2008.01.26

Handelingsgericht werken op school

Auteur: Noëlle Pameijer, Tanja van Beukering, Yolande Schulpen & Hugo Van de Veire
Titel: Handelingsgericht werken op school. Samen met leerkracht, ouders en kind aan de slag.
Uitgeverij: Acco
Plaats: Leuven/Voorburg
Jaar: 2007
Pagina's: 264
ISBN-13: 978-90-334-6611-3
Prijs: € 28,50

handelingsgericht werken op schoolIn de nabije Vlaamse toekomst zal het handelingsgericht werken op school alleen maar aan belang winnen. Niet alleen omdat de Vlaamse centra voor leerlingenbegeleiding de afgelopen jaren sterk geïnvesteerd hebben in de handelingsgerichte diagnostiek, maar ook omdat deze methodiek de afgelopen jaren meer en meer erkenning heeft gekregen door het Vlaamse onderwijsbeleid. In dit boek tonen de auteurs aan hoe men op school systematisch kan werken als men de principes van de handelingsgerichte diagnostiek als basis neemt. Men past deze methodiek toe wanneer een leerkracht, ouder of kind aan een zorgmedewerker of het zorgteam een hulpvraag stelt over een leerling of als een zorgcoördinator of een zorgteam een vraag stelt aan het centrum voor leerlingenbegeleiding.

In het eerste hoofdstuk worden de zes uitgangspunten van het handelingsgerichte werken toegelicht. Centraal staan de onderwijsbehoeften van leerlingen en de ondersteuningsbehoeften van de ouders en leerkrachten. Concreet betekent dit dat men de leerling niet het buitengewoon onderwijs inpraat maar zoekt naar wat een leerling nodig heeft om een bepaald doel te behalen dat realistisch en hoog genoeg is. Hierbij blijft men niet langer dan nodig hangen bij de probleembeschrijving. Men doet dit op een systematische manier die voor iedereen duidelijk is. Men legt de schuld niet bij het kind maar onderzoekt hoe de leerling en de leerkracht elkaar beïnvloeden in een specifieke onderwijssituatie en hoe deze onderwijssituatie kan en moet veranderd worden. Daarbij heeft men ook steeds oog voor het positieve dat er nog is en kan gebruikt worden om de gewenste verandering tot stand te brengen. Een noodzakelijke voorwaarde voor dit alles is een goede communicatie met de ouders en het kind. In het tweede hoofdstuk wordt het dan duidelijk dat deze manier van handelingsgericht werken een expliciete plaats heeft binnen een zorgcontinuüm. Zowel preventief als curatief. De link met de Vlaamse leerzorgmatrix wordt hier duidelijk geëxpliciteerd.

Het derde hoofdstuk is helemaal gewijd aan het handelingsgericht werken op school. De auteurs presenteren een ideaal model, goed wetende dat dit in de praktijk van alledag lang niet altijd haalbaar is. Hierbij staan de vijf fasen (intakefase, strategiefase, onderzoeksfase, indicatiefase, adviesfase) centraal. Talrijke aanknopingspunten helpen de zorgbeleider de essentie van elke fase beter te begrijpen. De veelzijdige rol van deze zorgbegeleider bij de verschillende fasen van de handelingsgerichte diagnostiek is dan meteen ook het onderwerp van het vierde hoofdstuk.

Aangezien het binnen het handelingsgericht werken altijd gaat over een specifiek probleem van een specifieke leerling in een specifieke groep met een specifieke leerkracht staat het vijfde hoofdstuk uitgebreid stil bij het bespreken en observeren van het handelen van een leerkracht. Deze observatie in een onderwijsleersituatie is een belangrijke activiteit van de zorgbegeleider. Tips, methodieken en hulpmiddelen die hem daarbij kunnen helpen worden hier toegelicht.

Heeft men duidelijk zicht op de problemen van een specifieke leerling, dan wordt er een individueel handelingsplan opgesteld.  Het zesde hoofdstuk bespreekt de 7 kernpunten van zo'n individueel handelingsplan maar ook de rol van de leerkracht, het kind en ouders daarin. Ook de voorwaarden om een individueel handelingsplan succesvol te maken worden aangegeven.

