2009.12.31
Opzoekboekje spelling
| Auteur: | Braams&Partners |
| Titel: | Opzoekboekje spelling |
| Uitgeverij: | Braams&Partners |
| Plaats: | Deventer |
| Jaar: | s.d. |
| Pagina's: | 33 fiches |
| ISBN-13: | - |
| Prijs: | € 12,50 |
Ze bestaan voor rekenen, spellen en vreemde talen. Ze hebben hetzelfde doel. De leerlingen die het nodig hebben, ondersteunen bij hun moeizame leerproces. Ze zijn vaak het resultaat van de inspanningen van echte zorg(ende)leerkrachten. Ze heten 'onthoudboekje', 'formularium' of 'opzoekboekje'. Ik zag ze in alle maten en kleuren. Sommige zelfs in boekvorm.
Tom Braams is een expert op het vlak van diagnose en behandeling van leerproblemen. Van zijn hand zijn onder andere de boeken Dyslexie. Een complex taalprobleem (2001), Kinderen met dyslexie. Een gids voor ouders (2001) en Dyslectische kinderen leren lezen (2006). Hij stelde met zijn medewerkers een opzoekboekje voor spelling op. Een opzoekboekje dat ontstond vanuit de expertise van de diagnostische en remediëringspraktijk van Braams&Partners. De fiches uit het opzoekboekje kun je gebruiken naast elke spellingmethode.
Als gebruiker bepaal je zelf welke fiches je een leerling geeft. De fiches zijn ondergebracht in twee categorieën. Deze herken je gemakkelijk aan de gekleurde rand:
- spelling
- werkwoordspelling
De mensen van Braams&Partners werken vanuit de klankstructuur van woorden. Dat betekent dat alle klanken van de Nederlandse taal gecategoriseerd zijn als korte en lange klanken, als twee-, drie- en viertekenklanken en als medeklinkers weergegeven op het klankbord.
Bij Braams&Partners splitst men de langere woorden in klankvoeten. Omdat veel spellingsregels van het Nederlands toegepast worden op de laatste klank van een woord of klankgroep. Is de laatste klank (dat wat je hoort) van een klankvoet een korte klank of een lange klank, dan volgt daarop een eenduidige spellingregel. Het splitsen in klankvoeten is dus niet hetzelfde als het splitsen in lettergrepen.
Voorbeeld:
sokken > so|kken (splitsen in klankvoeten)
sokken > sok|ken (splitsen in lettergrepen)
Gebruikers van de methode Spelling in de lift zullen dit splitsen in klankvoeten (klankgroepen) onmiddellijk herkennen. Van de website www.opzoekboekje.nl kun je een toelichting bij elke fiche afhalen. Zo heb je meteen ook een overzicht van de inhoud van alle fiches.
Naast het gebruik in de remediëring vind ik ze ook uitermate geschikt als vast hulpmiddel voor de leerlingen uit het beroepssecundair onderwijs.
Een aankoop die zijn kostprijs meer dan waard is.
18:45 Gepost door Lieven Coppens in Braams&Partners | Permalink | Email dit
| Tags: spelling, taal, secundair onderwijs, dyslexie, compenseren, basisonderwijs, stimuleren, remedieren, dispenseren, leerprobleem, formularium, spellingprobleem |
|
Opzoekboekje rekenen
| Auteur: | Braams&Partners |
| Titel: | Opzoekboekje rekenen |
| Uitgeverij: | Braams&Partners |
| Plaats: | Deventer |
| Jaar: | s.d. |
| Pagina's: | 71 fiches |
| ISBN-13: | - |
| Prijs: | € 17,50 |
Ze bestaan voor rekenen, spellen en vreemde talen. Ze hebben hetzelfde doel. De leerlingen die het nodig hebben, ondersteunen bij hun moeizame leerproces. Ze zijn vaak het resultaat van de inspanningen van echte zorg(ende)leerkrachten. Ze heten 'onthoudboekje', 'formularium' of 'opzoekboekje'. Ik zag ze in alle maten en kleuren. Sommige zelfs in boekvorm.
