2008.10.31

Lezen om te weten

Auteur: Anita Wuestenberg
Titel: Lezen om te weten. Werken met informatieve boeken in de basisschool.
Uitgeverij: Plantyn
Plaats: Mechelen
Jaar: 2004
Pagina's: 64
ISBN-13: 978-90-301-8296-2
Prijs: € 15,50

lezen om te weten. werken met informatieve boeken in de basisschool.Het boek Lezen om te weten. Werken met informatieve boeken in de basisschool, was eerder ook een bijdrage tot de Praktijkgids voor de basisschool van dezelfde uitgeverij. Het blijft brandend actueel omdat het over een thema gaat dat vandaag de dag nog steeds aan belang wint en tegelijkertijd nog te vaak onderschat wordt: het thema van de informatiegeletterdheid. Of anders gezegd: Waar halen we vandaag de dag onze informatie? Welke informatie weerhouden we? Hoe verwerken we deze informatie? Wat doen we met deze informatie?

Dit boek bekijkt enkel het onderdeeltje van de informatieve kinderboeken. Omdat de auteur er van overtuigd is dat kinderboeken hun plaats zullen blijven behouden thuis en op school. Ook met het Internet als concurrent. Omdat de informatie op het Internet niet altijd afgestemd is op maat van de kinderen. Ook omdat niet alle kinderen van thuis uit spontaan met (informatieve) boeken in aanraking komen en daardoor de specifieke vaardigheden en strategieën niet deducerend zullen leren. Het kan een optie zijn van het gelijke onderwijskansenbeleid op school om de kansarme leerlingen via informatieve kinderboeken deze vaardigheden en strategieën toch aan te leren. Deze kunnen ook gebruikt worden om informatie op het Internet terug te vinden. Mits ze aangevuld worden met een aantal Internetspecifieke vaardigheden en strategieën.

Het boek van Anita Wuestenberg bestaat uit 4 delen. In het eerste deel gaat de auteur met haar lezers op verkenning in de wereld van de informatieve boeken. Je leert niet alleen wat een informatief boek is en welke soorten informatieve boeken er bestaan, maar ook waaraan men een goed informatief boek kan herkennen. Diverse criteria passeren de revue zoals het taalgebruik, de illustraties het evenwicht tussen feiten en fictie, de structuur en de betrouwbaarheid van het boek. Bij de betrouwbaarheid van het boek gaat het onder meer over het gebruiken van recente en niet-verouderde informatie en het weergeven van verschillende visies over een bepaald maatschappelijk onderwerp.

In het tweede deel beschrijft de auteur hoe een leerkracht zijn leerlingen informatieve boeken in de klas kan leren gebruiken. Hierbij gaat ze verder dan leesbevorderende en leesmotiverende activiteiten alleen. De vijf voornaamste deelvaardigheden die je nodig hebt om informatieve boeken goed te gebruiken, worden hier duidelijk omschreven en geïllustreerd zijn. Het zijn:

  • het gericht zoeken
  • het gebruik van een inhoudsopgave
  • het kunnen gebruiken van registers
  • de functies van illustraties begrijpen
  • inzicht hebben in de structuur van het boek

Dit alles wordt nog eens extra toegelicht met het navormingsaanbod Een koffer vol boeken van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, een kort stukje over het lezen van informatie over informatieve boeken aan de hand van De Boekentrommel, een kinder- en jeugdboekenmagazine dat jaarlijks verschijnt en een uitgebreider stukje over het gebruik van informatieve boeken in de lessen wereldoriëntatie.

Het derde deel geeft een aanzet om leerkrachten wegwijs te maken in de wereld van de informatieve boeken. Het vierde deel bestaat uit een lijst van informatieve boeken, geordend volgens leeftijd.

