2008.02.23

Leerzorg in het onderwijs

Auteur: Wim Van Rompu, Theo Mardulier, Christine De Coninck, Luc Van Beeumen & Els Exter
Titel: Leerzorg in het onderwijs
Uitgeverij: Garant
Plaats: Antwerpen/Apeldoorn
Jaar: 2007
Pagina's: 169
ISBN-13: 978-90-441-2219-0
Prijs: € 17,00

leerzorg in het onderwijsHet boek Leerzorg in het onderwijs werd geschreven door verschillende mensen die allemaal van dicht bij betrokken zijn bij het nieuwe leerzorgkader zoals dat door de Vlaamse minister van onderwijs wordt uitgetekend. In dit boek leggen zij uit hoe dit kader kan gerealiseerd worden. Dit boek is zeker geen overbodige luxe, aangezien het voorstel van de minister de afgelopen tijd heel wat stof heeft doen opwaaien en heel wat belangengroepen een nieuwe, soms heftige dynamiek heeft gegeven.

Het eerste deel is helemaal gewijd aan het ontstaan en de eigenheid van de leerzorggedachte. In het eerste hoofdstuk schetsen de auteurs de evolutie in het beleid. Beginnend bij de beleidsmaatregelen uit de jaren 90, het onderwijsvoorrangsbeleid (1991), het project  Zorgverbreding (1994), het Vlor-advies over Inclusief Onderwijs (1998) en het project Secundaire scholen met bijzondere noden (2000) komen ze uit bij de stempels die minister Vanderpoorten op het onderwijs zette in 2002, namelijk het GOK-decreet en haar nota Maatwerk in samenspraak. Al deze beleidsmomenten worden op een objectieve manier nog eens beknopt maar duidelijk voor de geest gehaald. Het laatste stukje beschrijft hoe het huidige voorstel, vertrekkende vanuit het Vlor-memorandum Krachtlijnen voor een toekomstig onderwijsbeleid geleidelijk aan vorm kreeg. Het tweede hoofdstuk bespreekt de resultaten van 11 relevante en representatieve onderzoeken tussen 1997 en nu. Centraal bij het bespreken van deze onderzoeken staan de volgende vragen:

  1. Welke concrete hulpvragen leven bij leerkrachten van het gewoon onderwijs inzake omgaan met en lesgeven aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften.
  2. Hoe kunnen initiële opleiding en navorming geoptimaliseerd worden om de handelingsbekwaamheid bij leerkrachten te verhogen?
  3. In welke mate heeft de wijze waarop de school voor gewoon onderwijs georganiseerd is invloed op het onderwijs aan jongeren met specifieke onderwijsbehoeften.
  4. Is differentiatie in het buitengewoon onderwijs een algemeen gegeven?
  5. In welke mate heeft de wijze waarop de school voor buitengewoon onderwijs georganiseerd is een effect op haar aanbod en bijgevolg populatie?
  6. Worden scholen voor buitengewoon onderwijs nog steeds met dezelfde problematieken geconfronteerd als in de jaren zeventig of is er een evolutie en welke elementen spelen daarin een rol?
  7. Wat is de impact van de houding van leerkrachten tegenover leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften.
  8. Wat kan de inbreng zijn van leerkrachten van het buitengewoon onderwijs in het veranderen van attitude van leerkrachten in het gewoon onderwijs en het verhogen van hun handelingsbekwaamheid.
  9. Welke positie nemen begeleiders vanuit het buitengewoon onderwijs t.a.v. hun collega's in het gewoon onderwijs in?
  10. Wat zijn de effecten van de wijze van financiering van de bijkomende ondersteuning vanuit het buitengewoon onderwijs?
  11. Wat is het effect van een meer inclusief onderwijs op de leerling met specifieke onderwijsbehoeften en op andere leerlingen van zijn groep?
  12. Zorgen leerlingen die voldoen aan de GOK-indicatoren van het gewoon onderwijs voor extra belasting in het buitengewoon onderwijs?
  13. Welk effect heeft de hedendaagse visie op handicaps, als zijnde een afstemmingsprobleem tussen de mens en zijn omgeving op de diagnostiek en de oriëntering van jongeren met specifieke onderwijsbehoeften?
  14. Staat de huidige typologie onder druk?
  15. Wat kan de rol zijn van de CLB's in het veranderen van de attitude van (klas)leerkrachten in het gewoon onderwijs en het verhogen van hun handelingsbekwaamheid? Welke rol spelen CLB's ten aanzien van de diverse actoren?
  16. Op welke manier kunnen de rol en de positie van de ouders gerespecteerd worden?
  17. Wat is de rol van de directeur?
  18. Is er behoefte aan meer en ander personeel in het gewoon onderwijs?
  19. Wat is de rol en de positie van de belendende sectoren, voornamelijk Welzijn?

