2008.04.27

Taalontwikkeling en taalstimulering van peuters en kleuters

Auteur: Sieneke Goorhuis-Brouwer
Titel: Taalontwikkeling en taalstimulering van peuters en kleuters
Uitgeverij: SWP
Plaats: Amsterdam
Jaar: 2007
Pagina's: 104
ISBN-13: 978-90-6665-877-6
Prijs: € 27,50

taalontwikkeling en taalstimulering van peuters en kleutersDe taalverwerving van een mens situeert zich voor het grootste deel in de periode tussen zijn geboorte en de leeftijd van 5 jaar. Daarom is het voor iedereen die beroepsmatig met deze kinderen werkt - en niet in het minst voor de peuter- en kleuterjuf - belangrijk dat hij zicht heeft op dit proces. Enkel op die manier kan er tijdig ingegrepen worden als er iets mis dreigt te gaan.

Dit boek is dan ook een prima studieboek voor iedereen die met kinderen in de leeftijd van 0 tot 5 jaar werkt.  In de eerste drie hoofdstukken wordt de evolutie van de taalontwikkeling op verschillende leeftijden besproken. Het eerste hoofdstuk legt uit hoe in de babyperiode het kind wordt voorbereid op het spreken. Belangrijke aspecten hiervan zijn het luisteren en kijken. Het luisteren laat toe dat het kind de melodie en de klanken van de taal leert kennen.  Het kijken is dan weer een belangrijke factor omdat het kind bijvoorbeeld veel plezier haalt uit het bekijken van de afbeeldingen uit een voorleesboek. Speciale babyboekjes die bijvoorbeeld knisperen zijn ook van belang omdat het kind ze kan voelen, horen en manipuleren.

Het tweede hoofdstuk gaat dieper in op de taalontwikkeling van de peuter en hoe die nog verder kan gestimuleerd worden. Hier komen het eenwoordstadium, het tweewoordstadium en de differentiatiefase aan bod. Aan de hand van heel veel concrete voorbeelden van deze peutertaal heeft de lezer zeer snel door waarover het gaat. Voor elk van deze stadia wordt ook aangegeven hoe de taal concreet kan gestimuleerd worden. Ook hier leiden de vele voorbeelden tot een beter begrip.

De taalontwikkeling van de kleuters is de kern van het derde hoofdstuk.Aan bod komen de ontwikkeling van het grammaticale systeem, de integratie van taal en denken, de spraakmotorische verfijning en de vloeiendheid van spreken. Ook hier krijg je naast de meer theoretische uitleg een pak concrete tips en adviezen om de taal verder te stimuleren.

Het boek Taalontwikkeling en taalstimulering van peuters en kleuters heeft een grote didactische waarde, niet in het minst door de ingesloten DVD die toelaat het taalverwervingsproces doorheen de verschillende leeftijden te volgen en die de minimumnormen voor de verschillende leeftijden nog eens extra benadrukt.

De boeken van uitgeverij SWP worden in België verdeeld door uitgeverij Epo.

afdrukken

12:49 Gepost door Lieven Coppens in SWP | Permalink | Tags: taal, taalontwikkeling, taalstimulering, peuters, kleuters, ontwikkeling, taalverwerving | |

2008.04.19

Eenvoudig aangepast

Auteur: Modem-team
Titel: Eenvoudig aangepast.
Uitgeverij: Modem
Plaats: Wilrijk
Jaar: 2008
Fiches: 127
ISBN-13: -
Prijs: € 15,00

eenvoudig aangepast

Modem geeft deskundige en onafhankelijke informatie en advies over communicatiehulpmiddelen en computeraanpassingen. Alle personen met een beperking kunnen bij Modem terecht voor vragen over communicatiehulpmiddelen, aangepaste software en andere computeraanpassingen. Alleen de doelgroep blinden en slechtzienden kunnen niet in dit centrum terecht. Voor hen bestaan er echter andere centra, vergelijkbaar met Modem. Niet alleen personen met een beperking, maar ook andere betrokkenen (bijvoorbeeld ouders, leerkrachten, begeleiders, ergotherapeuten, logopedisten, kinesisten of maatschappelijk assistenten) kunnen zeker met hun vragen bij Modem terecht.

Adviesverlening en informatieverspreiding zijn de belangrijkste opdrachten van Modem. Dit gebeurt vooral via consultaties in de demonstratieruimte in Wilrijk. Een consultatie kan op verschillende manieren tot stand komen. Eenvoudige vragen (bijvoorbeeld wat de vorderingen zijn binnen het domein van spraakherkenning) kan je telefonisch of via e-mail stellen. Ook documentatie kan je gemakkelijk via deze kanalen aanvragen.

