2009.04.19

Studeren met dyslexie

Auteur: Nel Hofmeester
Titel: Studeren met dyslexie
Uitgeverij: Garant
Plaats: Antwerpen/Apeldoorn
Jaar: 2002 (tweede druk)
Pagina's: 128
ISBN-13: 978-90-441-1299-3
Prijs: € 17,90

studeren met dyslexieStuderen terwijl je dyslexie hebt, is geen sinecure. Of je nu in het basis-, secundair of voortgezet onderwijs les volgt, of in het hoger onderwijs, je draagt het met je mee. Nel Hofmeester is verbonden aan de Hogeschool Rotterdam en schreef een boek over het studeren met dyslexie in het hoger onderwijs. Dit boek is geschreven vanuit de Nederlandse context, waar er bij wet vastgestelde voorzieningen voor leerlingen met dyslexie zijn. Hierdoor gelden enkele dingen niet voor de Vlaamse situatie. De vele nuttige tips en frisse inzichten die in het boek aangereikt worden, maken dit echter meer dan goed. Zowel Nederlandse als Vlaamse studenten uit de laatste jaren van het secundair of voortgezet onderwijs of uit het hoger onderwijs zullen zich in dit boek herkennen en heel veel hebben aan de aangereikte tips en inzichten.

In het eerste deel van het boek krijgt de lezer informatie over studeren met dyslexie in het hoger onderwijs. Na de basisinformatie over dyslexie staat de auteur stil bij het studeren met dyslexie in het hoger onderwijs. Ze gaat hierbij uit van bepaalde feiten uit de Nederlandse situatie die echter zeer gemakkelijk door de Vlaamse lezer naar de eigen situatie kunnen vertaald worden. De onderdeeltjes over het signaleren door docenten en mentoren en de inventarisatielijst studieproblemen zijn dan weer algemeen geldend. De inventarisatielijst studieproblemen is trouwens door elke student bruikbaar. Het derde hoofdstukje uit dit eerste deel gaat over de regelingen en voorzieningen zoals ze in Nederland bestaan. Dit is niet toepasbaar op de Vlaamse situatie, maar kan wel inspirerend zijn. In het vierde hoofdstuk uit het eerste deel is het heel boeiend om te lezen hoe de theorie van de meervoudige intelligentie van Howard Gardner kan aangewend worden om de student met dyslexie te leren studeren vanuit zijn sterke kanten. Het vijfde hoofdstuk is de inleiding op het tweede deel waarin de visie op het aanpakken van de studieproblemen wordt uitgelegd.

Het tweede deel staat helemaal in het teken van de praktische aanpak van de problemen waarmee studenten met dyslexie in het (hoger) onderwijs zich geconfronteerd zien. Deze problemen worden voor zover het mogelijk is, gekoppeld aan of benaderd vanuit de inzichten uit de theorie van de meervoudige intelligentie. Naast algemene adviezen komen er ook adviezen aan bod op het vlak van:

  • het lezend opnemen van informatie;
  • het schrijven van notities, eindopdrachten en scripties;
  • het plannen en organiseren van studieactiviteiten;
  • concentratie;
  • toetsen;
  • omgaan met docenten;
  • het gebruiken van hulpmiddelen.

In het derde deel geeft de auteur antwoorden op enkele discussiepunten over het omgaan met dyslexie in het hoger onderwijs zoals:

  • Welke studie of opleiding kan iemand met dyslexie volgen?
  • Wat vertel je aan wie?
  • Wat doe je tegen angst over bevoordeling of niveauverlaging?
  • Kun je met dyslexie wel een goede leraar worden?

