2007.10.22

Ongewild lastig

Auteur: Monique Baard en Désirée van der Elst
Titel: Ongewild lastig. Inzicht in veelvoorkomende ontwikkelingsstoornissen bij kinderen.
Uitgeverij: Pica
Plaats: Huizen
Jaar: 2007 (vierde druk)
Pagina's: 112
ISBN-13: 978-90-776-7106-1
Prijs: € 9,95

ongewild lastigBij uitgeverij Pica verscheen de vierde uitgave van dit boek over ontwikkelingsstoornissen bij kinderen. Aan bod komen autisme, ADHD, ADD, NLD, het syndroom van Gilles de la Tourette, OCD, ODD en CD.

De auteurs benadrukken eerst er vooral dat het steeds gaat over een kind mét een stoornis dat daarnaast nog heel wat te bieden heeft. Door hen te benoemen als ADHD-er, autist of NLD-er suggereert men echter dat dit niet zo is. Hun geluk hangt af van de mate waarin hun naaste omgeving begrijpt wat er met hen aan de hand is en daar rekening mee houdt. En dat is precies de bedoeling van de auteurs: iedereen die te maken heeft met een kind met een ontwikkelingsstoornis helpen om te begrijpen wat er aan de hand is.

De auteurs bekijken dan ook vanuit dit standpunt de voornoemde ontwikkelingsstoornissen. Elke stoornis wordt in klare taal beschreven met aandacht voor de hoofdkenmerken en de bijkomende problemen. Ze hebben het over de oorzaken, de diagnose en behandeling. Daarnaast - en dat is volgens mij minstens even belangrijk - leggen ze concreet uit wat het hebben van een dergelijke ontwikkelingsstoornis betekent voor het kind én voor zijn omgeving. Elk hoofdstukje eindigt met een aantal concrete tips naar de aanpak van deze kinderen.

Dit boek is een naslagwerkje voor iedereen die met kinderen werkt. Het bevordert zeker het begrip voor deze kinderen. Het kan leerkrachten helpen om op een andere manier naar hun leerlingen te kijken en eventueel vroegtijdig aan de alarmbel te trekken als ze merken dat er iets fout loopt.

afdrukken

22:10 Gepost door Lieven Coppens in Pica | Permalink | Tags: autisme, adhd, add, ocd, cd, odd, nld, tourette, ontwikkelingsstoornis, pdd-nos, ass, autismespectrum, vsld, tics, ticstoornis | |

2007.10.15

Zorgbeleid in het basisonderwijs

Auteur: Luc Linthout (Red.)
Titel: Zorgbeleid in het basisonderwijs
Uitgeverij: LannooCampus
Plaats: Leuven
Jaar: 2006
Pagina's: 272
ISBN-13: 978-90-209-6537-7
Prijs: € 24,95

zorgbeleid in het basisonderwijsMet het boek Zorgbeleid in het basisonderwijs heb je meteen een nuttig naslagwerk in handen als je als basisschool jouw zorgbeleid op een beleidsmatige manier wil aanpakken. Het is tegelijk ook een praktijkboek geworden.

Het boek bestaat uit vier hoofdstukken. Elk hoofdstuk bestaat uit een oriënterend en/of theoretisch gedeelte dat uitvoerig toegelicht en geïllustreerd wordt aan de hand van talrijke concrete bijlagen:

  • Hoofdstuk 1: Van gelijke onderwijskansen tot totale zorg in de basisschool.
  • Hoofdstuk 2: Werken aan sociaal-emotionele ontwikkeling.
  • Hoofdstuk 3: Omgaan met diversiteit binnen taalvaardigheid in het basisonderwijs.
  • Hoofdstuk 4: Optimaliseren van het multidisciplinair overleg en invoeren van het handelingsplan in de basisschool.

Het eerste hoofdstuk is het meest theoretische. Het geeft omstandig uitleg bij het GOK-decreet en schetst welke consequenties er voor het schoolteam en de individuele leerkrachten aan vast hangen. Dit gaat van het uitschrijven van een schoolvisie over het professionaliseren van de leerkrachten tot het introduceren van nieuwe werkmodellen zoals pro-actief werken en collegiale consultatie.  Verder toont dit hoofdstuk aan dat het toekennen van een zorgbeleider aan elke school de nood aan een visie op zorg in het algemeen en een visie op de taak van de zorgbegeleider in het bijzonder noodzakelijk maakt. Het uittekenen van een zorgcontinuüm waarin iedere betrokkene zijn plaats krijgt, is daarbij een belangrijk onderdeel. Voordat dit hoofdstuk wordt afgesloten met een uitgebreid praktijkvoorbeeld wordt de taak van de zorgbegeleider op het niveau van de school, de leerkracht en het kind gedetailleerd uitgeschreven. Veertien uit de praktijk geplukte bijlagen illustreren het voorgestelde traject.

