2009.03.07
Soorten intelligentie. Meervoudige intelligentie voor de 21e eeuw
| Auteur: | Howard Gardner |
| Titel: | Soorten intelligentie. Meervoudige intelligenties voor de 21e eeuw. |
| Uitgeverij: | Nieuwezijds |
| Plaats: | Amsterdam |
| Jaar: | 2006 (Tweede oplage) |
| Pagina's: | 253 |
| ISBN-13: | 978-90-5712-133-3 |
| Prijs: | € 24,95 |
In dit boek maakt Howard Gardner de balans op van zijn theorie van de meervoudige intelligenties. In het eerste hoofdstuk verwerpt hij opnieuw de these van de enkelvoudige intelligentie. Volgens hem is de intelligentie te belangrijk om over te laten aan de intelligentietesters. Hij is er van overtuigd dat de mens een reeks van vermogens en capaciteiten - meervoudige intelligenties - bezit waarvoor men zowel afzonderlijk als in combinatie met elkaar creatieve en productieve toepassingen kan vinden. Men moet er niet alleen naar streven om deze vermogens en capaciteiten te verhogen en op een goede manier te gebruiken, men moet ook uitzoeken hoe deze samen met de moraliteit kunnen gebruikt worden om de wereld tot een plaats te maken waar uiteenlopende mensen willen wonen.
In het tweede hoofdstuk beschrijft Gardner hoe er over intelligentie gedacht werd voor de theorie van de meervoudige intelligenties uitgebracht werd en hekelt hij een aantal theorieën, onder andere deze van de emotionele intelligentie zoals deze beschreven werd door Daniël Goleman.
In het derde hoofdstuk beschrijft hij eerst en vooral hoe hij tot de theorie van de meervoudige intelligenties kwam. Hij laat ons zien hoe zijn definitie tot stand kwam en op basis waarvan hij tot de verschillende criteria vastlegde, criteria die trouwens uit verschillende vakgebieden afkomstig zijn. Het hoofdstuk eindigt bij de uitgave van zijn boek Frames of the Mind, waarin hij zeven verschillende intelligenties beschreef.
- Linguïstische intelligentie,
- Logisch-wiskundige intelligentie,
- Muzikale intelligentie,
- Lichamelijke bewegingsintelligentie,
- Ruimtelijke intelligentie,
- Interpersoonlijke intelligentie,
- Intrapersoonlijke intelligentie.
Het volgende hoofdstuk gebruikt Gardner om drie aanvullende intelligenties onder de loep te nemen. Het zijn de volgende:
- Naturalistische intelligentie,
- Spiritualistische intelligentie,
- Existententiële intelligentie.
Hij neemt de lezer mee in het proces waarbij hij de verschillende intelligenties toetst aan de vastgelegde criteria, om uiteindelijk enkel de naturalistische te weerhouden als een volwaardige intelligentie. Aansluitend hierop gaat Gardner in het vijfde hoofdstuk op zoek naar het antwoord op de vraag of er een morele intelligentie bestaat. Hij komt tot de conclusie dat moraliteit geen intelligentie op zich is.
In het zesde hoofdstuk gaat Gardner dieper in op een aantal mythen over de meervoudige intelligenties die hij weerlegt met feiten en becommentarieert. Dit omdat hij zijn theorie terug op de oorspronkelijke sporen wil zetten. Enkele van deze mythen en feiten zijn:
- Een intelligentie is hetzelfde als een domein of een vak.
- Een intelligentie is hetzelfde als een leerstijl, een cognitieve stijl of een werkstijl.
- De theorie van de meervoudige intelligenties is niet empirisch.
In het zevende hoofdstuk schrijft Gardner de antwoorden uit op de vragen die hem zeer frequent gesteld worden. In het volgende hoofdstuk onderzoekt hij uitgaande van zijn theorie van de meervoudige intelligenties wat een leider nu eigenlijk tot leider maakt. In het negende hoofdstuk denkt hij dan weer openlijk na over de manier waarop zijn theorie van de meervoudige intelligenties in het onderwijs een plaats kan krijgen. De meervoudige intelligenties kunnen op zich geen doel zijn van dat onderwijs, wel een hulpmiddel om het ultieme doel van goed onderwijs te bereiken, namelijk het komen tot inzicht. De manier waarop dit dan kan gerealiseerd worden beschrijft hij in het tiende hoofdstuk Verschillende wegen om tot inzicht te komen.
Het voorlaatste hoofdstuk plaatst de meervoudige intelligenties in een breder kader. Gardner beschrijft hier hoe zijn theorie invloed kreeg in verschillende sectoren, namelijk:
- De kindermusea,
- De musea voor beeldende kunst,
- Het bedrijfsleven en het onderwijs,
- De werkplek.
In het twaalfde en laatste hoofdstuk gaat Gardner op zoek naar een antwoord op de vraag: Wie is intelligent?
Of je nu een fervent voor- of tegenstander bent van de theorie van Gardner, het maakt niet echt uit. Feit is: je moet ze kennen. Ze heeft immers de afgelopen jaren het denken over onderwijs zeer sterk beïnvloed. Gardner heeft het idee dat intelligentie een enkelvoudige eenheid is, dat ze bepaald wordt door een enkele factor en dat ze eenvoudig door een IQ-test kan gemeten worden, in vraag gesteld evenals het cognitieve ontwikkelingsmodel van Piaget. Hij ondermijnde met succes de theorie dat kennis op om het even welk ontwikkelingsniveau samenhangt in een gestructureerd geheel.
Een boek dat niemand die interesse heeft voor de theorie van de meervoudige intelligenties ongelezen kan laten.
De boeken van uitgeverij Nieuwezijds worden in België verdeeld door uitgeverij Epo.
18:49 Gepost door Lieven Coppens in Nieuwezijds | Permalink | Email dit
| Tags: intelligentie, ontwikkeling, mi, meervoudige intelligentie |
|









De commentaren zijn gesloten