2010.04.25

Kinderen met autisme en een normale begaafdheid

Auteur: André Kuyper & Serge Tiberghien
Titel: Kinderen met autisme en een normale begaafdheid. Een begeleidingsprogramma voor oudergroepen.
Uitgeverij: LannooCampus
Plaats: Leuven
Jaar: 2008 (tweede druk)
Pagina's: Handleiding voor de begeleiders: 176
Werkboek voor de ouders: 112
ISBN-13: Handleiding voor de begeleiders: 978-90-209-6451-6
Werkboek voor de ouders: 978-90-209-6452-3
Prijs: Handleiding voor de begeleiders: € 27,50
Werkboek voor de ouders: € 18,95

kinderen met autisme en een normale begaafdheidJe kunt er niet om heen. De afgelopen jaren is het aantal kinderen met een diagnose van autisme opvallend gestegen. Meteen steeg ook de vraag naar ouderondersteuning. Dit bracht de thuisbegeleidingsdiensten Tanderuis vzw en Het Raster vzw ertoe om hun aanbod uit te breiden met een groepsbegeleiding voor ouders. De inhoud en methodiek hiervan schreven ze uit in deze handleiding-met-werkboek.

In de inleiding beschrijven de auteurs het ontstaan van de groepsbegeleiding. Ze geven eveneens een kort woordje uitleg bij de uitgangspunten en werkwijze. De kern van het boek bestaat echter uit de uitwerking van de 11 begeleidingssessies. Deze dienen allemaal het centraal doel: het competentiegevoel van de ouders vergroten.

In de groepsbegeleiding gebruikt men doorheen de elf bijeenkomsten een diversiteit aan middelen om de vooropgestelde doelstellingen te realiseren:

  • informatieoverdracht
  • inlevingsoefeningen
  • praktische oefeningen
  • thuisopdrachten
  • videomateriaal
  • uitwisselingsmomenten
  • discussiemomenten

Een bijeenkomst duurt gemiddeld tweeënhalf uur. Hierbij houdt men rekening met een pauze van een kwartier tot een half uur. De sessies hebben de volgende inhoud:

  • Sessie 1: Kennismaking en basisinformatie autisme
  • Sessie 2: Een andere denkstijl, ander gedrag
  • Sessie 3: Kijken naar het gedrag van je kind
  • Sessie 4: Opvoeding en principes van gedragsverandering
  • Sessie 5: De invloed van autisme op de opvoeding
  • Sessie 6: Op een positieve manier vaardigheden aanleren
  • Sessie 7: Omgaan met ongewenst gedrag
  • Sessie 8: Broers en zussen
  • Sessie 9: Autisme en onderwijs
  • Sessie 10: Informatieavond en informatiemiddag voor brussen
  • Sessie 11: Terugkomavond

Bij elke sessie staan de doelstellingen uitgeschreven. Je leest er eveneens hoe de sessie verloopt en welk materiaal je nodig hebt. Verder vind je er verwijzingen naar bronnen die je kunt raadplegen als je meer informatie wenst. Hierna komen de verschillende stappen van de sessie gedetailleerd aan bod. Wat doe je? Welke inhoud breng je aan? Welke werkwijze hanteer je? Dit zijn maar enkele vragen waarop je als lezer een antwoord krijgt. Daarbij verwijzen de auteurs voortdurend naar de inhoud van het werkboek voor de ouders. Om het de begeleiders gemakkelijk te maken zijn veel van de gebruikte documenten beschikbaar als PDF-bestand op de website van de uitgever.

Deze handleiding en het bijbehorende werkboek zijn onontbeerlijk voor iedereen die een ouderbegeleiding rond kinderen met autisme opzet. Daarenboven is de handleiding een prima naslagwerk voor iedereen die heel snel de essentie van de problematiek wil vatten om ze op een passende manier over te brengen naar ouders en begeleiders van kinderen met autisme.

afdrukken

20:31 Gepost door Lieven Coppens in LannooCampus | Permalink | Email dit | Tags: ouders, opvoeding, autisme, ass, ontwikkelingsstoornis, asperger, pdd-nos, autismespectrum, opvoedingsondersteuning | |

Kinderen met autisme en een verstandelijke handicap

Auteur: Christel Cloetens
Titel: Kinderen met autisme en een verstandelijke handicap. Een begeleidingsprogramma voor oudergroepen.
Uitgeverij: LannooCampus
Plaats: Leuven
Jaar: 2006
Pagina's: Handleiding voor de begeleiders: 240
Werkboek voor de ouders: 128
ISBN-13: Handleiding voor de begeleiders: 978-90-209-6453-0
Werkboek voor de ouders: 978-90-209-6454-7
Prijs: Handleiding voor de begeleiders: € 32,50
Werkboek voor de ouders: € 18,95

kinderen met autisme en een verstandelijke handicapJe kunt er niet om heen. De afgelopen jaren is het aantal kinderen met een diagnose van autisme opvallend gestegen. Meteen steeg ook de vraag naar ouderondersteuning. Dit bracht de thuisbegeleidingsdiensten Tanderuis vzw en Het Raster vzw ertoe om hun aanbod uit te breiden met een groepsbegeleiding voor ouders. De inhoud en methodiek hiervan schreven ze uit in deze handleiding-met-werkboek.

