2009.02.28

SOEMOkaarten voor de sociaal-emotionele ontwikkeling

Auteur: Wiebren de Jong
Titel: SOEMOkaarten voor de sociaal-emotionele ontwikkeling (normen en waarden).
Uitgeverij: Eduforce
Plaats: Drachten
Jaar: 2005
Pagina's: 627 (4 ringbanden)
ISBN-13: 978-90-76838-21-2
Prijs: € 387,50

soemokaarten voor de sociaal-emotionele ontwikkeling (normen en waarden - een methode om op preventieve wijze de sociaal-emotionele ontwikkeling van basisschoolkinderen te ondersteunenDe SOEMOkaarten vormen samen een methode om preventief de SOciaal-EMotionele Ontwikkeling van kinderen uit het basisonderwijs te stimuleren. De nadruk van deze methode ligt wel degelijk op preventie: de auteur wil niet wachten tot het gedrag van één of enkele leerlingen ontspoort om in te grijpen, hij wil dat juist vermijden. Door preventief te werken aan de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen kan dit gebeuren in een positieve sfeer. De auteur verwacht dat deze methode op termijn voor de leerkracht een besparing van tijd en energie zal betekenen.

Ieder kind uit de basisschool een sociaal-emotioneel competente leerling. Dat is het ultieme doel van deze methode. Dat betekent dat iedere leerling in staat moet zijn om op een adequate manier om te gaan met zichzelf, met andere kinderen, met volwassenen en met zijn omgeving. Kortom, ze moeten zich al op jonge leeftijd herkennen in en verbonden weten met algemeen gewaardeerde waarden en normen.

Het ontwikkelen van de sociaal-emotionele competentie is afhankelijk van drie belangrijke voorwaarden:

  • Sociaal-emotionele woordenschat (bv. boos, heimwee, schelden) begrijpen.
  • Sociaal-emotionele vaardigheden (bv. Een afspraak afzeggen, Niet tussen mensen doorlopen die met elkaar praten) verwerven.
  • Sociaal-emotionele vergissingen (bv. Iedereen is te vertrouwen, Brutalen hebben de halve wereld) vermijden.

Net rond deze drie voorwaarden zijn de SOEMOkaarten opgebouwd. Zij willen de school helpen om systematisch aan het ontwikkelen van de sociaal-emotionele competentie te werken.

De kaarten zijn verdeeld over 4 mappen, elk met een aanduiding van de groepen waarvoor ze bedoeld zijn, wat niet wegneemt dat men ze ook in andere leerjaren kan gebruiken:

  • Map 1: Groepen 1, 2 en 3 (2e en 3e kleuterklas, 1e leerjaar).
  • Map 2: Groepen 3, 4 en 5 (1e, 2e en 3e leerjaar).
  • Map 3: Groepen 5, 6 en 7 (3e, 4e en 5e leerjaar).
  • Map 4: Groepen 7, en 8 (5e en 6e leerjaar).

In elke map komen de 3 voorwaarden aan bod. Deze zijn gemakkelijk te herkennen aan hun kleurcode:

  • Sociaal-emotionele woordenschat: zwart
  • Sociaal-emotionele vaardigheden: blauw
  • Sociaal-emotionele vergissingen: rood

Sommige woorden en vaardigheden komen slechts in één map aan bod, andere dan weer in verschillende mappen. In deze gevallen zien we dan dat het niveau ervan (abstractheid, complexiteit, ...) toeneemt. In de jongere groepen of klassen wordt er heel wat aandacht besteed aan het aanleren van vaardigheden en heel wat minder aan vergissingen, in de oudste groepen of klassen is dat net andersom.

Elke kaart heeft op het eerste blad een grote tekening die verband houdt met de inhoud ervan. Op de volgende bladzijden wordt de inhoud dan ingeleid met een verhaal, situatieschets, uitgangsvraag of iets van die aard. Daarna wordt de manier beschreven waarop men de inhoud kan verwerken. De noodzakelijke materialen zijn terug te vinden in de bijlagen. Wanneer een kaart afgewerkt is, kan de tekening op het eerste blad als geheugensteun in de klas worden opgehangen.

