2009.05.29

Toetspakket Beginnende geletterdheid

Auteur: Cor Aarnoutse (red.), Joke Beerninck & Wim Verhagen
Titel: Toetspakket Beginnende geletterdheid
Uitgeverij: CPS
Plaats: Amersfoort
Jaar: 2008
Pagina's: -
ISBN-13: 978-90-6508-597-9
Prijs: € 95,00

toetsenbeg.geletterdheidOm goed te leren lezen in het eerste leerjaar (groep 3) is het van belang dat de kinderen al in de 2e en 3e kleuterklas (groepen 1 en 2) kennis hebben gemaakt met klanken en letters. De map Fonemisch bewustzijn van het CPS voorzag al in gebruiksklaar materiaal om daar systematisch aan te werken.

Het Toetspakket Beginnende geletterdheid van het CPS is de ideale - om niet te zeggen: noodzakelijke - aanvulling op deze map. Dit pakket biedt toetsen aan om mogelijke taalzwakke kinderen op te sporen. Het geheel bestaat uit 10 kindvriendelijke toetsen die de beginnende geletterdheid van kinderen vertaalt naar de volgende domeinen:

  • woordenschat
  • fonologisch bewustzijn
  • letterkennis
  • benoemsnelheid

Alle toetsen zijn genormeerd. Hierdoor kunnen de resultaten in om het even welk kindvolgsysteem verwerkt worden. Aangezien er in Vlaanderen in de kleuterklas echter niet zo systematisch aan de beginnende geletterdheid gewerkt wordt dan in Nederland, is voorzichtigheid bij de interpretatie van bepaalde onderdelen wel geboden. Nederland heeft immers de Tussendoelen beginnende geletterdheid die uitgewerkt werden door het Expertisecentrum Nederlands en die in weinig te vergelijken zijn met de aanbevelingen voor de kleuterklas zoals deze in de ontwikkelingsdoelen en eindtermen voor het Vlaamse basisonderwijs zijn opgenomen.

De handleiding beschrijft niet alleen de aard van elke toets en de manier waarop hij dient afgenomen te worden (standaardisatie) maar ook hoe de score en het niveau van elke leerling moet berekend worden. Ze bevat de normen van de verschillende toetsen en de psychometrische gegevens.

De tien toetsen zijn:

  • analysetoets (3e kleuter/groep 2)
  • benoemsnelheid cijfers en letters (3e kleuter & 1e leerjaar/groepen 2 & 3)
  • letterkennistoets 1 (3e kleuter/groep 2)
  • letterkennistoets 2 (3e kleuter/groep 2)
  • rijmtoets (2e kleuter/groep 1)
  • synthesetoets 1 (3e kleuter/groep 2)
  • synthesetoets 2 (3e kleuter/groep 2)
  • synthesetoets 3 (1e leerjaar/groep 3)
  • woordenschattoets 1 (2e kleuter/groep 1)
  • woordenschattoets 2 (3e kleuter/groep 2)

Bij de woordenschattoetsen dient er gezegd dat het zonder uitzondering om woorden gaat die ook in Vlaanderen courant zijn.

De handleiding bevat eveneens suggesties om taalzwakke kinderen te helpen. Hierdoor heeft het geheel meteen ook een preventieve en proactieve waarde.

De boeken van uitgeverij CPS worden in België verdeeld door uitgeverij Abimo.

afdrukken

17:00 Gepost door Lieven Coppens in CPS | Permalink | Email dit | Tags: lezen, taal, kleuters, basisonderwijs, geletterdheid, taalbewustzijn, beginnende geletterdheid, fonemisch bewustzijn, fonologisch bewustzijn | |

2009.05.22

Het didactische werkvormenboek

Auteur: Piet Hoogeveen en Jos Windels
Titel: Het didactische werkvormenboek. Variatie en differentiatie in de praktijk.
Uitgeverij: Koninklijke Van Gorcum
Plaats: Assen
Jaar: 2008 (achtste druk)
Pagina's: 224
ISBN-13: 978-90-232-4067-9
Prijs: € 32,50

het didactische werkvormenboekGoed gekozen werkvormen helpen de zorg in de klas organiseren. Zij sluiten immers aan bij de inhoud van de les en doen ook recht aan de verschillen tussen de leerlingen. Dat is het uitgangspunt van dit boek. De auteurs brachten de diversiteit aan werkvormen samen. Ze beperkten zich daarbij niet tot een loutere opsomming maar droegen er tegelijk zorg voor dat het verband met de theorie zichtbaar bleef. Hierdoor vervult het boek een dubbele functie. Enerzijds is het een leerboek voor studenten in de diverse lerarenopleidingen, anderzijds is het een verfrissend naslagwerk voor leerkrachten die (al geruime tijd) in de praktijk staan.

