg gegeven bij bepaalde doelgroepen, met name dove peuters en kinderen met een verhemeltespleet.

Het laatste hoofdstuk van het eerste deel gaat dieper in op de pedagogische aspecten van taalontwikkelingsstoornissen. Het toont aan dat een taalstoornis de kans op gedragsproblemen vergroot.

In het tweede deel van het boek gaat men dieper in op de eigenlijke diagnostiek en behandeling van taalontwikkelingsstoornissen. Na de classificatie van spraak-en taalmoeilijkheden gaat men in verschillende hoofdstukken dieper in op de anamnese, diagnostiek en behandeling van taalproblemen.

Dit boek geeft aan de lezer een uitgebreide en grondige introductie in de wereld van de taalontwikkeling en taalstoornissen. Het is in eerste instantie een grondig naslagwerk voor professionele hulpverleners, maar geeft in tweede instantie heel wat (h)erkennende informatie voor leerkrachten in het kleuter- en lager onderwijs in verband met het belang van een goede taalontwikkeling en de vroegtijdige opsporing van taalproblemen. Professionele hulpverleners kunnen dit boek gebruiken om leerkrachten en ouders nog beter te informeren.

afdrukken

02:35 Gepost door Lieven Coppens in Garant | Permalink | Tags: taal, taalontwikkeling, taalstoornis, diagnostiek, behandeling | |