In tegenstelling tot veel andere methoden voor het verwerven van sociaal-emotionele competenties munten de SOEMOkaarten uit door hun concrete inhoud, praktische uitwerking en overzichtelijke uitwerking. Hierdoor hebben ze ook een heel ruim toepassingsgebied:

  • Een methode om systematisch doorheen de basisschool aan de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen te werken.
  • Een bronnenboek voor iedereen die een eigen leerlijn voor de sociaal-emotionele ontwikkeling wil uitwerken.
  • Een inspiratieboek voor iedereen die rond waarden en normen wil werken en op zoek is naar concrete uitwerkingsmogelijkheden.
  • Een EHBO-boek in die gevallen waar bepaalde situaties op school uitgroeien tot (of ontaarden in?) een kritiek incident dat het voortgaan van het klasgebeuren ernstig bedreigen en een onmiddellijke aanpak noodzakelijk maken.

afdrukken

20:12 Gepost door Lieven Coppens in Eduforce | Permalink | Tags: zorg, basisonderwijs, kleuteronderwijs, kleuters, lager onderwijs, ontwikkeling, sociale ontwikkeling, emotionele ontwikkeling | |

2009.02.22

Samen sterker Terug Op Pad

Auteur: Wim De Mey, Vera Missiaen, Nele Van Hulle, Els Merlevede & Suzy Winters.
Titel: Samen sterker Terug Op Pad. Het STOP 4>7-programma: een vroege interventie voor jonge kinderen met gedragsproblemen.
Uitgeverij: SWP 
Plaats: Amsterdam
Jaar: 2007 (tweede druk)
Pagina's: 520
ISBN-13: 978-90-6665-629-1
Prijs: € 79,00

samen sterker terug op pad. het STOP4>7-programma: een vroege interventie voor jonge kinderen met gedragsproblemenDeze publicatie bevat een programma om gedragsproblemen bij jonge kinderen te voorkomen en aan te pakken. Er is immers uit actueel en sterk onderbouwd wetenschappelijk onderzoek gebleken dat gedragsproblemen het beste kunnen bestreden worden wanneer ze zich manifesteren bij risicogroepen en op jonge leeftijd. Niet meer wachten dus tot de gedragsproblemen onoverkomelijk groot zijn geworden en behandeling maar weinig resultaat meer oplevert, wel proberen om de ontwikkeling die dreigt te mis te lopen zo snel mogelijk weer op het juiste spoor te zetten. Dat alles in nauwe samenwerking met mensen uit de belangrijkste contexten van het jonge kind: het gezin en de school.

Het STOP4>7-programma is een protocol voor ouders, leerkrachten en kinderen. Het is een draaiboek waarin de doelstellingen en de methoden duidelijk beschreven staan. Een draaiboek ook dat uitvoerig door de auteurs in de praktijk werd uitgetest alvorens het zijn definitieve vorm kreeg.

Het eerste deel van de map schetst het theoretische kader van waaruit het programma ontstond. Het benadert eerst het antisociaal gedrag vanuit een ontwikkelingspsychopathologisch perspectief waarbij het onder andere stilstaat bij het belang van een aantal beïnvloedende factoren (zowel risico- als beschermende factoren). Verder geeft het een overzicht van behandelingen voor antisociaal gedrag die effectief gebleken zijn. De leer- en gedragstherapie die de basis is voor de STOP-training wordt beknopt uitgelegd, om tot slot te komen tot de beschrijving van de doelgroep van de training en de concrete organisatiie.

Het tweede deel is het draaiboek voor de sociale vaardigheidstraining voor de kinderen. De inleiding geeft duidelijk de doelstellingen aan, beschrijft hoe de training is opgebouwd en schetst het verloop van de bijeenkomsten. Het stelt enkele aandachtspunten voor de trainers voorop in verband met het basisklimaat voor de training en het gebruik van enkele opvoedingsvaardigheden die ook in de trainingen voor ouders en leerkrachten aan bod komen. Tegelijk lijst het alle benodigde materialen op. Tot slot van dit deel worden de tien bijeenkomsten waaruit de kindertraining bestaat gebruiksklaar uitgewerkt.