In het eerste deel van het boek worden theorie en achtergrond uit de doeken gedaan. De auteurs bakenen het begrip didactische werkvormen nauwgezet af en leggen het verband met het pedagogische handelen (lees: opvoeding en doorgeven van waarden) en het didactisch handelen (lees: onderwijzen). Ze geven een woord uitleg bij het gebruik van groeperingvormen en de inzet van verschillende media. Verder staan ze iets uitgebreider stil bij de activerende didactiek, die zijn grondslag vindt in het constructivisme. Deze theorie houdt in dat de leerling zelf verantwoordelijk is voor zijn leerproces. Hij moet immers de eigen kennis opbouwen door nieuwe informatie te integreren in de kennis die hij al beheerst. Tot slot van het eerste deel wordt de keuze en het gebruik van didactische werkvormen besproken waarbij de keuze in functie van de beoogde lesdoelen of in functie van de verschillende lesfasen extra aandacht krijgt.

Het tweede deel staat helemaal in het teken van de verschillende werkvormen. Deze werden in de volgende categorieën ondergebracht:

  • instructievormen
  • interactievormen
  • opdrachtvormen
  • samenwerkingsvormen
  • spelvormen

Alle werkvormen worden beschreven aan de hand van acht kenmerken:

  • groepsgrootte
  • tijdsduur
  • docenttijd
  • hulpmiddelen
  • uitvoering
  • leerlingactiviteit
  • sterke kanten
  • zwakke kanten

Het boek sluit af met een zeer handige alfabetische lijst van de beschreven werkvormen. Bij elke werkvorm staat duidelijk aangegeven waarvoor deze geschikt is.

afdrukken

17:00 Gepost door Lieven Coppens in Van Gorcum | Permalink | Email dit | Tags: didactiek, differentiatie, werkvormen | |

Dyscalculie in discussie

Auteur: Maarten Dolk & Mieke van Groenestijn (red.)
Titel: Dyscalculie in discussie
Uitgeverij: Koninklijke Van Gorcum
Plaats: Assen
Jaar: 2008 (tweede druk)
Pagina's: 84
ISBN-13: 978-90-232-4248-2
Prijs: € 15,-

dyscalculie in discussieDit boekje bevat een verzameling van artikels die geschreven werden door leden van een expertgroep die gevormd werd door de Nederlandse Vereniging tot Ontwikkeling van het Reken/Wiskunde Onderwijs (NVORWO). Alle auteurs belichten vanuit hun perspectief een aspect van dyscalculie. In zijn geheel biedt het boekje een vrij volledig overzicht van de huidige kennis over dyscalculie. Dit boekje is een aanrader voor iedereen die op een vlugge manier zijn kennis over het onderwerp wil actualiseren.

Maarten Dolk schetst in een eerste bijdrage de doelstellingen van de expertgroep. Hierbij wordt het belang van een consensus over dyscalculie benadrukt. Ook staat de auteur stil bij het doel, nut en effect van een dyscalculieverklaring.

Ernest van Lieshout brengt in zijn bijdrage enkele niet-specifieke cognitieve verklaringen van rekenstoornissen en dyscalculie onder de aandacht. Hij bespreekt een drietal recente onderzoeken waaruit volgens hem blijkt dat de moeite die kinderen bij het rekenen ervaren kunnen verklaard worden vanuit het problematisch werken van een aantal cognitieve processen zoals het gebrek aan automaticiteit en een beperkt werkgeheugen.

Erik van Loosbroek heeft het dan weer over de biologische basis van ontwikkelingsdyscalculie. Hij weerhoudt een specifiek numeriek informatieverwerkingsprobleem als verklaring voor rekenproblemen en dyscalculie.