Tot slot formuleert ze een heleboel aanbevelingen voor het onderwijsbeleid, het beleid van de hogescholen en universiteiten en het beleid van de uitgevers en de ontwikkelaars van software.

afdrukken

19:03 Gepost door Lieven Coppens in Garant | Permalink | Tags: leesprobleem, studeren, lezen, dyslexie, spelling, leerprobleem | |

2009.04.11

Inspiratiehandboek zelfgestuurd leren

Auteur: Vlaamse Onderwijsraad
Titel: Inspiratiehandboek zelfgestuurd leren.
Uitgeverij: Garant
Plaats: Antwerpen/Apeldoorn
Jaar: 2003
Pagina's: 160
ISBN-13: 978-90-441-1423-2
Prijs: € 16,-

inspiratiehandboek zelfgestuurd lerenLevenslang leren, dat is de prijs die we allemaal betalen om mee te blijven met de verworvenheden van de huidige kennismaatschappij. Concreet betekent dit dat mensen na hun studentenperiode zelfstandig aan de slag moeten. Want de kennismaatschappij vraagt dat de mensen flexibel en zelfstandig informatie verwerken, keuzes maken en verantwoordelijkheid opnemen. Deze vaardigheden zijn allemaal een onderdeel van de competentie zelfgestuurd leren. Stilaan is dan ook de nood gegroeid om deze competentie in het onderwijs aan te leren. Met dit inspiratieboek wil de Vlaamse Onderwijsraad daartoe bijdragen.

In het eerste deel van dit boek, dat zich in de eerste plaats richt op de eerste, tweede en derde graad van het algemeen secundair onderwijs, wordt de theorie achter deze competentie uitgelegd. Je leert dat de leerling daartoe moet beschikken over een samenspel van cognitieve, metacognitieve en affectieve leervaardigheden. Daarvoor moet hij een groeiproces doormaken. Dit groeiproces stelt echter ook eisen aan de leerkracht, de onderwijsleersituatie en de school. Het is dan ook belangrijk dat één en ander geleidelijk aan gebeurt: de leerkracht moet kunnen groeien in zijn nieuwe en veranderende opdracht, de leersituaties moeten aangepast worden aan de zelfstandig werkende student en de school zal een visie op zelfgestuurd leren moeten ontwikkelen en implementeren. Daarvoor is er ondersteuning nodig binnen de school, maar ook ondersteuning van actoren buiten de school. Hoe die ondersteuning er kan uitzien wordt beschreven in de laatste hoofdstukjes van het eerste deel.

Het tweede deel bevat de beschrijving van een vijftiental praktijkvoorbeelden. Elk praktijkvoorbeeld, of het nu klein- of grootschalig is, wordt op dezelfde manier beschreven:

  • Een voorstelling van de school en het project.
  • De redenen waarom de school met het project gestart is.
  • Een beschrijving van het project in de praktijk.
  • Enkele bedenkingen.
  • Een overzicht van succesfactoren en knelpunten.
  • Voorbeelden van gebruikte materialen waar het relevant is.

Dit boek wil scholen voor secundair onderwijs aanzetten om het zelfgestuurde leren in hun aanbod op te nemen. In die zin is het zijn titel als inspiratiehandboek meer dan waard.

afdrukken

22:17 Gepost door Lieven Coppens in Garant | Permalink | Tags: leren, leren studeren, zelfgestuurd leren | |

Zelfgestuurd leren in het hoger onderwijs

Auteur: Ella Desmedt & Lieve Carette
Titel: Zelfgestuurd leren in het hoger onderwijs. Survivalkit voor de eerste maanden.
Uitgeverij: Garant
Plaats: Antwerpen/Apeldoorn
Jaar: 2005
Pagina's: 66
ISBN-13: 978-90-441-1727-1
Prijs: € 6,20

zelfgestuurd leren in het hoger onderwijs - survivalkit voor de eerste maandenMet dit boekje voorzien de auteurs in een grote behoefte. Studenten die naar het hoger onderwijs overstappen, leren gedurende een tiental weken aan de hand van vijf modules zelfgestuurd leren.