Tom Braams is een expert op het vlak van diagnose en behandeling van leerproblemen. Hij is auteur van verschillende boeken. Samen met Annemie Desoete schreef hij Kinderen met dyscalculie. Hij stelde met zijn medewerkers een opzoekboekje voor rekenen op. Een op-zoekboekje om 'U' tegen te zeggen. Omdat het ontstond vanuit de expertise van de diagnostische en remediëringspraktijk van Braams&Partners. Niet in het minst omdat je de fiches uit het opzoekboekje kunt gebruiken naast elke rekenmethode.
Als gebruiker bepaal je zelf welke fiches je een leerling geeft. Je hebt een zeer ruime keuze. De fiches zijn ondergebracht in vijf categorieën. Deze herken je gemakkelijk aan de gekleurde rand:
- Algemeen rekenen
- Breuken, komma's en procenten
- Geld
- Meten
- Tijd en kalender
Onder de rubriek Algemeen rekenen vind je onder andere de splitsingen tot 10, de tafels van vermenigvuldiging, het cijferrekenen en elementen uit de getalkennis terug. De andere spreken voor zich.
Waarom ik voor deze fiches val? Omwille van de logische en coherente opbouw van elke rubriek. Ook omwille van het goede evenwicht in het gebruik van afbeeldingen en geschreven taal. Maar vooral omwille van:
- de geïntegreerde aanpak van breuken, kommagetallen en procenten;
- de specifieke en concrete aanpak van het metend rekenen. De nadruk ligt duidelijk op het functionele. De oriëntatie van de leerlingen op lengtematen, oppervlaktematen, inhoudsmaten en weegmaten staat voorop. Alle maten zijn heel concreet en verankerd in het dagelijkse leven van de kinderen;
- de zeer aantrekkelijke en tegelijk functionele vormgeving;
- het verduidelijken van het gebruik van de rekenmachine waar toepasselijk.
Naast het gebruik in de remediëring vind ik ze ook uitermate geschikt als vast hulpmiddel voor de leerlingen uit het beroepssecundair onderwijs.
Dit is een Nederlands product. Dit betekent dat er bij het cijferen enkele verschillen zijn in de notatiewijze. Vooral deze van het cijferend delen is volledig anders dan in Vlaanderen. Dit gaat echter maar over één fiche. En kan dus nauwelijks een bezwaar zijn. Bij de andere bewerkingen staat het bewerkingsteken rechts in plaats van links. Iets wat je eenvoudig kunt aanpassen. Voor de tafels zit het verschil in het feit dat ze niet stoppen bij 10 x, maar doorgaan tot 12 x. Hier valt bij zwakke rekenaars zeker iets voor te zeggen.
Van de website www.opzoekboekje.nl kun je een toelichting bij elke fiche afhalen. Zo heb je meteen ook een overzicht van de inhoud van alle fiches.
Een absolute aanrader!
18:30 Gepost door Lieven Coppens in Braams&Partners | Permalink | Email dit
| Tags: secundair onderwijs, rekenen, compenseren, basisonderwijs, stimuleren, dyscalculie, remedieren, dispenseren, leerprobleem, formularium, rekenprobleem |
|
2009.12.29
Angst en depressie
| Auteur: | Willem De Jong |
| Titel: | Angst en depressie. Over angsten, depressies en aanverwante problematiek bij kinderen en jongeren. Een leidraad voor ouders en leerkrachten |
| Uitgeverij: | Pica |
| Plaats: | Huizen |
| Jaar: | 2009 |
| Pagina's: | 192 |
| ISBN-13: | 978-90-7767-137-5 |
| Prijs: | € 17,50 |
Bij kinderen en jongeren is het belangrijk om signalen die op een probleem wijzen, snel op te pikken. Alleen zijn deze signalen vaak veel minder duidelijk en anders dan bij volwassenen. Vroegtijdige onderkenning en behandeling zorgen er voor dat de klachten fors afnemen op latere leeftijd. Reden genoeg dus om ouders en leerkrachten sterker te maken in het onderkennen van deze signalen. En hen te helpen om er op de juiste manier mee om te gaan. Dit is in kort bestek de bedoeling van het boek Angst en depressie.