Hans van Luit bespreekt de achtergronden, betekenis en handelingsconsequenties van dyscalculie. Hij staat in het bijzonder stil bij de ontwikkeling van het getalbegrip bij jonge kinderen om het belang van het voorbereidende en het vroege rekenen te onderstrepen. Belangrijk zijn zeker ook zijn stukjes over de diagnostiek en behandeling van rekenproblemen.

Koeno Gravemeijer bespreekt dyscalculie en ernstige rekenproblemen vanuit het perspectief van de vakdidactiek. Bij momenten is hij zeer kritisch over het gebruik van de term dyscalculie. Dit valt beter te begrijpen als je in zijn besluit leest dat hij het betreurt dat de term dyscalculie zo veel en zo gemakkelijk wordt gebruikt terwijl er heel wat mogelijke onderwijsgebonden oorzaken van rekenproblemen zijn.

Jo Nelissen pleit in zijn bijdrage voor een open onderzoek naar rekenproblemen waarbij men niet uitgaat van een theorie over dyscalculie. Hij stelt voor hierbij uit te gaan van een theorie over het leren van rekenen en wiskunde.

Annemie Desoete en Pol Ghesquière geven in hun bijdrage uitgebreid de stand van zaken in verband met de kennis en inzichten in verband met dyscalculie in Vlaanderen weer.

Mieke van Groenestijn gaat in haar bijdrage op zoek naar een antwoord op de vraag of dyscalculie een probleem is van het kind of van het onderwijs.

Het nawoord is van de hand van professor Wied Ruijssenaars. Hierin gaat hij dieper in op het gebruik van een dyscalculieverklaring.

In het laatste hoofdstukje legt Mieke van Groenestijn (onder de titel Hoe verder?) uit hoe het werk van de NVORWO zal verder gezet worden.

afdrukken

17:00 Gepost door Lieven Coppens in Van Gorcum | Permalink | Email dit | Tags: leerprobleem, rekenen, dyscalculie | |

2009.05.15

Heb ik dat?! Over Tourette en zo

Auteur: Janneke Helling-van Rheenen
Titel: Heb ik dat?! Over Tourette en zo.
Uitgeverij: Ninõ
Plaats: Amsterdam
Jaar: s.a.
Pagina's: 72
ISBN-13: 978-90-8560-506-5
Prijs: € 12,50

heb ik dat - over tourette en zoIn dit boekje, dat geschreven werd voor kinderen, wordt er op een heel toegankelijke manier enorm veel informatie gegeven over het syndroom van Gilles de la Tourette. Niet alleen de theorie komt aan bod, er worden ook heel wat concrete en praktische adviezen en tips gegeven.

Na een korte inleiding vertelt Julian, een jongen met Tourette in het eerste hoofdstuk zijn verhaal. In kort bestek wordt hier veel informatie over Tourette op een zeer herkenbare manier aangebracht. Deze informatie wordt in de volgende drie hoofdstukken uitgediept. In het tweede hoofdstuk wordt de werking van de hersenen onder de loep genomen. Het Tourette-syndroom wordt daar beschreven als een overbelasting van de hersenen en een gebrek aan inhibitie. Dit wordt in het derde hoofdstuk vertaald naar concreet gedrag. Tics, dwang- en drangmatig gedrag worden van elkaar onderscheiden en op een eenvoudige manier uitgelegd. Het vierde hoofdstuk breidt de mogelijke gevolgen van het Tourette-syndroom uit naar slaapproblemen, concentratieproblemen, impulsiviteit, hyperactiviteit, problemen met spreken, lezen en schrijven, problemen met contacten en communicatie, PDD-nos, ADHD, somberheid en depressiviteit en stemmingsstoornissen. In het vijfde hoofdstuk bekijkt het boekje op een meer algemene manier hoe men met de stoornis kan omgaan. Er wordt een woordje gezegd over ontspanningsoefeningen, sport en creatief bezig zijn, gedragstherapie, praktische hulpmiddelen en medicijnen.

De resterende hoofdstukken van het boek geven concrete tips over het omgaan met Tourette in verschillende situaties:

  • Hoofdstuk 6: Omgaan met Tourette bij familie en vrienden.
  • Hoofdstuk 7: Omgaan met Tourette bij broertjes en zusjes.
  • Hoofdstuk 8: Omgaan met Tourette op school.
  • Hoofdstuk 9: Omgaan met Tourette thuis.