De sterkte van deze uitgave ligt in het gevonden evenwicht tussen theorie en praktijk. Concreet betekent dit dat de auteurs de theoretische achtergrond bij elke module kort en krachtig weten door te geven en te doorleven aan de hand van concrete opdrachten, vragenlijsten en dergelijke.

In de eerste module leert de student zijn toekomstige opleiding beter kennen. Hiervoor bieden de auteurs hem zeer gerichte opdrachten aan die hij moet uitvoeren. Eens zo ver krijgt hij ook de kans om zichzelf als student beter te leren kennen. Een leerstijlentest en een test naar de grondigheid waarmee hij studeert helpen hem hierbij. Uiteindelijk worden al de gegevens die in deze module verzameld werden samengebracht in een gerichte zelfevaluatie. Hiermee krijgt hij een zicht op de studie-inspanningen die hij zal moeten leveren.

De tweede module staat helemaal in het teken van de studieplanning. De student leert eerst zichzelf slimme doelen te stellen (specifiek, meetbaar, aanvaardbaar, realiseerbaar, tijdgebonden) om die daarna naar een haalbare planning te vertalen. In het tweede deel van deze module kan hij nagaan in welke mate hij vatbaar is voor faalangst en uitstelgedrag. Vragenlijsten en zelfobservaties helpen hem hierbij op weg.

De derde module bekijkt enkele studietechnieken van nabij. Ze is uitgewerkt rond drie kapstokken: structuur zoeken, betekenisvol verwerken en herhalen en controleren. Aan het eind van deze module moet de student in staat zijn om van de aangebrachte technieken aan te geven wanneer hij ze kan gebruiken en waarom.

De vierde module gaat in op het fenomeen stress. De student leert enkele signalen van stress te herkennen en krijgt exemplarisch enkele mogelijke oplossingen aangereikt.

De laatste module doorloopt de student na de eerste examens. Het is de fase van de zelfreflectie. De student leert om zichzelf op een eerlijke manier te evalueren om daarna tot een diagnose te komen die hem moet helpen om het beter te doen.

Dit boekje kan een handig hulpmiddel zijn voor de gemotiveerde student om de eerste maanden van het hoger onderwijs door te komen. Het doet volop beroep op de competentie van het zelfgestuurd leren. Toch (of net daardoor) meen ik dat de inhoud van dit boekje beter tot zijn recht zou komen als onderdeel van het studiekeuzeproces in het vijfde en zesde jaar ASO. Op die manier kunnen alle toekomstige studenten de principes ervan leren kennen en aanleren. Dit zou wel eens een beduidend verschil kunnen maken. Een aanrader!

afdrukken

22:06 Gepost door Lieven Coppens in Garant | Permalink | Tags: leren, zelfgestuurd leren, leren studeren, studiemethode, stress, faalangst, uitstelgedrag, studietechnieken | |

2009.04.04

Schrijforthotheek bij de schrijfmethode Eigenhandig

Auteur: Arjanne Huls & Tineke ten Zijthoff
Titel: Eigenhandig. Schrijfmethode voor de basisschool. Schrijforthotheek.
Uitgeverij: Eduforce
Plaats: Leeuwarden
Jaar: 2000
Pagina's: 170
ISBN-13: 978-90-74022-95-8
Prijs: € 105,-

schrijforthotheek bij de schrijfmethode eigenhandigWaarom een orthotheek bespreken die bij een welbepaalde schrijfmethode hoort, zonder deze methode zelf te bespreken? Waarschijnlijk stellen enkele lezers zich deze vraag. Het antwoord ligt hem eenvoudig weg in de originaliteit van de benadering. Maar ook in de doordachtheid ervan.

De auteurs gaan er van uit dat elk kind van nature uit een eigen ritme heeft in de beweging en een eigen indeling van de ruimte. Hierdoor heeft het ook een eigen vormgeving. Door hierop aan te sluiten kan men deze kinderen helpen om een persoonlijk, evenwichtig en duidelijk handschrift te ontwikkelen. Men oefent de schrijfbewegingen niet aan de hand van lettervormen maar men hanteert een vorm van spelend leren waarbij men gebruik maakt van heel specifieke kindvriendelijke opdrachten. Hierdoor is er kans dat de schrijfmotivatie van het kind vergroot.