De antwoorden op deze vragen die in de diverse onderzoeken gevonden worden zijn zeer verhelderend en vormen een zeer stevig fundament voor het leerzorgkader zoals het nu voor ons ligt. In het derde hoofdstuk wordt er dan gekeken hoe leerzorg in de ons omringende landen vorm gekregen heeft. Hierbij blijft men langer stilstaan bij de situatie in Nederland en Spanje.

Het tweede deel geeft een kwantitatief beeld van de zorg in het gewone en buitengewone Vlaamse onderwijs. De harde cijfers worden in het eerste hoofdstuk van dit deel gepresenteerd. In het tweede hoofdstuk wordt er nader ingegaan op de vaststellingen en knelpunten die aan de basis liggen van het huidige voorstel voor een nieuw leerzorgkader. Deze zijn:

  1. Het spanningsveld tussen al dan niet afzonderlijke scholen voor buitengewoon onderwijs.
  2. De knelpunten in het huidige systeem van 8 types van bijzonder onderwijs.
  3. De knelpunten in de verwijspraktijk naar het buitengewoon onderwijs.
  4. De knelpunten in het geïntegreerd onderwijs.
  5. De kloof in het ondersteuningsaanbod.
  6. De onevenwichtige spreiding van het buitengewoon onderwijs.

Het derde deel van  het boek geeft dan een verduidelijking van de nieuwe leerzorgmatrix. Het vierde deel sluit daar zeer nauw op aan en gaat dieper in op een aantal deelprocessen van de leerzorg.

Dit boek brengt alvast heel wat verduidelijking rond het nieuwe leerzorgkader. Het toont aan dat het op een stevige manier verankerd is in het onderwijsonderzoek van de laatste jaren en niet zomaar een vrijblijvende denkoefening is geweest van een aantal beleidsmensen die het nu eens "anders" wilden proberen. Als lezer heb je na het lezen van dit boek alvast niet de indruk dat je een apologetiek gelezen hebt.

De discussie over het leerzorgkader is nog lang niet voorbij. Hierdoor vindt men in dit boek zeker niet op alle vragen een antwoord. Voor wie echter een duidelijk en eerder volledig zicht wil hebben op de huidige stand van zaken is dit boek evenwel onmisbaar.

afdrukken

2008.02.16

Mama, mijn hoofd is zo vol

Auteur: Fabienne Verdeyen
Titel: Mama, mijn hoofd is zo vol. Jasper, kind vol onvoorspelbaarheden.
Uitgeverij: Garant
Plaats: Antwerpen/Apeldoorn
Jaar: 2005
Pagina's: 164
ISBN-13: 978-90-857-5005-5
Prijs: € 19,00

mama, mijn hoofd is zo volHet boek Mama, mijn hoofd is zo vol is een ervaringsgetuigenis van de moeder van Jasper, een kind met ADHD. Het richt zich naar ouders, leerkrachten en zorgverleners en geeft een helder beeld van de complexiteit van de problematiek maar is geen wetenschappelijk werk over ADHD.

In het deel Getuigenissen doet de moeder eerst haar verhaal en dat van Jasper. Ze begint bij de geboorte en eindigt op het moment dat Jasper adolescent is. Het wel en wee van Jasper en de ouders wordt zeer concreet beschreven, evenals de verschillende aanpakken en behandelingen die ze uitproberen. Doorheen dit alles loopt het schoolgaan als een rode draad. Hoewel het een persoonlijk verhaal is, is de herkenbaarheidsfactor zeer groot. In hetzelfde deel laat de moeder ook verschillende andere mensen en Jasper zelf aan het woord. 