Het tiende hoofdstuk sluit het boekje op een heel korte manier af.

Boekjes als dit zouden meer geschreven moeten worden. Op een persoonlijke manier wordt de lezer meegenomen naar de wereld van Tourette. Hij krijgt een massa concrete en bruikbare informatie mee en leert de stoornis beter begrijpen. Heel wat concrete tips over het omgaan met Tourette zijn onmiddellijk in de praktijk bruikbaar. Een aanrader voor kinderen en ouders maar ook voor volwassenen die beroepsmatig voor het begeleiden van kinderen met Tourette instaan.

De boeken van uitgeverij Ninõ worden in België verdeeld door uitgeverij Epo.

afdrukken

17:00 Gepost door Lieven Coppens in Ninõ, SWP | Permalink | Email dit | Tags: tourette | |

Het is niet leuk! Over kinderen die andere kinderen seksueel misbruiken

Auteur: Martine Delfos
Titel: Het is niet leuk! Over kinderen die andere kinderen seksueel misbruiken
Uitgeverij: Ninõ 
Plaats: Amsterdam
Jaar: 2001 (derde druk)
Pagina's: 26
ISBN-13: 978-90-755-6453-2
Prijs: € 12,50

het is niet leuk - over kinderen die andere kinderen seksueel misbruikenDit therapeutisch boekje van Martine Delfos wil een hulpmiddel zijn om aan kinderen uit te leggen wat seksueel misbruik door andere kinderen is en dit bespreekbaar te maken. Niet alleen voor kinderen, maar ook voor volwassenen die het kind willen helpen is dit vaak een zeer moeilijk thema om over te praten.

Toch is het noodzakelijk dat kinderen die seksueel misbruikt werden, weten dat zij hier geen schuld aan hebben omdat ze zich in een compleet machteloze situatie bevonden op het moment van de feiten. Aan de hand van dit verhaal kunnen ze deze onschuld (h)erkennen in hun eigen verhaal en ervaren dat er over praten met een vertrouwenspersoon een begin kan zijn van een (hard bevochten) oplossing.

Ook voor dit boek kon Martine Delfos putten uit de ervaringen van haar eigen praktijk. Dit maakt dat het verhaal in het boekje zeer herkenbaar is voor kinderen.

De boeken van uitgeverij Ninõ worden in België verdeeld door uitgeverij Epo.

afdrukken

17:00 Gepost door Lieven Coppens in Ninõ, SWP | Permalink | Email dit | Tags: seksueel misbruik | |

Ik en faalangst

Auteur: Nathalie van Kordelaar & Mirjam Zwaan
Titel: Ik en faalangst
Uitgeverij: Ninõ
Plaats: Amsterdam
Jaar: 2009
Pagina's: 64
ISBN-13: 978-90-8560-553-9
Prijs: € 9,90

ik en faalangstKinderen leren omgaan met faalangst. Dat is de opzet van de auteurs van dit boekje. Het kreeg de vorm van een werkboekje met veel doe- en denkopdrachten. Zeven pictogrammen helpen de lezers om de inhoud van het boekje beter te begrijpen.

Na een woordje uitleg op kindermaat over wat er met het boekje kan gedaan worden, start het boek met een verhaal. Dit verhaal is niet vrijblijvend. Op verschillende momenten moet het kind de situatie analyseren aan de hand van de volgende vragen:

  • Wat gebeurt er?
  • Heb jij dat ook wel eens?
  • Wat doe je dan?

De directe taal van het verhaal zorgt meteen voor een grote herkenbaarheid. Zowel de psychologische als de lichamelijke signalen van faalangst komen aan bod. De vragen die het kind tussendoor moet beantwoorden doen de rest.

In het eerste echte hoofdstuk van dit boekje gaat het kind op zoek naar zijn sterke kanten. Het denkt over zichzelf na en laat voor hem belangrijke anderen, zoals ouders en grootouders, leerkrachten en vrienden, meedenken. Ook het omgaan met complimenten krijgt hier een plaats.