Het derde deel is het draaiboek voor de oudertraining. De indeling hiervan komt overeen met deze van de kindertraining. In een extra hoofdstukje wordt er wel aandacht besteed aan bepaalde aspecten van de trainershouding die het mogelijk moeten maken dat ouders maximaal voordeel halen uit de aangeboden training. De aandacht richt zich hierbij niet enkel op het aanleren van (nieuwe) vaardigheden maar ook op het bevorderen van het zelfvertrouwen van de ouders. Opnieuw worden de tien bijeenkomsten volledig uitgewerkt.

Het draaiboek van de leerkrachtentraining is in het vierde deel analoog aan dat van de ouders uitgewerkt. Ook hier wordt er in een extra hoofdstukje expliciet aandacht besteed aan die aspecten van de trainershouding die hier belangrijk zijn. Zo richt de aandacht zich niet alleen op de kennisoverdracht maar ook op het versterken van het zelfwaardegevoel van de leerkrachten.

De uitgave bevat bij elk deel een hele reeks bijlagen waarin men alle voor de training noodzakelijke materialen kan terugvinden.

Dit programma richt zich tot professionele hulpverleners die de begeleiding van kinderen met gedragsproblemen en hun ouders en leerkrachten op een doelmatige manier willen aanpakken. Leertheoretische kennis is zondermeer aanbevolen.

Bij wijze van beoordeling citeren we een fragment uit het Woord vooraf uit de map van Professor Veerman van de Radboud Universiteit Nijmegen:

Het STOP 4>7-programma voldoet aan alle kenmerken waar een veelbelovend programma aan dient te voldoen. Het heeft een duidelijke doelgroep, de interventies zijn gericht op versterking van de gezins- en schoolomgeving en op de sociaal-cognitieve ontwikkeling van het kind zelf, er is een helder protocol voor het inrichten van de bijeenkomsten en er zijn duidelijke doelen. Bovendien is bij het ontwerp van het programma zowel gebruik gemaakt van ervaringen van praktijkwerkers als van wetenschappelijke theorievorming. Het programma is letterlijk 'klaar' voor gebruik. Ik verwacht dat het de weg naar de praktijk zeker zal vinden en hoop dat het velen zal inspireren een dreigende schreefgroei in de ontwikkeling van aan hun zorgen toevertrouwde kinderen weer in goede banen te leiden.

De boeken van uitgeverij SWP worden in België verdeeld door uitgeverij Epo.

afdrukken

16:40 Gepost door Lieven Coppens in SWP | Permalink | Tags: ontwikkeling, ouders, opvoeding, draaiboek, training, gedrag, leerkrachten, opvoedingsondersteuning | |

2009.02.15

Tieners zit stil op school

Auteur: Rita Bollaert & Marc Derudder
Titel: Tieners zit stil! op school. Omgaan met ADHD.
>Uitgeverij: Lannoo
Plaats: Tielt
Jaar: 2004 (tweede druk)
Pagina's: 168
ISBN-13: 978-90-209-5724-2
Prijs: € 17,95

tieners zit stil op school. omgaan met adhdDit boek probeert een antwoord te geven op de vraag hoe je het beste omgaat met tieners met ADHD. Het is een bundeling van heel concreet materiaal voor ouders en leerkrachten waardoor talrijke plooien kunnen gladgestreken en heel scherpe hoekjes kunnen bijgeschaafd worden. Tegelijk gaat er van al deze tips en materialen uit dit boek, indien toegepast nog voor de problemen zich voordoen, een zeer belangrijke proactieve en preventie werking uit.

In het eerste hoofdstuk bespreken de auteurs de cocktail die gemaakt wordt door ADHD en puberteit met elkaar te vermengen. Ze verklaren waarom een puber met ADHD nog emotioneler en kwetsbaarder is dan zijn leeftijdsgenoten zonder ADHD en waarom het belangrijk is dat ouders en leerkrachten zich daar extra van bewust zijn. Een grondige kennis van de problematiek en een doelgerichte aanpak zorgen immers voor een betere prognose voor deze leerlingen.