In de inleiding beschrijven de auteurs het ontstaan van de groepsbegeleiding. Ze geven eveneens een kort woordje uitleg bij de uitgangspunten en werkwijze. De kern van het boek bestaat echter uit de uitwerking van de 11 begeleidingssessies. Deze dienen allemaal het centraal doel: het competentiegevoel van de ouders vergroten.

In de groepsbegeleiding gebruikt men doorheen de elf bijeenkomsten een diversiteit aan middelen om de vooropgestelde doelstellingen te realiseren:

  • leertheoretische kennis
  • praktische oefeningen
  • inlevingsoefeningen
  • uitwisselingsmomenten
  • thuisopdrachten
  • gebruik van bestaande en zelfgemaakte video-opnames

Een bijeenkomst duurt gemiddeld tweeënhalf uur. Hierbij houdt men rekening met een pauze van een kwartier tot een half uur. De sessies hebben de volgende inhoud:

  • Sessie 1: Kennismaking, afspraken en programma
  • Sessie 2: Autisme en verstandelijke handicap
  • Sessie 3: Uitgangspunten voor een adequate aanpak
  • Sessie 4: Communicatie en structurering - Deel 1: 'Van ons naar hen'
  • Sessie 5: Communicatie en structurering - Deel 2: 'Van hen naar ons'
  • Sessie 6: Vrije tijd en stereotypieën
  • Sessie 7: Gedrag - Probleemgedrag - Gedragsaanpak
  • Sessie 8: Zelfredzaamheid: ADL-activiteiten, eten, slapen
  • Sessie 9: Zelfredzaamheid: ADL-activiteiten, eten, slapen
  • Sessie 10: Informatieavond voor familie en kennissen
  • Sessie 11: Terugkomavond

Bij elke sessie staan de doelstellingen uitgeschreven. Je leest er eveneens hoe de sessie verloopt en welk materiaal je nodig hebt. Verder vind je er verwijzingen naar bronnen die je kunt raadplegen als je meer informatie wenst. Hierna komen de verschillende stappen van de sessie gedetailleerd aan bod. Wat doe je? Welke inhoud breng je aan? Welke werkwijze hanteer je? Dit zijn maar enkele vragen waarop je als lezer een antwoord krijgt. Daarbij verwijzen de auteurs voortdurend naar de inhoud van het werkboek voor de ouders. Om het de begeleiders gemakkelijk te maken zijn de gebruikte documenten beschikbaar als PDF-bestand op de website van de uitgever.

Deze handleiding en het bijbehorende werkboek zijn onontbeerlijk voor iedereen die een ouderbegeleiding rond kinderen met autisme en een verstandelijke handicap opzet. Daarenboven is de handleiding een prima naslagwerk voor iedereen die heel snel de essentie van de problematiek wil vatten om ze op een passende manier over te brengen naar ouders en begeleiders van kinderen met autisme.

afdrukken

19:54 Gepost door Lieven Coppens in LannooCampus | Permalink | Email dit | Tags: ouders, opvoeding, autisme, ass, ontwikkelingsstoornis, asperger, pdd-nos, autismespectrum, opvoedingsondersteuning | |

2010.04.17

Oudergids Aspergersyndroom

Auteur: Brenda Boyd
Titel: Oudergids Aspergersyndroom. 200 tips en strategieën.
Uitgeverij: Nieuwezijds
Plaats: Amsterdam
Jaar: 2007 (tweede oplage)
Pagina's: 208
ISBN-13: 978-90-5712-215-6
Prijs: € 19,95

oudergids asperger-syndroomHoe begeleid ik mijn kind met Asperger nu verder? Deze vraag stelt een ouder zich vaak nadat de diagnose uitgesproken is. Want het leven van het hele gezin blijft ook na de diagnose complex. Als ouder wil je weten wat dit syndroom inhoudt. Dat is niet zo moeilijk. De afgelopen jaren verschenen er daarover heel wat goede en toegankelijke boeken. In veel gevallen geven deze algemene tips over de begeleiding van iemand met het Aspergersyndroom. Boeken met heel concrete tips en strategieën vind je moeilijker. Wat niet betekent dat ze niet bestaan. Ik denk hierbij aan de Hulpgids Aspergersyndroom. Dit boek vind je ook in het aanbod van Uitgeverij Nieuwezijds. Maar deze zijn zelden concreter, praktischer en gebruiksvriendelijker dan het boek van Brenda Boyd.