In het tweede hoofdstuk leggen de auteurs op een eenvoudige manier uit wat faalangst is. Door doe- en denkopdrachten maken ze de opgedane kennis onmiddellijk persoonlijk. Het derde hoofdstuk sluit hier nauw op aan. Het brengt de lichamelijke klachten bij faalangst in beeld. Het volgende hoofdstuk leert het kind om te gaan met zijn negatieve gedachten en gevoelens.

Het vijfde hoofdstuk draagt de titel Aanpakken en durven. De lezer krijgt voorbeelden hoe anderen hun faalangst hebben aangepakt en zoekt aan de hand van opdrachten naar eigen oplossingen.

Doorheen alle hoofdstukken geven de auteurs tips die verband houden met de besproken inhoud. Het leent zeker de moeite die na het lezen van het boekje te laten oplijsten.

Net zoals andere boekjes die bij Ninõ (een imprint van uitgeverij SWP) verschijnen, ligt de sterkte van dit boekje in de afwisseling van theorie, tips, denk- en creatieve opdrachten. De kinderen die het lezen worden voortdurend aangemoedigd om steun te zoeken bij volwassenen. Een reden te meer om dit boekje ook als volwassene door te nemen en - wie weet - zelf ook door te werken.

De boeken van uitgeverij Ninõ worden in België verdeeld door uitgeverij Epo.

afdrukken

17:00 Gepost door Lieven Coppens in Ninõ, SWP | Permalink | Email dit | Tags: faalangst | |

Pesten. Mijn boek over durf en zelfvertrouwen

Auteur: Astrid Tulleners
Titel: Pesten. Mijn boek over durf en zelfvertrouwen.
Uitgeverij: Ninõ
Plaats: Amsterdam / Berchem
Jaar: 2007 (tweede druk)
Pagina's: 120
ISBN-13: 978-90-8560-521-8
Prijs: € 15,50

pesten - mijn boek over durf en zelfvertrouwenIn dit werkboekje van Astrid Tulleners kunnen we al meteen twee grote delen onderscheiden. De cesuur ligt hierbij tussen het vijfde en zesde hoofdstuk.

In het eerste hoofdstuk gaat het kind aan de hand van concrete opdrachten op zoek naar zichzelf. Wie is hij? Wat vindt hij over zichzelf? Wat vinden anderen over hem? Een toch wel heel belangrijke oefening ligt eveneens in dit hoofdstuk besloten. Het kind moet een roos tekenen waarin het zelf centraal staat. Daar moet het nog drie cirkels rond tekenen waarin het de personen die rond hem staan (van heel dichtbij naar eerder veraf) een plaats geeft. Op deze manier brengt het kind voor zichzelf in kaart op welke mensen hij eventueel beroep kan doen.

Het tweede hoofdstuk gaat in op de manieren waarop een kind gepest wordt. Daarbij komt ook het verschil tussen plagen en pesten aan bod. Aan de hand van heel gerichte vragen en opdrachten brengt het kind zijn pestprobleem in kaart. De volgende manieren waarop iemand kan gepest worden komen aan bod:

  • uitsluiten
  • chanteren
  • pesten via het Internet

Er is eveneens aandacht voor de plaatsen waarop het kind zich veilig voelt voor het pesten en plaatsen waar het kind zich onveilig voelt.

Hoofdstuk drie gaat op zoek naar de redenen waarom iemand gepest wordt. Hoofdstuk vier doet de lezer nadenken over de personen die bij het pesten betrokken zijn: de pesters, de meelopers en de kijkers. Hoofdstuk vijf brengt de gevolgen van pesten in beeld.

Hoofdstuk zes laat de lezer kennismaken met en nadenken over manieren om het pesten aan te pakken. Het is meteen ook het grootste hoofdstuk. Dit komt aan bod:

  • hulp vragen aan een volwassene
  • hulp vragen aan kinderen
  • manieren om het pestprobleem op school bespreekbaar te maken
  • dingen die het gepeste kind zelf kan doen

In het zevende en laatste hoofdstuk moet het kind de complimentjes die het krijgt verzamelen.

Met dit werkboekje kunnen kinderen aan de hand van gerichte vragen en opdrachten opschrijven en tekenen wat pesten met ze doet en hoe ze het kunnen aanpakken. Stapsgewijze worden de verschillende inhouden in een concrete en directe taal overgedragen. Er is heel wat ruimte voor zelfreflectie. Dit betekent echter dat jongere kinderen moeten kunnen beroep doen op een volwassen coach die hen daarbij helpt.

