2009.09.27

Als spreken niet vanzelfsprekend is...

Auteur: Greet Piro & Nele Van Roosbroeck
Titel: Als spreken niet vanzelfsprekend is ... Concrete tips om de taal van jonge kinderen met ontwikkelingsproblemen te stimuleren
Uitgeverij: Sig vzw
Plaats: Destelbergen
Jaar: 2003
Pagina's:  
ISBN-13: 978-90-5873-046-6
Prijs: € 6,-

als spreken niet vanzelfsprekend is - concrete tips om de taal van jonge kinderen met ontwikkelingsproblemen te stimulerenHoe stimuleer je de taal van jonge kinderen met ontwikkelingsproblemen in de peuterklas? Vroeg of laat komt elke leerkracht een dergelijk kind tegen. Deze brochure heeft een belangrijke meerwaarde voor de leerkracht uit de peuterklas, hoewel ze oorspronkelijk bedoeld was voor ouders, grootouders, onthaalmoeders en kinderverzorgsters. De leerkracht uit de peuterklas speelt immers een belangrijke rol in de vroegtijdige opsporing van problemen. In heel wat gevallen biedt zij aan jonge ouders vanuit haar observaties en deskundigheid een referentiekader om de ontwikkeling van hun peuter realistisch in te schatten.

In het eerste deel van de brochure geven de auteurs algemene tips om de communicatie met baby's en peuters te bevorderen. Deze tips zijn zeer concreet. Enkele voorbeelden:

  • Bied felgekleurde voorwerpen aan waarmee je de aandacht trekt. Ze spreken het jonge kind aan. Laat het ermee spelen en vertel erbij.
  • Lok spontane gesprekjes uit door het kind bijvoorbeeld te vragen wat het aan het doen is (blz.4).

Vervolgens worden de alarmsignalen per leeftijdsfase op een rijtje gezet. Deze fasen zijn als volgt ingedeeld:

  • 3 maanden
  • 6 maanden
  • 9 maanden
  • 12 maanden
  • 18 maanden
  • 24 maanden
  • 30 maanden
  • 36 maanden

Deze alarmsignalen maken onderscheid tussen signalen bij het luisteren en spreken en signalen vanuit het omgaan met anderen en de persoonlijkheid van het kind. Belangrijk hierbij is de vermelding dat deze signalen een aanduiding kunnen zijn voor een problematische taalontwikkeling, maar dat een breder onderzoek aangewezen is. Voor het onderwijs zijn de alarmsignalen bij kinderen van 30 en 36 maanden van belang.

In het tweede deel bespreken de auteurs hoe je de taal kunt stimuleren van jonge kinderen met ontwikkelingsproblemen. Ze doen dit telkens op dezelfde manier. Eerst is er een korte uitleg over het probleem. Daarna schetsen ze welke impact dit probleem heeft voor de baby of peuter. Vervolgens worden er onder de rubriek Wat kan ik doen om de taal te stimuleren een reeks concrete aanbevelingen om de taalontwikkeling van deze baby's of peuters met een specifieke zorgvraag te bevorderen. De groepen die besproken worden zijn kinderen die te kampen hebben met de gevolgen van:

  • tweetaligheid
  • autisme
  • slechthorendheid of doofheid
  • slechtziendheid of blindheid
  • een verstandelijke handicap

Een brochure die in elke peuterklas moet aanwezig zijn.

afdrukken

2009.09.20

Met teveel vallen en opstaan?

Auteur: Werkgroep ontwikkelingsstoornissen vormingsdienst Sig vzw
Titel: Met teveel vallen en opstaan? Over ontwikkelingsstoornissen bij kinderen van nul tot drie jaar.
Uitgeverij: Sig vzw
Plaats: Destelbergen
Jaar: 1999
Pagina's: 40
ISBN-13: 978-90-5873-014-5 (brochure)
978-90-5873-015-2 (dvd)
Prijs: € 5,- (brochure)
€ 19,90 (dvd)

met teveel vallen en opstaan - over ontwikkelingsstoornissen bij kinderen van nul tot drie jaarNog te vaak worden problemen bij de ontwikkeling van jonge kinderen veel te laat gemeld en aangepakt. Dat is het uitgangspunt van de vragenlijst Met teveel vallen en opstaan. Deze maakt het mogelijk om eventuele stoornissen sneller op te sporen.