Het zevende en voorlaatste hoofdstuk staat helemaal in het teken van een goede communicatie met ouders en kind. Hierbij is er niet alleen aandacht voor hoe zo'n gesprek er idealiter uitziet, maar eveneens voor de valkuilen. Aangezien niet alle ouders hetzelfde zijn, worden er aanbevelingen gegeven voor het praten met verschillende types ouders. Hoe handelingsgericht werken op een school kan ingevoerd worden is het onderwerp van het laatste hoofdstuk.  

Doorheen het boek wordt er geregeld verwezen naar een aantal handige instrumenten die kunnen gebruikt worden bij (de implementatie van) het handelingsgericht werken op school. Deze kunnen gratis van de website van uitgeverij Acco afgehaald worden.

afdrukken

16:35 Gepost door Lieven Coppens in Acco | Permalink | Tags: handelingsgerichte diagnostiek, methodiek, hgd, hgw, handelingsgericht werken | |

2008.01.19

Gids voor succesvol opvoeden

Auteur: Peter Adriaenssens
Titel: Gids voor succesvol opvoeden.
Uitgeverij: Lannoo
Plaats: Tielt
Jaar: 2007
Pagina's: 416
ISBN-13: 978-90-209-7153-8
Prijs: € 19,95

gids voor succesvol opvoedenWarme duidelijkheid, dat hebben kinderen en jongeren nodig. Met deze gedachte begint Peter Adriaenssens zijn boek. Ouders zijn nog nooit zo belangrijk geweest in de opvoeding van hun kind. Zij geven immers aan hun kind die zekerheid die het broodnodig heeft in de huidige tijd. Het gezin is de beste plek voor de opvoeding van kinderen. Het is de kern waar het belangrijkste werk zich afspeelt, waar kinderen kunnen leren hoe een democratie werkt: de goede samenhang tussen regels en vrijheden, tussen affectie en kordaatheid. De warme duidelijkheid.

Peter Adriaenssens schrijft dit boek vanuit de overtuiging dat het met de jeugd van tegenwoordig niet zo slecht gesteld is, wel in tegendeel. Ouders mogen dan ook zeker zijn van zichzelf en de opvoeding van hun kinderen blijven behartigen. Opvoeden is niet de taak van de school of de wet!

Dit boek is een tijdsdocument. Het toont aan hoe de ideeën over opvoeding in tien jaar tijd veranderd zijn. In 1997 moesten ouders leren communiceren met hun kinderen. Het opleggen van grenzen was toen geen probleem. Nu, in 2007 is het praten met elkaar niet langer een probleem. Wel het opleggen van grenzen. Met andere woorden: in de opvoeding van vandaag moet men opnieuw leren regels op te leggen en te respecteren. Zelfdiscipline is immers een noodzakelijke voorwaarde om sociaal gedrag te ontwikkelen.

Het boek van Peter Adriaenssens bestaat uit 14 hoofdstukken. Hoewel deze 14 hoofdstukken een coherent geheel vormen kunnen ze - moeten ze - toch afzonderlijk gelezen worden. Ze geven immers hun grote rijkdom maar prijs door ze op je te laten inwerken en de uitdaging van de zelfreflectie aan te gaan. Het feit dat ze zeer concreet en praktisch geschreven zijn, doet daar niets van af.

Het eerste hoofdstuk leert ons dat ouder zijn geen vanzelfsprekende opdracht is. Ook al doen veel ouders het momenteel wel goed. Goede ouders zijn ook goede partners voor elkaar. Ze bepalen samen de grenzen waarmee ze zich als koppel en gezin willen onderscheiden van de buitenwereld. Het tweede hoofdstuk verplaatst de aandacht naar de kinderen binnen het gezin. Samen met de auteur bestudeert de lezer hun ontwikkeling. De bedoeling is dat de ouders begrijpen wat er in die levensperiode belangrijk is, zodat ze weten wat ze kunnen verwachten. De vele tips die Peter Adriaenssens hen tussendoor geeft, kunnen er voor zorgen dat ze de verschillende crisismomenten in de ontwikkeling van een kind of jongere leren ontmijnen en beter begeleiden.

