2010.02.28

Oriëntatie in de onderwijskunde

Auteur: Ingrid Imrecht, Peter Van Petegem & Wil Meeus
Titel: Oriëntatie in de onderwijskunde. Een openleerpakket.
Uitgeverij: Acco
Plaats: Leuven/Voorburg
Jaar: 2008 (Tweede, herwerkte uitgave)
Pagina's: 168
ISBN-13: 978-90-334-7026-4
Prijs: € 28,-

oriëntatie in onderwijskunde - een openleerpakketOriëntatie in de onderwijskunde is het boek bij uitstek voor iedereen die zich in de basisthema's van de onderwijskunde moet verdiepen. De auteurs schreven het voor studenten in het pedagogisch hoger onderwijs waar het een gedifferentieerde aanpak in de lerarenopleidingen mogelijk maakt. Maar ook mensen uit de onderwijspraktijk die hun kennis van de onderwijskunde willen verdiepen, kunnen het doornemen.

De methodiek van het begeleid zelfstandig leren ligt aan de basis van dit pakket. Hierdoor kan de lezer de inhoud op eigen tempo verwerken. Deze inhoud is opgedeeld in de volgende modules:

  • doelen
  • beginsituatie
  • leerinhouden
  • didactische werkvormen
  • onderwijsmedia
  • evaluatie
  • didactisch handelen

Elke module vormt een afgerond geheel. Hierdoor kan men het boek naar gelang de eigen noden of interesse, doornemen. Elke module bevat dezelfde onderdelen:

  • een informatief gedeelte
  • een zelfevaluatieopdracht
  • een opdracht die men ter evaluatie moet voorleggen aan de docent
  • verwijzingen naar achtergrondinformatie
  • een synthese van de module
  • een verwijzing naar de plaats waar men de oplossingen van de zelfevaluatieopdracht kan vinden

Het boek leest als een trein. De helder gepresenteerde informatie nodig steeds uit om verder te lezen. De zelfevaluatieopdrachten zijn, ook voor mensen die al les geven, zeer zinvol en bij momenten redelijk confronterend. Voor mensen die geen leerkrachtendiploma hebben (voor welk onderwijsniveau dan ook) en die scholen begeleiden of schoolondersteunend werken is dit boek verplichte literatuur. Het brengt hen inzicht bij in het onderwijsleerproces. En het zal hen ongetwijfeld helpen bij het formuleren van realistische en uitvoerbare adviezen.

afdrukken

21:52 Gepost door Lieven Coppens in Acco | Permalink | Tags: media, doelstellingen, evaluatie, onderwijskunde, didactiek, eindtermen, methodiek, werkvormen, beginsituatie, leerinhouden | |

2010.02.20

Mindfulness voor kinderen

Auteur: Pim Catry & Jan Decuypere
Titel: Mindfulness voor kinderen. Gids voor onderwijs, hulpverlening en ouders.
Uitgeverij: Acco
Plaats: Leuven/Voorburg
Jaar: 2008
Pagina's: 224 + dvd
ISBN-13: 978-90-334-7090-5
Prijs: € 29,50

mindfulness voor kinderenMindfulness is een instelling, een manier van omgaan met mensen. De afgelopen jaren kon ze op heel wat belangstelling rekenen. Ze bewees haar kracht bij volwassenen. Een vertaling van deze instelling naar kinderen, zoals je ze in dit boek aantreft, kon dan ook niet lang uitblijven.

Het eerste hoofdstuk leidt ons binnen in de wereld van mindfulness. Een wereld waarin de meditatie centraal staat. Enerzijds de meditatie die je tot (zelf)inzicht brengt, anderzijds de meditatie die je tot kalmte brengt ten opzichte van jezelf en jouw omgeving. Het evenwicht tussen beide meditatievormen is daarbij uiterst belangrijk. Het legt eveneens uit wat mindfulness kan betekenen. Om dan extra lang stil te staan bij de verschillende kwaliteiten. Zoals daar zijn:

  • de intentie
  • de ademruimte
  • het niet oordelen
  • het niet bestaan van falen
  • het loslaten
  • de liefdevolle vriendelijkheid en het verlangen
  • de acceptatie
  • de communicatie
  • de humor
  • het straffen en belonen
  • het zijn

Dit alles mag je als lezer ook zelf ondervinden. Daarvoor zijn de oefeningen in de tekst en op de dvd bedoeld. Zij laten de lezer de tekst doorleven. Omdat woorden soms tekort schieten. En de ervaring dan een uitweg biedt.