Het volgende deel, Diagnose en aanpak, schept duidelijkheid over de diagnose en aanpak van ADHD. Dit vanuit de wetenschap dat ADHD in veel gevallen niet alleen komt (zie mijn artikel in de Nieuwsbrief leren 41 waarin gesteld wordt dat 2/3 van de kinderen met ADHD minstens één bijkomend probleem hebben), waardoor ouders soms geconfronteerd worden met een veelheid aan verschillende diagnoses en door het bos de bomen niet meer zien. Hiermee is de noodzaak van een multidisciplinair onderzoek duidelijk aangetoond. In dit deel beschrijft de auteur eerst een heleboel stoornissen op een duidelijke en beknopte manier. Ze geeft telkens een korte beschrijving van het probleem met een oplijsting van de kenmerken en de geschiedenis van de stoornis. Eens zover vult ze dit aan met een overzicht van verschillende behandelingsmethoden, waarbij ze per behandeling telkens beschrijft hoe deze ontstaan is en wat ze doet. Tot slot heeft de auteur aandacht voor de concrete aanpak van een kind met ADHD zowel thuis als op school. Dit deel van het boek is een objectief naslagwerk voor ouders, leerkrachten en zorgverstrekkers die nood hebben aan bepaalde informatie.

Dit boek leest zeer vlot en is heel herkenbaar geschreven. Hoewel het geen wetenschappelijk karakter heeft, maakt het in eenvoudige bewoordingen toch veel kennis over. Deze kennis wordt niet gepresenteerd vanuit een kwaliteitsoordeel of een bepaalde (subjectieve) waardering. Hierdoor laat het de lezers toe om zelf een standpunt in te nemen ten op zichte van bepaalde inhoud, zoals bijvoorbeeld de behandelingsmethoden. Het wordt aan de professionele hulpverlener overgelaten om de ouders te informeren over de mate waarin het wetenschappelijk bewezen is of bepaalde therapieën werken of niet voor ADHD. Een aanvulling in deze zin zou het boek dan ook een meerwaarde geven. Het maakt de ouders alvast mondiger.

afdrukken

15:15 Gepost door Lieven Coppens in Garant | Permalink | Tags: tourette, tics, ticstoornis, adhd, add, ocd, asperger, dyscalculie, dyslexie, dcd, borderline, nld, odd, pdd-nos, ontwikkeling | |

2008.02.09

De motoriek van kinderen met ...

Auteur: Lisa A. Kurtz
Titel: De motoriek van kinderen met dyspraxie, autisme, ADHD en leerstoornissen. Verbeter de coördinatie van uw kind.
Uitgeverij: Pica
Plaats: Huizen
Jaar: 2008
Pagina's: 144
ISBN-13: 978-90-776-7120-7
Prijs: € 17,50

de motoriek van kinderen met dyspraxie, autisme, adhd en leerstoornissenIn mijn nieuwsbrieven 41 (september 2006) en 42 (oktober 2006) had ik het over de comorbiditeit van ADHD met andere problemen enerzijds en het het verband tussen ADHD en ontwikkelingsdyspraxie anderzijds. Uit beide nieuwsbrieven werd het duidelijk dat er in 65 tot 80% van de leerproblemen en in 66% van de gevallen van de autismespectrumstopornissen vaak ook nog sprake is van aandachts- en coördinatieproblemen. Ik kon het dan ook niet laten het boek van Lisa A. Kurtz De motoriek van kinderen met dyspraxie, autisme, ADHD en leerstoornissen grondig door te nemen.

