2008.05.10

Startblokken van basisontwikkeling

Auteur: Frea Janssen-Vos & Bea Pompert
Titel: Startblokken van Basisontwikkeling. Een goed begin voor peuters en jongste kleuters.
Uitgeverij: Koninklijke Van Gorcum/APS
Plaats: Assen/Utrecht
Jaar: 2003
Pagina's: 217
ISBN-13: 978-90-232-3704-4
Prijs: € 33,50

startblokken van basisontwikkelingStartblokken van Basisontwikkeling is een boek dat door iedereen moet gebruikt worden die de ontwikkeling van peuters en kleuters tot 4 jaar actief willen stimuleren. Zeker in die klassen/scholen waar er kinderen uit achterstandssituaties zitten, kan men dit boek heel goed aanwenden. Het boek zelf is slechts één onderdeel van het onderwijsconcept Ontwikkelingsgericht onderwijs zoals het werd uitgewerkt door het Nederlandse onderwijsbureau APS. Wie meer wil weten over dit onderwijsconcept kan en mag contact opnemen met Ellen Zonneveld. Zij geeft je graag alle nodige informatie.

Het uitgangspunt van dit onderwijsconcept is dat je kansen van kinderen niet kunt vergroten door alleen maar uit te gaan van wat ze later zullen nodig hebben in het onderwijs of in de samenleving. Het is de taak van de volwassenen om het hier en nu van die kinderen zo stimulerend, uitdagend en inspirerend te maken en hen te helpen om dat te doen wat ze graag willen doen. Zij zijn als het ware de mediatoren die kinderen helpen en sturen naar de ontwikkelings- en leerprocessen die er aan komen. Een goed begin voor peuters en jongste kleuters betekent dan dat:

  • kinderen geholpen worden om te doen wat ze zelf willen en (bijna) kunnen in activiteiten die gericht zijn op hun persoonsontwikkeling
  • hun betrokkenheid, interesse en motivatie gestimuleerd wordt
  • er bemiddeld wordt tussen wat kinderen zelf belangrijk vinden en wat de volwassene nodig vindt voor een optimale ontwikkeling
  • kinderen, leerkrachten en ouders de ontwikkeling en het leren samen opbouwen

Concreet betekent dit dat de volwassenen meer doen dan enkel maar de ontwikkeling volgen. Ze zijn de ontwikkeling van de kinderen altijd één stap vooruit en leiden hen naar de volgende stap in hun ontwikkeling. Dit betekent dat men uitgaat van een visie waarbij de ontwikkeling van kinderen in doorgaande lijnen wordt uitgezet doorheen de volledige basisschool. En hierin ligt juiste de grote waarde voor kinderen in achterstandssituaties. Door deze kijk op onderwijs krijgen ook zij de stimulans, motivatie en betrokkenheid die ze anders zouden missen. Dit alles wordt nog uitgebreider beschreven in het eerste hoofdstuk.

Het tweede hoofdstuk gaat uitgebreid in op de ontwikkeling van peuters en jongste kleuters. Heel specifiek blijft het stilstaan bij de spelontwikkeling, de sociale ontwikkeling, de taalontwikkeling en de beginnende geletterdheid als de belangrijkste kenmerken van de ontwikkeling. Het derde hoofdstuk beschrijft dan op welke manier dit allemaal kan verwerkt worden in een pedagogisch werkplan. Een van de belangrijktse bouwstenen van dit werkplan zijn de doorgaande lijnen.

Het vierde hoofdstuk bespreekt het activiteitenaanbod voor de peuters en jongste kleuters. De kernactiviteiten voor die periode zijn de spelactiviteiten, het constructief spel en het werken met verhalen, boeken en teksten. De ontwikkelingsperspectieven die hierbij zijn uitgetekend maken voor mij het boek extra waardevol: ze verduidelijken niet alleen waarom men met iets bezig is, maar tonen glashelder aan dat hier de fundamenten gelegd worden voor de volledige latere ontwikkeling. Daarnaast beschrijft men in dit hoofdstuk zeer uitgebreid hoe men dit alles op een praktische manier in de klas kan uitwerken.

Het pedagogisch en didactisch handelen is het onderwerp van het vijfde hoofdstuk. Centraal hierbij staan de volgende aspecten, met als rode draad de actieve betrokkenheid van de leerkracht:

  • een veilige basis en een goed contact
  • het ontwerpen en plannen van activiteiten
  • het organiseren van activiteiten
  • het begeleiden en leiden van activiteiten
  • de taalverwerving en het Nederlands als tweede taal

Dit hoofdstuk is zo rijk dat het zich onmogelijk laat samenvatten.

Het zesde hoofdstuk gaat dieper in op het observeren, registreren en evalueren van de ontwikkeling van de kinderen. Centraal hierbij staan de observatiemodellen: men geeft aan hoe men naar de ontwikkeling kan kijken. Screeningslijsten waarbij men kruisjes moet zetten hebben hierin geen plaats.

Wie zich afvraagt hoe men dit alles moet vorm geven, kan terecht in het zevende hoofdstuk. Hier gaat men dieper in op de organisatie van een dergelijke manier van werken. Hierbij aansluitend gaat het achtste hoofdstuk dieper in op de plaats van de ouders bij dit alles. Het laatste hoofdstuk benadrukt de noodzaak van het verderzetten van deze manier van werken in het vervolgonderwijs.

Dit boek heeft ook het Vlaamse onderwijs heel wat te bieden. Het toont nog maar eens aan dat men vanaf de peuterklas preventief en proactief kan werken. Op die manier is het boek zeker ook aan te bevelen in het kader van de gelijke onderwijskansen. De inhoud zelf is een mooi uitgebalanceerde mengeling van theorie en praktijk en daardoor niet alleen geschikt voor de leerkrachten zelf, maar ook voor alle onderwijsbegeleiders die willen bijdragen tot het stimuleren van de ontwikkeling van jonge kinderen.

afdrukken

12:31 Gepost door Lieven Coppens in APS, Van Gorcum | Permalink | Tags: kleuteronderwijs, ontwikkeling, taalontwikkeling, spelontwikkeling, peuters, kleuters, stimuleren, aps, zorg, observeren, gok | |

De commentaren zijn gesloten.