Het derde hoofdstuk gaat over de kapstok van elke opvoeding. Deze kapstok wordt gedragen door de volgende aspecten:

  • de gedragsregels in het gezin
  • het opvoedingsmodel
  • een eensgezind ouderschap
  • de creativiteit om een taakverdeling uit te werken
  • kansen die aan iedereen evenveel recht doen
  • de steun en sympathie waarop het gezin kan rekenen

Al deze aspecten worden in dit hoofdstuk uitgewerkt. Concrete en realistische voorbeelden verduidelijken alles. Dit hoofdstuk eindigt - net zoals het eerste hoofdstuk trouwens - met een aantal vragen die een aanleiding kunnen zijn tot een gesprek tussen beide ouders.

De hoofdstukken vier en vijf worden het beste als één geheel gelezen door ouders van jonge kinderen.  Hoe beloon je? Hoe straf je? Hoe ontlaad je een conflict met humor? Hoe ga je om met ongehoorzaamheid? Deze vragen komen hier uitgebreid aan bod. En krijgen een concreet antwoord. De twee daarop volgende hoofdstukken kunnen dan weer als één geheel gelezen worden door ouders van tieners. De essentie is hier dat discussiëren met tieners wel degelijk zin heeft. Op voorwaarde dat men met bepaalde regels rekening houdt en er een wederzijds vertrouwen is. Wat daarom nog niet betekent dat elke discussie onmiddellijk moet leiden tot een beslissing. Als er dan toch problemen zijn, dan kan het conflict- en contactmodel uit het boek helpen bij het werken aan een oplossing. Meer dan het klassieke controlemodel. Doorheen deze vier hoofdstukken voelt de aandachtige lezer zeker de warme duidelijkheid als rode draad.

Het achtste hoofdstuk gaat over zelfdiscipline en waarden. En hoe je in deze tijd als gezin samen waarden opbouwt. Dit kan op bepaalde momenten leiden tot een echt waardendebat. Essentieel daarbij is dat de jongere voelt dat het standpunt van de ouder een onderbouw heeft: hij moet uit zijn ervaring weten dat de ouder altijd al volgens dat standpunt geleefd heeft.

Het negende hoofdstuk gaat in op de verschillen tussen vaders en moeders als opvoeders en wat de meerwaarde daarvan kan zijn. En de boodschap is duidelijk: ondanks deze verschillen moeten vaders gelijkwaardige opvoeders zijn! Maar kinderen worden niet alleen door de ouders opgevoed. Dat komt aan bod in het volgende hoofdstuk waar Peter Adriaenssen dieper ingaat op de rol van de nieuwe opvoeders: de vrienden, de media en de school. Hierbij schuwt hij de probleemvelden niet die er kunnen toe leiden dat er conflicten ontstaan. Een aantal handreikingen moeten de ouders helpen hiermee om te gaan.

In het elfde hoofdstuk gaat het over het opvoeden van kinderen met speciale wensen, noden of problemen. Aan bod komen onder andere thema's als adhd, agressie, angst, depressie en drugs maar ook geld, samen op vakantie gaan en dergelijke meer. Het hoofdstuk kan in zijn geheel gelezen worden, maar nodigt eveneens uit om enkel die thema's te lezen die voor de opvoeder op een bepaald moment actueel zijn. Het twaalfde hoofdstuk sluit hier dicht bij aan en gaat over het opvoeden na een echtscheiding.

Het laatste hoofdstuk laat zich heel gemakkelijk samenvatten tot een belangrijke en positieve boodschap: ouders maken wel degelijk het verschil uit voor hun kinderen!

Dit boek is tegelijk leer- praktijk- doe- en denkboek. Het biedt geen pasklare tips voor de ideale opvoeding, maar geeft heel wat aanzetten en tips om van opvoeding een succesvolle opdracht voor de ouders te maken. Gekruid met talrijke levensechte voorbeelden neemt het hen mee tot het ontdekken van en nadenken over een goede, en warme opvoeding. Een goede opvoeding die ligt op de middenweg tussen praten met een kind of jongere en toch grenzen bepalen. Voor professionelen is het boek een meer dan degelijk naslagwerk om te gebruiken in die situaties waarin opvoedingsondersteuning noodzakelijk is. Hierbij geldt voor hen ook het principe van de warme duidelijkheid. Door met ouders in gesprek te treden en tegelijk een aantal grenzen samen met hen te bepalen, kunnen ze hen helpen groeien als ouder.