Het tweede hoofdstuk leert hoe de school prioritair kan werken aan de socio-emotionele ontwikkeling van haar leerlingen. De volgende aandachtspunten zijn hierbij zeer belangrijk:

  • Het ondersteunen van de socio-emotionele ontwikkeling is geen vak op zich maar moet gerealiseerd worden doorheen alle leerstofgebieden.
  • Het ondersteunen van de socio-emotionele ontwikkeling is een schoolgebeuren: er moet dan ook klasdoorbrekend gewerkt worden in heterogene groepen en men moet er zich van bewust zijn dat het niet beperkt kan blijven tot de leerlingen alleen. Alle deelnemers aan het schoolgebeuren hebben hier een taak. In die zin worden er dan ook belangrijke bruggen gelegd.
  • Het ondersteunen van de socio-emotionele ontwikkeling mag niet alleen gebeuren als er problemen zijn. Ook als alles goed gaat, moet er rond gewerkt worden. Dit heeft een zeer grote preventieve waarde.
  • Iedereen werkt het beste rond één en hetzelfde thema in verband met de socio-emotionele ontwikkeling. Enkel door hierover veelvuldig van gedachten te wisselen met alle deelnemers komt men tot een duurzaam project.
  • Werken rond de socio-emotionele ontwikkeling is een teamgebeuren: alle leerkrachten moeten bereid zijn om dit aan te pakken. Ook hier geldt dat veelvuldig overleg en frequente uitwisseling de garantie is voor een duurzaam schoolproject.

Verder legt het hoofdstuk ook de nadruk op het feit dat de stijl van de leerkracht bepaalt of er al dan niet rond de socio-emotionele ontwikkeling kan gewerkt worden. Het benadrukt eveneens dat de socio-emotionele ontwikkeling van een kind kan gebruikt worden om ouders meer bij het schoolgebeuren te betrekken.

Het derde hoofdstuk handelt over het aanpakken van de verschillen in taalvaardigheid bij de leerlingen. Het gaat dieper in op de verschillen tussen schooltaal en thuistaal. Daarnaast wordt benadrukt dat taalproblemen zoveel mogelijk in de klas moeten worden opgelost. Dit houdt in dat de leerkracht over de nodige competenties zal moeten beschikken. Maar ook dat de kinderen in deze klas willen en kunnen leren. Dit heeft alles te maken met een gunstig klasklimaat waarin de leerkracht meer begeleider dan docent is. Een taakgerichte aanpak in de kleuter- en de lagere school waarbij de nadruk ligt op samenwerken, zal daarbij het hoogste leerrendement hebben. Tot slot geeft het hoofdstuk  nog concrete voorbeelden van het testen van de taalvaardigheid van de leerlingen en het aanpakken van taalproblemen.

Het vierde en laatste hoofdstuk toont hoe het mdo binnen dit zorgbeleid zijn belangrijke plaats behoudt. Het opstellen van een groepswerkplan of een individueel handelingsplan wordt hier praktisch uitgelegd.

Zorgbeleid in het basisonderwijs is geen boek dat je in één ruk uitleest. Het is een werk dat je scannend leest zodat je weet wat er in staat, om er daarna naar terug te grijpen als je meer uitleg of concrete voorbeelden nodig hebt.

afdrukken

 

21:24 Gepost door Lieven Coppens in LannooCampus | Permalink | Tags: diversiteit, emotionele ontwikkeling, gok, kansarmoede, mdo, onderwijskansen, sociale ontwikkeling, taalvaardigheid, zorg, zorgbeleid | |

2007.10.04

Jesse heeft dyslexie

Auteur: Esther Molema
Titel: Jesse heeft dyslexie. Handreiking voor gesprekken met kinderen over dyslexie
Uitgeverij: Groen Educatief
Plaats: Heerenveen
Jaar: 2007
Pagina's: 126
ISBN-13: 978-90-5829-781-5
Prijs: € 149,-

jesse heeft dyslexie

Bij uitgeverij Groen Educatief verscheen deze handleiding om met kinderen te praten over dyslexie. Laat mij meteen maar duidelijk zijn: deze map moet aanwezig zijn in elke zorgbibliotheek! Wat mij betreft is het immers één van de meest praktische en volledige werken over dyslexie die ik de afgelopen jaren las. Wie het boek Als leren pijn doet… van Walter Hellinckx en Pol Ghesquière las, zal er intussen van overtuigd zijn dat leerstoornissen een grote impact hebben op het kind en zijn omgeving. Deze map moet je dan zeker lezen als aanvulling: ze kan zowel de leerkracht als de professionele hulpverlener helpen om het thema dyslexie bespreekbaar te stellen bij de kinderen met dyslexie en hun ouders. Want zij hebben allemaal tijd nodig om het probleem te aanvaarden. Daarnaast kunnen heel wat ouders best wel wat hulp gebruiken bij het begeleiden van hun kind met dyslexie.

