2008.11.30
Zin in leren
| Auteur: | Paul Beekers, Mandy Evers, Jan Janssen, Jan Kamphuis, Els Loman & Willi Soepboer |
| Titel: | Zin in leren. Praktisch werkmateriaal bij de zoektocht naar uitdagend en betekenisvol onderwijs. |
| Uitgeverij: | CPS |
| Plaats: | Amersfoort |
| Jaar: | 2006 |
| Pagina's: | 120 |
| ISBN-13: | 978-90-6508-563-4 |
| Prijs: | € 30,90 |
Hoe kun je als leerkracht de drang om te leren bij kinderen aanwakkeren en prikkelen? Naar het antwoord op deze vraag is een adviesgroep binnen het CPS samen met leraren en scholen op zoek gegaan. Meer bepaald wilde deze groep de voorwaarden en mogelijkheden om uitdagend en betekenisvol onderwijs te realiseren voor leerlingen en leraren in kaart brengen. De resultaten van deze zoektocht werden in de werkmap Zin in leren gebundeld. Hierin staan de volgende twaalf essenties van onderwijs en leren centraal:
- Er uithalen wat er in zit
- Nooit meer vervelen
- Leren je hersenen gebruiken
- Minder is meer
- Leren betekenisvol maken
- Zonder relatie geen prestatie
- De leerling leert
- Elke leerling leert anders
- Voor de goede orde
- Laten zien wat je geleerd hebt
- De school is van iedereen
- Overal kun je leren
Met deze twaalf essenties wordt de brug tussen de onderwijstheorie en de onderwijspraktijk geslagen. Het doel van het werken met deze essenties is om het gesprek tussen leraren over hun waarden en hun visie op onderwijs en leren enerzijds en de verbinding met hun dagelijkse (klasse)praktijk anderzijds te stimuleren.
De rode draad doorheen deze werkmap wordt gevormd door de leercirkel van Kolb (ervaring, reflectie, theorie, experiment). Het werken rond de twaalf essenties krijgt ermee vorm. Zeker omdat men ook rekening wil houden met de verschillen tussen de leerkrachten, waar de leerstijlen volgens Kolb trouwens goed bij van pas komen.
De werkmap bestaat uit twaalf "hoofdstukken", één gebouwd rond elke essentie. Daar plaatst men telkens twee uitspraken van leerlingen bij waarin ze hun ervaringen met het huidige onderwijs verwoorden. Deze uitspraken raken aan het thema van deze essentie en volgen dan de leercyclus van Kolb. Elke fase van deze cyclus wordt uitgewerkt op een afzonderlijk werkblad:
- Ervaring = de uitspraak van de leerling = Hoe wordt het ervaren?
- Reflectie = nadenken over een aantal gerichte vragen = Wat vinden we ervan?
- Theorie = een korte inhoudelijke toelichting = Hoe denkt men hierover?
- Experiment = voorstel tot activiteit = Wat willen we hiermee doen?
Voor deze uitwerking vindt men in de map per uitspraak een kaart met de leercirkel van Kolb. De uitspraak vormt de ervaring waar men van vertrekt. Op de plaats van de andere fasen wordt kort weergegeven wat er daar aan de orde is. Bij de map zitten ook 24 losse kaarten met de uitspraken en de daarbij horende cyclus op de achterzijde. Deze kunnen gebruikt worden om met de werkmap aan de slag te gaan.
Pas nadat men de map heeft doorgenomen beseft men maar hoe sterk deze methodiek zich bevindt op de kanteling van het oude naar het nieuwe leren. Deze kanteling bevindt zich tussen...
- ... de lerende als object en de lerende als subject
- ... externe en interne sturing
- ... gecodificeerde kennis en contextgebonden kennis
- ... verwerken en creëren van kennis... kennis om de kennis en kennis voor het leven en de praktijk
- ... contextvrije en aan de eigen fysieke en sociale context gebonden kennisbronnen
- ... extrinsieke en intrinsieke motivatie
- ... plaats- en tijdsgebonden leren en altijd-overal-leren
Deze map is een mooi werk- en/of inspiratie-instrument voor die scholen die zich willen bezinnen over de manier waarop ze met deze kanteling willen omgaan. Ze biedt het nodige materiaal om met het schoolteam tot een visie voor de toekomst te komen, een visie waarin het "nieuwe leren" de plaats krijgt die het verdient.