In dit boek komen niet alleen angst en depressie aan bod. Ook de problemen en stoornissen waarin angst en depressie een belangrijke rol spelen krijgen een plaats. Concreet betekent dit dat het boek gaat over:
- angst
- depressie
- zelfbeschadiging
- suïcidaliteit
- hechtingsstoornissen
- eetstoornissen
- schizofrenie en psychose
- persoonlijkheidsstoornissen
- ADHD
- autismespectrumstoornissen
Verwacht dus vooral geen therapieën. Die zijn het werk van beroepsmensen. De auteur wil aan ouders en leerkrachten een leidraad geven. Enerzijds om signalen bij kinderen en jongeren vroegtijdig te (h)erkennen. Anderzijds om deze kinderen en jongeren op een goede manier te begeleiden. Het is dan ook een echt handelingsgericht boek.
Onder het motto "Je kunt maar zien wat je kent" geeft de auteur bij elke stoornis eerst de nodige uitleg. Hij beantwoordt vragen zoals:
- Wat is het?
- Hoe vaak komt het voor?
- Wat is de oorzaak?
- Welke vormen bestaan er?
- Welke functie heeft dit probleem?
- Wat zijn de symptomen?
- Wat zijn de risicofactoren?
- Zijn er mogelijke bijkomende problemen?
- Welke behandelingen zijn er?
- Wat zijn de gevolgen van die stoornis voor het kind?
- Wat zijn de gevolgen van die stoornis voor zijn omgeving?
Op basis van deze kennis formuleert hij kijk- en handelingswijzers voor de ouders en de school. Dit zijn geen abstracte denkkaders, wel zeer praktische en glashelder geformuleerde adviezen. Nergens belerend of beschuldigend leert hij ouders en leerkrachten vat te krijgen op een voor hen niet vanzelfsprekende situatie. Daarbij gaat zijn bezorgdheid niet enkel naar het kind of de jongere, maar ook naar zijn directe omgeving, in het bijzonder de ouders en de andere gezinsleden.
Dit boek hoef je niet meteen in zijn geheel te lezen. Je kunt je beperken tot het hoofdstuk dat betrekking heeft op de stoornis waarover je meer wilt weten. Als je eerst de hoofdstukken over angst en depressie hebt gelezen. Want die zijn de ruggengraat van het boek. Geschreven voor ouders en leerkrachten, heeft het boek zeker ook een praktische meerwaarde voor de (beginnende) hulpverlener. Die kan de kijk- en handelingswijzers gebruiken voor de eigen observaties, het ordenen van de gegevens uit de anamnese en het begeleiden van ouders en leerkrachten.
Wie meer achtergrondinformatie wenst, vindt achteraan in het boek een uitgebreide lijst van geraadpleegde en te raadplegen boeken. Een handige index laat toe om snel de nodige informatie terug te vinden.
Een boek zoals er veel te weinig geschreven worden.
00:28 Gepost door Lieven Coppens in Pica | Permalink | Email dit
| Tags: adhd, angst, angststoornis, anorexia nervosa, autisme, depressie, eetstoornis, faalangst, fobie, gezondheid, ontwikkeling, psychose, zelfdoding, zorg |
|
2009.12.28
Motoriekcircuit - Actief werken aan de motorische ontwikkeling
| Auteur: | Lenty van de Sande-Hoetmer |
| Titel: | Motoriekcircuit. Actief werken aan de motorische ontwikkeling. |
| Uitgeverij: | Schoolsupport/Abimo |
| Plaats: | Zuidhorn/Sint-Niklaas |
| Jaar: | s.d. |
| Pagina's: | 18 blz. (handleiding) + 108 opdrachtenfiches in verzamelbox |
| ISBN-13: | 978-90-8664-139-0 |
| Prijs: | € 85,- |
Hoe maak je als basisschool een doorgaande lijn voor motoriek? Dit is een vraag die veel scholen in Nederland en Vlaanderen zich ongetwijfeld stellen. Deze vraag beperkt zich niet tot het eerste leerjaar. Ze komt voor in alle leerjaren. Het toenemende aantal diagnoses van een coördinatieontwikkelingsstoornis (ontwikkelingsdyspraxie) is daar niet vreemd aan.
