2008.08.29

NLD gewoon anders

Auteur: Sandra Broekmans en Ivon Jacobs
Titel: NLD gewoon anders. Praktijkgids voor leerkrachten, hulpverleners en ouders.
Uitgeverij: Acco
Plaats: Leuven/Voorburg
Jaar: 2008
Pagina's: 384
ISBN-13: 978-90-334-6919-0
Prijs: € 30,00

nld gewoon anders. praktijkgids voor leerkrachten, hulpverleners en oudersLaten we de discussie of het een niet-verbale leerstoornis of een visueel-ruimtelijke stoornis is even vergeten. Zoals het voor elke leerstoornis geldt, is de taakgerichte aanpak belangrijker dan de naam. Hiermee komen we dan meteen bij de verdienste van dit boek. Met als ondertitel Praktijkgids voor leerkrachten, hulpverleners en ouders geeft het een goed inzicht in de problemen die mensen met een niet-verbale leerstoornis dagelijks ervaren en heel veel tips en aanzetten voor een goede taakgerichte aanpak. Ik laat het boek zelf spreken:

Bovendien kan men zich afvragen of het geven van een naam of het passen binnen een stoornis zo belangrijk is voor mensen met kenmerken van NLD. Voor ouders, leraren en hulpverleners geldt in ieder geval dat het profiel van vaardigheden en tekorten voldoende aanknopingspunten biedt om verdere hulp en ondersteuning te bieden en deze kinderen verder te helpen in hun ontwikkeling (blz.29).

In een eerste deel omschrijven de auteurs het fenomeen van de niet-verbale leerstoornis. Ze leggen uit wat de stoornis met zich meebrengt aan vaardigheden en tekorten en geven een overzicht van de verschillende kernproblemen die deze stoornis juist tot een syndroom maken. Over de mogelijke oorzaken wordt er slechts kort iets gezegd, ook al omdat er nog veel niet duidelijk is. Verder beschrijven ze de informatieverwerking van de hersenen zodat men de niet-verbale leerstoornis als een stoornis in die informatieverwerking beter kan begrijpen. Na dit alles beschrijven ze de signalen die erop kunnen wijzen dat iemand een niet-verbale leerstoornis heeft en gaan ze uitgebreid in op het diagnosticeren ervan. Hierbij gaan ze dieper in op de overeenkomsten die de niet-verbale leerstoornis lijkt te hebben met andere stoornissen.

Het tweede deel is meteen veel concreter en beschrijft hoe personen met een niet-verbale leerstoornis leren. Zeer interessant daarbij is het opdelen van het leren in tien concrete stappen. Alleen dit deel al is de moeite om door iedere leerkracht gelezen te worden. 

In het derde deel komt de pedagogische begeleiding aan bod. In welke mate moeten ouders, leerkrachten en hulpverleners hun begeleiding aanpassen aan de noden van iemand met een niet-verbale leerstoornis en welke pedagogische stijl meten ze zich daarbij het beste aan?

Het meest uitgebreide deel is dat over de niet-verbale leerstoornis in het onderwijs. Dit deel kan als het ware uit het boek gehaald worden als voorlichtingsbrochure voor elke leerkracht uit het basis- en voortgezet onderwijs. Na het illustreren van de impact van een niet-verbale leerstoornis op het in-de-klas-bestaan van een kind en de signalen die men kan opvangen dat het verkeerd loopt, gaat het heel uitgebreid in op de aanpassingen die in het onderwijs kunnen gebeuren zodat het meer afgestemd is op de leerling met deze stoornis. Deze aanpassingen situeren zich op de volgende vlakken:

  • Pedagogische aanpassingen
  • Aanpassingen van de pedagogische stijl van de leerkracht
  • Didactische aanpassingen
  • Aanpassingen van de leerstof
  • De sociaal-emotionele ondersteuning

Met andere woorden: wie op zoek is naar sticordi-maatregelen kan hier heel veel leren.

Verder in het vierde deel worden de verschillende leervakken bekeken in het licht van de niet-verbale leerstoornis en gaat men dieper in op aspecten van werkhouding en motivatie. Ook de overgang naar het voortgezet onderwijs en het functioneren in het voortgezet onderwijs worden van nabij bekeken.

Het vijfde deel staat helemaal in het teken van de hulpverlening aan iemand met een niet-verbale leerstoornis en zijn omgeving. Er wordt gekeken naar de belangrijkste probleemvelden en hoe men daarbinnen oplossingen kan aanreiken en aanleren.