De boeken van uitgeverij CPS worden in België verdeeld door uitgeverij Abimo.
22:22 Gepost door Lieven Coppens in CPS | Permalink | Email dit
| Tags: secundair onderwijs, schoolbeleid, basisonderwijs, hoger onderwijs, methodiek, uitdagend onderwijs |
|
2008.11.22
Het Aspergersyndroom
| Auteur: | Brenda Myles e.a. |
| Titel: | Het Aspergersyndroom. Praktische oplossingen bij sensorische integratieproblemen. |
| Uitgeverij: | Pica |
| Plaats: | Huizen |
| Jaar: | 2004 |
| Pagina's: | 120 |
| ISBN-13: | 978-90-776-7104-7 |
| Prijs: | € 17,50 |
Het Aspergersyndroom heeft een plaats binnen het autismespectrum. Dit boek gaat dieper in op één aspect ervan, namelijk de problemen met de sensorische integratie, de problemen met het juist verwerken van de prikkels die via de zintuigen binnenkomen. Bij kinderen met het Aspergersyndroom is deze verwerking verstoord in de zin dat de prikkels of te hevig binnenkomen of helemaal niet. Of om de voorbeelden op de achterflap van het boek aan te halen:
- Ze hebben weliswaar goede ogen, maar draaien bijvoorbeeld toch letters om en zijn overgevoelig voor felle verlichting en kleuren...
- Hun oren functioneren prima, maar toch komen geluiden sterker binnen dan bij anderen...
- Ze zijn overgevoelig voor geur, smaak en de structuur van voedsel, maar kunnen ongevoelig zijn voor aanraking of pijn...
De inleiding zet meteen de zeer concrete toon van het boek: aan de hand van de Zintuigenbende worden de functies van de zintuigen zeer concreet en begrijpelijk voorgesteld. Aan bod komen:
- De tastzin
- Het evenwicht
- De proprioceptie
- Het zien
- Het horen
- Het smaken
- Het ruiken
Zeer waardevol én aantrekkelijk is de tekening van een kind waarop de zintuiglijke kenmerken - lees maar problemen - van een kind met het Aspergersyndroom worden voorgesteld.
Het eerste hoofdstuk gaat over de zintuiglijke verwerking: waar zitten de verschillende zintuigen en wat doen ze? Het boek geeft geen theoretische verhandeling, maar legt in eenvoudige bewoordingen en aan de hand van concrete voorbeelden uit wat het allemaal inhoudt. Het hoofdstuk eindigt met een duidelijk onderscheid te maken tussen efficiënte en inefficiënte zintuiglijke verwerking.
Het tweede hoofdstuk bespreekt het sensorische proces bij personen met het Aspergersyndroom. Voor de verschillende zintuigen (zie hierboven) wordt aangegeven wat een overgevoeligheid of ongevoeligheid voor prikkels van dat bepaalde zintuig wil zeggen. Ook in dit hoofdstuk wordt alles verduidelijkt aan de hand van levensechte voorbeelden.
Het derde hoofdstuk staat in het teken van de diagnostiek. De auteurs beschrijven hier een aantal informele en formele middelen om de sensorische integratie te beoordelen. Het vierde hoofdstuk sluit hier onmiddellijk bij aan met de interventiemogelijkheden. Het bespreekt kort enkele programma's, maar de meerwaarde van dit hoofdstuk ligt duidelijk in de tabel waar men incidenten met hun mogelijke interpretaties en de daarbij aansluitende interventies naast elkaar zet. Bij de incidenten staan niet de zintuigen centraal, wel concrete "activiteiten" zoals:
- Aandacht
- Aankleden en kleren
- Aanraking
- Beweging
- Emoties, gevoelens en relaties
- Eten en kauwen
- Geluid en lawaai
- Groepsgedrag
- Ongelukjes
- Organisatie
- Routines
- Schrijven en kleuren
- Slapen
- Spel
- Verzorging
- Zitten
Het vijfde hoofdstuk is een uitgewerkt praktijkvoorbeeld.