Het tweede hoofdstuk beschrijft heel kort het zeswekenprogramma voor de begeleider. Omdat het belangrijk is dat hij leert om met een niet-oordelende aandacht in het leven en in zijn klas te staan. De oefeningen op de dvd en het in-zich(t)-boekje (in bijlage) begeleiden hem gedurende die tijd.

Het derde hoofdstuk beschrijft het startprogramma van 10 weken voor kinderen van 7 tot 14 jaar. Het geeft de nodige uitleg bij de meditatiehouding. En licht het gebruik van het Ayam.oké-stilteboek toe. Om tenslotte het programma week per week uit te werken.

Het volgende hoofdstuk bekijkt de toepasbaarheid van mindfulness in opvoeding en onderwijs. Waarbij de auteurs benadrukken dat het veel meer is dan nog meer eens een relaxatieprogramma. Ze tonen ook aan op welke manier mindfulness aansluit bij de natuurlijke ontwikkeling van de kinderen. En dat mindfulness zich concentreert op de processen en de procesbegeleiding.

Het laatste hoofdstuk beschrijft het pilootproject en geeft een stand van zaken in verband met het wetenschappelijk onderzoek.

Het lezen van dit boek is een persoonlijke ervaring. Op voorwaarde dat je het leest vanuit het principe van het niet-oordelen. Door de inhoud van het boek op jezelf te laten afkomen en de aanbevolen oefeningen op een ernstige manier te doen, groeit het inzicht in deze manier van zijn, in deze instelling.

Je kunt het Ayam.oké-stilteboek ook afzonderlijk aankopen:
ISBN: 978-90-334-7184-1
Prijs: € 15,50

afdrukken

23:36 Gepost door Lieven Coppens in Acco | Permalink | Tags: meditatie, mindfulness | |

2010.02.17

Werkvaardigheden in kaart

Auteur: Liesbeth te Velde
Titel: Werkvaardigheden in kaart
Website: CPS
Plaats: Amersfoort
Jaar: 2009
Pagina's: 28 (Docentenhandleiding), 93 werkvaardigheidskaartjes, 3 aftekenlijsten en 1 werkvaardighedenkaart
ISBN-13: 978-90-6508-603-7
Prijs: € 25,90

werkvaardigheden in kaartDe auteur ontwikkelde dit spel oorspronkelijk voor leerlingen uit het Nederlandse praktijkonderwijs (opleidingsvorm 3 van het Vlaamse buitengewoon secundair onderwijs). Toch doe je het spel onrecht aan als je het enkel in deze context gebruikt. De werkvaardigheden zijn evenzeer van toepassing in het reguliere basis- en secundair onderwijs, het deeltijds, het volwassenen en het hoger onderwijs. Meer nog, deze werk-vaardigheden kunnen de basis zijn voor een functioneringsgesprek.

Meteen is het duidelijk dat het om meer gaat dan om vaardigheden die enkel op het werk van pas komen. Ze zijn even noodzakelijk op school als op stage. Wie ze beheerst, functioneert beter. Ze zijn universeel en niet verbonden met specifieke diploma's of beroepen. Liesbeth te Velde formuleerde 93 concrete vaardigheden en bracht die onder in verschillende categorieën. Elke categorie is te herkennen aan een kleur:

  • tijdsbeheer (groen)
  • werkhouding (oranje)
  • samenwerking (paars)
  • communiceren (geel)
  • verantwoordelijkheid nemen (roze)
  • zorg voor de werkplek (bruin)
  • inzicht (blauw)

Daarenboven maakte ze een onderscheid tussen:

  • basiswerkvaardigheden (blauwe achtergrond)
  • extra werkvaardigheden (groene achtergrond)
  • arbeidswerkvaardigheden (rode achtergrond)

In de onderstaande matrix geven we van elke categorie één voorbeeld uit het spel.

 

Basiswerkvaardigheden

Extra werkvaardigheden

Arbeidswerkvaardigheden

Tijd

Op tijd komen.

Met pauzes omgaan.

Werktijd vol maken.

Werkhouding

Opruimen.

Omgaan met eisen.

Doorgaan als je kritiek krijgt.

Samenwerken

Afspraken nakomen.

Onderhandelen.

Anderen iets uitleggen.

Communicatie

Er verzorgd uitzien.

Positieve non-verbale houding.

Een praatje maken (social talk).

Verantwoordelijkheid

Spullen bij je hebben.

Zelf initiatief nemen.

Een boodschap doorgeven.

Werkplek

Geordend werken.

Omgaan met de computer.