In het eerste hoofdstuk legt zij uit dat de onvoorwaardelijke liefde en aanvaarding van de ouders voor het kind met Asperger - net zoals bij alle andere kinderen - de noodzakelijke basis is voor een gezonde ontwikkeling. Alleen is het soms heel moeilijk om die basis te leggen. Brenda Boyd toont aan de hand van 34 tips aan hoe dat kan. Zij verdeelt deze in vier categorieën:

  • Draag als ouder zorg voor jezelf;
  • Accepteer als ouder de diagnose en breng in alle situaties het nodige begrip op;
  • Help jouw kind om zelfvertrouwen op te bouwen;
  • Verminder de angstgevoelens van jouw kind door verdraagzaamheid, orde, structuur en voorspelbaarheid.

Ben je zo ver? Dan kun je als ouder samen met jouw kind met Asperger de volgende stap zetten.

Deze stap beschrijft de auteur in het tweede hoofdstuk: Het beste uit je kind halen. Je krijgt 43 tips die je als ouder een antwoord helpen vinden op de vier volgende vragen:

  • Hoe leer ik mijn kind sociale vaardigheden aan?
  • Hoe help ik mijn kind als zijn Asperger-eerlijkheid zijn sociale vaardigheden in de weg staat?
  • Hoe leer ik mijn kind zich meer inschikkelijk te gedragen?
  • Hoe motiveer ik mijn kind om zich aan te passen?
  • Hoe kan ik samen met mijn kind omgaan met moeilijke momenten?

Versta dit niet verkeerd! Dit zijn geen tips om jouw kind te pamperen. Hier is ook sprake van eisen stellen, voet bij stuk houden, uitdagen, discussiëren, feedback geven ...

In het derde hoofdstuk leer je als ouder hoe je veel voorkomende problemen aanpakt. Deze gaan van woede en agressie over eetproblemen en perfectionisme tot problemen op school. Na het lezen van de 123 tips sta je als ouder heel wat sterker.

Brenda Boyd heeft een zoon met Asperger. In het vierde en laatste hoofdstuk geeft ze enkele persoonlijke bespiegelingen. Als moeder en ervaringskundige heeft ze daar alle recht op.

De 200 tips en strategieën in dit boek zijn een grote ondersteuning voor ouders van een kind met Asperger. Telkens legt Brenda Boyd duidelijk uit wat de bedoeling is, hoe je het als ouder kunt aanpakken en wat de mogelijke valkuilen zijn. Maar er is meer! Wie de tijd neemt om dit boek grondig te lezen zal merken dat veel van de 200 tips en strategieën nog extra tips bevatten. Extra tips waar je snel overheen leest.

Dit is een boek voor ouders geschreven door een ouder. Ook anderen die kinderen met Asperger op de een of andere manier begeleiden - ik denk hier zeker ook aan leerkrachten, zorgcoördinatoren en leerlingenbegeleiders - kunnen er veel inspiratie uit putten. Waar ouders niet tot lezen komen en/of nood hebben aan opvoedingsondersteuning, levert dit boek de juiste taal aan om gerichte en haalbare adviezen te geven.

De boeken van uitgeverij Nieuwezijds worden in België verdeeld door uitgeverij Epo.

afdrukken

18:42 Gepost door Lieven Coppens in Nieuwezijds | Permalink | Email dit | Tags: ouders, opvoeding, autisme, ass, ontwikkelingsstoornis, asperger, autismespectrum, opvoedingsondersteuning | |

2010.04.10

Hoogbegaafde leerlingen op de secundaire school

Auteur: Tessa Kieboom & Anne Hermans (red.)
Titel: Hoogbegaafde leerlingen op de secundaire school. Hoogvliegers of kwetsbare vogels?
  Garant
Plaats: Antwerpen/Apeldoorn
Jaar: 2004
Pagina's: 112
ISBN-13: 978-90-441-1591-8
Prijs: € 13,90

hoogbegaafde leerlingen in de secundaire school - hoogvliegers of kwetsbare vogelsDit boek biedt een verzameling toegankelijke verhandelingen. Het informeert alle direct betrokkenen over een goede aanpak van hoogbegaafde leerlingen in het secundair onderwijs. Tegelijk wil het hen hiervoor sensibiliseren. Omdat het onderwijs en de hulpverlening hoogbegaafdheid nog onvoldoende (h)erkent. Deze verhandelingen vormen een evenwichtige mengeling van wetenschappelijke inzichten en  praktijkervaringen.