Ouders, leerkrachten en hulpverleners kunnen dit werkboekje echter ook gebruiken bij de begeleiding van gepeste kinderen of bij het bespreekbaar maken van het probleem in de klas. Ik en pesten is veel meer dan zo maar een nieuw boekje over het probleem van het pesten.

De boeken van uitgeverij Ninõ worden in België verdeeld door uitgeverij Epo.

afdrukken

17:00 Gepost door Lieven Coppens in Ninõ, SWP | Permalink | Email dit | Tags: pesten, durf, zelfvertrouwen | |

Sanne. Over mishandeling en negatief zelfbeeld

Auteur: Martine Delfos
Titel: Sanne. Over mishandeling en negatief zelfbeeld.
Uitgeverij: Ninõ
Plaats: Amsterdam
Jaar: 2003 (derde druk)
Pagina's: 36
ISBN-13: 978-90-774-5501-2
Prijs: € 12,50

sanne - over mishandeling en negatief zelfbeeldDit therapeutisch boekje van Martine Delfos wil een hulpmiddel zijn om aan kinderen uit te leggen wat kindermishandeling is en dit bespreekbaar te maken. Zoals alle boekjes van Martine Delfos is dit boekje niet alleen bestemd voor de kinderen zelf, maar ook maar ook voor volwassenen die het kind willen helpen.

Om dit doel te bereiken vertelt Martine Delfos het verhaal van Sanne. Op haar vertrouwde manier brengt Martine Delfos de onvoorspelbaarheid van het gedrag van de ouders aan en hoe dit voor veel onzekerheid en een negatief zelfbeeld bij het kind zorgt. Ook de druk die dat op het gezin legt blijft niet onbesproken.

Ook voor dit boek kon Martine Delfos putten uit de ervaringen van haar eigen praktijk. Dit maakt dat het verhaal in het boekje zeer herkenbaar is voor kinderen.

De boeken van uitgeverij Ninõ worden in België verdeeld door uitgeverij Epo.

afdrukken

17:00 Gepost door Lieven Coppens in Ninõ, SWP | Permalink | Email dit | Tags: mishandeling, zelfbeeld | |

Dood. Mijn boek over verdriet en verder gaan

Auteur: Atrid Tulleners
Titel: Dood. Mijn boek over verdriet en verder gaan.
Uitgeverij: Ninõ
Plaats: Amsterdam
Jaar: 2007 (tweede druk)
Pagina's: 80
ISBN-13: 978-90-8560-534-8
Prijs: € 13,50

dood - mijn boek over verdriet en verder gaanDit is een hulpboek voor kinderen van ongeveer tien jaar die geconfronteerd worden met de dood. Het wil hen helpen om deze ingrijpende gebeurtenis een plaats te geven en verder te gaan met hun leven.

In het eerste hoofdstuk staat het kind stil bij zichzelf. Het schrijft op wat het over zichzelf vindt, wat zijn talenten zijn, wat het graag en niet graag doet. Het brengt verder ook in kaart wat het zoal in een week doet.

Het tweede hoofdstuk gaat over de overledene. Aan de hand van gerichte vragen schrijft het kind neer wie is overleden en onder welke omstandigheden. Het denkt na over een aantal eigenschappen van die persoon en mag enkele herinneringen opschrijven. Tot slot van dit hoofdstuk wordt het gemis ter sprake gebracht en het vaak onbegrijpelijke van het waarom.

In hoofdstuk drie komt de dood ter sprake. Wat denkt het kind bij het woord 'dood'? Heeft het dit al eens eerder meegemaakt? Het kind wordt geholpen om het begrip dood beter te begrijpen. Er wordt ook gepeild naar wat het kind denkt dat de betekenis van het leven en de dood is.

Er zijn geen verkeerde of rare gevoelens. Dat is het uitgangspunt van het vierde hoofdstuk. Het kind krijgt hier de kans om zijn gevoelens onder woorden of tekeningen te brengen. Ook het onderwerp 'schuldgevoelens' krijgt hier een duidelijke plaats. Het kind wordt geholpen om in zijn omgeving te kijken hoe andere mensen op verschillende manieren met de dood van een geliefde omgaan en hoe het kan beluisterd worden en zelf naar anderen luisteren. Er is ook aandacht voor het feit dat men niet voortdurend verdrietig moet zijn, dat men best wel eens vrolijk mag zijn of pret hebben.

