2008.08.09

Puzzel je slim

Auteur: Marc Boone
Titel: Puzzel je slim. Een praktijkboek voor een zorgbrede aanpak bij kleuters
Uitgeverij: Plantyn
Plaats: Mechelen
Jaar: 2005
Pagina's: 84
ISBN-13: 978-90-301-8592-5
Prijs:  17,50

puzzel je slimHet puzzelen neemt een belangrijke plaats in tijdens de kleuterleeftijd. Dit is het uitgangspunt van dit boek. Tegelijk is er nog geen boek verschenen dat alle kennis rond puzzelsoorten en puzzeldidactiek verenigd. Marc Boone wil in dit praktijkboek de puzzels en het puzzelen in een brede context benaderen. Centraal hierbij staat de directe bruikbaarheid in de praktijk en het toevoegen van een meerwaarde aan de zorgbrede aanpak van kleuters en leerlingen uit het buitengewoon basisonderwijs. In het kort komt de inhoud van het boek hierop neer:

  • het aanreiken van een gevarieerd puzzelaanbod
  • het aanreiken van een geleidelijke aanpak in het leren oplossen van puzzels
  • het geven van suggesties in verband met observatie en evaluatie
  • het geven van suggesties in verband met de differentiatie en het remediëren
  • de horizontale en verticale samenhang bij het puzzelen

Dit alles en nog meer wordt beschreven in het eerste hoofdstuk van het boek. In het tweede hoofdstuk gaat de auteur dieper in op wat puzzelen nu eigenlijk is en welke puzzelvarianten je kunt onderscheiden. Daarbij legt hij duidelijk het raakvlak bloot tussen het puzzelen enerzijds en het associatie- en constructiespel anderzijds. Het derde hoofdstuk gaat kort over de doelen die men bij het puzzelen kan vooropstellen (leergebiedoverstijgend en specifiek). Het vierde hoofdstuk gaat dieper in op de organisatie van een heuse puzzelhoek in de klas.

Het vijfde hoofdstuk gaat uitgebreider in op het leren puzzelen, de puzzelinitiatie: hoe breng je het puzzelen aan bij jongste kleuters, bij in hun ontwikkeling bedreigde kleuters en bij kinderen uit het buitengewoon onderwijs. Hierbij staan de volgende punten centraal:

  • een puzzelopdracht begrijpen
  • de relatie zien tussen een deel en het geheel

Het zesde hoofdstuk gaat daar verder op in en gaat over de strategieën bij het puzzelen. Centraal staat de vraag hoe je bij probleemkinderen de lukrake pogingen kunt vervangen door doelgerichte acties. Onderdelen die aan bod komen zijn de voorbereiding, de systematiek en de zelfcontrole. Zoals zoveel dingen moet je puzzelen geleidelijk aanleren. Gradatie in moeilijkheidsgraad is nodig. Deze moeilijkheidsgraad wordt niet alleen bepaald door het aantal puzzelstukken, maar ook door andere aspecten. Dat lees je in het zevende deel.

De hoofdstukken 8 en 9 gaan over de puzzels in de kleuterschool: welke zijn er allemaal aanwezig en welke komen er in welke kleuterklas aan bod. Deze inventaris en de afspraken erbij zijn noodzakelijk om doorheen de kleuterschool een gradatie te kunnen waarborgen. Een onontbeerlijke afspraak is zeker de aanduiding van de moeilijkheidsgraad voor de kleuters: zij moeten zelf hun puzzelniveau kennen en kunnen ervaren.

Het tiende hoofdstuk geeft praktische informatie over het observeren en evalueren bij het puzzelen. Door een goede registratie behoud je als kleuterleidster het overzicht over welke kleuter welke puzzel op welke manier heeft gedaan en (zeker bij de oudste kleuters) hoe hij die zelf heeft ervaren. Het elfde hoofdstuk vult dit aan met suggesties in verband met de differentiatie en het remediëren. Het twaalfde hoofdstuk toont aan hoe kleuters zelf puzzels kunnen aanmaken en wat daar de waarde van is. Het dertiende hoofdstuk geeft een uitgebreide en geannoteerde puzzelinventaris.

afdrukken

18:13 Gepost door Lieven Coppens in Plantyn | Permalink | Tags: zorg, kleuters, kleuteronderwijs, didactiek, puzzels, puzzelen, ontwikkelingsbedreigd, buitengewoon onderwijs | |

De commentaren zijn gesloten.