De werkgroep ontwikkelingsstoornissen van de vormingsdienst van de Stichting integratie gehandicapten (Sig) maakte een overzicht van de vaardigheden die een kind tijdens zijn ontwikkeling van nul tot drie jaar op een bepaalde leeftijd moet hebben verworven, de zogenaamde mijlpalen. Daarvoor baseerde de werkgroep zich op een grondig onderzoek van de recente literatuur.

Deze vragenlijst heeft geen wetenschappelijke pretentie. Ze wil enkel iedereen die met kinderen tot drie jaar in contact komt helpen kijken naar hun ontwikkeling om alarmsignalen tijdig op te merken en te signaleren.

Het is de bedoeling om elke zes maanden de ontwikkeling van een kind te bekijken. De vragenlijst bestaat dan ook uit zes delen:

  • van 3 tot 6 maanden
  • 12 maanden
  • 18 maanden
  • 24 maanden
  • 30 maanden
  • 36 maanden

Telkens worden de volgende ontwikkelingsdomeinen bekeken:

  • kijken en bewegen
  • luisteren en spreken
  • spelen
  • omgaan met de anderen
  • persoonlijkheid
  • zelfstandigheid

Deze vragenlijst hoort bij een dvd die de normale ontwikkeling van een kind tussen nul en drie jaar toont. Met deze beide instrumenten leert men sneller de signalen onderkennen van een ontwikkeling die fout loopt. Dit instrument verdient zeker ook in het kleuteronderwijs een plaats. De kleuterjuf kan hiermee op een snelle manier (en met weinig planlast) haar vermoeden dat er iets mis is met de ontwikkeling van een peuter objectiveren.

afdrukken

2009.09.12

DCD-hulpgids voor leerkrachten

Auteur: Eelke van Haeften
Titel: DCD-hulpgids voor leerkrachten - Achtergrond en adviezen bij de motorische coördinatiestoornis
Uitgeverij: Pica
Plaats: Huizen
Jaar: 2009
Pagina's: 128
ISBN-13: 978-90-7767-127-6
Prijs: € 15,-

dcd-hulpgids voor leerkrachten - achtergrond en adviezen bij de motorische coördinatiestoornisZoals de titel aangeeft, helpt dit boek leerkrachten om kinderen met DCD op school te begeleiden. Geen overbodige luxe als je bedenkt dat 5 of 10 procent van de kinderen DCD heeft. Nagenoeg iedere school heeft ermee te maken. Geschreven vanuit een ergotherapeutische invalshoek, biedt het een bruikbaar model.

In het eerste deel komt de theorie aan bod. De auteur legt uit vanwaaruit het begrip DCD gegroeid is. Ze benadrukt de vele onderlinge verschillen tussen kinderen met DCD. Niet alleen de ernst en/of de aard van de problemen bepalen deze verschillen. Ook de mate waarin het kind in staat is zijn beperkingen te compenseren. De auteur slaagt erin de kenmerken van DCD in een vijftal 'hoofdkenmerken' samen te vatten. Ze lijst eveneens gevolgen ervan voor de leerling en zijn leerkracht op.

In dit eerste deel heeft de auteur het ook nog over de diagnose, behandeling en begeleiding van een kind met DCD. Ze schetst ook een werkmodel dat leerkrachten toelaat om situaties te analyseren en te beoordelen waarmee kinderen met DCD problemen hebben. Dit werkmodel is de ruggengraat van het ganse boek. Daarom moet dit zeker ook door de enthousiaste 'doe'-leerkracht die meteen aan de slag wil met de tips uit het boek, doorgenomen worden. De volgende delen zijn er immers op gebaseerd.

In het tweede deel komt de leerling met DCD ruim aan bod. De auteur haalt hierbij een viertal relevante processen naar voren. Deze houden verband met de beperkingen in het handelen van de leerling:

  • het bewegen,
  • de communicatie,
  • het motorische leren,
  • de sociaal-emotionele ontwikkeling.

Het bewegen deelt de auteur in verschillende hoofdstukken op:

  • het bewegen als sensomotorisch proces,
  • de basismotoriek,
  • het doelgerichte handelen of de praxis,
  • de vaardigheden.

De communicatie, het motorische leren en de sociaal-emotionele ontwikkeling krijgen elk één hoofdstuk aangemeten.