Het zesde deel richt zich concreet op een aantal belangrijke hulpvragen van ouders. De aandachtige lezer zal merken dat er geregeld - en ergens is dat vanzelfsprekend - een overlapping is met de tips en adviezen die gegeven worden aan het onderwijs. Verder is er ook aandacht over de rol die familieleden kunnen spelen en voor een aantal specifieke thema's, waaronder dat van medicatie en de niet-verbale leerstoornis.

Het zevende deel bestaat uit een geannoteerde verzameling van boeken en materialen in verband met deze stoornis.

Het boek is zeer uitgebreid en zou daardoor mensen kunnen afschrikken om het te lezen. Door de vele praktische tips en suggesties en de vele concrete voorbeelden leest het boek echter zeer vlot. Leerkrachten en hulpverleners die kiezen voor een taakgerichte aanpak van de problematiek vinden hier zeker hun gading.

afdrukken

22:50 Gepost door Lieven Coppens in Acco | Permalink | Tags: tics, ticstoornis, zorg, nld, stimuleren, add, adhd, dcd, ontwikkelingsdyspraxie, syndroom, vsld, tourette, dyscalculie, compenseren, remedieren | |

2008.08.23

Pictogrammenwoordenboek

Auteur: Netoverschrijdende samenwerking van zorgleerkrachten uit de verschillende Kortrijkse basisscholen, het Provinciaal Integratiecentrum en het Onderwijsopbouwwerk van de stad Kortrijk
Titel: Pictogrammenwoordenboek
Uitgeverij: die Keure
Plaats: Brugge
Jaar: 2008
Pagina's: 96
ISBN-13: 978-90-866-1887-3
Prijs: € 4,00

pictogrammenwoordenboekHet pictogrammenwoordenboek wil de communicatie tussen de school en anderstalige ouders versterken in het belang van het kind. Het kwam tot stand door een netoverschrijdende samenwerking van zorgcoördinatoren uit de verschillende Kortrijkse basisscholen, het Provinciaal Integratiecentrum en het Onderwijsopbouwwerk van de stad Kortrijk.

Centraal staan 160 pictogrammen die een school kan gebruiken om mededelingen aan anderstalige ouders te doen via agenda, brieven en dergelijke meer. Onder elk pictogram staat de betekenis ervan in deze vreemde talen:

  • Albanees
  • Arabisch
  • Armeens
  • Bulgaars
  • Chinees
  • Duits
  • Engels
  • Fins
  • Frans
  • Georgisch
  • Grieks
  • Hongaars
  • Italiaans
  • Kazachs
  • Lets
  • Perzisch
  • Pools
  • Portugees
  • Roemeens
  • Russisch
  • Servisch
  • Slowaaks
  • Somalisch
  • Spaans
  • Thais
  • Turks
  • Urdu
  • Vietnamees
  • Zweeds

 De pictogrammen zijn ingedeeld in 4 categorieën:

  • Meebrengen
  • We gaan op uitstap
  • Mededelingen
  • Ouders op school

Het is de bedoeling dat de anderstalige ouders over dit woordenboekje beschikken en dat de school de pictogrammen gebruikt in haar communicatie. Het woordenboekje zelf kost heel weinig en de pictogrammen kunnen via de website van de uitgever gratis van het Internet gehaald worden en zijn klaar om op de computer gebruikt te worden.

Aangezien de schoolbetrokkenheid van ouders een zeer belangrijke factor is in het effectief realiseren van de gelijke onderwijskansen enerzijds en het leersucces van de leerling anderzijds, kan ik het gebruik van het pictogrammenboekje alleen maar aanraden. Ik wilde alle talen die het boekje gebruikt in deze korte bespreking nog eens duidelijk vermelden omdat ik ze zelf niet meteen weervond op de website van de uitgever.

Goed om weten: bij grote bestellingen kunnen de woordenboekjes door de uitgeverij gepersonaliseerd worden. Anders is er op elk boekje een witte ruimte uitgespaard voor de schoolstempel.

afdrukken

23:00 Gepost door Lieven Coppens in die Keure | Permalink | Tags: ouders, anderstaligen, gok, zorg, taal, pictogrammen, communicatie | |