Indien ik een kwaliteitslabel aan boeken zou toekennen, dan zou ik dit boek ongetwijfeld de hoogste score geven omwille van zijn helderheid, zijn eenvoudige taal en praktische bruikbaarheid. Het laat mensen die met deze kinderen samenleven of werken toe om heel snel een deel van de problematiek te begrijpen en adequaat aan te pakken. Voor het handelingsgericht werken, dat in Nederland en Vlaanderen meer en meer aan belang wint, betekent dit dat dit boek, net zoals soortgelijke boeken, zeker in de orthotheek moet aanwezig zijn.
13:00 Gepost door Lieven Coppens in Pica | Permalink | Email dit
| Tags: asperger, ass, autisme, sensorische integratie, autismespectrum |
|
Meisjes en vrouwen met Asperger
| Auteur: | Tony Attwood, Temple Grandin e.a. |
| Titel: | Meisjes en vrouwen met Asperger |
| Uitgeverij: | Pica |
| Plaats: | Huizen |
| Jaar: | 2008 |
| Pagina's: | 152 |
| ISBN-13: | 978-90-776-7122-1 |
| Prijs: | € 17,50 |
Dit boek dat bijeengeschreven werd door verschillende auteurs wil meisjes en vrouwen met het Aspergersyndroom een plaats geven binnen het autismespectrum. Omdat deze meisjes en vrouwen vaak over het hoofd gezien worden aangezien de meeste diagnoses gesteld worden bij jongens en mannen.
De inleiding zet meteen de toon van het boek. Ze werd geschreven door een vrouw met het Aspergersyndroom. Haar boodschap is samen te vatten in één zin:
Dit boek is een blijk van erkenning voor ons, de vrouwen met Asperger, waaraan al zo lang behoefte was. Eindelijk zullen ouders, leerkrachten en psychologen beseffen dat wij een unieke groep vormen met onze eigen concrete behoeften (blz.8).
In het eerste artikel beschrijft Tony Attwood - die ook de Hulpgids Aspergersyndroom schreef - wat meisjes en vrouwen met Asperger wel kunnen en gaat hij op zoek naar de redenen waarom dit bij meisjes en vrouwen zoveel minder wordt opgemerkt dan bij jongens en mannen.
Catherine Faherty begeleidt een steungroep voor vrouwen met Asperger. In het tweede artikel beschrijft ze de kenmerken en eigenaardigheden die uniek zijn voor meisjes en vrouwen met Asperger. Sheila Wagner sluit hier in het derde artikel op aan vanuit haar ervaring als iemand die al twintig jaar ervaring heeft met het geven van onderwijs aan kinderen met autisme. Zij geeft aan wat meisjes met Asperger in het onderwijs nodig hebben en hoe dit zou kunnen gerealiseerd worden. Hierbij staat ze niet alleen stil bij het hier-en-nu van de situatie in de klas, maar ook bij doelen op lange termijn, zoals de opleiding van toekomstige leerkrachten en dergelijke meer.
Heel boeiend is zeker het vierde artikel. Het werd geschreven door Lisa Iland, vanuit haar ervaringsdeskundigheid van iemand die als gewone tiener een broer had met Asperger en vriendschappen sloot met tienermeisjes met Asperger. Intussen is ze consulent voor tieners met Asperger en hun gezinnen op het gebied van sociale vaardigheden en andere tienerproblemen. Dit artikel bulkt van de concrete tips en adviezen die georganiseerd zijn rond viert thema's:
- Jezelf aantrekkelijk maken en een eigen imago scheppen.
- Begrijpen waaraan je je moet aanpassen.
- Tegemoetkomen aan sociale verwachtingen.
- Pestende en gemene meisjes de baas worden.
Even interessant is het vijfde artikel van Mary Wrobel dat gaat over de manier waarop men meisjes met Asperger moet voorlichten over de puberteit.