Onmiddellijk na Franz Mönks neemt Tessa Kieboom het woord. Zij definieert het begrip hoogbegaafdheid. De modellen van Mönks en Heller komen hierbij aan bod. Daarna beschrijft ze de eigenschappen van hoogbegaafdheid. Heel belangrijk zijn haar aandachtspunten voor het secundair onderwijs. Verder geeft ze een woordje uitleg bij twee gangbare aanpakken voor hoogbegaafde leerlingen. Tenslotte formuleert ze acht duidelijke richtlijnen voor een goede begeleiding.

De verhandeling van Willy Lens beklemtoont het belang van de motivatie. Deze beïnvloedt zowel de waarde van de gemeten intelligentie als het presteren van een leerling. Zo verklaart hij onderpresteren als een gebrek aan motivatie. Hij is daarin heel duidelijk. Onderwijs dat de hoge intellectuele mogelijkheden en creativiteit van zijn hoogbegaafde leerlingen niet uitdaagt, frustreert en verliest hen. Geïndividualiseerd onderwijs is hier het antwoord.

Inge Buseyne leert ons dat er geen wetenschappelijk bewijs is dat hoogbegaafdheid een risicofactor is voor het ontwikkelen van psychische problemen. Ze toont wel aan dat hoogbegaafde leerlingen bepaalde interne, persoongebonden factoren hebben die hun kwetsbaar maken voor deze problemen. Ze vult deze aan met enkele externe factoren. De meerwaarde van deze verhandeling ligt in het stukje over de misdiagnose en dubbele diagnose (tweemaal speciaal) van hoogbegaafdheid. Ze bedoelt met misdiagnose niet alleen dat men de hoogbegaafdheid niet ziet en afdoet als een psychische stoornis. Ze geeft ook aan dat kenmerken die men toeschrijft aan hoogbegaafdheid ook subtiele of minder subtiele tekenen kunnen zijn van een psychische stoornis. Een dubbeldiagnose (AD(H)D, autisme, leerprobleem) maakt hoogbegaafde leerlingen veel kwetsbaarder voor sociale en emotionele problemen. Ze eindigt haar verhandeling met de vaststelling dat hoogbegaafdheid nog steeds een miskend probleem is.

De verhandeling van Anne Hermans ontkracht enkele mythes over de sociaal-emotionele ontwikkeling van hoogbegaafde leerlingen. Ze zijn niet asocialer dan hun leeftijdsgenoten. Ze hebben het al evenmin gemakkelijk. Het is wel belangrijk dat zijzelf en hun omgeving op een positieve manier leren omgaan met hun "anders" zijn. Zo kunnen ze voor zichzelf een omgeving vinden waarin ze zich zowel cognitief als sociaal-emotioneel goed voelen.

De volgende verhandelingen belichten meer praktische thema's. Willy Peters gaat dieper in op het onderpresteren van hoogbegaafde kinderen. Hij zoekt naar oorzaken binnen en buiten de leerling en bespreekt die grondig. Tot slot reikt hij enkele oplossingsstrategieën aan.

Marit Goossens beschrijft eerst en vooral een tiental mogelijke studieproblemen van hoogbegaafde leerlingen. Ze licht deze toe aan de hand van concrete voorbeelden. Ze toont aan dat de studiebegeleiding van hoogbegaafde leerlingen moet beantwoorden aan een aantal voorwaarden. Tot slot overloopt ze een aantal kenmerken van hoogbegaafde leerlingen die hun communicatie met leerlingen en leerkrachten beïnvloeden.

In de laatste verhandeling van dit boek geven Brigitte Leuridan en Ann Cuvelier vanuit hun ervaring van drie jaar werken met hoogbegaafden op school enkele aanzetten voor de ondersteuning van hoogbegaafde leerlingen. Ze beschrijven ook hoe ze tot een meer gestructureerde werking kwamen.