2008.08.15

Cognitieve problemen bij kinderen en adolescenten

Auteur: Maurice Berger
Titel: Cognitieve problemen bij kinderen en adolescenten. Samenspel van kennis en gevoel.
Uitgeverij: LannooCampus
Plaats: Leuven
Jaar: 2008
Pagina's: 232
ISBN-13: 978-90-209-6549-0
Prijs: € 29,95

cognitieve problemen bij kinderen en adolescentenDe cognitieve ontwikkeling van kinderen is onlosmakelijk verbonden met het beeld dat kinderen van zichzelf en de wereld hebben. Dit beeld wordt onbewust opgebouwd aan de hand van hun lichamelijke gewaarwordingen. Dit vat Maurice Berger samen in zijn centrale hypothese dat de mens in grote mate van zijn lichaam leert. Deze hypothese wordt op de achterflap van het boek geïllustreerd met het volgende voorbeeld:

De 13-jarige Maria denkt dat een stuk boetseerklei zwaarder weegt wanneer het in stukken wordt getrokken dan wanneer het de vorm heeft van een vlakke kei. Maria heeft tijdens de eerste jaren van haar leven honger geleden, tot haar ouders overleden toen ze vier was. Nadien bleek ze bezeten van het idee om elk gerecht met haar zus te delen. Voor Maria is er dus meer voedsel als het wordt gedeeld, omdat verschillende mensen dan hun honger kunnen stillen. Therapiewerk toont aan dat dit een mogelijke hypothese is voor haar leerprobleem.

Maurice Berger, psychoanalyticus, heeft rond deze relatie tussen kennis en gevoel en de blijvende invloed van ernstige hechtingsproblemen zijn therapie opgebouwd. Hij is hoogleraar aan de universiteit van Lyon II en dienst-hoofd van de psychiatrische afdeling voor kinderen en adolescenten aan het Universitair Medisch Centrum van Sint-Etienne.

In dit boek gaat Berger dieper in op het thema van de leerstoornissen. In de inleiding schetst hij het kader waar-binnen dit boek moet begrepen worden. De mens leert in grote mate met zijn lichaam en heeft fysieke percepties nodig om te leren. Als kind ziet de mens zich voortdurend geplaatst voor cognitieve raadsels die hij moet oplossen in relatie tot de buitenwereld. Wanneer deze raadsels niet opgelost worden, laten ze hun sporen na in het verdere leven, onder andere op het vlak van het leren.

Op basis van zijn theorie komt Maurice Berger tot de volgende indeling van soorten leermoeilijkheden:

  • leerstoornissen door moeilijkheden in de zelfvoorstelling, die de overhand krijgen wanneer het lichaam van het kind op een zwakke of chaotische manier door zijn omgeving werd verzorgd. Hiermee overlappend is ook de problematiek van de zelfonderschatting en zelfoverschatting.
  • leerstoornissen door een moeilijke toe-eigening, die zich voordoen als het lichaam van het kind te sterk benaderd of geforceerd werd.

Tot slot geeft hij in de inleiding een woordje uitleg bij de mogelijke therapeutische behandeling van deze proble-men. Twee algemene principes zijn hier zeer belangrijk. Het eerste is dat men de vastgestelde moeilijkheden goed moet begrijpen en de gevolgen ervan moet aanvaarden, het andere dat de behandeling vaak veel ingewikkelder is dan men zou willen. Hierop aansluitend heeft Berger het ook over een aantal mythen bij de aanpak van cognitieve moeilijkheden:

  • mythe 1: je moet elk kind autonoom maken. Dat is niet zo: bepaalde kinderen hebben nu eenmaal een lager niveau om de wereld in te schatten dan hun leeftijdsgenoten.
  • mythe 2: je kunt kinderen niet van buitenaf veranderen door hen in normale activiteiten te integreren of hen dingen te laten doen in de hoop dat die hun zelfbeeld zullen veranderen.
  • mythe 3: pedagogische aandacht valt niet onder opvoedkundig werk. Verkeerde redenering: sommige kinderen hebben deze pedagogische aandacht net nodig om te kunnen leren.

 Dit alles vertaalt hij naar een psychoanalytisch behandelingsmodel.

Het eerste deel van het boek gaat dieper in de op de leerstoornissen die veroorzaakt worden door moeilijkheden in de zelfvoorstelling. Aan de hand van uitgebreide gevalsstudies wordt er verduidelijking gegeven over deze soort van problemen. In het tweede deel doet de auteur hetzelfde voor de leerstoornissen die veroorzaakt worden door een moeilijke toe-eigening.

Het derde deel staat in het teken van het remediëren en de pedagogie.  Het remediëren op zich is succesvol omdat het een globale of analytische aanpak biedt voor een cognitief probleem en omdat het een relationeel karakter heeft. Daar zijn echter twee risico's aan verbonden. Een eerste is het niet komen tot transfer, juist omwille van dat relationele karakter waardoor de resultaten verbonden zijn met de persoon die remedieert. Een ander risico is de mogelijkheid dat er problemen boven komen die buiten het domein van het remediëren vallen en psychische (psychiatrische) hulp vragen. Op het vlak van de pedagogie worden er dan soms weer eisen gesteld die binnen een gewone klas niet haalbaar zijn.