Modem draagt onafhankelijk advies hoog in het vaandel. Het koopt dus de producten aan bij de verschillende firma's. Op die manier vormt het team zich een gefundeerde en neutrale mening over het product.


In de map Eenvoudig aangepast stelt het Modem-team haar expertise beschikbaar aan een ruimer publiek. Omdat het ondervonden heeft dat de kennis van communicatiehulpmiddelen en computeraanpassingen niet voor handen is bij de mensen die ze nodig hebben.

De map is onderverdeeld in vier rubrieken:

  • communicatie
  • computer
  • lezen en schrijven
  • algemeen

In de rubriek communicatie worden de niet-technische en technische communicatiehulpmiddelen , de communicatiesoftware en enkele eenvoudige telefoontoestellen besproken. De rubriek computer bevat dan weer informatie over aanpassingen aan de muis, het toetsenbord, het computerscherm of de programma's zelf. Er is ook aandacht voor het werken met eenfunctieschakelaars in diverse situaties. De rubriek Lezen en schrijven gaat dieper in op allerlei toepassingen die mensen ondersteunen bij het lezen en schrijven. Hier komen diverse klembordlezers en voorleesprogramma's aan bod, maar ook dicteer-, overhoor- en mindmapsoftware. Ook toestellen die niet afhankelijk zijn van een computer zoals de Daisy-speler komen aan bod. In de rubriek Algemeen worden een aantal websites opgesomd en een lijst van verdelers meegegeven.

Doorheen alle rubrieken bestaat de map uit steekkaarten. Per steekkaart wordt er één toepassing besproken. Na de beschrijving kom je, al naargelang de beschikbaarheid of relevantie van de informatie, meer te weten over:

  • de verdeler
  • de kostprijs
  • technische gegevens
  • alternatieve oplossingen
  • aanverwante fiches uit de map
  • complexere producten

Per fiche is zeker de rubriek Informatie van Modem het belangrijkste. Hier komt immers de expertise van het team ten volle tot zijn recht.

Deze map is een voor Vlaanderen uniek naslagwerk dat niet mag ontbreken in elk team of elke instelling die te maken krijgt met kinderen, jongeren en volwassenen met een beperking. Ze geeft hen de mogelijkheid deze mensen nog beter te ondersteunen en te helpen door ze zicht te geven op het gamma aan hulpmiddelen en aanpassingsmogelijkheden. Dit alles voor een zeer democratische prijs.

Deze map is een tijdsdocument. De informatie zal na een tijd achterhaald of verouderd zijn. Modem is zich daar van bewust. In de loop van 2008 zal het team dan ook starten met de website www.eenvoudigaangepast.be waarop de geactualiseerde fiches beschikbaar gesteld zullen worden.

De bestelinformatie vind je op de website van Modem.

afdrukken

2008.04.12

Dit doe je kinderen niet aan

Auteur: Johan Snoeck
Titel: Dit doe je kinderen niet aan. Het begeleiden van kinderen op bezoek bij een stervende
Uitgeverij: LannooCampus
Plaats: Leuven
Jaar: 2004
Pagina's: 112
ISBN-13: 978-90-209-5667-1
Prijs: € 14,95

dit doe je kinderen niet aanIk heb even getwijfeld of ik dit boek aan bod zou laten komen op deze weblog. Ik doe het dan toch omdat de inhoud ervan - kinderen laten afscheid nemen van een stervende - toch relevant is voor leerkrachten, zorgcoördinatoren en directie die vroeg of laat geconfronteerd zullen worden met een dergelijke situatie. In een aantal gevallen zullen de ouders hen op de man af vragen of ze hun kind met een stervende mogen confronteren. Het antwoord van de auteur, Johan Snoeck is hierop klaar en duidelijk ja. Maar dan moet er wel gezorgd worden voor een deskundige begeleiding.

De auteur bevestigt hiermee wat er voor hem al door anderen gezegd werd: door kinderen van een stervende weg te houden, ontneem je hen de kans om afscheid te nemen van iemand van wie ze houden. Volwassenen gaan er te vaak van uit dat het voor een kind niet goed is om daarmee geconfronteerd te worden, juist terwijl de kinderen op hun manier er zeer intens mee bezig zijn.