In het zesde artikel heeft klinisch psycholoog Teresa Bolick het over het leven na de middelbare school. Centraal staat de vraag: wat gebeurt er en moet er gedaan worden als meisjes met Asperger op eigen benen beginnen te staan, hetzij om verder te gaan studeren, hetzij om te gaan werken. Hierbij geeft ze zeer concrete tips. Jennifer McIlwee Myers - die ook de inleiding op het boek schreef - vult dit artikel aan met een eigen artikel over afspraakjes, relaties en huwelijk. Als ervaringsdeskundige heeft ze het op een heel open en concrete manier over dingen die niet en dingen die wel werken.
Een uitzonderlijk artikel werd geschreven door Ruth Snyder, een alleenstaande moeder die zelf een stoornis in het autismespectrum heeft. Ze heeft vier kinderen waaronder er ook twee zijn met een diagnose van een stoornis binnen het autismespectrum. Zij reflecteert over haar eigen voorgeschiedenis en hoe dat haar aanpak van de eigen kinderen heeft beïnvloedt. Het laatste artikel is van de hand van dr. Temple Grandle een vrouw met Asperger. Zij beschrijft heel open hoe haar werk haar leven een meerwaarde heeft gegeven.
Dit unieke boek heeft niet alleen deuren geopend om te kijken naar mensen met Asperger, maar heeft ook deuren getoond waar men aanvankelijk niet wist dat ze er waren. Het zal mensen die in contact komen met meisjes en vrouwen met Asperger alvast toelaten anders naar hen te kijken dan als een persoon met bizar of onverwacht gedrag.
De dag dat ik hoorde dat...
| Auteur: | Henriëtte Hubers-Kromhof |
| Titel: | De dag dat ik hoorde dat... |
| Uitgeverij: | Pica |
| Plaats: | Huizen |
| Jaar: | 2008 |
| Pagina's: | 168 |
| ISBN-13: | 978-90-776-7118-4 |
| Prijs: | € 15,- |
Henriëtte Hubers-Kromhoff is de auteur van Hoera, mijn kind is anders!" dat ook bij Pica werd uitgegeven. In dit boek laat ze ouders (uit Nederland en Vlaanderen) van acht bijzondere kinderen aan het woord. Deze ouders vertellen over de weg die ze hebben moeten afleggen om uit te vinden wat er met hun kind aan de hand is. Hierbij hebben ze niet alleen aandacht voor de "technische" weg van vermoeden tot diagnose en de juiste aanpak voor hun kind. Ook de weg die ze hebben moeten afleggen om al hun emoties een juiste plaats te geven, wordt uitvoerig beschreven. De volgende thema's komen aan bod:
- Algehele ontwikkelingsachterstand
- Autismespectrum stoornis
- ADHD
- Meervoudige complexe handicap
- Hersenverlamming
- Cardiofaciocutaan syndroom
- Leukemie
- Downsyndroom
Voor ouders van andere bijzondere kinderen levert dit boek vaak heel sterke en herkenbare ervaringen op. Zij zullen zich zeker herkennen in de gevoelens van onzekerheid, verdriet, kwaadheid, ontgoocheling, paniek... die in de verhalen voortdurend aanwezig zijn. Maar ook in de positieve gevoelens en ervaringen die alle ouders op hun manier beschrijven.
Voor de beroepskrachten die met deze bijzondere kinderen en hun ouders werken is dit boek een duidelijke oproep om nog meer de mens achter het kind, achter de ouders te zien en hen niet alleen een diagnose te geven maar ook met zorg tegemoet te treden.
Warm aanbevolen!
13:00 Gepost door Lieven Coppens in Pica | Permalink | Email dit
| Tags: hersenverlamming, ass, autisme, autismespectrum, ontwikkelingsstoornis, adhd, leukemie, cardiofaciocutaan syndroom, downsyndroom |
|
2008.11.16
In-Com-Clusie
| Auteur: | Hans van Balkom & Jan Knoops (red.) |
| Titel: | In-Com-Clusie. Inclusie door communicatieontwikkeling en -ondersteuning. |
| Uitgeverij: | Acco |
| Plaats: | Leuven/Voorburg |
| Jaar: | 2008 |
| Pagina's: | 410 |
| ISBN-13: | 978-90-334-6866-7 |
| Prijs: | € 35,00 |
Dit boek is het verslag van een driejarig project dat van 2004 tot 2007 liep in de Euregio Benelux Middengebied met een dubbele doelstelling. We laten de redacteurs zelf aan het woord:
Enerzijds was het er op gericht een vernieuwende set van drie zorgprogramma's op te zetten en uit te voeren waarbij de redzaamheid van gehandicapte kinderen wordt geoptimaliseerd. Anderzijds wilde het nagaan hoe deze programma's beleidsmatig in het inclusieve beleid van zorg en onderwijsvernieuwing kunnen worden uitgezet. (blz. 15)
De uitwerking van dit project wordt uitgebreid beschreven in de inleiding. Het uitgangspunt is dat de taal, communicatie en geletterdheid drie belangrijke sleutels zijn tot onze talige en sterk geletterde maatschappij. Door deze drie toegankelijk te maken voor kinderen en jongeren met een verstandelijke en meervoudige beperking bevordert men de inclusie.
