2008.12.13

Protocol Leesproblemen en Dyslexie voor groep 1-4

Auteur: Hanneke Wentink & Ludo Verhoeven
Titel: Protocol Leesproblemen en Dyslexie voor groep 1-4
Uitgeverij: Expertisecentrum Nederlands
Plaats: Nijmegen
Jaar: 2007 (zesde druk)
Pagina's: 250
ISBN-13: 978-90-77529-03-4
Prijs: € 25,01

protocol leesproblemen en dyslexie voor groep 1-4Het Protocol Leesproblemen en Dyslexie voor groep 1-4 wil een handleiding zijn voor iedereen die beroepsmatig in het basisonderwijs leerlingen met (dreigende) leesproblemen begeleidt. Heel specifiek richt het boek zich op de leerlingen van de tweede en derde kleuterklas (groep 1 en 2) en het eerste en tweede leerjaar (groep 3 en 4). Het boek is een verzameling van zeer grondig uitgewerkte stappenplannen. Hierin vinden de begeleiders aanwijzingen om de voorbereidende leesvaardigheden en de eigenlijke leesvaardigheden van leerlingen te observeren en/of te onderzoeken. Daarnaast geeft het boek ook heel veel suggesties om de interventies bij (dreigende) leesproblemen in te vullen. Het wil de leerkracht of leesbegeleider helpen om op een gemakkelijke manier die materialen en oefenvormen terug te vinden die geschikt zijn voor de aanpak van een bepaald probleem.

Het eerste hoofdstuk is een algemene inleiding op het boek. Hierin staan 4 thema's centraal:

  • De vroegtijdige onderkenning en aanpak van leesproblemen schetst het algemene begrippenkader en gaat dieper in op het belang van een taakgerichte aanpak.
  • Opvattingen over effectieve leesbegeleiding legt uit welke dingen bij een goede leesbegeleiding zinvol zijn om te doen omdat ze bewezen hebben dat ze werken.
  • Dwaalwegen in de behandeling van leesproblemen geeft enkele kritische noten bij bepaalde aanpakken die mensen op het verkeerde spoor zetten als het gaat over leesproblemen en dyslexie.
  • Wat vergt het protocol van de leerkracht gaat over de professionaliteit van de leerkracht, meer bepaald de kennis, vaardigheden en attitudes die van hem (mogen) verwacht worden.

Hoofdstuk twee staat helemaal in het teken van de preventie van lees- en schrijfproblemen in de tweede en derde kleuterklas (groepen 1 en 2). Nadat de auteurs de voorspellers van leesvaardigheid hebben besproken, gaan ze dieper in op het belang van het kennismaken met de geschreven taal. De centrale begrippen daarbij zijn allemaal terug te brengen op de Nederlandse Tussendoelen beginnende geletterdheid:

  • De boekoriëntatie.
  • Het verhaalbegrip.
  • De functionaliteit van geschreven taal.
  • De relatie tussen gesproken en geschreven taal. 

Het derde punt dat in dit hoofdstuk aangesneden wordt is het taalbewustzijn in het algemeen en het fonologisch bewustzijn in het bijzonder. In het bijzonder de 15 vaardigheden die een rol spelen bij het opbouwen van dit taalbewust-zijn zijn hier zeer belangrijk. De auteurs geven duidelijke aanwijzingen voor het signaleren van problemen op dit vlak en de aangewezen begeleiding. Deze aanwijzingen zijn trouwens ook duidelijk aanwezig bij het volgende punt uit dit hoofdstuk, het functioneel schrijven en lezen.

Het derde hoofdstuk staat in het teken van de vroegtijdige onderkenning en begeleiding van leesproblemen in het eerste leerjaar. De auteurs beschrijven eerst uitvoerig het leesonderwijs in het eerste leerjaar en geven daarbij heel wat tips in verband met het omgaan met leesfouten en de leesmotivatie. Dit leidt tot een soort formule voor een effectieve leesbegeleiding. Hierna werken ze een stappenplan (8 stappen) uit dat de leerkracht moet toelaten in de loop van het eerste leerjaar de leesvorderingen van de leerlingen in kaart te brengen en waar nodig vroegtijdig in te grijpen. In totaal zijn er in de loop van het eerste leerjaar 4 meetmomenten en 3 interventieperiodes gepland.

Elk van deze stappen wordt in een afzonderlijk deel grondig uitgewerkt. Voortdurend zijn er verwijzingen naar benodigde instrumenten of gangbare leesmethoden. Heel belangrijk is ook de verwijzing naar het niveau van begeleiding die er telkens nodig is (door de leerkracht, zorgleerkracht (interne begeleider) of specialist.

Het vierde hoofdstuk leert ons hoe we leesproblemen in het tweede leerjaar kunnen onderkennen en aanpakken. De auteurs staan nadrukkelijk stil bij wie de risicoleerlingen uit het tweede leerjaar nu eigenlijk zijn. Daarna schetsen ze het protocol voor het tweede leerjaar, dat zijn neerslag vindt in een stappenplan van 9 stappen. Al deze stappen waarbij meetmomenten en interventieperiodes elkaar afwisselen, worden ook hier uitvoerig en concreet beschreven. Net zoals in het vorige hoofdstuk is dit hoofdstuk doorspekt van tips en verwijzingen naar methodes en speciale aanpakken. Het vijfde hoofdstuk leert hoe men het protocol kan inpassen in het zorgbeleid van een school.

Het Protocol Leesproblemen en Dyslexie voor groep 1-4 bevat alle kennis, informatie en materialen die men nodig heeft om de leesontwikkeling van kinderen tot en met het tweede leerjaar te volgen en problemen daarbij aan te pakken. Het sluit heel dicht aan bij bestaande methoden, materialen en orthodidactische middelen en houdt voortdurend rekening met nieuwe bevindingen in verband met een effectieve leesbegeleiding. Voor Vlaanderen heeft het een heel specifieke meerwaarde omdat het aanwijzingen geeft voor het systematisch bevorderen (en opvolgen) van de voorbereidende leesvaardigheden.

afdrukken

De commentaren zijn gesloten.