Deze orthotheek kan men zeker gebruiken vanaf de leeftijd van zes jaar. Soms zelfs vroeger, als men merkt dat het kind over voldoende ruimtelijk inzicht en fijne motoriek beschikt. De essentie ervan laat zich samenvatten in het volgende citaat uit de handleiding dat tegelijk ook de chronologie van de methode weergeeft:

Let op:
Eerst ontwikkelt de leerling voldoende ruimtelijk inzicht = onderdeel RUIMTE (R)
om daarin te kunnen bewegen in de juiste richting = onderdeel BEWEGING (B).
De beweging moet moeiteloos, vlot en vloeiend plaats vinden, dit is zichtbaar in de
mooie ronde bochten zonder bibbers én aan de dunne uitzwaai van de beweging.
Pas wanneer dit allemaal goed gaat, beginnen wij met het onderdeel VORM (V),
omdat hierbij geconcentreerd gewerkt wordt en dit kan het krampachtig schrijven
bevorderen.
(blz.8)

Om deze chronologie te realiseren bevat de methode tal van werkbladen. Sommige werkbladen kunnen gebruikt worden bij het inoefenen van verschillende onderdelen. Dit wordt in de toelichting aangegeven door de codering van de werkbladen. Zo betekent de codering 'B en R' dat voor dit werkblad het onderdeel 'Beweging' de voornaamste functie is en daarna pas het onderdeel 'Ruimte'. Voor elk onderdeel wordt er aangegeven welke werkbladen van tel zijn. Ze zijn ook geordend naar opklimmende moeilijkheidsgraad.

Iemand die meer ervaren is met het schrijfonderwijs en meer bepaald met de signalen dat het er fout mee loopt, kan de toets- en signaalbladen uit de map gebruiken om te onderzoeken wat een leerling nodig heeft en hem zo een taak- en doelgerichte selectie van de werkbladen aanbieden. Een minder ervaren leerkracht kan deze stap achterwege laten en de leerling zonder meer werkbladen aanbieden of laten kiezen, waardoor er toch geoefend wordt. Het belangrijkste is dat hij aandacht blijft hebben voor de volgorde van de verschillende onderdelen (dus eerst ruimte, daarna beweging en tenslotte vorm). Bij de werkbladen uit de orthotheek hoort er ook een wegwijzer. Deze laat aan oudere leerlingen toe om zelfstandig een eigen traject te volgen.

Zoals het vaak bij een orthotheek het geval is, kan men ook bij deze orthotheek de werkbladen preventief gebruiken. Hierbij blijft het belangrijk dat men de chronologie tussen de verschillende onderdelen volgt en probeert aan te sluiten bij de zone van de naaste 'schrijf'-ontwikkeling.

afdrukken

15:24 Gepost door Lieven Coppens in Eduforce | Permalink | Tags: motoriek, orthotheek, schrijfmethode, schrijfmotoriek, fijne motoriek, motorische ontwikkeling | |

DyslexieMAP voor onderzoek en begeleiding van dyslexie

Auteur: Griet Risselada, Paul Tiggeler & Bernhard Wendt
Titel: DyslexieMAP voor onderzoek en begeleiding van dyslexie.
Uitgeverij: Eduforce
Plaats: Drachten
Jaar: 2006 (Vierde, herziene druk)
Pagina's: 160
ISBN-13: 978-90-74022-97-2
Prijs: € 45,-

dyslexiemap voor onderzoek en begeleiding van dyslexieDe kennis over het onderzoek naar en de behandeling van dyslexie samenbrengen in een overzichtelijk geheel is niet eenvoudig. Ze ook nog bij de tijd houden al evenmin. Toch zijn de auteurs van deze map, die in 2006 nog grondig herzien en aangepast werd aan de laatste inzichten en standpunten van de Commissie Dyslexie van de Nederlandse Gezondheidsraad en de Stichting Dyslexie Nederland, in beide doelstellingen geslaagd.