Werkplek ordenen en schoon houden.

Inzicht

Instructie opvolgen.

Reëel beeld eigen mogelijkheden.

In de juiste volgorde werken.

Het spel wil de leerlingen kennis van de werkvaardigheden bijbrengen. Daarnaast zijn er nog subdoelen op het niveau van de leerling, de leerkracht en de school. Deze vind je terug in de handleiding.

Het spel kun je op 11 verschillende manieren spelen. Elke manier is uitgewerkt in de handleiding. Het doel achter elke spelvorm blijft echter hetzelfde. De leerlingen moeten:

  • weten wat de betekenis is van de werkvaardigheden
  • voorbeelden kunnen geven van alle werkvaardigheden
  • kunnen verwoorden of een werkvaardigheid moeilijk voor hen is of juist niet
  • kunnen bepalen in welke werkvaardigheden ze nog beter willen worden.

In de handleiding vindt de leerkracht alle nodige informatie. Ook over de randvoorwaarden die hij moet bewaken om het spel tot een succes te maken. De aftekenlijsten in bijlage helpen de leerling om zijn werkvaardigheden ook letterlijk in kaart te brengen.

Dit spel heeft veel toepassingsmogelijkheden. Je kunt het gebruiken als instrument voor zelfconceptverheldering binnen een traject van onderwijsloopbaanbegeleiding. Het kan een aanleiding zijn om in de lessen sociale vaardigheden bepaalde werkvaardigheden aan te brengen. Of om de stages van leerlingen gericht voor te bereiden. Je kunt de 93 kaartjes ook in een individuele situatie gebruiken als basis voor een gestructureerd interview.

De vormgeving is zeer aantrekkelijk. Alle werkvaardigheden zijn op een humoristische en herkenbare manier uitgewerkt. Het materiaal is zeer duurzaam.

De boeken van uitgeverij CPS worden in België verdeeld door uitgeverij Abimo.

afdrukken

2010.02.13

Begeleiding van kinderen met dyslexie in het basisonderwijs

Auteur: Jos Avontuur
Titel: Begeleiding van kinderen met dyslexie in het basisonderwijs
Website: Nelissen
Plaats: Soest
Jaar: 2003 (derde druk)
Pagina's: 176
ISBN-13: 978-90-244-1439-0
Prijs: € 21,90

begeleiding van kinderen met dyslexie in het basisonderwijsDe auteur, Jos Avontuur, heeft meer dan twintig jaar ervaring als psycholoog bij een Nederlandse onderwijsbegeleidingsdienst. Hij specialiseerde zich in dyslexie en gedragsproblemen. Uit het onderzoeken en begeleiden van leerlingen met dyslexie leerde hij dat zij, hun ouders en hun leerkrachten, na de diagnose nog met veel vragen bleven zitten. Hij schreef dit boek dan ook met hen voor ogen.

Het boek bestaat uit twee delen. In het eerste deel staat Jos Avontuur stil bij de achtergronden van dyslexie. En bij het signaleren ervan. In het tweede deel heeft hij het uitgebreid over de begeleiding en behandeling van kinderen met dyslexie in het basisonderwijs.

Het eerste deel bestaat uit drie hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk omschrijft hij dyslexie als een probleem met het taalgevoel. Hoe dyslexie zich laat zien, vertelt hij na een bespreking van de verschillende taalcomponenten (fonologie, morfologie, syntaxis en semantiek) die samen ons taalsysteem bepalen. Hij maakt daarbij onderscheid tussen het basis- en secundair onderwijs. Hij benadrukt dat men beter tot het midden van het tweede leerjaar (groep 2) wacht om de diagnose dyslexie te stellen. Wat niet wegneemt dat men al in het eerste leerjaar (groep 1) signalen kan opvangen. Lezen en spellen zijn de primaire kenmerken van dyslexie. Jos Avontuur heeft echter ook oog voor de secundaire kenmerken. Hij maakt dit hoofdstuk volledig door het te hebben over dyslexie in het secundair onderwijs en over dyslexie bij volwassenen. In het tweede hoofdstuk bespreekt de auteur eerst enkele theorieën over dyslexie. Om daarna te komen tot een eigen definitie. Deze vertoont sterke gelijkenissen met de definitie van de Nederlandse Gezondheidsraad. Ze is wel uitgebreider omdat ze tegelijk beschrijvend en verklarend is. Het derde hoofdstuk gaat over het signaleren van dyslexie. De auteur maakte hiervoor een zeer praktische controlelijst die hij uitgebreid toelicht.