De redacteurs hebben de bijdragen van verschillende deskundigen verzameld en geordend volgens de verschillende deelprojecten:
- Deel 1: Snoezelen en multisensorische ontwikkeling
- Deel 2: KLINc: Kinderen Leren Initiatieven Nemen in communicatie
- Deel 3: Handicap in kwadraat: persoonlijke assistentie en opvang van kinderen met een handicap uit kwetsbare gezinnen
Aan de hand van concrete voorbeelden worden de drie deelprojecten uitgebreid toegelicht en besproken. Daarbij richt men zich niet alleen op het kind of de jongere, maar ook op zijn sociale omgeving en de aanpassingen die daarin nodig zijn.
Het deel over snoezelen bevat 5 hoofdstukken. Hierin worden niet alleen concrete voorbeelden beschreven van vormen van snoezelen, maar staat men ook stil bij andere aspecten zoals de bouwtechnische aspecten die multisensorische ruimten met zich mee brengen en de manier waarop snoezelen de levenskwaliteit kan beïn-vloeden.
Het tweede deel over KLINc beschrijft in het eerste hoofdstuk de achtergrond en de werking van een KLINc-atelier waar er ruimte wordt gemaakt voor enerzijds het beleven en anderzijds het verwerven van communicatie, taal en beginnende geletterdheid. Het tweede hoofdstuk beschrijft hoe men in een dergelijke setting de beginsituatie van de kinderen vaststelt en hoe men na verloop van tijd het effect van het atelier meet. Het derde hoofdstuk richt zich specifiek op de beginnende geletterdheid van kinderen met een hersenverlamming. Het vierde hoofdstuk sluit daar nauw op aan en gaat dieper in op het verwerven van de leesvoorwaarden en het leren lezen bij diezelfde kinderen.
Het derde deel staat uitgebreid stil bij de buitenschoolse kinderopvang van kinderen met een handicap uit kwetsbare gezinnen. Hoofdstukken 1 en 2 zijn hierbij gewijd aan de stimulering van de ontwikkeling. Het derde hoofdstuk gaat dieper in op kansarmoede en de vormen van opvoedingsondersteuning die men concreet toepast. Het vierde hoofdstuk beschrijft hoe men aan de hand van de ervaringsgerichte visie van het Vlaamse ExpertiseCentrum voor Ervaringsgericht Onderwijs de kwaliteit van de buitenschoolse kinderopvang observeert en evalueert. Het vijfde hoofdstuk van dit deel beschrijft hoe de buitenschoolse kinderopvang voor kinderen met een handicap kan georganiseerd worden.
Het boek sluit af met een aantal interviews dat van ouders en begeleiders die bij de deelprojecten betrokken waren werd afgenomen.
Voor wie bezig is met inclusie in en buiten het onderwijs is dit boek verplichte literatuur. De kern van deze inclusiebenadering ligt immers op het toegankelijk maken van taal en communicatie in zijn verschillende vormen, iets wat essentieel is om zich in de hedendaagse maatschappij te handhaven. De inzichten en ervaringen van dit project moeten dan ook ingang vinden bij alle betrokkenen.
12:28 Gepost door Lieven Coppens in Acco | Permalink | Email dit
| Tags: inclusie, ouders, taal, communicatie, geletterdheid, lezen, zorg |
|