Dit boekje (of de katern uit de Praktijkgids voor de basisschool) is zoals ik in de inleiding schreef, nog steeds actueel. Het wordt nog belangrijker dan vroeger om mee te kunnen met onze informatiemaatschappij. Dit kan met de strategieën en vaardigheden die in Lezen om te weten aangeboden worden. Een belangrijke doelgroep hierbij zijn zeker de kansarmen. Zij zijn momenteel nog te vatbaar voor een nieuwe vorm van analfabetisme, het niet kunnen ter hand nemen en interpreteren van informatieve boeken en teksten.

afdrukken

12:30 Gepost door Lieven Coppens in Plantyn | Permalink | Tags: taal, lezen, informatiegeletterdheid, basisonderwijs, geletterdheid, didactiek | |

Leren oplossen van vraagstukken

Auteur: Lieven Verschaffel, Eric De Corte, Sabien Lasure & Griet Van Vaerenbergh
Titel: Leren oplossen van vraagstukken. Een lessenreeks voor leerlingen uit de hoogste klassen van de basisschool.
Uitgeverij: Plantyn
Plaats: Mechelen
Jaar: 2004
Pagina's: 312
ISBN-13: 978-90-301-1780-3
Prijs: € 45,-

leren oplossen van vraagstukken. een lessenreeks voor leerlingen uit de hoogste klassen van de basisschool.Het boek Leren oplossen van vraagstukken. Een lessenreeks voor leerlingen uit de hoogste klassen van de basisschool verscheen eerst als onderdeel van de Praktijkgids voor het basisonderwijs van dezelfde uitgever. Dit is het resultaat van een onderzoeksproject dat liep aan het Centrum voor Instructiepsychologie- en Technologie van de Katholieke Universiteit te Leuven. Het uitgangspunt van dit onderzoeksproject was de concrete vaststelling dat het vraagstukkenonderwijs in Vlaanderen ontoereikend was. Deze lessenreeks moet de leerlingen de kennis, vaardigheden en houdingen bijbrengen die een noodzakelijke voorwaarde zijn voor het met succes oplossen van vraagstukken.

In het eerste hoofdstuk schetsen de auteurs de achtergrond bij de uitgewerkte lessenreeks. Ze zijn hierbij uit-gegaan van de nieuwe eindtermen voor het vakgebied Wiskunde uit 1998. Ze schetsen een model van vaardig probleemoplossen dat bestaat uit vijf fasen: analyse, planning, uitvoering, interpretatie en controle. Om dit model vlot te kunnen doorlopen, moet de leerling vier verschillende componenten geïntegreerd kunnen toepassen:

  • de vakkennis en de ervaringskennis
  • de heuristieken
  • de metacognitie
  • de affectieve aspecten

Samen met de vijf fasen moeten ze een krachtige leeromgeving scheppen voor het leren oplossen van vraagstukken. Deze krachtige leeromgeving kan men visueel omzetten naar de volgende matrix:

 

vak- en ervaringskennis

heuristieken

metacognitie

affectieve aspecten

analyse

 

 

 

 

planning

 

 

 

 

uitvoering

 

 

 

 

interpretatie

 

 

 

 

controle

 

 

 

 

Deze matrix laat ons dan ook meteen toe enkele typische tekorten van leerlingen bij het oplossen van vraagstukken een plaats te geven. Het gaat over de volgende tekorten:

  • een tekort op het vlak van de domeinspecifieke kennis
  • het negeren van de eigenervaringskennis tijdens het oplossen van vraagstukken
  • een tekort in het toepassen van heuristieken
  • een tekort in het toepassen van metacognitieve vaardigheden
  • onjuiste en onvruchtbare ideeën en houdingen tegenover het oplossen van problemen

De oorzaken van dit alles kunnen volgens de auteurs toegeschreven worden aan het opgavenaanbod dat stereotiep en wereldvreemd is, de instructietechnieken die niet krachtig genoeg zijn en de heersende cultuur in de wiskundelessen in het algemeen en de vraagstukkenlessen in het bijzonder die leiden tot een oppervlakkigheid in het oplossen van wiskundige problemen.

Het tweede hoofdstuk laat zich lezen als de algemene handleiding bij de lessenreeks uit het boek. Het geeft de algemene doelstellingen bij de lessenreeks zeer expliciet mee, tegelijk met de 3 pijlers waarop de lessenreeks steunt. De opbouw van de lessenreeks krijgt in dit deel eveneens zijn verantwoording en een aantal methodieken (EHBO-boekje, groepswerk, ...) worden verantwoord.

Het derde hoofdstuk omvat de 20 lessen waaruit het programma bestaat. Bij elke les staat duidelijk aangegeven welke doelen men nastreeft, welk materiaal er nodig is en hoe de les verloopt. Dit lesverloop is zeer concreet en nagenoeg kant-en-klaar uitgeschreven met talrijke tips voor de leerkracht.

