2008.03.28

Verborgen regels

Auteur: Brenda Myles, Melissa Trautman & Ronda Schelvan
Titel: Verborgen regels. Praktische hulp bij het leren van sociale vaardigheden.
Uitgeverij: Pica
Plaats: Huizen
Jaar: 2007 (2e druk)
Pagina's: 112
ISBN-13: 978-90-776-7100-9
Prijs: € 17,95

verborgen regelsEr is voortdurend sociaal verkeer tussen de mensen. Dat hoort er nu eenmaal bij als je een sociaal wezen bent. Dat sociaal verkeer is echter overal gebonden aan regels en omgangsvormen. Sommige regels zijn expliciet gesteld, andere leiden echter een verborgen leven. Voor mensen met een goed sociaal inschattingsvermogen is dat geen probleem. Zij kunnen de ontelbare situaties waarin ze terechtkomen moeiteloos inschatten en zich dan ook aan de verborgen of ongeschreven regels onmiddellijk aanpassen. Sommige mensen hebben daar echter wel problemen  mee. Denken we maar aan personen met een autismespectrumstoornis, een niet-verbale leerstoornis (of ruimtelijk-visuele stoornis), ad(h)d, het syndroom van Gilles de la Tourette of het Aspergersyndroom Zij hebben deze sociale intuïtie niet of onvoldoende. Voor hen is dit boek geschreven.

De ondertitel geeft de bedoeling van het boek zeer duidelijk weer: het wil een praktische hulp zijn bij het leren van sociale vaardigheden. Waarom? Omdat mensen die deze vaardigheden niet hebben zeer kwetsbaar zijn omdat ze niet voldoen aan de sociale eisen van hun omgeving. Deze problemen kunnen er toe leiden dat ze zich terugtrekken of onaangepast gedrag gaan vertonen. Voor deze mensen is het leren van sociale vaardigheden en het ontwikkelen van een bepaalde sociale cognitie een levenslange opdracht.

In het eerste hoofdstuk leggen de auteurs uit wat verborgen regels zijn en hoe je ze kunt herkennen. Een bepaalde uitspraak, een bepaalde klemtoon kan een dergelijke regel markeren. Om nog niet te spreken van het niet-verbale gedrag van een persoon. Daarnaast is het zo dat verborgen regels (kunnen) verschillen naargelang de situatie: een andere leeftijd, een ander geslacht, een ander gezelschap of een andere cultuur.

Het tweede hoofdstuk gaat dieper in op het belang van deze verborgen regels. Het niet doorhebben van een dergelijke regel kan er toe leiden dat iemand gepest, uitgesloten, verkeerd begrepen of belachelijk gemaakt wordt.

Het derde hoofdstuk bespreekt uitvoerig een aantal strategieën om verborgen regels te leren, en moet dan ook zeker gelezen worden door iedereen die kinderen op weg wil helpen. Aan bod komen het werken met een vertrouwenspersoon, het Sockss-model, de Solve-methode, het werken met sociale verhalen, het maken van stripverhalen, de hulpkaart-methode, sociale autopsie, directie instructie, het aanleren van één regel per dag, de Ongelooflijke 5-puntsschaal en het werken met video-opnamen.

Het vierde en laatste hoofdstuk bekijkt een elftal terreinen van verborgen regels van dichtbij. Voor elk terrein sommen ze voor verschillende situaties op welke verborgen regels er onder andere gelden. Deze terreinen zijn:

  • op het toilet
  • op verjaardagsfeestjes
  • kleding
  • eten
  • openbaar vervoer
  • vriendschap
  • in gezelschap
  • op school
  • bij anderen
  • gedragsregels
  • beeldspraak en uitdrukkingen

Dit boek is meer dan de moeite waard voor iedereen die, als ouder of als beroepskracht, met kinderen op weg wil gaan bij het leren van sociale vaardigheden. Daarom hoeven deze kinderen echt niet één van de aangehaalde stoornissen te hebben. Ook veel anderen, kinderen én volwassenen, zouden baat hebben bij het lezen van dit boek. Of wat dacht je van die collega die zijn gezicht op 30 centimeter afstand van het jouwe houdt als hij met je spreekt? Of die andere collega die bij voorkeur tegen jou begint te praten als je net aan de telefoon in gesprek bent?