Het tweede hoofdstuk staat helemaal in het teken van de vaardigheden die opvoeders nodig hebben om een puber met ADHD goed te kunnen begeleiden. Het gaat hier zowel om vaardigheden om gewenst gedrag te stimuleren als om ongewenst gedrag te verminderen. En dat gaat heus verder dan het klassieke thema van beloning en straf.

Huiswerk maken is de medeverantwoordelijkheid van de ouders van de leerling met ADHD. Omdat hij het gezien zijn problematiek zelf niet helemaal in de hand kan houden. Ook al is men als ouder geneigd te denken dat huiswerk in het secundair onderwijs uitsluitend de verantwoordelijkheid is van de student zelf. De ouder, maar ook de school, heeft hier belangrijke verantwoordelijkheden, zoals het helpen organiseren, leren studeren, beschikbaar zijn om te helpen als daar nood aan is en dergelijke meer. Studiebegeleiding is hier het sleutelwoord.

Het vierde hoofdstuk toont aan dan een goede communicatie op verschillende vlakken (over)levensnood-zakelijk is. Het gaat hier niet alleen over de communicatie tussen leerkracht en ouders, maar ook over het inlichten van de medeleerlingen en de communicatie binnen het schoolteam. Voor deze communicatie binnen het schoolteam is de cel leerlingenbegeleiding het platform bij uitstek.

Een preventieve aanpak bestaat uit concrete en heldere afspraken tussen de school en de leerlingen en hun ouders enerzijds, en uit klas- en vakoverschrijdende afspraken binnen het voltallige leerkrachtenkorps anderzijds. Dit geven de auteurs als centrale boodschap mee in het vijfde hoofdstuk. Op een positieve manier wordt er overal structuur gebracht: structuur in opdrachten, structuur in de tijd, structuur in de ruimte, zelfs structuur in conflicten. Elke vorm van structuur biedt hier een mogelijke uitkomst.

In het zesde hoofdstuk geven de auteurs tips om de hulp die men wenst te bieden op maat van de leerling met ADHD te maken. Ze stimuleren de lezer niet alleen om een begeleidingsplan op te stellen voor deze leerling, ze geven ook aanwijzingen om zijn gedrag, attitudes en houding te beoordelen en hem te begeleiden bij zijn studiekeuze.

Het zevende en laatste hoofdstuk behandelt de aanpak van ongewenst gedrag. Hulpmiddelen zoals de leerlingvolgkaart (in uitzonderlijke gevallen de klassikale volgkaart), beloning en straf en nota's in de agenda of het rapport komen hier aan bod.

Dit boek munt uit in zijn praktische toepassingswaarde: aan de hand van concrete gevalsbesprekingen, voorbeelden, schema's en heel veel achtergrondinformatie brengen de auteurs hun verhaal tot leven. Hoewel de theoretische achtergrond nooit veraf is, leest dit boek zeer gemakkelijk en is de herkenbaarheid voor de lezer zeer groot. De tientallen tips en suggesties kunnen het leven in de klas voor iedereen - dus niet alleen van de tiener met ADHD - veel rustiger en aangenamer maken.

afdrukken

22:51 Gepost door Lieven Coppens in Lannoo | Permalink | Tags: add, adhd | |

Zit stil! op school

Auteur: Rita Bollaert
Titel: Zit stil! op school. Omgaan met ADHD in de klas.
Uitgeverij: Lannoo
Plaats: Tielt
Jaar: 2003 (derde druk)
Pagina's: 118
ISBN-13: 978-90-209-4872-1
Prijs: € 19,95

zit stil op school - omgaan met adhd in de klasRita Bollaert heeft met dit boek een handleiding geschreven over het omgaan met kinderen met ADHD in de basisschool. In twaalf hoofdstukken behandelt ze een aantal essentiële thema's.

