2008.12.13

Protocol Leesproblemen en Dyslexie voor groep 5-8

Auteur: Hanneke Wentink & Ludo Verhoeven
Titel: Protocol Leesproblemen en Dyslexie voor groep 5-8
Uitgeverij: Expertisecentrum Nederlands
Plaats: Nijmegen
Jaar: 2005 (tweede druk)
Pagina's: 218
ISBN-13: 978-90-77529-07-1
Prijs: € 29,95

protocol leesproblemen en dyslexie voor groep 5-8Het Protocol Leesproblemen en Dyslexie voor groep 5-8 sluit onmiddellijk aan op het Protocol Leesproblemen en Dyslexie voor groep 1-4. Het geeft aanwijzingen voor het observeren en toetsen van de lees- en spellingvaardig-heden. Daarbovenop geeft het enorm veel suggesties en aanbevelingen voor de verschillende tussenkomsten bij problemen met het lezen en/of spellen Deze interventies hebben de volgende specifieke doelen:

  • Het vergroten van de technische lees- en spellingsvaardigheden zolang er nog groeimogelijkheden bij de leerling zijn.
  • Het maximaliseren van de functionele geletterdheid, met inbegrip van het aanwenden van compenserende en dispenserende maatregelen.

Het eerste hoofdstuk staat helemaal in het teken van leesproblemen en is inhoudelijk vergelijkbaar met het eerste hoofdstuk uit het Protocol Leesproblemen en Dyslexie voor groep 1-4. Het staat echter veel langer stil bij de kennis, vaardigheden en attitudes die er door het protocol van de leerkracht verwacht worden. De noodzakelijke leerkrachtcompetenties worden éénduidig beschreven en toegelicht.

Het tweede hoofdstuk bakent de grens tussen leesproblemen en dyslexie heel duidelijk af. Hierbij staat het nadrukkelijk stil bij ...

  • ... de kenmerken van dyslexie.
  • ... dyslexie en andere primaire stoornissen.
  • ... dyslexie en meertaligheid.
  • ... socio-emotionele gevolgen van dyslexie.

De procedure om lees- en spellingproblemen vanaf het derde leerjaar op te sporen is het centrale thema van het derde hoofdstuk. De negen stappen van het stappenplan, waarbij meetmomenten en interventieperiodes elkaar afwisselen, worden hier uitvoerig en concreet toegelicht. Voor elk meetmoment wordt uitvoerig beschreven waarop er dient gelet te worden bij het afnemen van de toetsen en het interpreteren van de resultaten. Het eindigt met enkele duidelijke standpunten in verband met het overdragen van gegevens naar het voortgezet onderwijs.

Het vierde hoofdstuk beschrijft interventies die gericht zijn op de basisvaardigheden van het technisch lezen en spellen. Het Directe instructiemodel neemt hierbij een prominente plaats in. Verder beschrijft dit hoofdstuk ook de inhoud van de interventies met daarbij speciale aandacht voor het bevorderen van de lees- en schrijfmotivatie. De specifieke inhouden voor de interventies op het vlak van technisch lezen en schrijven worden dan uiteengezet in afzonderlijke delen. Het hoofdstuk eindigt met een deeltje over de manier waarop men de didactische resistentie kan vaststellen.

Hoofdstuk vijf gaat in op interventies die zich richten op de functionele geletterdheid. Hierbij heeft het eerst en vooral aandacht voor het compenseren en dispenseren bij dyslexie. Daarnaast legt het ook uit wat functionele geletterdheid betekent op het vlak van de volgende essentiële vaardigheden:

  • Begrijpend lezen.
  • Strategisch schrijven.
  • Informatieverwerving.
  • Woordenschat.
  • Reflectie op geschreven taal.

Het eindigt met enkele opmerkingen in verband met het leren lezen en schrijven in een moderne vreemde taal.

Het zesde en laatste hoofdstuk schetst de manier waarop het protocol in het zorgbeleid van de school kan geïntegreerd worden.

Samen met het Protocol Leesproblemen en Dyslexie voor groep 1-4 is dit een standaardwerk op het vlak van de aanpak en begeleiding van kinderen met leesproblemen en dyslexie. Het is een op wetenschappelijke inzichten gebaseerd praktijkboek met concrete aanwijzingen voor het gericht opsporen en behandelen van deze problemen. Voor Vlaanderen biedt het alvast een referentiekader om op basis van dezelfde systematische en concrete manier een echt beleid op poten te zetten.

afdrukken

De commentaren zijn gesloten