afdrukken

2008.03.22

Groot worden - de ontwikkeling van baby tot adolescent

Auteur: Katrien Struyven, Eline Sierens, Filip Dochy & Steven Janssens
Titel: Groot worden. De ontwikkeling van baby tot adolescent. Handboek voor (toekomstige) leerkrachten en opvoeders.
Uitgeverij: LannooCampus
Plaats: Leuven
Jaar: 2007 (1e druk, 5e oplage)
Pagina's: 264
ISBN-13: 978-90-209-5349-7
Prijs: € 24,95

groot worden - de ontwikkeling van baby tot adolescentZoals de titel van het boek laat uitschijnen, is dit geen gewone ontwikkelingspsychologie. Het wil ouders, leerkrachten en opvoeders een bredere kijk geven op de ontwikkeling van een kind. Op deze manier krijgen ze meer zicht op de beperkingen en kansen van de opvoeding of het onderwijs bij kinderen van een bepaalde leeftijd. Ze leren als vanzelf dat het zinloos is om van een kind iets te verlangen als het daar, gezien zijn ontwikkeling, nog niet aan toe is.

In de inleiding op dit boek wordt het al snel duidelijk wat dit betekent. Aan de hand van heel wat concrete en levensechte voorbeelden wordt er eerst uitgelegd wat men onder ontwikkeling moet verstaan en hoe deze ontstaat. Hierbij gaat men beknopt in op de discussie of de ontwikkeling van een mens nu door de natuur of door zijn milieu beïnvloed wordt, om te komen tot het feit dat men tegenwoordig in de ontwikkelingspsychologie erkent dat de mens in staat is om bepaalde dingen te aanvaarden en weer andere te verwerpen. Deze factor wordt  zelfbepaling genoemd.

In de volgende delen worden per leeftijdsgroep steeds dezelfde ontwikkelingsdomeinen besproken voor zover ze van toepassing zijn. Het betreft 7 leeftijdsgroepen en 12 (ontwikkelings-)domeinen. Door deze vaste structuur is het mogelijk om het boek uit te zetten op een matrix en zowel horizontaal (één domein voor alle leeftijdsgroepen) als vertikaal (alle domeinen voor één leeftijdsgroep) te bestuderen:/p>

- de ongeboren baby en de geboorte de pasgeborene de baby de peuter de kleuter het kind in de lagere school de adolescent
lichamelijk + + + + + + +
motorisch + + + + + + +
tekenen - - + + + + +
perceptueel - + + + + + +
seksueel - + + + + + +
socio-emotioneel - + + + + + +
cognitief - - + + + + +
taal - + + + + + +
schools - - - + + + +
moreel - - - + + + +
spel - - + + + + +
persoonlijkheid - - - + + + +

Voor elk van de bovenstaande domeinen worden de kenmerken die specifiek zijn voor een bepaalde leeftijd uitgebreid besproken en verduidelijkt aan de hand van realistische voorbeelden. Twee ervan, de tekenontwikkeling en het schoolse, zijn geen echte ontwikkelingsdomeinen. Ze zijn er uitgelicht omwille van hun relevantie voor het onderwijs. Bij de behandeling van het schoolse functioneren is de verwijzing naar de zorg en leerlingenbegeleiding nooit ver weg.

Dit boek is niet enkel een leerboek voor ouders en leerkrachten, maar tegelijk ook een naslagwerk voor mensen uit het onderwijs die zich, zonder zich te moeten verliezen in allerlei theoretische beschouwingen, op een snelle en concrete manier opnieuw willen informeren over bepaalde aspecten van de ontwikkeling. Naast deze hoge informatieve waarde heeft het boek dan ook een didactische meerwaarde. Nog maar zelden las ik een boek over ontwikkelingspsychologie dat zo toegankelijk was. Een absolute aanrader die in elke schoolbibliotheek aanwezig moet zijn.