afdrukken

2008.01.12

Nederlands in structuren

Auteur: An Wuyts
Titel: Nederlands in structuren. Socratische grammatica NT2 met oefeningen.
Uitgeverij: Acco
Plaats: Leuven/Voorburg
Jaar: 2007
Pagina's: 192
ISBN-13: 978-90-334-6619-9
Prijs: >€ 21,80

nederlands in structurenEen taal leren bestaat niet uit het beheersen van de woordenschat alleen. Je moet ook de spraakkunst kennen om die woorden op de juiste manier tot een zin, een tekst, ... met elkaar te verbinden. Maar het leren van deze spraakkunst is vaak een saaie bedoening. In het boek dat door An Wuyts geschreven is, is dat niet zo.

An Wuyts heeft er voor gekozen om haar leerlingen de grammatica zelfs te laten ontdekken. Centraal hierbij staat de Socratische methode. De structuren van het Nederlands komen door de gerichte vragen en de antwoorden erop aan de oppervlakte. Deze structuren zijn:

  • zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden
  • voornaamwoorden
  • er/daar
  • hoofdzinnen
  • bijzinnen
  • werkwoorden: de tijden
  • werkwoorden: speciale vormen
  • werkwoorden: zou
  • passieve zinnen
  • negatieve zinnen

Het uitgangspunt van elke les is telkens een tekst met een meerwaarde: hij is informatief, humoristisch of aanleiding tot een gesprek. Hierdoor is het voor de cursist gemakkelijker om zich op de tekst te blijven concentreren én de geleerde structureren beter te onthouden.

De vragen die over de tekst gesteld worden zijn van die aard dat ze de cursist doen nadenken over de structuur. Op die manier ontdekken ze zelf het hoe, wat en waarom van deze structuur. Als deze kennis is opgedaan, wordt ze meteen ingeoefend. Deze oefeningen variëren in moeilijkheidsgraad. Achteraan het boek staan in bijlage de juiste oplossingen, dus onmiddellijke correctie is mogelijk. Dit is geen boek voor beginners. De cursisten moeten al een basiskennis hebben van de spraakkunst: het boek helpt hen verder om bij het spreken en schrijven de juiste vorm te gebruiken.

Het boek is geschreven voor NT2-cursisten die al een basisinzicht hebben in de spraakkunst. Niets verhindert echter dat het ook, en zeker de erin beschreven didactiek, ook gebruikt wordt bij andere doelgroepen. Ook taalzwakke jongeren en volwassenen die het Nederlands hebben als moedertaal zullen er zeker ook veel aan hebben.

De meerwaarde van het boek ligt voor mij in het feit dat de cursist ernstig genomen wordt als een persoon met een eigen leervermogen. Zijn weten, kennen en kunnen wordt aangesproken om zelf tot een oplossing te komen.

afdrukken

15:49 Gepost door Lieven Coppens in Acco | Permalink | Tags: didactiek, nt2, anderstaligen, volwassenenonderwijs, grammatica | |

2008.01.05

Laat ze strips lezen!

Auteur: Jan Cumps & Kurt Morissens
Titel: Laat ze strips lezen! Informatie en suggesties voor school, thuis en bibliotheek.
Uitgeverij: Acco
Plaats: Leuven/Voorburg
Jaar: 2007
Pagina's: 192
ISBN-13: 978-90-334-6592-5
Prijs: € 19,80

laat ze strips lezenVeel mensen van mijn generatie zullen het ook wel meegemaakt hebben: in de basisschool werd het lezen van strips gelijkgesteld met niet lezen, in het secundair onderwijs was er een uiterst kleine kans dat je een Latijnse of Franse uitgave van Asterix en Obelix als lesmateriaal kreeg, ... en dan meestal nog van een piepjonge leerkracht die ons eens extra wou motiveren...

Met dit boek tonen Jan Cumps en Kurt Morissens haarfijn aan dat men op strips niet mag neerkijken. Strips zijn géén tijdverlies, zijn wél leerzaam, zijn taalkundig verrijkend en hebben wél een literaire betekenis. Met andere woorden: in strips zit er oneindig veel meer dan men denkt.