Dit boek biedt een snelle verkenning van het thema. Wie meer wil weten kan terecht bij de uitgebreide referentielijsten bij elke bijdrage.

afdrukken

23:29 Gepost door Lieven Coppens in Garant | Permalink | Email dit | Tags: secundair onderwijs, dyslexie, intelligentie, hoogbegaafd, dyspraxie, adhd, motivatie, faalangst, motoriek, zorg, autisme, creativiteit, add | |

Diagnostiek in de leerlingenbegeleiding

Auteur: Karine Verschueren & Helma Koomen (red.)
Titel: Diagnostiek in de leerlingenbegeleiding. Handboek.
Uitgeverij: Garant
Plaats: Antwerpen/Apeldoorn
Jaar: 2008 (tweede druk
Pagina's: 320
ISBN-13: 978-90-441-2215-2
Prijs: € 29,-

diagnostiek in de leerlingenbegeleiding - handboekWie in de leerlingenbegeleiding volgens de principes van de handelingsgerichte diagnostiek werkt, weet dat het essentieel is om de specifieke onderwijs- en opvoedingsbehoeften van de leerling in kaart te brengen. Een goed begrip voor de context van de leerling is even belangrijk. Alleen zo kun je de vraag beantwoorden:

Wat heeft deze leerling, in deze situatie op dit moment nodig?

Het antwoord op deze vraag kun je dan formuleren op de manier zoals Noëlle Pameijer het graag heeft:

Deze leerling heeft... 

  • instructie nodig die...
  • opdrachten nodig die...
  • leeractiviteiten nodig die...
  • feedback nodig die...
  • klasgenoten die...
  • een leerkracht nodig die...
  • ouders nodig die...

Binnen de handelingsgerichte diagnostiek is het belangrijk om antwoorden te geven die de wetenschap ondersteunt. Dit maakt het de handelingsgerichte onderzoeker moeilijk. Het veronderstelt dat hij op de hoogte is van de meest recente wetenschappelijke inzichten. Het Handboek Diagnostiek in de leerlingenbegeleiding voorziet in deze nood. In vier delen brengt het de diagnosticus weer bij de zaak.

In het eerste deel bespreekt niemand minder dan Noëlle Pameijer de rol van de contextfactoren, de veranderbaarheid en de positieve elementen bij het diagnostisch proces in het onderwijs. Wie haar werk kent, zal hier waarschijnlijk weinig nieuws lezen. Toch ligt hier het fundament van het boek. Daardoor kun je dit deel niet overslaan.

Het tweede deel staat in het teken van de diagnostiek van het functioneren van leerlingen. Het is opgesplitst in de volgende hoofdstukken, die elk een functiedomein behandelen:

  • rekenen;
  • technisch lezen en spellen;
  • begrijpend lezen;
  • taalontwikkeling en taalproblemen;
  • intelligentie en leervermogen;
  • aandachtsprocessen;
  • motivatie in de klas;
  • zelfconcept;
  • emotionele en gedragsproblemen;
  • studie- en beroepskeuzeprocessen.

Voor de inhoud van elk hoofdstuk staan wetenschappers garant die een domeinexpert zijn. De inhoud is actueel, volledig en wetenschappelijk verantwoord. De hoofdstukken zijn allemaal geschreven met dezelfde structuur in het achterhoofd:

  • theoretische en empirisch achtergrond;
  • beschrijving van de mogelijke problemen;
  • implicaties voor de diagnostiek;
  • selectie van diagnostische middelen;
  • de aansluiting tussen diagnostiek en behandeling;
  • conclusies.

Daarbij kregen de auteurs gelukkig voldoende vrijheid om hun boodschap te brengen op de manier die hen het beste leek. Er trad dan ook geen inhoudelijke verarming op als gevolg van een te strak keurslijf.

In het derde deel bespreken verschillende experts de diagnostiek van de opvoedings- en onderwijscontext. Deze valt uiteen in drie domeinen:

  • opvoedingsfactoren en gezinsfunctioneren;
  • relaties tussen kinderen op school;
  • interacties tussen leerkrachten en leerlingen.

In elk hoofdstuk herkennen we dezelfde ruime structuur als in het tweede deel. Met dezelfde inhoudelijke rijkdom tot gevolg.

Het laatste deel staat in het teken van de diagnostiek van allochtone, mentale zwakkere en hoogbegaafde leerlingen. Bij elke doelgroep nemen experts het woord binnen de intussen gekende ruime structuur.

Zonder in superlatieven te vervallen, kun je wel stellen dat dit boek het standaardwerk is voor wie aan handelingsgericht onderzoek wil doen. Als gebruiker krijg je zowel de noodzakelijke theoretische achtergrond als een kritische kijk op mogelijke onderzoeksinstrumenten mee. Het uitgebreide register maakt dit boek daarenboven tot een sterk naslagwerk.

afdrukken

Protocol Dyslexie Hoger Onderwijs

Auteur: Ria Kleijnen & Marchien Loerts (red.)
Titel: Protocol Dyslexie Hoger Onderwijs
Uitgeverij: Garant
Plaats: Antwerpen/Apeldoorn
Jaar: 2006
Pagina's: 236 + Dvd + Cd-rom
ISBN-13: 978-90-441-1916-9
Prijs: € 49,50

protocol dyslexie hoger onderwijsHet Protocol Dyslexie Hoger Onderwijs is het sluitstuk van de Nederlandse reeks protocollen. Eerder verschenen al deze voor het basisonderwijs, het speciaal basisonderwijs en het voortgezet onderwijs.