De fysieke omgeving van de school en de figuur van de leerkracht komen in het derde hoofdstuk aan bod. Hier leest men hoe en waar de schoolomgeving voor leerlingen met DCD een extra hindernis kan zijn. Ook hoe men dit op een eenvoudige manier kan verhelpen. Het belang van de pedagogische opstelling van de leerkracht en zijn didactische aanpak krijgt extra nadruk.

De schoolse vaardigheden en de vaardigheden die je nodig hebt om jezelf te verzorgen komen aan bod in het vierde en laatste deel. De schoolse vaardigheden die de auteur bespreekt, zijn:

  • de balvaardigheden,
  • het zitten,
  • de constructieve vaardigheden,
  • de fijnmotorische vaardigheden,
  • het schrijven.

Waar blijven de DCD-tips dan, zul je denken? Samen met de verschillende voorbeelden staan ze tussen de tekst, in overzichtelijke tabellen. Bij elke DCD-tip vermeldt de auteur het doel. Daarbij hoort er altijd een concrete omschrijving. Naargelang de DCD-tip vind je in deze tabellen ook adviezen in verband met de begeleiding, de organisatie of een verdere differentiatie. Na elk hoofdstuk krijg je suggesties om verder te lezen over het onderwerp of tips waar je meer informatie kunt vinden.

Een boek met een stevige meerwaarde.

afdrukken

21:52 Gepost door Lieven Coppens in Pica | Permalink | Tags: ontwikkeling, motoriek, zorg, coördinatie, ontwikkelingsstoornis, dcd, ontwikkelingsdyspraxie, motorische ontwikkeling, coördinatiestoornis | |

2009.09.06

Milan in de Wereld zonder cijfers

Auteur: Lien Couchez, Diane Van De Steene, Hilde Peirlinck & Paty Van Dyck
Titel: Milan in de Wereld zonder cijfers. Een verhaal van een jongen met rekenstoornissen.
Uitgeverij: Sig vzw
Plaats: Destelbergen
Jaar: 2007
Pagina's: 28
ISBN-13: 978-90-5873-073-2
Prijs: € 8,-

milan in de wereld zonder cijfersMilan in de Wereld zonder cijfers is een stripverhaal voor kinderen vanaf acht jaar, hun ouders en leerkrachten. Het legt op een eenvoudige manier uit wat rekenproblemen zijn en welke gevolgen deze kunnen hebben op sociaal en emotioneel vlak.

Tegelijk toont het op een zeer bevattelijke manier aan dat getallen een belangrijk en niet weg te cijferen onderdeel zijn van het leven in onze maatschappij. Wegvluchten voor het probleem helpt dus niet. Men moet het aanpakken. Ook dit wordt duidelijk in de strip: een kind met rekenproblemen of dyscalculie staat er niet alleen voor. Het kan geholpen worden.

In een uitgebreide bijlage geven de auteurs informatie voor ouders en leerkrachten van kinderen met rekenproblemen of dyscalculie. Ze doen dit op een genuanceerde en daardoor waardevolle manier; over dyscalculie is het laatste woord immers nog lang niet gezegd. Zo formuleren ze op een heel mooie manier de drie criteria om over dyscalculie te kunnen spreken: de achterstand moet ernstig en hardnekkig zijn en niet veroorzaakt door te weinig leerkansen.

In deze bijlage staan de auteurs verder nog stil bij de kenmerken van dyscalculie doorheen de basisschoolperiode en benadrukken ze het belang van een vroegtijdige opsporing. Ze bespreken ook welke mogelijkheden er zijn om het probleem aan te pakken. Tot slot geven ze een aantal concrete tips voor ouders en leerkrachten.

Milan in de Wereld zonder cijfers is een strip die kan gebruikt worden om aan kinderen uit de basisschool uit te leggen welk probleem ze hebben. Het verhaal zelf is heel herkenbaar geschreven. Daarnaast informeert het door zijn uitgebreide bijlage ouders en leerkrachten. Vooral voor ouders is deze bijlage zeer belangrijk, niet in het minst omdat ze hen in staat stelt om op veel vragen die hun kind kan hebben een passend antwoord te geven. Verder kan de strip gebruikt worden voor psycho-educatieve doeleinden.

afdrukken

21:57 Gepost door Lieven Coppens in Sig vzw | Permalink | Tags: ouders, rekenen, lager onderwijs, basisonderwijs, dyscalculie, leerprobleem, rekenprobleem | |