2008.12.14
Protocol Leesproblemen en Dyslexie voor het Speciaal Basisonderwijs
| Auteur: | Hanneke Wentink & Eveline Wouters |
| Titel: | Protocol Leesproblemen en Dyslexie voor het Speciaal Basisonderwijs |
| Uitgeverij: | Expertisecentrum Nederlands |
| Plaats: | Nijmegen |
| Jaar: | 2005 (tweede druk) |
| Pagina's: | 320 |
| ISBN-13: | 978-90-77529-11-X |
| Prijs: | € 32,94 |
Het Protocol Leesproblemen en Dyslexie voor het Speciaal Basisonderwijs sluit aan bij de protocollen voor groep 1-4 en 5-8 (zie vorige besprekingen). Het vertrekt vanuit de vaststelling dat een groot deel van de leerlingen die in het speciaal basisonderwijs (het Vlaamse buitengewoon onderwijs type1 en type 8) les volgen, moeite heeft met het leren lezen. Ook voor hen is het van belang dat ze zich kunnen redden in onze geletterde maatschappij. Concreet betekent dit dat zij - meer nog dan andere kinderen - nood hebben aan een zo aanvaardbaar mogelijk niveau van functionele geletterdheid.
Het Protocol Leesproblemen en Dyslexie voor het Speciaal Basisonderwijs biedt leerkrachten, intern begeleiders, remedial teachers, logopedisten en andere leesspecialisten die in het speciaal basisonderwijs werkzaam zijn, richtlijnen om de leesontwikkeling van leerlingen gedurende alle jaargroepen systematisch te volgen. Het geeft aanwijzingen voor observatie en toetsing van leesvaardigheden en vaardigheden die daaraan voorafgaan in de kleuterperiode. Het protocol biedt een signaleringslijst voor kleuters en adaptieve toetsen voor de periode van het aanvankelijk lezen die gerelateerd zijn aan de herfstsignalering uit het protocol voor groep 1-4. Daarnaast biedt het handreikingen voor de begeleiding van leerlingen waarbij de leesontwikkeling dreigt te stagneren. Deze handreikingen sluiten aan bij bestaande methoden, materialen en orthotheken en bij recente bevindingen uit de literatuur rondom effectieve leesbegeleiding.
Het boek bestaat uit 6 thematische hoofdstukken:
- Inleiding
- Dyslexie
- Preventie
- Toetskalender
- Interventies
- Organisatie
In de inleiding wordt het algemene kader van dit protocol geschetst. Het geeft niet alleen de visie van de auteurs weer in verband met de functionele geletterdheid, maar maakt ook de vergelijking met de protocollen voor het reguliere onderwijs. Het pedagogisch-didactisch kader is dat van het leren in een betekenisvolle context, het sociaal en het strategisch leren. Daarbij wordt er een evenwicht gezocht tussen het instructief en constructief leren. De visie van Vygotski is hier nadrukkelijk bij aanwezig (Opbouwen van kennis is een sociaal proces - De zone van de naaste ontwikkeling - ...). Over alles heen is een stimulerende leesomgeving op school én thuis belangrijk.
Het tweede hoofdstuk vergelijkt eerst het leesproces bij zwakke lezers met dat van de normale lezers. Daarna gaat het dieper in op dyslexie en de belemmeringen en stoornissen die er bij kunnen aanwezig zijn. Het heeft expliciet aandacht voor de sociale en emotionele gevolgen van de leerstoornis. Tot slot komt ook het thema van de meertaligheid en dyslexie aan bod.
Het derde hoofdstuk wil de lezer leren hoe men lees- en spellingproblemen bij kleuters kan voorkomen. Eerst worden de 7 tussendoelen beginnende geletterdheid die van belang zijn voor de kleuterperiode verduidelijkt. Het gaat om:
- Boekoriëntatie
- Verhaalbegrip
- Functies van geschreven taal
- Relatie tussen gesproken en geschreven taal
- Taalbewustzijn
- Alfabetisch principe
- Functioneel 'schrijven' en 'lezen'
Daarna introduceert het een stappenplan dat moet toelaten systematisch te werken en hiaten in de ontwikkeling van de beginnende geletterdheid snel te onderkennen en te signaleren. Tot slot krijgen de interventies voor kleuters die problemen hebben met het taalbewustzijn en/of het alfabetisch principe de aandacht. Dat er telkens een goede overdracht moet zijn tussen de leerkrachten van opeenvolgende jaren wordt extra benadrukt.
De toetskalenders voor het technisch lezen worden volledig uit de doeken gedaan in het vierde hoofdstuk. Daarbij is er ook gedacht aan de leerlingen die tussendoor de overgang van het reguliere naar het speciale basisonderwijs maken. Elke fase uit het stappenplan wordt uitvoerig besproken en toegelicht.
Op basis van de resultaten uit de verschillende meetmomenten zal men bij een aantal kinderen moeten ingrijpen. Hoe die tussenkomsten vorm (kunnen) krijgen, is de kern van het vijfde hoofdstuk. Naast het beschrijven van enkele vormen van begeleiding en de uitleg over de algemene pedagogische aandachtspunten bij de interventies worden de interventies bij het aanvankelijk lezen en het voortgezet technisch lezen in afzonderlijke delen beschreven. Tot slot staat dit hoofdstuk stil bij enkele remediërende softwarepakketten.
Het zesde en laatste hoofdstuk leert hoe de leerkrachten de extra hulp die leerlingen met speciale onderwijsbehoeften hebben in hun klas kunnen organiseren. Hierbij is er aandacht voor de organisatie van de klas, de rol die de ouders kunnen spelen en het samenwerken met schoolexterne hulpverleners.
Ook dit protocol geeft heel wat relevante tips, procedures en achtergronden die leerkrachten kunnen aan het denken zetten over en ondersteunen bij het aanpakken van lees- en spellingproblemen in het speciaal basisonderwijs. De procedures die beschreven worden kunnen onmiddellijk uitgevoerd worden of leerkrachten inspireren om over te gaan tot een soortgelijke procedure, meer bepaald in die concrete gevallen waar de leesmethode anders is dan deze die het protocol worden aangehaald (Veilig Leren Lezen, Leeslijn/Leesweg).
14:35 Gepost door Lieven Coppens in Expertisecentrum Nederlands | Permalink | Email dit
| Tags: compenseren, didactiek, dyslexie, leerprobleem, leesprobleem, leren, observeren, remedieren, stimuleren, taal, dispenseren, buitengewoon onderwijs, lager onderwijs |
|









De commentaren zijn gesloten