De openbare basisschool Caleidoscoop te Almere zag zich in het schooljaar 1996-1997 voor ongeveer dezelfde vraag geplaatst. Het viel de leerkrachten van groep 3 (1e leerjaar) op dat veel kinderen het schrijven motorisch nog niet aankonden. Daarenboven was er ook een leerling op school met een lichamelijke handicap. Onder begeleiding van een revalidatiecentrum maakte het team een begin met het opbouwen van een doorgaande lijn voor motoriek. Omdat ze merkten dat ook kleuters en sommige oudere leerlingen nood hadden aan extra ondersteuning. De specifieke doelstellingen halen we zo uit de handleiding (blz. 5) :
- Groepen 1 & 2 (2e en 3e kleuterklas):
- Van grof- tot fijn motorisch bezig zijn, met de nadruk op het gebruik van beide handen (symmetrie).
- Groep 3 (1e leerjaar):
- De motorische vaardigheid trainen en stimuleren.
- Vanuit de symmetrie de lateralisatie bevorderen.
- Bewust worden van het eigen lichaam.
- De goede houding op een stoel en aan tafel aanleren.
- Groepen 4 tot en met 8 (2e tot en met 6e leerjaar):
- De dominantie van de voorkeurshand bevorderen.
- De dominante hand beter laten ondersteunen door de andere hand.
In de handleiding vind je ook een stukje over de normale motorische ontwikkeling van kinderen. Dit moet je zeker lezen. Zo begrijp je de opzet van Motoriekcircuit beter. Je leest er ook hoe je het geheel organiseert voor de school (soorten activiteiten, benodigde materialen, frequentie, ...).
De opdrachten staan op zeer aantrekkelijke en kindvriendelijke fiches. Ze zijn geschreven in eenvoudige taal. Tekeningen verduidelijken de opdracht. Onderaan elke fiche leest en ziet de leerling welk materiaal hij nodig heeft. In principe kan hij zelfstandig aan de slag.
De fiches zijn als volgt ingedeeld:
- Groepen 1 & 2 (2e & 3e kleuter): 12 opdrachten
- Groep 3 (1e leerjaar): 18 opdrachten
- Groep 4 (2e leerjaar): 18 opdrachten
- Groep 5 (3e leerjaar): 18 opdrachten
- Groep 6 (4e leerjaar): 18 opdrachten
- Groep 7 (5e leerjaar): 12 opdrachten
- Groep 8 (6e leerjaar): 12 opdrachten
Vier lege fiches nodigen de leerkracht uit om extra opdrachten te maken.
Het materiaal dat je nodig hebt voor Motoriekcircuit is wellicht voor een groot deel al op school aanwezig. Andere materialen, zoals handboeken voor Origami, stressballetjes en jongleermateriaal zal je moeten aankopen.
De opdrachtenfiches zijn van stevig papier en kunnen tegen een stootje. Je kunt ze reinigen met een vochtige doek. Een handige eigenschap!
Motoriekcircuit is een doordacht geheel van opdrachten in stijgende moeilijkheidsgraad. Elke opdracht is daarenboven aangepast aan de bedoelde leeftijd. Wat niet wegneemt dat men Motoriekcircuit ook kan gebruiken voor een individueel zorgtraject. Zowel binnen het reguliere als speciale (buitengewone) onderwijs verdient het zijn plaats. Niet in het minst omdat recent onderzoek heeft uitgewezen dat er achter veel leerproblemen ook een motorisch probleem schuil gaat.
19:14 Gepost door Lieven Coppens in Abimo, Schoolsupport | Permalink | Email dit
| Tags: ontwikkeling, motoriek, zorg, schrijfmotoriek, symmetrie, fijne motoriek, motorische ontwikkeling, lateralisatie |
|
2009.12.24
Uit de greep van OCD
| Auteur: | Jo Derisley, Isobel Heyman, Sarah Robinson & Cynthia Turner |
| Titel: | Uit de greep van OCD. Handboek voor jongeren en hun omgeving. |
| Uitgeverij: | Pica |
| Plaats: | Huizen |
| Jaar: | 2009 |
| Pagina's: | 160 |
| ISBN-13: | 978-90-7767-138-2 |
| Prijs: | 19,50 |
Hoe ga je als jongere jouw dwangstoornis te lijf? Obsessies en dwangstoornissen hebben immers een grote invloed op jouw dagelijkse leven. De auteurs van dit boek tonen hoe je deze obsessies en dwangstoornissen met de cognitieve gedragstherapie te lijf kunt gaan. Deze vorm van therapie heeft tot nu toe als enige haar nut bewezen bij de aanpak van dit probleem.