Het Protocol Dyslexie Hoger Onderwijs ontstond onder de projectleiding van niemand minder dan Ria Kleijnen. Kenners weten dat haar naam staat voor kwaliteit. Bijna vier jaar na uitgave is dit protocol nog veel te weinig bekend in Vlaanderen. Voor mij een grondige reden om dit indrukwekkend geheel opnieuw onder de aandacht te brengen.

Het eerste hoofdstuk bespreekt de achtergronden van dyslexie. Ook de gevolgen ervan voor studenten in het hoger onderwijs komen aan bod. Centraal staat de dyslexiedefinitie van de Stichting Dyslexie Nederland.

Het eerste hoofdstuk toont meteen aan dat dyslexie in het hoger onderwijs gevolgen heeft voor alle vakken die een beroep doen op functioneel lezen en schrijven. Het verwondert er zich niet over dat sommige studenten die diagnose pas in het hoger onderwijs krijgen. Omdat zij dan pas hun dyslexie niet meer kunnen compenseren door de zeer hoge eisen op het vlak van accuraatheid en snelheid. De auteurs gaan uitgebreid in op de onderkennende en verklarende diagnose van dyslexie. Ze eindigen dit hoofdstuk terwijl ze de belemmeringen van dyslexie voor studenten in het hoger onderwijs op een rijtje zetten. Tegelijk gaan ze dieper in op enkele maatregelen die de hogeschool kan nemen om hen op hun reële capaciteiten aan te spreken.

Het tweede hoofdstuk is voor Vlaanderen minder relevant. Toch raad ik aan om het onderdeeltje over de Procedure van intake naar begeleiding grondig door te nemen. Omdat het heel veel concrete tips bevat die ook voor Vlaamse Hogescholen en hun studenten meer dan de moeite waard zijn.

Het derde hoofdstuk bespreekt het psychodiagnostisch onderzoek zoals dat er voor studenten van het hoger onderwijs kan uitzien. Het baseert zich daarvoor op een eerder uitgevoerd onderzoek bij een tiental studenten. Het eindigt met een meer algemene procedure. In een handige tabel kun je per diagnostische procedure aflezen waarom deze procedure belangrijk is en welke onderzoeksmiddelen en methodieken je ervoor kunt gebruiken. In bijlage vind je meteen ook de signaleringslijst uit dit psychodiagnostisch onderzoek en een heel duidelijk voorbeeld van een dyslexieverklaring.

In het vierde hoofdstuk leggen de auteurs uit wat de begeleidingsbehoeften van studenten in het hoger onderwijs zijn. Daarbij gaan ze verder dan de studie alleen. Ook de voorbereiding op stage en de eigenlijke loopbaan krijgen hier een plaats.

De ruggengraat van het boek ligt in het vijfde hoofdstuk. Het is een levendig pleidooi voor het competentiegericht begeleiden van dyslectische studenten. Omdat deze vorm van opleiden flexibele leerroutes biedt die vorm krijgen door de eigen leervragen van de student. De student weet aan welke criteria hij aan het einde van elke opleidingsfase moet voldoen en laat zich daardoor leiden. In het protocol staan de competenties van de hogeschool studenten uitgebreid beschreven. Het zijn:

  • het cognitief leervermogen;
  • de schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid;
  • het kunnen analyseren van problemen;
  • creativiteit;
  • flexibiliteit;
  • luisteren;
  • samenwerken;
  • assertiviteit;
  • gespreksvaardigheid;
  • interactief leervermogen;
  • mondelinge uitdrukkingsvaardigheid;
  • initiatief kunnen nemen;
  • doorzettingsvermogen;
  • plannen en organiseren;
  • zorgvuldigheid.

Bij elke competentie krijg je als lezer een samenvatting, enkele gedragsvoorbeelden en enkele begeleidingsvoorstellen. Daarenboven beschrijven de auteurs per competentie heel concreet de implicaties voor de begeleiding van een dyslectische student. In dit hoofdstuk geven ze ook een uitgebreid en genuanceerd antwoord op de vraag of iemand met dyslexie leerkracht kan worden of niet.