In het eerste hoofdstuk beschrijft ze het fenomeen ADHD, ontzenuwt ze enkele mythes en bespreekt ze de drie verklaringsmodellen voor ADHD om uiteindelijk te komen tot de criteria uit de DSM IV om te kunnen spreken over ADHD. Daarbij benadrukt ze dat de diagnose moeilijker te stellen is dan men zou denken, niet in het minst omwille van de secundaire problemen bij ADHD en de comorbiditeit met andere stoornissen. Hierbij sluit het tweede hoofdstuk nauw aan, waarin de auteur er voor pleit om als ouder toch open te zijn over de problemen van hun kind en met de leerkracht in gesprek te gaan.

Vanaf het derde tot en met het vijfde hoofdstuk bespreekt Rita Bollaert enkele belangrijke thema's in verband met de aanpak van kinderen met ADHD. Zo komen onder meer het belonen en straffen aan bod als deel van de noodzakelijke gedragstherapie, maar ook het (begeleiden bij het) maken van huiswerk.

Dat een diagnose krijgen niet zo evident is en uit verschillende stappen bestaat, beschrijft de auteur in het zesde hoofdstuk. Dat een dergelijke diagnose bij ouders en leerkrachten op een bepaald moment schuldgevoelens kan oproepen, is het centrale thema van het zevende hoofdstuk. Daarbij besteedt de auteur aandacht aan de manier waarop men daarmee kan omgaan of daaraan kan tegemoet komen.

Vanaf het achtste hoofdstuk, dat gaat over het belang van zelfinstructie, behandelen de verschillende hoofdstukken elk een specifiek thema. Zo gaat het negende hoofdstuk over kinderen met ADD, waarbij er extra benadrukt wordt dat deze kinderen vaak jaren lang onopgemerkt blijven, met alle gevolgen van dien. Het tiende hoofdstuk geeft dan weer heel wat tips over het omgaan met deze kinderen in meer losse, ongestructureerde situaties zoals een kamp. Het elfde hoofdstuk staat helemaal in het teken van het gebruik van medicatie bij ADHD.

In het laatste hoofdstuk komt het zelfbeeld van het kind met ADHD aan bod. Gaandeweg wordt het kind immers gewaar dat het "anders" is, een vaststelling die het moet leren verwerken en aanvaarden.

De meerwaarde van het boek ligt in de talrijke concrete voorbeelden en de vele praktische tips. De theorie wordt hierbij zeker niet geschuwd, maar is ondergeschikt aan wat de auteur beoogt: een gids te zijn voor ouders, leerkrachten en hulpverleners.

afdrukken

17:27 Gepost door Lieven Coppens in Lannoo | Permalink | Tags: adhd, add | |

2009.02.08

Werkboek Effectieve handelingsplanning

Auteur: Marcel Huijgens & Marcel van de Wiel
Titel: Werkboek Effectieve handelingsplanning
Uitgeverij: HB Uitgevers
Plaats: Baarn
Jaar: 2008
Pagina's: 102
ISBN-13: 978-90-5574-581-4
Prijs: € 19,50

werkboek effectieve handelingsplanning - in 15 stappen naar een handelingsgericht planNu het handelingsgericht werken nadrukkelijk in het Vlaamse onderwijs een vooraanstaande plaats begint in te nemen en het een vast onderdeel zal vormen van de toekomst van alle leerkrachten uit het basisonderwijs, is er niet alleen nood aan theoretische vorming maar ook aan praktische instrumenten. Het boek Werkboek Effectieve handelingsplanning (dat niet voor niets verscheen in de reeks Speciaal Onderwijs en Zorgverbreding) is bij uitstek zo een instrument

Na een korte inleiding waarin ze het boek in de (Nederlandse) onderwijscontext een plaats geven en de opzet ervan verduidelijken, bespreken de auteurs in het tweede hoofdstuk de kenmerken van een school die de begeleidingsmogelijkheden voor leerlingen met een zorgvraag mee bepalen. Het is de bedoeling dat de school haar zorgstructuur in kaart brengt.