Het vierde en laatste hoofdstuk gaat over de evaluatie van het effect van de lessenreeks. Hierbij worden de positieve aspecten op een eerlijke manier naast de knelpunten vermeld. De bijlagen bevatten alle noodzakelijke materialen die men nodig heeft zoals werkblaadjes, het EHBO-boekje e.d.

Dit boek is een echte aanrader voor iedereen die het vraagstukkenonderwijs op school grondig wil aanpakken. Door de open aanpak kan het gebruikt worden naast elke bestaande methode. Zoals altijd staat de naam van professor Lieven Verschaffel garant voor een kwaliteitsvol boek.

afdrukken

12:30 Gepost door Lieven Coppens in Plantyn | Permalink | Tags: rekenen, vraagstukken, didactiek, basisonderwijs | |

2008.10.25

Praten met kinderen en jongeren in crisissituaties

Auteur: Nicolas J. Long, Mary M. Wood & Frank A. Fecser
Titel: Praten met kinderen en jongeren in crisissituaties
Uitgeverij: LannooCampus
Plaats: Leuven
Jaar: 2003
Pagina's: 288
ISBN-13: 978-90-209-5945-1
Prijs: € 36,50

praten met kinderen en jongeren in crisissituatiesDit boek geeft een introductie tot de methodiek van de Life Space Crisis Intervention (LSCI). Dit is een verbale interventiemethodiek voor jongeren en kinderen die gedragsproblemen vertonen omdat ze in een crisis zitten. Deze crisis ontstaat wanneer een kind of jongere door een stressvol incident in conflict komt met leeftijdsgenoten, opvoeders of leerkrachten en gaat vaak gepaard met heftige emoties. Het begrip conflict moet hier begrepen worden als het moment waarop de noden van het kind of de jongere tegengesteld is aan het aanbod uit zijn omgeving. Via een interventie in een zestal stappen probeert men in deze crisis tussen te komen om enerzijds het gedrag van het kind of de jongere te veranderen, maar anderzijds ook om zijn zelfwaardegevoel te verhogen, de eigen angst te verminderen en het inzicht in het eigen gedrag en dat van anderen te verhogen.

In het eerste deel van dit boek beschrijven de auteurs de conflictcyclus. Deze moet je eerst herkennen alvorens je hem kunt aanpakken en doorbreken. De conflictcyclus heeft een viertal hoofdkenmerken:

  1. Een gebeurtenis is stresserend voor een jongere. Deze gebeurtenis wordt beïnvloed door het zelfbeeld van de jongeren en zijn irrationele opvattingen maar beïnvloedt deze op zijn beurt.
  2. Deze stressvolle gebeurtenis lokt bij de jongere bepaalde emoties uit, niet in het minst angst.
  3. Deze emotionele reacties zorgen bij de jongere voor defensief gedrag.
  4. Het gedrag van de jongere heeft zijn invloed op het gedrag van volwassenen en leeftijdsgenoten.

Wanneer de conflictsituatie niet bij de eerste keer doorbroken wordt, dan wordt het een escalerende spiraal, wordt de crisis enkel maar groter. Men kan de crisis ontladen door op elk van de vier hoofdkenmerken in te werken:

  1. Men kan de stress aanpakken.
  2. Men kan de gevoelens van de jongere aanpakken.
  3. Men kan het gedrag van de jongere aanpakken.
  4. Men kan het gedrag van de volwassenen en zijn leeftijdsgenoten aanpassen.

Het tweede deel gaat dieper in op de drie diagnostische fasen en de drie fasen die in zich nieuwe kansen bieden voor de jongere.  Deze zien er als volgt uit:

  1. diagnostische fasen:
    1. de emoties ontladen
    2. de tijdlijn van het conflict reconstrueren aan de hand van vragen zoals wat, waar, met wie...
    3. vaststellen van de doelen op korte en lange termijn
  2. fasen van de nieuwe kansen:
    1. komen tot inzicht
    2. verkennen en aanleren van nieuwe vaardigheden
    3. het geleerde toepassen binnen de dagdagelijkse groep (transfer)

Elk van deze 6 fasen heeft zijn eigen doel en vraagt van de hulpverlener zeer specifieke vaardigheden. Dit wordt allemaal in het boek duidelijk uitgelegd en uitvoerig geïllustreerd met casuïstiek. Ook worden de signalen dat er kan overgegaan worden naar een volgende fase expliciet gemaakt. Voortdurend is men ook alert voor mogelijke valkuilen die het proces kunnen hinderen of doen mislukken. Ook deze worden uitdrukkelijk vernoemd.