Het eerste deel is meer theoretisch van aard. Het geeft uitleg over wat een dwangstoornis is en hoe je die kunt herkennen. Het verduidelijkt de diagnose en behandeling van een dwangstoornis. Vervolgens staat het uitgebreid stil bij de essentie van de cognitieve gedragstherapie en hoe je deze hier kunt aanwenden. Het belangrijkste hoofdstuk uit dit deel is het vijfde. Hierin helpen de auteurs jou om jouw dwanggedachten en dwanghandelingen te begrijpen. Centraal bij dit begrijpen staat de dwangstoornisspiraal. Deze toont het mechanisme dat er achter schuil gaat. En daagt je uit om jouw eigen spiraal te tekenen. Want om de spiraal te doorbreken moet je eerst jouw persoonlijke mechanisme goed begrijpen. Elk hoofdstuk van dit deel eindigt met een advies voor jouw ouders en verzorgers. Dit is een echte meerwaarde, omdat het boek in eerste instantie naar jou is geschreven. Aan de hand van dit advies krijgen zij extra informatie en adviezen om jou beter te begrijpen en te begeleiden. Waar dat relevant is, verheldert een levensecht voorbeeld het geheel.
Het tweede deel staat helemaal in het teken van het aanpakken van jouw probleem. Het helpt je om er min of meer zelfstandig van af te raken. De techniek hierbij is het zichzelf blootstellen aan die situaties die de angst veroorzaken en het bewust niet uitvoeren van de dwanghandeling (exposure met responspreventie). Aan de hand van de cognitieve gedragstherapie moet je de volgende stappen zetten:
- Begrijpen welke rol de angst speelt.
- Zicht krijgen op de eigen dwangstoornis en eventueel een hiërarchie van angsten opstellen.
- Oefeningen ontwikkelen voor de exposure met responspreventie.
- De oefeningen uitvoeren.
Daarbij staat een afzonderlijk hoofdstuk helemaal in het teken van de manier waarop je dit moet doen. Een ander hoofdstuk geeft tips en adviezen over het omgaan met eventuele moeilijkheden bij het uitvoeren van dit proces.
Heel interessant in dit deel zijn de hoofdstukken twaalf, dertien en veertien. Hier gaan de auteurs dieper in op de essentie van de dwanggedachten en hoe je daar kunt mee omgaan. Meer zelfs, ze dagen jou uit om de confrontatie met deze dwanggedachten actief aan te gaan. De functie van positieve gedachten krijgt hierin een belangrijke plaats. In het vijftiende hoofdstuk krijg je adviezen om de positieve resultaten die behaald zijn met deze therapievorm, te bestendigen. Bij elk hoofdstuk van dit tweede deel geven de auteurs trouwens ook concrete adviezen voor jouw ouders en verzorgers. Doorheen dit deel helpen concrete, kant-en-klare instrumenten jou om elke stap op de juiste manier uit te voeren.
In het derde en laatste deel van dit boek vind je twee hoofdstukken over de impact van een dwangstoornis op de omgeving. Eén hoofdstuk bekijkt de invloed ervan op het gezin, het andere de invloed ervan op het schoolgebeuren.
Een doe-boek als dit beschrijven, is altijd een moeilijke opgave. Je kunt een methodiek niet samenvatten zonder hem onrecht aan te doen. Toch hoop ik dat uit deze bespreking blijkt hoe waardevol dit boek wel is. De auteurs zijn er volgens mij perfect in geslaagd om theorie en praktijk in de juiste verhouding aan te snijden. Het boek is geschreven naar de jongere met een dwangstoornis toe. Dat wil echter niet zeggen dat ouders en verzorgers in de kou blijven staan. Op een voor iedereen transparante manier komen zij ook aan bod. Er is geen mogelijkheid tot misverstanden. Het lijkt me dan ook aangewezen dat zowel de jongere als zijn ouders van meet af aan het volledige boek lezen. Het instrumentarium dat de auteurs aanreiken is sober, eenduidig en vraagt weinig extra toelichting. Je kunt trouwens alle instrumenten gratis van het net plukken.