Bij dit handboek verschenen ook aanvullende materialen, waaronder 4 werkboeken. Deze kunnen nu gratis, mits het aanvragen van een wachtwoord, via de website van LannooCampus worden binnengehaald.

afdrukken

2008.03.16

GOKken op de toekomst

Auteur: Jos Cré (red.)
Titel: GOKken op de toekomst.Het GelijkeOnderwijsKansenbeleid in Vlaanderen.
Uitgeverij: Plantyn
Plaats: Mechelen
Jaar: 2006
Pagina's: 201
ISBN-13: 978-90-301-9045-5
Prijs: € 23,00

gokken op de toekomstIn Vlaanderen is er een hoge correlatie tussen de slaagkansen van een kind op school en de scholingsgraad van zijn ouders of de socio-economische status van zijn gezin. Met andere woorden: veel kinderen van kansarme, laaggeschoolde ouders vallen op school uit de boot. Dit geldt voor zowel de kansarme  kinderen van allochtone afkomst als voor de autochtone kansarme kinderen en jongeren. Het Vlaamse onderwijsbeleid is zich hier meer en meer mee gaan bezighouden. Aanvankelijk gebeurde dit via het onderwijsvoorrangsbeleid, maar sinds 2002 via het beleid voor Gelijke OnderwijsKansen (GOK-beleid). Het boek GOKken op de toekomst brengt dit GOK-beleid, en meer in het bijzonder het geïntegreerd ondersteuningsbeleid, beter in beeld.

Het eerste van de vier delen van het boek situeert het GOK-beleid. Steven Groenez gaat eerst dieper in op de omvang, oorzaken en gevolgen van de ongelijkheid op school aan de hand van de gegevens uit het Cijferboek sociale ongelijkheid in het Vlaamse onderwijs. Hij toont aan dat deze ongelijkheid al van in het kleuteronderwijs aanwezig is doordat kleuters van specifieke bevolkingsgroepen later starten in het kleuteronderwijs en een grotere kans hebben om een jaar langer in het kleuteronderwijs te blijven. In het basisonderwijs uit deze ongelijkheid zich dan vooral in de schoolse vertraging, terwijl in het secundair en hoger onderwijs deze ongelijkheid zich vertaalt naar de studiekeuze. Patrice Caremans vervolgt dit eerste deel met een beschrijving van het zorgbeleid van de Vlaamse overheid dat in 1991 startte met het onderwijsvoorrangsbeleid (OVB), in 1993 aangevuld werd met het Project zorgverbreding voor de basisscholen en in 2000 met het project Bijzondere noden voor secundaire scholen. Deze bijdrage wordt afgesloten met een uitgebreide beschrijving van het GOK-beleid.

In het tweede deel worden er twee visies in verband met GOK uiteengezet. Jos Cré en Luc Driesmans stellen in hun hoofdstuk eerst het probleem van de ongelijke kansen en sociale uitsluiting scherp. Aan de hand van cijfermateriaal tonen ze aan dat kinderen en jongeren uit sociaal zwakkere socio-economische milieus gemiddeld minder goed presteren op school en daardoor ook hun verdere toekomst negatief beladen. In deze groep bakenen ze drie categorieën af: kinderen van allochtone afkomst, kansarme kinderen en kinderen met stoornissen en problemen. Bij deze laatste groep maken ze een belangrijke bedenking. Bepaalde kinderen uit de midden- of hogere klassen krijgen ook bepaalde kansen niet, bijvoorbeeld in het geval van kinderen met drukbezette ouders. Hoewel zij ook recht hebben op ondersteuning, mag men ze niet bestempelen als kansarm. De auteurs gaan in dit deel verder in op de oorzaken van de kansarmoede, zowel binnen als buiten de school. Tot slot onderzoeken ze wat er kan gebeuren - en al gebeurt - om dit probleem op te lossen. Deze oplossingen liggen zowel in de onderwijsvernieuwing als in de ondersteuning van de kansarme gezinnen. Een korte evaluatie van het GOK-decreet sluit dit stuk af. Als aanvulling op Jos Cré en Luc Driesmans geven Gerda Bruneel en Erna Janssens hun visie op de manier waarop GOK kan bijdragen tot een schoolbeleid. Dit stuk is en kort en laat zich moeilijk samenvatten, maar moet zeker door iedereen gelezen worden.