Het derde deel illustreert hoe de methodiek gebruikt kan worden bij zes vormen van zelfdestructief gedrag, zoals daar is:

  1. het herorganiseren van de eigen waarneming door de jongere van de realiteit
  2. het bepalen van de stressbron
  3. het op een zachte manier confronteren met onaanvaardbaar gedrag
  4. het opbouwen van bepaalde waarden om de zelfbeheersing te vergroten
  5. het aanleren van nieuwe sociale vaardigheden
  6. het leren vaststellen van eigen grenzen

Bij elk van deze interventies omschrijft men duidelijk de rol van de volwassene en het soort jongeren dat baat heeft bij een dergelijke interventie. Dit alles wordt telkens verduidelijkt met een voorbeeld.

Een zevende interventie verdient het om afzonderlijk vermeld te worden. Deze is helemaal gewijd aan de rol van de volwassene bij het voortduren van het conflict en de manier waarop Life Space Crisis Intervention (LCSI) ook voor hen kan aangewend worden.

Een boek kan nooit een opleiding of training vervangen. Ook met dit boek is dit zo. Dat neemt niet weg dat het een zeer uitgebreide en praktische inleiding is die tegelijkertijd ook een waardevolle handleiding kan zijn voor wie start met een training in deze methodiek. Ook los van een typische behandelsessie is dit een verrijkend boek. Het leert hulpverleners op een andere manier kijken naar gedragsproblemen bij kinderen en jongeren en de aanpak ervan. Het toont hen nog maar eens dat ze zich moeten blijven hoeden voor bepaalde valkuilen die er voor zorgen dat bepaalde conflictsituaties blijven voortduren.

afdrukken

18:46 Gepost door Lieven Coppens in LannooCampus | Permalink | Tags: gedrag, conflict, crisis, interventie | |

Het angstige kind

Auteur: Jean Dumas
Titel: Het angstige kind. Angstverschijnselen bij kinderen en jongeren begrijpen en aanpakken.
Uitgeverij: LannooCampus
Plaats: Leuven
Jaar: 2007
Pagina's: 184
ISBN-13: 978-90-209-6548-3
Prijs: € 19,95

het angstige kind. angstverschijnselen bij kinderen en jongeren begrijpen en aanpakkenIeder kind is wel eens angstig. Dat is normaal en behoort tot zijn of haar psychische ontwikkeling. Anders is het als het langdurige, hevige angsten heeft die niet in verhouding staan tot de situatie. Zo wordt Kasper bijvoorbeeld hysterisch als hij een vlieg ziet. Of is bijvoorbeeld de 12-jarige Lies nog nooit uit logeren geweest omdat ze geen moment van haar ouders wil gescheiden zijn. Of maakt Freya zich voortdurend zorgen over alles wat er in haar omgeving gebeurt, zonder dat daar een reden toe is. Nog anders gezegd: er is altijd wel iets wat hen verhindert om van het leven te genieten of om zich verder te ontplooien.

Jean Dumas schreef dit boek voor ouders, leerkrachten en alle andere hulpverleners en volwassenen die in aanraking komen met deze angstige kinderen en hen willen begrijpen en helpen. Hij bouwde hier zijn hele boek rond: het eerste deel staat in het teken van het begrijpen van angststoornissen bij kinderen, het tweede deel in het teken van de hulp die kan geboden worden.