Uitgeverij Pica is er toch maar weer in geslaagd om een kanjer van een boek binnen te halen!
2009.12.22
Een aangeboren aandoening... En dan?
| Auteur: | Deel I: Chantal Devos & Helmuth Roodhooft (red.) Deel II: Chantal Devos, Jo Prové & Mieke Vernaillen (red.) |
| Titel: | Een aangeboren aandoening... En dan? Inventaris met kenmerken en adviezen. |
| Uitgeverij: | Sig vzw |
| Plaats: | Destelbergen |
| Jaar: | Deel I: 2003 Deel II: 2005 |
| Pagina's: | Deel I: 110 Deel II: 140 |
| 13: | Deel I: 978-90-5873-049-7 Deel II: 978-90-5873-065-7 |
| Prijs: | Deel I: € 20,- Deel II: € 25,- |
ADHD, syndroom van Asperger, syndroom van Down, Epilepsie, Progeria, syndroom van Gilles de la Tourette, ... We kennen het. We weten wat we er ons kunnen bij voorstellen. Fragiele X-syndroom, syndroom van Klinefelter, syndroom van Turner, syndroom van Williams-Beuren, ... De namen klinken ons bekend in de oren. Maar wat was dat nu weer? Syndroom van Batten, syndroom van Marfan, ziekte van Steinert, syndroom van West, ... We wisten nauwelijks dat ze bestonden.
Wanneer we geconfronteerd worden met een aangeboren aandoening bij kinderen - en die kans is in het buitengewoon onderwijs zeer reëel - is het soms even zoeken naar toegankelijke informatie. Het zoeken op Internet biedt wel een uitweg. Maar of die informatie altijd even betrouwbaar is?
In deze twee mappen komen alvast 45 bekende en minder bekende syndromen aan bod. Een werkgroep (die bestond uit orthopedagogen en psychologen uit het buitengewoon onderwijs en een arts en enkele verpleegkundigen uit de CLB-sector) stelde ze samen. Voor elk van de vijfenveertig syndromen gebruikten ze dezelfde structuur:
- Mogelijke synoniemen voor het syndroom
- Een korte omschrijving met de mate van voorkomen
- Trefwoorden
- Oorzaken voor het syndroom
- Uiterlijke kenmerken
- Informatie over het lichamelijke functioneren
- Informatie over het verstandelijke mogelijkheden
- Een overzicht van typische gedrags- en persoonlijkheidskenmerken
- Opvoedingsadviezen
- Prognose en evolutie
- Een overzicht van bronnen waar men meer informatie kan vinden
- Waar mogelijk een of meerdere schetsen (tekeningen) die een beeld geven van een persoon met het betreffende syndroom
Op deze manier krijgt de lezer in kort bestek een goed en vrij volledig beeld van het syndroom. De teksten zijn nergens te theoretisch. Ze zijn heel concreet en geven voor leken bruikbare en onmiddellijk in de praktijk herkenbare informatie. De tekeningen van de kindergezichtjes zijn een visuele ondersteuning van het geheel. De opvoedingsadviezen helpen de lezer om het kind met een syndroom op een goede manier te benaderen, te stimuleren en te begeleiden.
In de onderstaande tabel kun je zien in welk deel de verschillende syndromen aan bod komen.
