2008.10.25

Praten met kinderen en jongeren in crisissituaties

Auteur: Nicolas J. Long, Mary M. Wood & Frank A. Fecser
Titel: Praten met kinderen en jongeren in crisissituaties
Uitgeverij: LannooCampus
Plaats: Leuven
Jaar: 2003
Pagina's: 288
ISBN-13: 978-90-209-5945-1
Prijs: € 36,50

praten met kinderen en jongeren in crisissituatiesDit boek geeft een introductie tot de methodiek van de Life Space Crisis Intervention (LSCI). Dit is een verbale interventiemethodiek voor jongeren en kinderen die gedragsproblemen vertonen omdat ze in een crisis zitten. Deze crisis ontstaat wanneer een kind of jongere door een stressvol incident in conflict komt met leeftijdsgenoten, opvoeders of leerkrachten en gaat vaak gepaard met heftige emoties. Het begrip conflict moet hier begrepen worden als het moment waarop de noden van het kind of de jongere tegengesteld is aan het aanbod uit zijn omgeving. Via een interventie in een zestal stappen probeert men in deze crisis tussen te komen om enerzijds het gedrag van het kind of de jongere te veranderen, maar anderzijds ook om zijn zelfwaardegevoel te verhogen, de eigen angst te verminderen en het inzicht in het eigen gedrag en dat van anderen te verhogen.

In het eerste deel van dit boek beschrijven de auteurs de conflictcyclus. Deze moet je eerst herkennen alvorens je hem kunt aanpakken en doorbreken. De conflictcyclus heeft een viertal hoofdkenmerken:

  1. Een gebeurtenis is stresserend voor een jongere. Deze gebeurtenis wordt beïnvloed door het zelfbeeld van de jongeren en zijn irrationele opvattingen maar beïnvloedt deze op zijn beurt.
  2. Deze stressvolle gebeurtenis lokt bij de jongere bepaalde emoties uit, niet in het minst angst.
  3. Deze emotionele reacties zorgen bij de jongere voor defensief gedrag.
  4. Het gedrag van de jongere heeft zijn invloed op het gedrag van volwassenen en leeftijdsgenoten.

Wanneer de conflictsituatie niet bij de eerste keer doorbroken wordt, dan wordt het een escalerende spiraal, wordt de crisis enkel maar groter. Men kan de crisis ontladen door op elk van de vier hoofdkenmerken in te werken:

  1. Men kan de stress aanpakken.
  2. Men kan de gevoelens van de jongere aanpakken.
  3. Men kan het gedrag van de jongere aanpakken.
  4. Men kan het gedrag van de volwassenen en zijn leeftijdsgenoten aanpassen.

Het tweede deel gaat dieper in op de drie diagnostische fasen en de drie fasen die in zich nieuwe kansen bieden voor de jongere.  Deze zien er als volgt uit:

  1. diagnostische fasen:
    1. de emoties ontladen
    2. de tijdlijn van het conflict reconstrueren aan de hand van vragen zoals wat, waar, met wie...
    3. vaststellen van de doelen op korte en lange termijn
  2. fasen van de nieuwe kansen:
    1. komen tot inzicht
    2. verkennen en aanleren van nieuwe vaardigheden
    3. het geleerde toepassen binnen de dagdagelijkse groep (transfer)

Elk van deze 6 fasen heeft zijn eigen doel en vraagt van de hulpverlener zeer specifieke vaardigheden. Dit wordt allemaal in het boek duidelijk uitgelegd en uitvoerig geïllustreerd met casuïstiek. Ook worden de signalen dat er kan overgegaan worden naar een volgende fase expliciet gemaakt. Voortdurend is men ook alert voor mogelijke valkuilen die het proces kunnen hinderen of doen mislukken. Ook deze worden uitdrukkelijk vernoemd.

Het derde deel illustreert hoe de methodiek gebruikt kan worden bij zes vormen van zelfdestructief gedrag, zoals daar is:

  1. het herorganiseren van de eigen waarneming door de jongere van de realiteit
  2. het bepalen van de stressbron
  3. het op een zachte manier confronteren met onaanvaardbaar gedrag
  4. het opbouwen van bepaalde waarden om de zelfbeheersing te vergroten
  5. het aanleren van nieuwe sociale vaardigheden
  6. het leren vaststellen van eigen grenzen

Bij elk van deze interventies omschrijft men duidelijk de rol van de volwassene en het soort jongeren dat baat heeft bij een dergelijke interventie. Dit alles wordt telkens verduidelijkt met een voorbeeld.

Een zevende interventie verdient het om afzonderlijk vermeld te worden. Deze is helemaal gewijd aan de rol van de volwassene bij het voortduren van het conflict en de manier waarop Life Space Crisis Intervention (LCSI) ook voor hen kan aangewend worden.

Een boek kan nooit een opleiding of training vervangen. Ook met dit boek is dit zo. Dat neemt niet weg dat het een zeer uitgebreide en praktische inleiding is die tegelijkertijd ook een waardevolle handleiding kan zijn voor wie start met een training in deze methodiek. Ook los van een typische behandelsessie is dit een verrijkend boek. Het leert hulpverleners op een andere manier kijken naar gedragsproblemen bij kinderen en jongeren en de aanpak ervan. Het toont hen nog maar eens dat ze zich moeten blijven hoeden voor bepaalde valkuilen die er voor zorgen dat bepaalde conflictsituaties blijven voortduren.

afdrukken

18:46 Gepost door Lieven Coppens in LannooCampus | Permalink | Tags: gedrag, conflict, crisis, interventie | |

De commentaren zijn gesloten.