Het vijfde hoofdstuk gaat in over afscheid nemen. Het belang van bepaalde rituelen of activiteiten wordt uitgelegd. Er is eveneens uitleg bij de begrafenis zelf en het gebeuren er rond.

In het voorlaatste hoofdstuk gaat het kind op zoek naar manieren om na het afscheid verder te gaan. Wat heeft het zelf nodig? Wat kan het doen? Wat met bijzondere momenten waarbij het gemis zeer nadrukkelijk wordt aangevoeld?

Tot slot wordt er nog kort gezegd dat iemand die overleden is, niet echt vergeten wordt, ook al lijkt het soms zo.

Net zoals bij de andere helpboeken van deze auteur wordt het kind met duidelijke uitleg en een goede afwisseling van schrijf-, denk- en creatieve opdrachten geholpen om de dood van een overledene plaats te geven. Volwassenen die een kind in een dergelijke situatie willen begeleiden kunnen uit de aanpak uit dit boek inspiratie putten om hun begeleidingsproces te ondersteunen.

De boeken van uitgeverij Ninõ worden in België verdeeld door uitgeverij Epo.

afdrukken

17:00 Gepost door Lieven Coppens in Ninõ, SWP | Permalink | Email dit | Tags: rouw, verdriet, verlies, sterven | |

2009.05.08

Motorische ontwikkeling van kinderen. Handboek 2: theorie

Auteur: Jan Bernard Netelenbos
Titel: Motorische ontwikkeling van kinderen. Handboek 2: theorie.
Uitgeverij: Boom
Plaats: Amsterdam
Jaar: 2007 (tweede druk)
Pagina's: 407
ISBN-13: 978-90-5352-503-6
Prijs: € 49,90

motorische ontwikkeling van kinderen - handboek 2: theorieWie na het lezen van het eerste deel nog meer wil weten over de motorische ontwikkeling van kinderen, kan hier terecht. Waar het eerste deel meer een antwoord was op de vraag wat er gebeurt bij de motorische ontwikkeling, gaat het tweede deel op zoek naar een antwoord op de vraag hoe dat allemaal in zijn werk gaat. De verschillende visies, hypothesen en verklaringen worden hier uitgebreid toegelicht.

In het eerste hoofdstuk bespreekt Jan Bernard Netelenbos de algemene theoretische en methodologische achtergronden van de ontwikkeling van het gedrag bij kinderen. Eerst besteedt hij aandacht aan de veelheid van betekenissen van het begrip ontwikkeling om uiteindelijk ontwikkeling te definiëren als een kwalitatieve verandering van systemen. Vervolgens toont hij aan hoe een mechanistische of organismische mensvisie de oriëntatie op de menselijke ontwikkeling bepaalt en volgens welke principes de ontwikkeling gereguleerd wordt. De aard van de ontwikkeling is dan het onderwerp van de volgende paragraaf. Tot slot van het eerste hoofdstuk staat de auteur stil bij de verschillende methoden van ontwikkelingsonderzoek.

In de hoofdstukken twee tot en met vijf bespreekt de auteur telkens één theorie. Achtereenvolgens komen aan bod:

  • de interactietheorie van Piaget,
  • de leertheorie van Watson,
  • de rijpingstheorie van Gesell,
  • de theorie van de niet-lineaire dynamische systemen van Thelen.

Elk van deze theorieën wordt uitgebreid besproken.

In het laatste hoofdstuk van dit boek gaat de auteur op zoek naar de band tussen het mentale en motorische gedrag bij kinderen.

Waar het eerste handboek een toegankelijke introductie was op het thema van de motorische ontwikkeling van kinderen, is dit tweede handboek eerder voer voor de gemotiveerde lezer. Het gaat hier immers meer expliciet om een studieboek en veel minder om een naslagwerk.

afdrukken

17:00 Gepost door Lieven Coppens in Boom | Permalink | Email dit | Tags: motoriek, motorische ontwikkeling, ontwikkeling | |

Alle berichten