Het derde deel bevat drie uitgebreide praktijkvoorbeelden. In een eerste voorbeeld toont Kris Van den Branden aan hoe men een taalbeleid kan aanwenden om tot gelijke onderwijskansen te komen. Vertrekkend vanuit een brede evaluatie van de beginsituatie waarbij men niet alleen rekening houdt met objectieve testresultaten maar ook met de subjectieve perceptie van alle betrokkenen, dus ook van de ouders en de kinderen, moet men in kaart brengen wat de sterke en zwakke punten zijn van de school op het vlak van een taalbeleid. Op basis hiervan is het dan belangrijk dat men een procesmatig taalbeleid opstelt, waarbij men uitgaat van prioriteiten en secundaire processen.  Ides Nicaise en Lieve Ruelens hebben het in hun bijdrage over de lokale overlegplatforms. Volgens hen zal het een zaak zijn om de verschillende partners te blijven motiveren door brede-schoolinitiatieven. Waarom? Omdat er een aantal valkuilen zijn die van het lokaal overlegplatform geen echt netwerk maken, terwijl een breed netwerk nochtans een krachtig instrument kan zijn. Tot slot van het derde deel geeft Herman Siebens een praktijkvoorbeeld vanuit het KTA van Kapellen. 

Het vierde en laatste deel gaat dieper in op verschillende aspecten van armoede. Jan Vanhee en Dirk Willems hebben het in hun bijdrage over het belang van het ondersteunen van kinderen, ouders en leerkrachten. Centraal daarbij staan de antwoorden op de vragen wat ouders voor hun kind en voor zichzelf verwachten en hoe de scholen daar een antwoord kunnen op geven. Die antwoorden hebben dan meteen ook te maken met de ondersteuning die leerlingen kunnen (moeten) krijgen. Brie De Veirman en Guido Totté hebben het in de laatste bijdrage tot dit blok over de relatie tussen armoede en onderwijs. Aan de hand van verschillende invalshoeken tonen ze aan waarom deze relatie niet altijd gemakkelijk verloopt.

Dit boek geeft een goed en volledig beeld van het GOK-beleid. De lezer maakt relatief snel kennis met het geheel. Hij heeft weinig of geen voorkennis nodig om het te begrijpen. Dit maakt het boek zeer toegankelijk. Na het lezen van het boek beseft men dat het GOK-beleid heel wat kansen biedt, maar zich niet zo eenvoudig laat realiseren. Daarvoor zijn er te veel partners bij betrokken met elk hun verwachtingen, sterke en minder sterke kanten. Het vierde deel is verplichte literatuur voor alle leerkrachten. Het leert hen hoe kansarme mensen tegen de wereld in het algemeen en de school in het bijzonder aankijken. Communicatie en wederzijds respect zijn zeer belangrijk. Alleen zo komen leerkrachten tot een constructieve dialoog met de ouders van kansarme kinderen.

afdrukken

15:23 Gepost door Lieven Coppens in Plantyn | Permalink | Tags: gok, kansarmoede, onderwijskansen, zorg, zorgbeleid, diversiteit | |

2008.03.08

De docent als coach

Auteur: Karin Scager & Bart Thoolen
Titel: De docent als coach in het hoger onderwijs.
Uitgeverij: Noordhoff
Plaats: Groningen
Jaar: 2006
Pagina's: 85
ISBN-13: 978-90-017-0018-7
Prijs: € 24,60

de docent als coachVroeger kon een docent in het hoger onderwijs zich beperken tot het les geven ex cathedra. Deze tijd laten we meer en meer achter ons. Werkvormen als probleemgestuurd, actief en begeleid zelfstandig leren hebben hem definitief van achter de leerstoel weggehaald. Daarnaast heeft de leerling- en studentenbegeleiding op alle niveaus ook een nieuwe dimensie aan zijn opdracht gegeven: hij is niet langer enkel lesgever, hij is ook coach geworden.

In het boekje De docent als coach in het hoger onderwijs hebben de auteurs hun jarenlange expertise op het gebied van het coachen van studenten samengebracht.