Het boek bestaat uit een theoretisch en praktisch deel. In het eerste hoofdstuk gaat de auteur dieper in op de ontwikkeling van de motorische vaardigheden. Ze beschrijft eerst de normale motorische ontwikkeling. Handig hierbij is het schema met de mijlpalen die je terugvindt op de bladzijden 14 tot en met 16. Naast de domeinen van de fijne en grove motoriek vind je in dit schema ook de domeinen van de spraak- en taalontwikkeling, de cognitieve ontwikkeling en de sociale ontwikkeling terug. Eens zo ver wordt er dieper ingegaan op een vertraagde of onvolledige motorische ontwikkeling die niet het gevolg is van een duidelijke fysieke of mentale beperking, een duidelijke hersenbeschadiging of een algemene ontwikkelingsvertraging. Belangrijk in dit hoofdstuk is ook dat de auteur het niet nalaat een aantal aanverwante problemen zoals functionele oogproblemen en spraakstoornissen (o.a. verbale ontwikkelingsdyspraxie) te verduidelijken.

In het tweede hoofdstuk gaat het over het inschakelen van professionele hulp. Vragen zoals wie er allemaal kan helpen en wat hij dan doet, komen aan bod in een duidelijk schema. Zeer verhelderend is daarenboven ook het schema waarin een aantal begrippen uit de diagnostiek worden uitgelegd (ruwe score, leeftijdsgroepscore, standaardscore, percentiel en standaarddeviatie). Ook het schema met criteria waaraan een goede behandeling moet voldoen, maakt ouders alvast veel mondiger bij het observeren en bewaken van de therapie van hun kind. Een dergelijk schema kan trouwens ook beroepsmensen die ouders begeleiden helpen.

In  het derde hoofdstuk gaat Lisa Kutz dieper in op de behandeling voor kinderen met motorische problemen. Hierin worden niet alleen een aantal algemene principes uitgelegd, maar is er ook aandacht voor belangrijke vragen zoals wanneer je een vaardigheid compenseert en wat je moet doen bij probleemgedrag. Tot slot worden een aantal therapievormen verduidelijkt.

Met het volgende hoofdstuk zijn we in het praktische gedeelte van het boek aangekomen. In dit praktijkdeel worden een heleboel zeer praktische strategieën en activiteiten aangereikt die ouders thuis en leerkrachten op school kunnen toepassen om de motorische vaardigheden te verbeteren (hoofdstuk 4) en de zelfstandigheid van het kind te vergroten (hoofdstuk 5). Het zesde hoofdstuk is dan integraal gewijd aan het aanpakken van problemen in de klas. Deze hoofdstukken zijn absolute aanraders omwille van hun concreetheid. Een aandachtige lezer zal onmiddellijk een hele lijst van sticordimaatregelen kunnen samenstellen. Het zevende en laatste hoofdstuk gaat dieper in op de sociale gevolgen van coördinatieproblemen en geeft tips om het zelfbeeld van kinderen met motorische problemen te bevorderen en hen te leren omgaan met pesten.

Momenteel is er meer en meer aandacht voor motorische problemen en de gevolgen er van voor onder andere het leren op school. Meestal gaat men hierbij uit van een bepaalde, meer gekende problematiek en koppelt men daar dan het motorische probleem aan. Dit boek draait dit om: het stelt de motoriek centraal. Dit maakt het meteen tot een waardevolle aanvulling van hetgeen er al bestaat. Dit boek is als het ware verplichte literatuur voor ouders en leerkrachten. Ook beroepskrachten die gevraagd worden naar adviezen om kinderen met motorische problemen te begeleiden kunnen veel aan de tips en strategieën uit het praktische gedeelte hebben bij het formuleren van adviezen.

afdrukken

18:21 Gepost door Lieven Coppens in Pica | Permalink | Tags: motoriek, adhd, dcd, ontwikkelingsdyspraxie, ontwikkelingsstoornis, autisme, coördinatie, coördinatiestoornis, leerprobleem | |

2008.02.02

Houvast bij leesproblemen & dyslexie op de basisschool

Auteur: Arga Paternotte (red.)
Titel: Houvast bij leerproblemen & dyslexie op de basisschool. Leidraad voor ouders.
Uitgeverij: Balans
Plaats: Bilthoven
Jaar: 2007 (speciale herziene druk)
Pagina's: 132
SBN-13: 978-90-806-6745-7
Prijs: € 12,95

houvast bij leesproblemen & dyslexie op de basisschoolVoor ouders met een kind met dyslexie is dit een boek dat ze zeker moeten lezen. Zowel in Nederland als Vlaanderen. Omdat ik tot nu toe nog niet veel andere boeken las die leesproblemen en dyslexie zo helder en volledig benaderen vanuit het standpunt van de ouders.