De map bestaat uit vijf grote delen. In het eerste deel neemt Esther Molema de tijd en de ruimte om de achtergronden van dyslexie te schetsen. In het eerste hoofdstuk zet ze de verschillende definities van dyslexie naast elkaar aan de hand van het verschil tussen de onderkennende, verklarende en indicerende diagnose, zoals ze beschreven werden door de Nederlandse Stichting Dyslexie Terwijl deze zo langzamerhand wel gekend zijn, moet de lezer zeker langer stilstaan bij het stukje over de secundaire gevolgen van dyslexie. Deze worden één voor één concreet en zeer praktisch beschreven. Als men iets maar kan herkennen als met het eerst heeft leren zien, dan zijn deze pagina’s alvast verplichte literatuur voor alle leerkrachten. Het kan hen helpen om deze leerlingen die, zeker in de basisschool, verstandig genoeg zijn om hun leesprobleem te compenseren, tijdig te herkennen. Tot slot besteedt de auteur ook nog aandacht aan enkele risicofactoren die men bij kleuters kan opmerken. Het tweede hoofdstuk over de sociaal-emotionele gevolgen van dyslexie vind ik heel sterk. In tegenstelling tot veel andere werken over dyslexie wordt er expliciet aandacht besteed aan thema’s zoals aangeleerde hulpeloosheid en attributies. Alles is geschreven in een beknopte en heldere stijl en is voor iedereen onmiddellijk toegankelijk.

In het tweede deel zet de auteur uiteen hoe je, aan de hand van de meegeleverde platen, met de dyslectische leerling over zijn probleem kunt praten. Na een overzicht van de uitgangspunten wordt er uitgelegd hoe de praatplaten kunnen gebruikt worden bij de individuele begeleiding. Metacognitie en zelfreflectie zijn een voorwaarde tot succes. Evenals het vermogen om onderscheid te maken tussen fantasie en werke-lijkheid. Esther Molema merkt terecht op dat deze vaardigheden bij jonge en minder begaafde kinderen nog onvoldoende ontwikkeld kunnen zijn. In dat geval zal men moeilijk de dyslexiegesprekken, zoals in de map beschreven, kunnen voeren. Voorbeelden van gesprekken tonen aan hoe men de praatplaten kan gebruiken in een veelheid van situaties.

Het derde deel beschrijft een interventiestrategie waarbij het leesplezier van de leerling centraal staat. De begeleiding wordt bekeken vanuit drie belangrijke invalshoeken:

  1. Begeleiding bij (technisch) lezen.
  2. Begeleiding bij begrijpend lezen.
  3. Begeleiding bij spelling.

Het vierde deel van de map bevat de bijlagen. Je vindt er verschillende overzichten. Deze overzichten leren ons dat Esther Molema het dyslexieveld zeer goed bestudeerd heeft. Ze maakte gebruik van Nederlands en Vlaams bronnenmateriaal voor haar overzichten van compenserende software, hulpmiddelen en internet-adressen. De literatuurlijst is zeer uitgebreid en omvat de recente en belangrijke artikels en boeken uit binnen- en buitenland. In het vijfde deel zijn alle praat- en strategieplaten te vinden. Deze platen zijn van kwaliteitsvol materiaal gemaakt en relatief slijtvrij.

Nog maar zelden heb ik een zo praktisch en allesomvattend werk gelezen over dyslexie. Naast de inhoudelijke kwaliteit wil ik ook de didactische kwaliteit van de map voor leerkrachten en professionele begeleiders onderstrepen. Ze verdient zeker ook een plaats in de BanaBa opleidingen voor taakleerkrachten en zorgcoördinatoren en zou verplichte literatuur moeten zijn voor alle deelnemers aan nascholingsprojecten over de orthodidactiek van het lezen. Terwijl de map onderbouwd is door de meest recente wetenschappelijke inzichten over dyslexie, is ze toch zeer praktisch van aard en biedt ze kant-en-klare methodieken die onmiddellijk kunnen toegepast worden.

Deze map wordt in Vlaanderen verdeeld door Zwaan bvba.

afdrukken

20:26 Gepost door Lieven Coppens in Groen Educatief | Permalink | Tags: spelling, schrijven, begrijpend lezen, basisonderwijs, dyslexie, lezen, zwaan | |