Het tweede deel van het boek gaat over de begeleiding en behandeling van dyslexie in het basisonderwijs. Het bestaat uit vier hoofdstukken. In het eerste van de vier bespreekt Jos Avontuur de uitgangspunten bij de behandeling van dyslexie, waarbij structureren en automatiseren een centrale plaats innemen. In de volgende hoofdstukken past hij deze uitgangspunten zeer concreet toe op de begeleiding van leerlingen in de onderbouw (groepen 1 tot 4 | 2e en 3e kleuter, 1e en 2e leerjaar), de middenbouw (groepen 5 en 6 | 3e en 4e leerjaar) en de bovenbouw (groepen 7 en 8 | 5e en 6e leerjaar). Deze hoofdstukken zijn zeer praktisch van aard. Ze geven zeer uitgebreid aan wat er, zowel op school als thuis, kan gebeuren.

Aanbevolen literatuur voor leerkrachten en ouders!

afdrukken

23:44 Gepost door Lieven Coppens in Uitgeverij Nelissen | Permalink | Tags: lezen, spelling, taal, dyslexie, zorg, basisonderwijs, remedieren, diagnostiek, leerprobleem, leesprobleem, spellingprobleem | |

Een hutje in de hemel

Auteur: Tilly Klasens
Titel: Een hutje in de hemel - Verhalen van toen, nu en straks
Website: 248media
Plaats: Steenwijk
Jaar: 2009
Pagina's: 98
ISBN-13: 978-90-79603-05-3
Prijs: € 15,95

een hutje in de hemel - verhalen van toen, nu en straksEen hutje in de hemel is een verhalenbundel met een duidelijk doel: kinderen dichter bij zichzelf te brengen. Of zoals de auteur het zelf zegt:

Kinderen die in deze tijd geboren worden, zijn vaak erg gevoelig. Ze staan open voor indrukken vanuit de grotemensenwereld, maar ook voor gevoelens die vanuit de binnenwereld komen, de veilige wereld van het innerlijk weten. Ze willen graag aangesproken worden op hun eigenheid, op de persoon die ze willen zijn, niet op de persoon die ze moeten zijn. Weten wij volwassenen we ze willen zijn? Weet het kind wie het wil zijn? 

Ieder kind brengt bij zijn geboorte een doosje met juweeltjes mee. Hoeveel en welke, dat weet alleen het kind. Maar het kan er vaak niet bij komen. Wij kunnen het kind helpen dat doosje open te maken door het stellen van vragen die een beroep doen op zijn fantasie- en belevingswereld. Alle verhalen eindigen daarom met een paar open vragen. Met deze of met zelfbedachte vragen kunnen de diepere lagen in het kind worden aangeraakt. Geef het kind alle ruimte, zonder te oordelen. (blz.7)

De bundel bevat acht verhalen. In elk van die verhalen staat de zoektocht van een kind naar Zichzelf centraal. Zowel het goede als het slechte krijgt een plaats. Alle verhalen hebben een sterk filosofisch-mediterend karakter. Hierdoor is het volgens mij belangrijk dat het kind alle verhalen onder begeleiding van een volwassene leest en verwerkt. Anders gaan ze aan hun doel voorbij. En blijven het moeilijk te begrijpen, esoterische vertellingen (en dit is niet negatief bedoeld).

De auteur benadrukt het meditatieve karakter van de verhalen door er een mandala bij te plaatsen. Het kind mag deze zelf inkleuren. Het is jammer dat de auteur de betekenis ervan niet in het boek vermeldt. Dit zou de extra dimensie van de verhalen benadrukken. Nu lijken het kleurplaatjes zonder meer. Daarom het volgende:

De Mandala (Sanskriet voor cirkel) is een generieke term uit de Tibetaanse kunst en het Tibetaanse boeddhisme voor een plan, kaart of geometrisch patroon dat metafysisch of symbolisch de kosmos uitbeeldt. Het concept heeft een hindoeïstische oorsprong, maar wordt ook veel in het Tibetaanse boeddhisme gebruikt. Een mandala, en in het bijzonder het midden, kan tijdens de meditatie worden gebruikt als object om de aandacht op te richten. De symmetrische geometrische vorm zorgt ervoor dat de aandacht automatisch op het midden wordt gericht. (Wikipedia) 

Een mooie verhalenbundel waarbij ik graag een uitgewerkte handleiding had gezien.

afdrukken

18:46 Gepost door Lieven Coppens in 248media | Permalink | Tags: filosofie, filosoferen met kinderen | |