Ouders kunnen, zo blijkt uit het eerste hoofdstuk, wel degelijk het verschil maken voor hun kind met ernstige leesproblemen of dyslexie. Niet alleen door het voortdurend aan te moedigen en te helpen waar nodig, maar ook op drie andere belangrijke gebieden. Eerst en vooral kunnen zij er voor zorgen dat het probleem van hun kind zeer vroeg (al in de fase van het beginnende lezen) ontdekt wordt. Op die manier kan een eventuele leerachterstand vermeden of beperkt worden, evenals een verlies aan zelfvertrouwen. Daarbij kom dat de hersenen op jonge leeftijd nog zeer kneedbaar zijn en indien nodig problemen nog kunnen overwinnen. Verder hebben vader en moeder ook een belangrijke taak bij het bewaken van de hulpverlening.  Alle vormen van hulpverlening moeten immers goed op elkaar afgestemd zijn en blijven. Tot slot zullen de ouders  de belangen van hun kind met dyslexie voortdurend moeten verdedigen. Dit zullen ze des te beter kunnen naarmate ze voldoende en juiste kennis hebben over dyslexie.

Deze kennis wordt onder andere aangereikt in het tweede hoofdstuk van het boek. Dat staat stil bij de omschrijving van het probleem, maar ook bij andere thema's zoals de comorbiditeit met andere stoornissen, dwaalwegen in de behandeling en de verschillende verschijningsvormen van dyslexie, om er maar enkele te noemen.

In de hoofdstukken 4 tot en met 6 wordt het proces van het leren lezen chronologisch behandeld. Hierbij onderscheidt men de volgende leerlingengroepen:

  • groepen 1 & 2  (2e en 3e kleuterklas)
  • groep 3 (1e leerjaar)
  • groep 4 (2e leerjaar)
  • groepen 5 tot en met 8 (3e tot 6e leerjaar)

Men gaat telkens in op de essentie van het leren lezen bij die leeftijdsgroep en hoe die kan getoetst of geobserveerd worden. Daarbij wordt er steeds vermeld wat de school kan doen voor de kinderen met leesproblemen. De school en de ouders krijgen ook tips over de aanpak van het probleem op die leeftijd. In het stuk over leesproblemen in de bovenbouw (groepen 5 tot en met 8) staat men ook nog eens expliciet stil bij de compenserende en dispenserende maatregelen en de dyslexiepas (equivalent aan het Vlaamse gemotiveerde verslag dyslexie). Men heeft er eveneens aandacht voor de emotionele gevolgen van dyslexie.

In het zevende hoofdstuk wordt er expliciet stilgestaan bij de overgang naar het voortgezet (secundair) onderwijs. Er wordt uitgelegd hoe je die overstap als ouder samen met jouw kind kunt voorbereiden en hoe je deze overstap begeleidt.

De hoofdstukken 8 tot en met 10 staan stil bij bepaalde aspecten van de begeleiding van een kind met dyslexie, vanuit het standpunt van de ouders. Deze aspecten zijn:

  • Een open en eerlijke communicatie, zowel naar het kind als zijn (klas-)omgeving toe.
  • Een goede samenwerking met de school.
  • Het stimuleren en bevorderen van het lezen en het leesplezier.

In het laatste hoofdstuk bespreekt men dan een aantal maatregelen en hulpmiddelen die kunnen aangewend worden bij ernstige leesproblemen en dyslexie.

Dit boek munt uit door zijn beknoptheid en zijn volledigheid. In een vlotte stijl worden alle thema's verduidelijkt in een zeer duidelijke taal. Niet alleen een aanrader voor ouders, maar ook voor professionelen die ouders informatie willen geven over ernstige leesproblemen en dyslexie.

afdrukken

15:31 Gepost door Lieven Coppens in Balans | Permalink | Tags: leesprobleem, dyslexie, lezen, schrijven, spelling, taal | |