In zijn eerste hoofdstuk gaat de auteur dieper in op de vragen waarom jongere kinderen (tot 12 jaar) soms vergeten worden als het om het afscheid nemen van een stervende gaat. Ouders willen hun kind beschermen vanuit de eigen onmacht ten op zichte van hun verdriet. Deze beschermende reactie is zonder meer positief, maar de auteur wil in zijn boek aantonen dat het voor een kind (én zijn ouders) beter is als het dat afscheid mag onder ogen zien.

In het tweede hoofdstuk verduidelijkt de auteur eerst een aantal begrippen die hij in zijn boek gebruikt om dan in hoofdstuk 3 in te gaan op een aantal basisinzichten die iemand moet hebben als hij op weg wil gaan met een kind dat geconfronteerd wordt met een stervende. Deze inzichten zijn onder andere:

  • een correct inzicht in de ziekte en de prognose ervan
  • kennis van de gezinssituatie
  • weten hoe kinderen op verschillende leeftijden omgaan met sterven en dood
  • weten hoe men als volwassene kan omgaan met de uitingsvormen van verdriet bij een kind, zoals daar zijn huilen, schuldgevoel, kwaadheid en angst
  • inzien waarom afscheid nemen van een stervende ook voor een kind belangrijk is
  • weten hoe men met de waarheid van het sterven moet omgaan
  • de factoren kennen die het afscheid nemen kunnen bemoeilijken
  • weten hoe men een bezoek aan een stervende moet voorbereiden
  • weten hoe men een kind na het bezoek moet opvangen
  • weten wat je beter niet zegt
  • wat doen als een kind uit een andere cultuur komt

Het vierde hoofdstuk is helemaal gewijd aan een stappenplan om de begeleiding van een kind dat op bezoek gaat bij een stervende te volbrengen. Dit wordt in het volgende hoofdstuk onmiddellijk toegelicht met een aantal concrete gevalsbesprekingen.

Na een kort maar relevant besluit volgen er nog een aantal bijlagen. Zeer interessant hierbij is de uitgebreide en geannoteerde bibliografie van kinderboeken die handelen over het afscheid nemen van iemand die sterft of gestorven is.

afdrukken

15:35 Gepost door Lieven Coppens in LannooCampus | Permalink | Tags: afscheid, rouw, dood, sterven, begeleiding, stappenplan | |

2008.04.05

Groei- en leerlijnen in de kleuterschool

Auteur: Marc Boone
Titel: Groei- en leerlijnen in de kleuterschool
Uitgeverij: Plantyn
Plaats: Mechelen
Jaar: 2008
Pagina's: 424
ISBN-13: 978-90-301-9262-6
Prijs: € 48,00

groei- en leerlijnen in de kleuterschoolVan bij de aankomst in het peuterklasje wordt er werk gemaakt van de groei en de ontwikkeling van de kinderen op de volgende domeinen, elk met hun deelaspecten:

  • de taalontwikkeling
  • de cognitieve ontwikkeling
  • de muzische vorming
  • de initiatie in het aanvankelijk lezen, schrijven en wiskunde
  • de ontwikkeling van het gevoelsleven
  • de lichamelijke opvoeding
  • de zelfredzaamheid

Een kind dat dit traject volledig en goed doorloopt is op het einde van de derde kleuterklas voldoende schoolrijp om over te gaan naar het eerste leerjaar. De auteur toont dit in zijn boek op de bladzijden 16 en 17 perfect aan met zijn schema over de Ontwikkelingsevolutie van de kleuter,  waar hij de evolutie in de taalontwikkeling, de verstandelijke ontwikkeling, de ontwikkeling van het gevoelsleven en de motorische ontwikkeling schetst in een continuüm dat begint bij de peuters en eindigt bij de kenmerken van schoolrijpheid. Hierbij gaat hij meer dan terecht uit van de effectieve kalenderleeftijd van de peuters en kleuters. Bij peuters en kleuters zijn de leeftijdsverschillen in maanden soms zeer groot als het over de verschillen in de ontwikkeling gaat. We krijgen dan ook deze indeling:

  • peuters
  • driejarige
  • vierjarige
  • vijfjarige
  • zesjarige
  • [kenmerken van schoolrijpheid]

Ik wil de waarschuwing van de auteur, die tegelijk ook de filosofie weergeeft van waaruit het boek geschreven is, wel letterlijk herhalen, omdat ze mijns inziens zeer belangrijk is:

We waarschuwen ervoor dat die groeilijnen geen aanleiding mogen zijn tot lesjes geven over... Voor het kind moet alles overkomen als boeiend, uitdagend, onbevangen: spelend leren dus, waarbij je oog hebt voor het welbevinden en een hoge mate van betrokkenheid van het kind. Je hanteert de groeilijnen als een richtsnoer. Het gaat om minimale afspraken die ruimte laten voor de eigen creativiteit en inventiviteit van de leerkracht, voor de inbreng van de kinderen en voor het aanpassen aan het ontwikkelingsniveau van de kleuters. Het geeft de leerkracht een goed en veilig gevoel en het is werkbesparend als hij in een oogopslag kan aflezen wat voor elk van de diverse leergebieden precies verwacht wordt voor elke kleuterleeftijd, wat al werd geïnitieerd en wat eventueel voor een volgende leeftijdscategorie bestemd is. De leer- en ontwikkelingslijnen zijn streefdoelen, noch min noch meer. We forceren niet, stellen geen strikte eisen en weren bovenal het competitieve karakter in de zin van: "Kijk eens Flor wat Aurélie al kan." Flor kan wel aangemoedigd worden om met Aurélie samen te spelen zodat ze van elkaar kunnen leren (blz.19-20).

De verdere meerwaarde van het boek ligt in het feit dat de ontwikkeling van de kinderen geschetst wordt tot op de leefijd van 6 jaar, voor de auteur de kenmerken van schoolrijpheid beschrijft. Dit is nog maar eens een bevestiging van het feit dat het ook de opdracht is van het eerste leerjaar om kinderen schoolrijp te maken. Nog anders gezegd: de kleuterschool moet geen afgewerkt product afleveren aan de lagere school! In die zin is het ook belangrijk dat dit boek zijn weg zou vinden naar de leerkrachten van het eerste leerjaar lager onderwijs.

De auteur begint zijn boek met zijn visie op kwaliteitsvol kleuteronderwijs om daarna in zijn stukje over ontwikkelen en leren in kleuterperspectief een aantal verduidelijkingen en een eerder theoretische aanzet tot het boek te geven. Deze twee hoofdstukken zijn verplichte literatuur voor iedere gebruiker. Daarna legt hij uit hoe dit bronnenboek - want dat is het uiteindelijk - moet gebruikt worden en hoe het concordeert met de officiële ontwikkelingsdoelen voor het kleuteronderwijs.

De volgende hoofdstukken gaan uitgebreid in op de verschillende ontwikkelingsdomeinen en hun deelaspecten. Elk hoofdstuk begint met een aantal didactische beschouwingen die het ook in een ruimer (theoretisch) kader situeren. Deze heldere en beknopte uiteenzetting moet zeker gelezen worden voor een nog beter begrip van het boek. Daarna wordt elk deelaspect praktisch uitgewerkt. Hierbij gaat de auteur zeer gestructureerd te werk. Voor elk deelaspect krijgen we:

  • (D) domeinafbakening: Waarover gaat het?
  • (O) ontwikkelingsdoelen: Welke ontwikkelingsdoelen komen aan bod?
  • (L) leerlijn: Hoe krijgt het deelaspect vorm doorheen de chronologie van de kleuterschool? Deze leerlijn wordt aangevuld met concrete tips voor de klaspraktijk.
  • (B) begrippenlijst: Het situeren van domeinspecifieke begrippen in een bepaalde kleuterklas. Deze rubriek is enkel aanwezig waar nodig.

Hierbij maakt de auteur overvloedig gebruik van illustraties die waar nodig de uitleg veel verhelderen en verlevendigen.

Na deze hoofdstukken gaat Marc Boone dieper in op een gestroomlijnde hoekenwerking doorheen de kleuterschool. In de didactische beschouwingen (D) komen onder andere de klas- en hoekeninrichting, het belang van structuur in de klas en van differentiatie en individualisatie aan bod. Opnieuw is er ruimte voor de ontwikkelingsdoelen (O) en wordt er een leerlijn (L) met tips voor de klaspraktijk uitgewerkt. Het daaropvolgende hoofdstuk over variatie en gradatie in thema's en activiteiten bespreekt de korte- en langetermijnplanning.

Tot slot van het boek gaat de auteur uitgebreid in op de continuïteit in de observatie. Na een korte didactische beschouwing (D) is er veel ruimte gemaakte voor concrete observatieformulieren, zowel voor de open als voor de gesloten observatie.

afdrukken