Het eerste hoofdstuk gaat precies over deze veranderde rol van de docent. Hiermee onderlijnen ze dat de vakdeskundigheid even belangrijk blijft als vroeger, maar dat er momenteel ook vraag is naar iets er bovenop. Lesgeven is immers een interactief proces geworden tussen docent en student. Het afstandelijke karakter van hun relatie is vervangen door een relatie waarin persoonlijk contact belangrijk is geworden. Nu moeten ze immers ook actief (groeps)-processen en keuzeproblemen begeleiden. Deze nieuwe functie vraagt naast deskundigheid ook nieuwe kwaliteiten van de docent, te weten ondersteunende, structurerende en motiverende vaardigheden.

Coaching vindt plaats door middel van gesprekken. Dit vraagt van de docent een bepaalde houding waarbij hij de problemen niet voor de student oplost maar hem helpt om zelf de oplossing te vinden. Hiervoor is het belangrijk dat elk coachingsgesprek een bepaalde structuur heeft. Deze structuur wordt in het tweede hoofdstuk uitgewerkt. Evenals de drie dimensies die een goed coachingsgesprek heeft.

In het derde hoofdstuk komen de noodzakelijke gespreksvaardigheden aan bod. Heel verrijkend in dit deel zijn de kadertjes met concrete tips bij de verschillende vaardigheden. Sommige lezers zullen hier misschien veel herkennen vanuit een eerdere (basis-)opleiding, maar de manier waarop één en ander belicht wordt, maakt het voor hen zeker ook de moeite waard om dit stuk niet over te slaan.

Het vierde hoofdstuk pakt het coachen van individuele studenten aan. Verschillende soorten coachingsgesprekken passeren de revue, van oriënteringsgesprekken over voortgangsgesprekken naar beoordelingsgesprekken. Het vijfde hoofdstuk gaat hierop verder en belicht het aanpakken van bepaalde specifieke problemen in een coachingsgesprek, zoals daar zijn uitstelgedrag, keuzeproblemen en dergelijke.

De hoofdstukken zes en zeven herhalen de opzet van het vierde en vijfde hoofdstuk, maar nu op het niveau van een groep. In het zesde hoofdstuk komen de meer algemene thema's aan bod zoals het begeleiden van een groepsgesprek, aspecten van groepsontwikkeling en dergelijke meer. Het zevende hoofdstuk pakt enkele specifieke problemen aan zoals conflicten en motivatieproblemen.

In de bijlagen van dit boekje zit er een zeer interessante vragenlijst die de docent laat nagaan op welke manier hij in overleg treedt met een groep. Daarnaast is ook het stukje over de typologie van de uitsteller heel verrijkend.

Dit boekje gaat in sneltreinvaart in op het thema van het coachen van individuele studenten en groepen. In korte stukjes worden de verschillende aspecten verduidelijkt. Als kennismaking kan dit tellen als een vrij volledig overzicht doorspekt met concrete tips en voorbeelden die één en ander heel helder maken. Hierin ligt dan ook de meerwaarde van dit boekje: op weinig bladzijden is de theorie en de context van het coachen helder samengebracht. Het toont niet alleen de meerwaarde van het coachen aan, maar ook de noodzaak van de professionalisering van de docent: niet iedere docent wordt immers met de beschreven kwaliteiten en vaardigheden geboren. Het boekje is specifiek naar het hoger onderwijs geschreven. Dit neemt niet weg dat leerlingenbegeleiders uit het secundair onderwijs hier ook heel veel kunnen aan hebben. Het stuk over het coachen van studenten met specifieke problemen is eveneens relevant voor schoolexterne leerlingenbegeleiders, bijvoorbeeld uit de centra voor leerlingenbegeleiding.

afdrukken

18:29 Gepost door Lieven Coppens in Noordhoff | Permalink | Tags: hoger onderwijs, coachen, leerlingbegeleiding, studentenbegeleiding | |

2008.03.01

Het is ADHD

Auteur: Arga Paternotte & Jan Buitelaar
Titel: Het is ADHD. Alles over de kenmerken, diagnose, behandeling en aanpak thuis en op school.
Uitgeverij: Balans / Bohn Stafleu van Loghum
Plaats: Bilthoven
Jaar: 2007 (derde druk)
Pagina's: 189
ISBN-13: 978-90-313-4564-4
Prijs: € 21,50

het is adhdDit boek van de Nederlandse oudervereniging Balans is een belangrijk naslagwerk voor ouders en leerkrachten die geconfronteerd worden met een kind met ADHD. De auteurs hebben er naar gestreefd om de lezer zo volledig én actueel mogelijk te informeren.