Het eerste deel bestaat uit drie hoofdstukken die uiteindelijk leiden tot bij wat ik de kern van het hele boek zou noemen, namelijk het besluit van Jean Dumas dat

... het ervaren van de angst voor de angst in het centrum staat van de moeilijkheden die het angstige kind ondervindt... (blz.63)

Het eerste hoofdstuk bespreekt het fenomeen van de angststoornissen bij kinderen zeer uitgebreid. Het beschrijft zeven specifieke angststoornissen bij kinderen, te weten:

  • de scheidingsangst
  • de fobie
  • de sociale angst eigen aan de kindertijd
  • de dwangstoornisde paniekaanval
  • de posttraumatische stressstoornis
  • de gegeneraliseerde angststoornis

Elk van deze stoornissen wordt in duidelijke taal uitgelegd en verduidelijkt aan de hand van een heel concreet en levensecht voorbeeld. Aan het einde van dit hoofdstuk schetst een zeer interessante tabel op welke leeftijd deze verschillende angsten zich manifesteren, hoe vaak ze voorkomen en hoe ze verdeeld zijn over jongens en meisjes.

Het tweede hoofdstuk gaat op zoek naar de oorsprong van de angst, om al heel snel aan te geven dat het niet zozeer gaat over oorzaken dan over risicofactoren. Deze risicofactoren worden daarna één voor één aangehaald en toegelicht.

Het derde hoofdstuk schetst eerst de normale ontwikkeling en evolutie van de angst om daarna dieper in te gaan op de ontwikkeling van de angststoornissen en hun mogelijke complicaties. Het eindigt met de vaststelling die hierboven al geciteerd werd

Het tweede deel staat helemaal in het teken van het helpen van kinderen met angststoornissen. Het begint met de toelichting van het diagnostisch onderzoek van een kind waarbij een angststoornis vermoed wordt. Dit is allesbehalve een theoretisch model. De lezer krijgt de volledige procedure (met de bijbehorende materialen) aangeboden. In de hoofdstukken vijf en zes wordt de kern van de aanpak uitgebreid beschreven. Het vijfde hoofdstuk reikt een ontspanningstechniek aan die kinderen moet helpen om de fysieke gevolgen van hun angst te over-winnen (Bewust ademen). De oefeningen die de auteur hiervoor gebruikt worden extensief en als hapklare brokken aangeboden. Het zesde hoofdstuk pakt dan de emotionele en cognitieve kant van de angststoornis aan (Afstand nemen). Net zoals in het vorige hoofdstuk worden ook hier alle oefeningen kant-en-klaar aangeboden. Het zevende hoofdstuk beschrijft hoe één en ander effectiever en efficiënter kan gebeuren door het in te bedden in een heus handelingsplan.

Het achtste hoofdstuk gaat kort in op medicamenteuze en andere vormen van behandeling die de psychologische aanpak kunnen aanvullen en ondersteunen. Het negende hoofdstuk spreekt die ouders aan die zelf angstig zijn (geweest), en nu hun angstige kind willen helpen.

Het boek biedt nog een leuk extraatje dat een echte meerwaarde betekent voor iedere lezer: elk hoofdstuk wordt afgesloten door een rubriek Hoofdpunten en aanbevelingen die niet alleen de inhoud kort samenvat maar ook de praktische adviezen voor ouders en andere helpende volwassenen helder op een rijtje zet.

Gezien het feit dat er nog veel wetenschappelijk onderzoek moet gebeuren naar angststoornissen bij kinderen, zou het overdreven zijn om dit boek nu al een standaardwerk te noemen. Toch willen we het iedereen sterk aanraden omwille van de volgende redenen:

  • Het boek geeft de huidige kennis over het fenomeen van de angststoornissen bij kinderen op een zeer goede manier weer. Dit gebeurt in een zeer begrijpelijke taal, waardoor het zich bijna als een roman laat lezen. Je zit alles het ware op consultatie bij de auteur.
  • De auteur reikt een concrete aanpak bij angststoornissen aan, zonder zich ook maar iets aan te matigen: hij presenteert zijn voorstel als iets dat kan werken, maar niet almachtig is. Hij reikt alvast een strategie aan die voor iedereen zeer herkenbaar is en door iedereen kan gebruikt worden.