Het vierde deel handelt over neurologische ontwikkelingsstoornissen bij het leren en psychotische disharmonieën. In dit deel wordt het psychoanalytisch werk bij de behandeling van leerproblemen uitgebreid en aan de hand van concrete gevalsstudies toegelicht.

Dit boek werpt een boeiende kijk op leer- en ontwikkelingsproblemen. Het voegt op zijn minst een aantal ver-klarende en indicerende hypothesen toe aan het denken over deze problemen. Het toont eens te meer aan dat de psychoanalyse een bepaalde woordenschat, een bepaalde visie heeft die toelaat dingen te vatten en bespreekbaar te maken die anders niet of te weinig onder woorden gebracht (kunnen) worden. Door de talrijke voorbeelden en uitgebreide gevalsstudies is het boek toegankelijk voor iedere lezer, hoewel voorkennis van de psychoanalytische begrippen en concepten zeker een pluspunt is.

afdrukken

2008.08.09

Kleuters met extra zorg

Auteur: Marc Boone
Titel: Kleuters met extra zorg. Een werkboek vol handelingsplannen
Uitgeverij: Plantyn
Plaats: Mechelen
Jaar: 2006
Pagina's: 165
ISBN-13: 978-90-301-8195-8
Prijs: € 39,50

kleuters met extra zorgZoals de ondertitel van het boek aangeeft, krijgt men met dit boek een verzameling handelingsplannen aangereikt waarmee men aan de slag kan. De auteur, inspecteur Marc Boone, schreef dit boek vanuit zijn ervaring dat kleuterleidsters er vaak alleen voor staan nadat hun kleuters werden getest of geobserveerd en besproken. De handelingsplannen uit dit boek zijn geordend volgens deze probleemgebieden:

  • wiskundige initiatieleesinitiatie
  • grove en fijne motoriek
  • taal- en spraakontwikkeling
  • cognitieve ontwikkeling
  • sociaal-emotionele ontwikkeling
  • spel- en werkhouding 

De structuur van het boek is voor elk probleemgebied gelijk: na een voorstel van diagnostische observatie komen de handelingsplannen. De diagnostische observatie gaat uit van concrete vaardigheden die kleuters moeten beheersen op een bepaalde leeftijd. Deze vaardigheden zijn verdeeld over drie leeftijden: 3, 4 en 5 jaar. De kleuterleidster duidt bij het begin van het schooljaar (of bij de instap van de kleuter) de beginsituatie aan en kruist daarna aan wanneer de kleuter het gewenste niveau heeft bereikt (1e, 2e of 3e trimester). Elke vaardigheid uit de diagnostische observatie is gekoppeld aan een remediëringsvoorstel uit het boek. De kleuterleidster kan dus meteen aan de slag.

De diagnostische observaties bij elk probleemgebied zijn op verschillende manieren interessant. Enerzijds kunnen ze gebruikt worden om de individuele ontwikkeling van de kinderen gedurende de ganse kleuterschool te volgen waarbij een te asynchrone ontwikkeling zeker zal opvallen. Anderzijds kunnen deze diagnostische observaties ook gebruikt worden om de ernst van een eventuele ontwikkelingsachterstand beter in te schatten en om te bepalen of het probleem nog door de interne zorg kan aangepakt worden of niet. In dat laatste geval zal ze dan ook de verwijzing naar een externe hulpverlener ondersteunen. De observatiebladen zijn een onmisbaar onderdeel van het leerlingendossier dat opgestart wordt voor de driejarigen en verder ingevuld wordt door de kleuterleidsters van de hogere klasjes.

De handelingsplannen op zich spitsen zich telkens toe op bepaalde deelaspecten van de probleemgebieden. Deze deelsaspecten komen overeen met de remediëringsvoorstellen waarnaar er in de diagnostische observatie verwezen wordt. Deze worden steeds toegelicht in een kort woordje vooraf. Hierin wordt het belang van het deelaspect aangetoond, het verband gelegd met andere ontwikkelingsaspecten, een bepaalde leerlijn verantwoord en dergelijke meer. Na dit woordje vooraf krijgt de kleuterleidster een lijst van concrete activiteiten die ze met de kleuters voor wie het nodig is kan doen. Deze activiteiten worden aangevuld met tips in verband met instructie, materiaalgebruik en dergelijke meer.