In het eerste deel komt de theoretische kennis aan bod. De auteurs staan niet alleen stil bij de kenmerken, oorzaken en gevolgen van ADHD, maar hebben ook aandacht voor de comorbiditeit ervan met andere stoornissen. Deze onderwerpen worden in een klare en directe taal, eventueel verduidelijkt aan de hand van afbeeldingen, schema's of voorbeelden, uitgelegd. Op deze manier heeft de geïnteresseerde na het lezen van het eerste deel een vrij goed zicht op de huidige kennis over ADHD.

Het tweede deel gaat over het ontdekken en diagnosticeren van ADHD. Een heel belangrijke boodschap die je daarbij tussen de regels door leest, is dat ADHD heel veel verschillende verschijningsvormen heeft en dat niet elke drukke peuter of kleuter automatisch ook ADHD heeft. Hieruit blijkt dat een goede diagnose belangrijk is. Het stukje over de diagnose is geschreven op de Nederlandse situatie, maar maakt meteen ook duidelijk dat in Vlaanderen een dergelijke diagnose moet gesteld worden door een terzake deskundige kinderpsychiater.

Hoe je met een kind met ADHD thuis omgaat, wordt beschreven in het derde deel. Eerst en vooral gaan de auteurs dieper in op het omgaan met de stoornis zelf. Hoe verwerk je het als ouder? Hoe ga je om met het kind met ADHD en zijn brussen? Hoe vertel je het aan anderen dat jouw kind ADHD heeft? Op deze en nog andere vragen formuleren de auteurs een concreet antwoord. Daarnaast is er een afzonderlijk hoofdstukje voorzien over het omgaan met het kind met ADHD. Hier komen thema's aan bod zoals belonen en straffen, het geven van een time-out, het hanteren van regels en structuur en dergelijke.  Zeer belangrijk daarbij zijn ook de Overlevingstips voor ouders die je op bladzijde 61 van het boek kunt vinden en het schema Het verschil tussen een positieve en negatieve benadering op de bladzijden 66 en 67.

Het vierde deel gaat uitgebreid in op het gebruik van medicatie bij ADHD en gaat dieper in op een aantal vragen in verband met de medicatievrije behandelingsmethodes. Zeer interessant in dit deel is dat de auteurs niet alleen blijven stilstaan bij de meest gekende medicatie, maar ook dieper ingaan op de werking van andere soorten medicatie bij ADHD.

Het vijfde deel van dit boek gaat over het gebruik van gedragstherapie bij ADHD. De lezer vindt er uitleg over een aantal mogelijke behandelingen en een aantal interessante bedenkingen daarbij. Dit alles wordt uitgebreid geïllustreerd met een praktijkvoorbeeld.

Het laatste deel van het boek is gewijd aan ADHD en de school. Hierbij wordt het belang van een goede samenwerking tussen de ouders en de leerkracht expliciet benadrukt. Heel belangrijk in dit deel is verder het hoofdstuk dat specifiek geschreven is voor de leerkracht: ADHD in de klas. Het is een katern die door elke leerkracht zou moeten gelezen worden.

Het boek Het is ADHD is een zeer concreet en duidelijk naslagwerk geworden voor ouders en leerkrachten. De inhoudelijke kennis en de praktische adviezen die gegeven worden maken het direct in de praktijk bruikbaar. Een aanrader voor elke schoolbibliotheek.

afdrukken

14:27 Gepost door Lieven Coppens in Balans, Bohn Stafleu van Loghum | Permalink | Tags: ocd, ass, autismespectrum, dcd, ontwikkelingsstoornis, add, adhd, ontwikkeling, pdd-nos, odd, tourette, dyslexie, dyscalculie, tics, ticstoornis | |