Het derde hoofdstuk staat in het teken van de eerste fase, het signaleren van problemen. Wanneer het de leerkracht opvalt dat een leerling zich anders gedraagt of anders presteert dan normaal, dan moet hij heel concreet beschrijven wat er hem op dat moment aan de leerling opvalt. Hierbij is het belangrijk dat de leerkracht goed weet hoe het kind zich normaal gedraagt. Belangrijk daarbij is ook dat de leerkracht de didactische en pedagogische risicomomenten goed weet in te schatten waardoor hij zich beter bewust wordt van "abnormaal" gedrag bij zijn leerlingen. Gerichte observatie is een belangrijk hulpmiddel voor hem om het probleem nog scherper te zien. Op basis van deze inzichten kan hij dan in de tweede stap de hulpvraag formuleren zoals die uit het gedrag van de leerling blijkt. Deze hulpvraag wordt dan meteen de onderzoeksvraag voor de volgende fase.

De tweede fase bestaat uit het verzamelen van de bestaande gegevens. Deze worden in de derde stap verzameld en geordend waardoor het meteen ook duidelijk wordt welke gegevens er nog ontbreken. Voor het ordenen van deze gegevens stellen de auteurs voor om het meervoudig risicomodel van Van der Ploeg te gebruiken. Hierbij moet er niet alleen aandacht zijn voor de negatieve kenmerken, maar nadrukkelijk ook voor de positieve, beschermende factoren. In de volgende stap lijst men de informatie op welke men nog nodig heeft.

In de derde fase worden de gegevens die nog ontbreken systematisch verzameld. In de vijfde stap bepaalt men eerst op welke manier, met welke methode men de bijkomende gegevens wil verzamelen. De auteurs beschrijven heel concreet, maar zeker niet exhaustief, een achttal methoden, gaande van observatie over zelfonderzoek tot het maken en bespreken van filmopnamen. In de zesde stap worden alle gegevens verzameld en bekijkt men of men nu over voldoende gegevens beschikt.

Zo belanden we in de volgende fase, die helemaal in teken staat van de zevende stap van het model: de beeldvorming. Deze beeldvorming is niet alleen een soort onderzoeksverslag, maar tegelijk ook de basis voor alle toekomstige handelen.

Met de achtste stap, het herschrijven van de hulpvraag naar concrete doelen, zijn we aangekomen bij de volgende fase van het model, het plannen van de concrete acties. De auteurs stellen hierbij het concept van de SMART-doelen voorop (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel & Aanwijsbaar, Reëel, Tijdsgebonden). Door het probleem in de negende stap door verschillende brillen (de visie van de school op zorg, beschermende factoren bij het kind, ...) te bekijken, komt men uiteindelijk tot de keuze van een bepaalde aanpak. Eens men zover is zal men in de tiende stap de acties zo concreet mogelijk maken (wie, wat, wanneer, hoe, ...) om deze in de elfde stap in het handelingsplan in te schrijven.

In de voorlaatste fase worden de acties uitgevoerd. Ze krijgen eerst een plaats in de concrete planning van de klas (stap twaalf) en worden daarna uitgevoerd (stap dertien). Bij de uitvoering is het belangrijk dat de leerkracht niet alleen aandacht heeft voor het resultaat maar ook voor het proces. Door actief te registreren in deze stap blijft men heel alert.

De laatste fase van het model staat in het teken van het evalueren van de doelen (stap veertien) en het registreren van het geheel voor het dossier (stap vijftien).

De aandachtige lezer die vertrouwd is met het gedachtengoed van de handelingsgerichte diagnostiek en het handelingsgerichte werken zal dit in dit boek ongetwijfeld onmiddellijk herkennen. Mensen die op zoek zijn naar een concreet houvast om dit te vertalen naar de praktijk, zullen aan het in het boek voorgestelde model een zeer grote steun hebben. De concrete voorbeelden, maar ook de opdrachten uit dit werkboek maken dit alles tot een zeer levendig verhaal. In die zin lijkt het me dan ook een verplicht werk voor elke hedendaagse onderwijsbibliotheek die beweert "volledig" te zijn.

afdrukken 

16:30 Gepost door Lieven Coppens in HB Uitgevers | Permalink | Tags: hgd, hgw, methodiek, handelingsplan, handelingsgericht werken, handelingsgerichte diagnostiek | |