In het zesde hoofdstuk leer je als lezer hoe digitale hulpmiddelen de student in het hoger onderwijs kunnen ondersteunen. Het zevende hoofdstuk bekijkt het beleidsmatige aspect van een dyslexiebeleid voor het hoger onderwijs. Hoewel het sterk geënt is op de Nederlandse situatie, bevat het toch heel wat nuttige informatie voor Vlaanderen. Het achtste en laatste hoofdstuk staat in het teken van het toepassen van een dyslexiebeleid in het hoger onderwijs.

Bij dit protocol krijg je een DVD met acht filmpjes en een Cd-rom met aanvullende documenten en presentaties die men kan en mag gebruiken bij het invoeren van dyslexiebegeleiding en dyslexiebeleid in het hoger onderwijs.

Een publicatie waar niemand die studenten in het hoger onderwijs met dyslexie wil begeleiden, rond kan!

afdrukken

17:32 Gepost door Lieven Coppens in Garant | Permalink | Email dit | Tags: lezen, spelling, taal, dyslexie, hoger onderwijs, compenseren, didactiek, stimuleren, remedieren, dispenseren, leerprobleem, leesprobleem | |

2010.04.03

Elke leerling een competente lezer!

Auteur: Kees Vernooy
Titel: Elke leerling een competente lezer! Effectief omgaan met verschillen in het leesonderwijs. Wat werkt?
Website: CPS
Plaats: Amersfoort
Jaar: 2005 (2e druk)
Pagina's: 132
ISBN-13: 978-90-6508-550-4
Prijs: € 28,90

elke leerling een competente lezer - effectief omgaan met verschillen in het leesonderwijs - wat werktGoed kunnen lezen is de basis voor een succesvolle schoolloopbaan. Ook voor het goed functioneren in onze maatschappij. Daarom heeft de basisschool de opdracht en de verantwoordelijkheid om van iedere leerling een competente lezer te maken. Wat momenteel aan het einde van het basisonderwijs niet voor iedere leerling het geval is. Kees Vernooy stelt dat dit komt omdat leerkrachten in hun leesonderwijs nog onvoldoende kennis hebben over het omgaan met verschillen tussen leerlingen. Met zijn boek wil hij hen deze kennis aanreiken.

In het eerste hoofdstuk van zijn boek geeft hij de stand van zaken mee in verband met het omgaan met verschillen in het leesonderwijs. Hij benadrukt dat dit een complex fenomeen is dat men niet mag onderschatten. Het heeft veel te maken met:

  • doelgericht leesonderwijs
  • leerplannen van goede kwaliteit
  • een goede methodelijn
  • kwalitatief goede instructie voor alle leerlingen
  • voldoende instructie- en leertijd
  • meer intensieve instructie

In het tweede hoofdstuk beschrijft Kees Vernooy hoe die leesverschillen ontstaan. Hij blijft expliciet stilstaan bij twee factoren buiten het kind, namelijk de rol van het gezin en de rol van de school. Omdat men die kan beïnvloeden. Belangrijk in dit deel is de vaststelling dat de leesontwikkeling niet afhankelijk is van factoren als etniciteit, milieu, cultuur of schoolgrootte, maar vooral van de relatie en de communicatie tussen leerkracht en leerlingen. Hierbij is leesinstructie met behulp van goede programma's en methoden essentieel.

In het derde hoofdstuk staat Kees Vernooy stil bij de dingen die niet werken bij het omgaan met verschillen in het leesonderwijs. Hij geeft mogelijke oorzaken aan en ontkracht enkele hardnekkige mythen over lezen in het algemeen en het omgaan met verschillen in het bijzonder.

De ruggengraat van dit boek is echter het vierde hoofdstuk. Hierin bespreekt Kees Vernooy uitgebreid de factoren die wel een rol spelen bij het omgaan met verschillen in het leesonderwijs. Bij elke factor geeft hij bovendien aan wat het wetenschappelijk onderzoek erover te zeggen heeft. Deze factoren zijn:

  • doelgericht leesonderwijs met hoge, realistische verwachtingen
  • een goede taal- en methodelijn
  • een goede kijk op (mogelijke) probleemlezers
  • de rol van de leesinstructie
  • voldoende ingeroosterde leestijd
  • convergente differentiatie
  • effectieve groeperingvormen
  • actief leren
  • het vroegtijdig signaleren van problemen
  • het goed en systematisch volgen van de leesontwikkeling
  • de rol van de computer
  • het zelfstandige werken en leren
  • het regelmatig aanpassen van de leeromgeving van de leerlingen
  • de relatie tussen school en ouders
  • het aanbieden van een rijke leesomgeving
  • een pedagogisch klimaat waarin het omgaan met verschillen is opgenomen
  • de systematische evaluatie van het leesonderwijs

Om effectief om te gaan met verschillen in het (lees)onderwijs, moet er aan een aantal voorwaarden voldaan zijn. In het vijfde hoofdstuk krijgen deze stuk voor stuk de nodige aandacht. Zeker lezen dus.