|
|
Naam |
Map |
|
A |
Albinisme |
II |
|
Syndroom van Angelman |
I |
|
|
Syndroom van Apert |
I |
|
|
Syndroom van Asperger |
I |
|
|
ATRX-syndroom |
II |
|
|
Attention Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD) |
I |
|
|
B |
Syndroom van Batten |
II |
|
BOR-syndroom |
I |
|
|
Syndroom van Bourneville |
I |
|
|
C |
Syndroom van Charcot-Marie-Tooth |
II |
|
Syndroom van Cornelia de Lange |
I |
|
|
D |
Syndroom van Down |
I |
|
Ziekte van Duchenne |
II |
|
|
E |
Syndroom van Ehlers-Danlos |
II |
|
Epilepsie |
II |
|
|
F |
Foetaal alcoholsyndroom |
I |
|
Fragiele X-syndroom |
I |
|
|
G |
Syndroom van Gilles de la Tourette |
I |
|
K |
Kabuki-syndroom |
II |
|
Syndroom van Klinefelter |
I |
|
|
L |
Syndroom van Landau-Kleffner |
II |
|
Syndroom van Langer-Giedion |
II |
|
|
Syndroom van Lennox-Gastaut |
II |
|
|
Syndroom van Lujan-Fryns |
II |
|
|
M |
Syndroom van Marfan |
II |
|
Syndroom van Moebius |
I |
|
|
N |
Syndroom van Noonan |
I |
|
O |
OTC-deficiëntie |
II |
|
P |
Syndroom van Prader-Willi |
I |
|
Progeria |
II |
|
|
Pubertas Praecox |
II |
|
|
R |
Syndroom van Rett |
I |
|
Syndroom van Rubinstein-Taybi |
II |
|
|
S |
Syndroom van Sanfilippo |
I |
|
Syndroom van Smith-Magenis |
II |
|
|
Syndroom van Sotos |
II |
|
|
Ziekte van Steinert |
II |
|
|
T |
Syndroom van Turner |
I |
|
U |
Syndroom van Usher |
II |
|
V |
Velocardiofaciaal syndroom |
I |
|
|
Ziekte van Von Recklinghausen |
I |
|
W |
Syndroom van Waardenburg |
II |
|
Ziekte van Werdnig-Hoffmann |
II |
|
|
Syndroom van West |
II |
|
|
Syndroom van Williams-Beuren |
II |
Een zeer toegankelijk naslagwerk voor iedereen!
2009.12.21
Het Aspergersyndroom en pesten
| Auteur: | Nick Dubin |
| Titel: | Het Aspergersyndroom en pesten - Gids voor ouders, leerkrachten en professionals |
| Uitgeverij: | Pica |
| Plaats: | Huizen |
| Jaar: | 2008 |
| Pagina's: | 128 |
| ISBN-13: | 978-90-7767-129-0 |
| Prijs: | € 17,50 |
Pesten overkomt kinderen en jongeren met het syndroom van Asperger vaak. Ze begrijpen de sociale omgangs(r)egels niet, hebben problemen met de motoriek, zijn naïef en hebben speciale interesses. Kortom, ze gedragen zich niet conform de massa. Daarenboven beseffen ze niet altijd dat ze een slachtoffer zijn. Dit brengt hen in een machteloze positie. Nick Dubin spreekt in zijn boek als ervaringsdeskundige. Of zoals hij zelf schrijft:
Dit boek komt recht uit mijn hart. Het is een dringend verzoek aan leerkrachten, ouders en scholieren om in te zien dat pesten een onderwerp is dat veel aandacht verdient, vooral voor kwetsbare groepen als kinderen met ASS. Dit boek is bovenal een oproep tot actie (blz.15).
Nick Dubin beschrijft in het eerste hoofdstuk zijn ervaringen als gepeste. Elk voorbeeld grijpt hij aan om een tipje van de Aspergersluier op te lichten. In het tweede hoofdstuk gaat hij hier verder op door. Hij legt uit wat kinderen met een autismespectrumstoornis in het algemeen en het syndroom van Asperger in het bijzonder zo vatbaar maakt voor pesten. Dit hangt nauw samen met de volgende eigenschappen:
- de lage frustratiedrempel
- het slechts met één taak tegelijk bezig kunnen zijn
- de problemen met de motoriek
- de lichtgelovigheid
- de trage verwerking van auditieve prikkels
- de problemen met het interpreteren van niet-verbale signalen
- speciale belangstellingen
- de trage sociale ontwikkeling waardoor ze later dan de leeftijdsgenoten afspraakjes maken met jongeren van het andere geslacht
- het onvermogen om te begrijpen wat er in de jongerencultuur belangrijk is
- een gebrek aan fantasie
- afwijkend taalgebruik
In de hoofdstukken 3, 4 en 5 geeft de auteur uitgebreid tips over het sterk maken van de gepeste, de omstanders en de leerkrachten. Daarvoor doet Nick Dubin heel vaak beroep op de wetenschap. Dit zijn de hoofdstukken die je integraal moet lezen als je geen tijd hebt voor het volledige boek.