Zeker lezen dus!

afdrukken

16:04 Gepost door Lieven Coppens in LannooCampus | Permalink | Tags: angst, angststoornis, ouders, zorg, fobie, sociale angst, dwangstoornis, paniekstoornis, posttraumatische stressstoornis, scheidingsangst | |

2008.10.19

Spel en ontwikkeling

Auteur: Frea Janssen-Vos
Titel: Spel en ontwikkeling. Spelen en leren in de onderbouw.
Uitgeverij: Koninklijke Van Gorcum/APS
Plaats: Assen/Utrecht
Jaar: 2004
Pagina's: 198
ISBN-13: 978-90-232-4003-7
Prijs: € 27,-

spel en ontwikkelingSpel en ontwikkeling is een boek dat door iedereen moet gebruikt worden die door middel van spel de ontwikkeling van kinderen uit de kleuterklas wil stimuleren. Zeker voor kinderen uit achterstandssituaties kunnen de doordachte activiteiten uit dit boek een grote meerwaarde hebben. Ook dit boek is een onderdeel van het onderwijsconcept Ontwikkelingsgericht onderwijs zoals het werd uitgewerkt door het Nederlandse onderwijsbureau APS. Wie hierover meer wil weten, mag contact opnemen met Ellen Zonneveld (e.zonneveld@aps.nl). Zij geeft je graag alle nodige informatie.

Het uitgangspunt van dit boek is duidelijk: anders dan vroeger, kunnen kinderen van nu vaak niet meer spelen. Het is de taak van de volwassenen om hen dat spelvermogen terug te geven. Waarom? Omdat er in een goed ontwikkeld spel heel veel gebeurt:

  • Kinderen worden sociaal vaardiger.
  • Kinderen leren de taal gebruiken.
  • Kinderen gebruiken en ontwikkelen hun voorstellingsvermogen. 

Kortom, door het spel ontwikkelen ze zich op sociaal-emotioneel en cognitief gebied.

Het eerste hoofdstuk van het boek bestaat uit praktijkvoorbeelden die meteen geduid worden en rijkelijk geïllustreerd zijn. Meteen worden ook de twee niveaus waarop het boek geschreven werd duidelijk: het eerste niveau is dat van het jonge kind, het tweede dat van de leerkracht. Deze twee niveaus zijn verder in alle hoofdstukken van het boek expliciet aanwezig. Het tweede hoofdstuk sluit hier onmiddellijk op aan en geeft een meer theoretische achtergrond voor het spelen en de spelactiviteiten. De conclusies van dit tweede hoofdstuk spreken voor zichzelf:

  • Volwassenen doen ertoe: spelen heeft een ontwikkelende waarde als leerkrachten spelactiviteiten organiseren en dat spel begeleiden in de richting die zij belangrijk vinden.
  • Begeleide activiteiten bevorderen de ontwikkeling meer dan het vrije spel, omdat begeleide activiteiten zich kunnen richten op de zone van de naaste ontwikkeling. Daardoor garanderen ze een meer intense stimulering van de ontwikkeling.
  • Samen spelen is zeer belangrijk. Kinderen leren meer uit het contact met elkaar dan uit individueel spel. Ze leren ook om te communiceren, taal te gebruiken en hardop na te denken.

De volgende hoofdstukken richten zich telkens op een bepaald ontwikkelingsaspect en zijn relatie met het spel. Volgende thema's komen aan bod:

  • Manipuleren en bewegend spel.
  • Rollenspel.
  • Constructiespel.
  • Thematisch spel.

De structuur is telkens hetzelfde. Eerst wordt de relatie tussen het soort spel en de ontwikkeling scherpgezet. Daarna worden de mogelijke ontwikkelingsgerichte spelactiviteiten heel concreet beschreven. Ook het aandeel van de leerkracht in het beschreven soort spel wordt toegelicht. Er wordt aangegeven wat de mogelijkheden zijn om te observeren tijdens het spel en hoe een en ander kan geregistreerd worden.

In het zevende en laatste hoofdstuk wordt het boek als het ware nog eens geannoteerd samengevat. Hierbij is er speciale aandacht voor de noodzakelijke leerkrachtvaardigheden enerzijds en de opbrengsten van spel als didactische en inhoudelijk middel anderzijds.

Een waardevol boek!

afdrukken

15:14 Gepost door Lieven Coppens in APS, Van Gorcum | Permalink | Tags: aps, basisonderwijs, gok, kleuteronderwijs, kleuters, observeren, onderbouw, ontwikkeling, peuters, spelontwikkeling, stimuleren, taalontwikkeling, zorg | |