Deze map bestaat uit drie grote delen. In het eerste deel geven de auteurs de stand van zaken mee in verband met dyslexie. Na een korte inleiding schetsen ze in het tweede hoofdstukje de geschiedenis ervan. De verschillende definities en indelingen die van 1936 tot nu werden aangebracht en verdedigd, worden kort besproken. Het voorlopige eindpunt is de definitie van dyslexie zoals ze in de brochure van 2004 die door de Stichting Dyslexie Nederland werd uitgegeven is neergeschreven. Een definitie die trouwens in haar volledig herziene brochure van 2008 niet meer werd gewijzigd. Ook de indelingen van Bakker (perceptueel versus linguïstisch) en Van der Ley (spellend versus radend) krijgen hier een plaats.

Het vaststellen van dyslexie komt aan bod in het derde hoofdstuk. Op basis van de gekende werkdefinitie weerhoudt men drie kenmerken van dyslexie, te weten: ernst, hardnekkigheid en een onvolledige of moeizame automatisering. Het traject dat de auteurs schetsen van signaleren over remediëren (en denk hier dan zeker de sticordimaatregelen bij) naar verwijzing, geeft dit hoofdstuk extra waarde. Niet in het minst omdat een aantal expliciete verwijzingscriteria geformuleerd worden.

Het vierde hoofdstuk staat in het teken van de behandeling van dyslexie. Elke behandeling wordt gedragen door een verklaringsmodel. De auteurs onderscheiden enerzijds de modellen die de nadruk leggen op factoren in het kind en anderzijds de modellen die de nadruk leggen op het verband tussen het kind en zijn leeromgeving. Ze laten een heleboel behandelmethoden de revue passeren en beschrijven en voorzien ze van terechte kanttekeningen en opmerkingen.

Het vijfde hoofdstukje geeft, van uit de Nederlandse context, op één blad een 'schoolvoorbeeld' weer van hoe een stappenplan van signalering tot behandeling er kan uitzien. Het zesde hoofdstukje is al even kort en zoekt een antwoord op de vraag of dyslexie vroegtijdig te voorspellen is.

In het zevende hoofdstuk bespreken de auteurs de formele aspecten van een dyslexieverklaring. Deze halen ze uit de voornoemde brochure van de Stichting Dyslexie Nederland. Na de eigen slotbeschouwingen in het achtste hoofdstuk geven ze in het negende hoofdstuk nog eens de samenvatting, conclusies en aanbevelingen van de Commissie van de Gezondheidsraad mee.

Het tweede deel staat helemaal in het teken van het onderzoek en de begeleiding van leesproblemen. Het derde deel sluit daar heel nauw op aan met de bespreking van het onderzoek en de begeleiding van spellingproblemen. Centraal in beide delen staan de bevindingen van de Stichting Dyslexie Nederland en de Protocollen Leesproblemen en dyslexie zoals ze uitgewerkt werden door het Expertisecentrum Nederlands. Deze beide delen zijn echter zo compact geschreven dat ze zich maar moeilijk laten samenvatten. Ze moeten in zijn geheel doorgenomen worden. Toch vraag ik extra aandacht voor de beschreven begeleidingstechnieken en de opmerkingen over de mogelijke comorbiditeit van lees- of spellingproblemen en dyslexie met andere problemen. In het bijzonder was ik geboeid door het Leeuwarder Classificatiesysteem voor spellingfouten.

Deze map lijkt mij het cursusmateriaal bij uitstek voor iedereen die op een vlotte manier juiste en recente kennis over dyslexie wil verwerven.

afdrukken

14:58 Gepost door Lieven Coppens in Eduforce | Permalink | Tags: dyslexie, taal, lezen, leerprobleem | |