In het zesde hoofdstuk laat de auteur de lezer in het vel van de pesters kruipen. Bedoeling: begrijpen wat er bij hen speelt. Ook hier doet hij uitgebreid beroep op de resultaten van het wetenschappelijk onderzoek. Bij een eerste lezing komt dit hoofdstuk nogal zwaar over. Dat is echter vlug verholpen door eerst de samenvatting aan het einde te lezen.
De ouders van gepeste Aspergerkinderen zijn de doelgroep van het zevende hoofdstuk. Hierin krijgen ze heel concrete tips en adviezen mee. Heel krachtig zijn de adviezen in verband met het internetgebruik en het benaderen van de leerkrachten en de school. Verder krijgen ze ook enkele specifieke begeleidingstips die ze met hun kind kunnen uitproberen.
Het hoeft geen betoog dat je de draagkracht van de school moet vergroten. Daarom heeft de auteur er het achtste hoofdstuk aan gewijd. Hij bespreekt er een hele reeks van mogelijkheden om binnen de school het probleem aan te pakken.
Het boek eindigt met een interview met zijn ouders, dat zeker herkenbaar is voor andere ouders en opvoeders. Als toemaatje is er nog een lijst met veelgestelde vragen en hun antwoorden.
Dit boek is een absolute aanrader voor iedereen die te maken krijgt met kinderen of jongeren met het syndroom van Asperger. Vanuit de insteek van het pesten leren ze op een gerichte en snelle manier heel veel bij over het syndroom zelf, de aanpak van het pesten en het vergroten van de draagkracht van de gepeste, de leerkracht, de school en de ouders. De medeverantwoordelijkheid van de toeschouwer krijgt eveneens de nadruk. Ook aan zijn draagkracht is gedacht. Tot slot heeft dit boek zeker een meerwaarde als universele handleiding over het aanpakken van pesten. Ook als het gaat over kinderen en jongeren zonder het syndroom van Asperger.
12:41 Gepost door Lieven Coppens in Pica | Permalink | Email dit
| Tags: autisme, ass, ontwikkelingsstoornis, asperger, autismespectrum |
|
2009.12.06
Allemaal op een rijtje: rekentests in Vlaanderen
| Auteur: | Intervisiegroep Rekenstoornissen Sig vzw |
| Titel: | Allemaal op een rijtje. Overzicht van rekentests in Vlaanderen. |
| Uitgeverij: | Sig vzw |
| Plaats: | Destelbergen |
| Jaar: | 2004 |
| Pagina's: | 40 |
| ISBN-13: | 978-90-5873-055-7 |
| Prijs: | € 6,- |
Deze brochure bestaat uit twee delen. In het eerste deel beschrijft de werkgroep de plaats die de diagnostiek van rekenstoornissen inneemt binnen de multidisciplinaire aanpak van de Centra voor Ambulante Revalidatie. Het beschrijft eveneens het diagnostisch proces van de Centra voor Ambulante Revalidatie.
In het tweede deel heeft de werkgroep per leeftijdsgroep een overzicht gemaakt van de rekentests. Dit overzicht valt uiteen in tests die wel en tests die geen percentielscore 3 hebben. Van elke test geeft men...
- de naam.
- de volledige referentie.
- aan op welk domein de test betrekking heeft:
- voor het kleuteronderwijs zijn dat:
- tellen
- actieve rekentaal
- passieve rekentaal
- seriatie
- classificatie
- hoeveelheidvergelijkingen
- visueel ruimtelijk evalueren
- voor het lager onderwijs zijn dat:
- prenumerische vaardigheden
- getallenkennis
- temporekenen
- bewerkingen hoofdrekenen
- toepassingen
- meten rekenen - meetkunde
Dit alles geeft de werkgroep weer in een zeer overzichtelijke tabelvorm. Hierdoor kan de geïnteresseerde lezer de brochure snel en doelgericht doorzoeken.
De Sig-intervisiewerkgroep Rekenstoornissen leverde met deze brochure een mooi werk af.
20:32 Gepost door Lieven Coppens in Sig vzw | Permalink | Email dit
| Tags: rekenen, dyscalculie, diagnostiek, leerprobleem, rekenprobleem |
|