Dit boek is één van de basiswerken die in de bibliotheek van de kleuterschool moet aanwezig zijn.

afdrukken

Puzzel je slim

Auteur: Marc Boone
Titel: Puzzel je slim. Een praktijkboek voor een zorgbrede aanpak bij kleuters
Uitgeverij: Plantyn
Plaats: Mechelen
Jaar: 2005
Pagina's: 84
ISBN-13: 978-90-301-8592-5
Prijs:  17,50

puzzel je slimHet puzzelen neemt een belangrijke plaats in tijdens de kleuterleeftijd. Dit is het uitgangspunt van dit boek. Tegelijk is er nog geen boek verschenen dat alle kennis rond puzzelsoorten en puzzeldidactiek verenigd. Marc Boone wil in dit praktijkboek de puzzels en het puzzelen in een brede context benaderen. Centraal hierbij staat de directe bruikbaarheid in de praktijk en het toevoegen van een meerwaarde aan de zorgbrede aanpak van kleuters en leerlingen uit het buitengewoon basisonderwijs. In het kort komt de inhoud van het boek hierop neer:

  • het aanreiken van een gevarieerd puzzelaanbod
  • het aanreiken van een geleidelijke aanpak in het leren oplossen van puzzels
  • het geven van suggesties in verband met observatie en evaluatie
  • het geven van suggesties in verband met de differentiatie en het remediëren
  • de horizontale en verticale samenhang bij het puzzelen

Dit alles en nog meer wordt beschreven in het eerste hoofdstuk van het boek. In het tweede hoofdstuk gaat de auteur dieper in op wat puzzelen nu eigenlijk is en welke puzzelvarianten je kunt onderscheiden. Daarbij legt hij duidelijk het raakvlak bloot tussen het puzzelen enerzijds en het associatie- en constructiespel anderzijds. Het derde hoofdstuk gaat kort over de doelen die men bij het puzzelen kan vooropstellen (leergebiedoverstijgend en specifiek). Het vierde hoofdstuk gaat dieper in op de organisatie van een heuse puzzelhoek in de klas.

Het vijfde hoofdstuk gaat uitgebreider in op het leren puzzelen, de puzzelinitiatie: hoe breng je het puzzelen aan bij jongste kleuters, bij in hun ontwikkeling bedreigde kleuters en bij kinderen uit het buitengewoon onderwijs. Hierbij staan de volgende punten centraal:

  • een puzzelopdracht begrijpen
  • de relatie zien tussen een deel en het geheel

Het zesde hoofdstuk gaat daar verder op in en gaat over de strategieën bij het puzzelen. Centraal staat de vraag hoe je bij probleemkinderen de lukrake pogingen kunt vervangen door doelgerichte acties. Onderdelen die aan bod komen zijn de voorbereiding, de systematiek en de zelfcontrole. Zoals zoveel dingen moet je puzzelen geleidelijk aanleren. Gradatie in moeilijkheidsgraad is nodig. Deze moeilijkheidsgraad wordt niet alleen bepaald door het aantal puzzelstukken, maar ook door andere aspecten. Dat lees je in het zevende deel.

De hoofdstukken 8 en 9 gaan over de puzzels in de kleuterschool: welke zijn er allemaal aanwezig en welke komen er in welke kleuterklas aan bod. Deze inventaris en de afspraken erbij zijn noodzakelijk om doorheen de kleuterschool een gradatie te kunnen waarborgen. Een onontbeerlijke afspraak is zeker de aanduiding van de moeilijkheidsgraad voor de kleuters: zij moeten zelf hun puzzelniveau kennen en kunnen ervaren.

Het tiende hoofdstuk geeft praktische informatie over het observeren en evalueren bij het puzzelen. Door een goede registratie behoud je als kleuterleidster het overzicht over welke kleuter welke puzzel op welke manier heeft gedaan en (zeker bij de oudste kleuters) hoe hij die zelf heeft ervaren. Het elfde hoofdstuk vult dit aan met suggesties in verband met de differentiatie en het remediëren. Het twaalfde hoofdstuk toont aan hoe kleuters zelf puzzels kunnen aanmaken en wat daar de waarde van is. Het dertiende hoofdstuk geeft een uitgebreide en geannoteerde puzzelinventaris.

afdrukken

18:13 Gepost door Lieven Coppens in Plantyn | Permalink | Tags: zorg, kleuters, kleuteronderwijs, didactiek, puzzels, puzzelen, ontwikkelingsbedreigd, buitengewoon onderwijs | |