De auteurs tonen dit aan door de betekenis van de strip voor verschillende domeinen aan te tonen aan de hand van  bestaande strips: elke "stelling" wordt door hen "bewezen" aan de hand van een voor iedereen toegankelijk stripboek. Met de suggesties bij ieder voorbeeld kan de lezer daarna zelf aan de slag.

In het eerste deel, Inleiding: het einde van de leeslampcultuur?, verklaren de auteurs de titel Laat ze strips lezen. Door op een creatieve manier elk woord in de titel nadruk te geven, komen ze tot vier verklaringen. Deze dienen door elke lezer aandachtig bekeken te worden. Er hier dieper op ingaan kan deze inleiding immers alleen maar onrecht aan doen.

In het tweede deel over Politieke en andere helden leert men hoe en welke verschillende soorten personages een strip structuur geven, maar ook hoe ze de aanleiding kunnen zijn voor een les biologie of fysica. Ook geschiedkundig is de strip van belang. Hetzij als een tijdsdocument, hetzij als de weergave van een belangrijke gebeurtenis. Dit laatste illustreren ze aan de hand van de strip over het eindrapport van de onderzoekscommissie van 9|11, zoals je die op het Internet kan lezen op  www.slate.com/features/911report/.

In het derde deel over Nederlands en andere talen tonen de auteurs aan dat strips al een belangrijke plaats innemen in de taal. Aan de hand van een zoektocht door de laatste editie van de "Dikke Van Dale" tonen ze onder andere aan dat veel namen en termen uit de stripwereld een eigen leven zijn gaan leiden. Of wat dacht je van een jerommeke, krantenstrip, teletijdmachine, ... Maar ook de Smurfen, of beter gezegd het smurfentaaltje kan inzicht brengen in het Nederlands. Hoe? Door naast de context ook de eigen voorkennis van grammaticale structuren, uitdrukkingen, gezegden... te gebruiken.  Ook bij het leren van vreemde talen kunnen strips een belangrijke functie hebben. Het bespreken van een taal door de fonetische weergave in een strip te bekijken, het verschil in geluidsnabootsende woorden, de onmogelijkheid om bepaalde uitdrukkingen zomaar te vertalen naar een andere taal, ... zijn daar allemaal voorbeelden van.

Het vierde deel gaat over de Grafische roman en literaire strip. Dit is zo beknopt geschreven dat het zich hier moeilijk laat samenvatten.

Het vijfde deel, Allusies, heeft het dan meer over verwijzingen naar en in strips. Verwijzingen naar strips in het dagdagelijkse taalgebruik die een zeker voorkennis vragen, maar ook verwijzingen in strips door middel van woordvervorming zoals Bud Weisser uit Mestwalle of namen zoals Manu Script.

Het zesde deel, Wanneer mag een strip dan wel?, leert de lezer dat strips niet langer gif zijn voor de jongeren, maar wel een stimulans.

Het zevende deel over Herkenning, verleiding, genot gaat dieper in op strips in het onderwijs, de betekenis van een goede stripcover. Dat strips als cadeautips worden gesuggereerd in vooraanstaande Vlaamse bladen moet tenslotte bewijzen dat de strips zijn plaats in de literaire wereld heeft veroverd.

Het boek eindigt met het antwoord van twee striprecensenten op de vraag Welke rol ziet u voor strips in onderwijs en bibliotheek?

Dit boek toont aan hoe veelzijdig de strip in het onderwijs kan aangewend worden. De auteurs hebben in het boek bewezen dat de vooroordelen die men vroeger daartegen had, onterecht waren. Op weinig ruimte hebben ze in 32 verschillende essays met suggesties ter verwerking een nieuw perspectief geboden. Dit alles in een zeer beknopte en heldere stijl. Hierdoor doet deze bespreking onrecht aan het boek zelf. De veelzijdigheid ervan is immers niet op deze blog te beschrijven, tenzij je elk van de 32 punten een aparte bespreking zou geven. En dan is het beter onmiddellijk het volledige boek te lezen.

afdrukken

17:44 Gepost door Lieven Coppens in Acco | Permalink | Tags: strips, lezen, taal, didactiek | |