Tot slot formuleert Kees Vernooy in het zesde hoofdstuk zes adviezen. Deze vormen de kerncomponenten die een rol spelen bij het omgaan met verschillen in het leesonderwijs.

Het is nog te voorzichtig uitgedrukt als we Kees Vernooy voorstellen als dé expert voor het lezen in Nederland en Vlaanderen. Hij heeft het al jaren geleden tot zijn persoonlijke missie gemaakt om alle leerlingen in het basisonderwijs tot competente lezers te maken. Hierbij steunt hij steevast op zijn enorme kennis van het internationale wetenschappelijk onderzoek in verband met het leren lezen.

We kunnen dit boek, net zoals zijn andere boeken en artikelen, alleen maar warm aanbevelen!

De boeken van uitgeverij CPS worden in België verdeeld door uitgeverij Abimo.

afdrukken

22:53 Gepost door Lieven Coppens in CPS | Permalink | Email dit | Tags: lezen, taal, dyslexie, zorg, basisonderwijs, leesprobleem | |

Interventies en rituelen in de schoolcultuur

Auteur: Mieke Vollenhoven e.a.
Titel: Interventies en rituelen in de schoolcultuur. Een werkmap om te kunnen blijven leren en veranderen.
Website: CPS
Plaats: Amersfoort
Jaar: 2006 (2e druk)
Pagina's: 218
ISBN-13: 978-90-6508-564-1
Prijs: € 42,90

interventies en rituelen in de schoolcultuur - een werkmap om te kunnen blijven leren en veranderenEen school blijft maar leren en veranderen als ze rekening houdt met de eigen schoolcultuur en de aanwezige rituelen. Dat is de boodschap van deze werkmap. Zij wil inzicht geven in de manier waarop een directeur of schoolleider kan tussenkomen in processen en kan zorgen voor betrokkenheid, verantwoordelijkheid en een effectieve samenwerking van de teamleden.

Concreet biedt deze werkmap een model aan dat duidelijk maakt in welke fase van de (school)cultuurontwikkeling interventies van toepassing zijn en op welk niveau het nodig is om tussen te komen. Hierbij onderscheidt men de volgende zes niveaus:

  • omgeving
  • gedrag
  • capaciteiten
  • overtuigingen
  • identiteit
  • spiritualiteit

Enkel de eerste twee niveaus zijn hiervan altijd zichtbaar. De andere niet, terwijl ze toch inherent zijn aan de schoolcultuur.

De fasen waarover men in de werkmap spreekt, zijn:

  • de verkenning
  • de ik-betrokkenheid
  • de teambetrokkenheid
  • de uitvoering

In het eerste hoofdstuk krijgt men een goed inzicht in het doel en de inhoud van de map. De auteur draagt er tegelijk zorg voor dat de lezer de gebruikte begrippen juist interpreteert. Als lezer leer je er wat er kan spelen in een schoolcultuur.

In het tweede hoofdstuk bekijkt de auteur de rol van de directeur of schoolleider van dichtbij. Waarom moet hij inzicht hebben in houdingen en patronen die spelen in de schoolcultuur? Welke competenties en houding heeft hij nodig om doelbewust en effectief te kunnen tussenkomen? Dit zijn slechts twee van de vragen waarop het hoofdstuk een antwoord geeft.

In het derde hoofdstuk krijgt de lezer een kijk op de aspecten die van belang zijn om op een zorgvuldige wijze tussen te komen en veranderingsprocessen door te voeren. Men bekijkt het invoeren van veranderingen vanuit verschillende invalshoeken bekeken.

Het vierde hoofdstuk licht de vijf delen van het ontwikkelde werkmodel uitgebreid toe. Het vijfde hoofdstuk geeft alles geïntegreerd weer om te vermijden dat men een of enkele van de vele interventievoorbeelden uit dit hoofdstuk gaat gebruiken als een losstaande werkvorm. Wat ruim aan de bedoeling van het werkmodel voorbijgaat.

In het zesde hoofdstuk staat de auteur kort stil bij de aard en het belang van rituelen in de schoolcultuur. Hij bespreekt de verschillende soorten rituelen en wat deze kunnen doen in een school. Het zevende hoofdstuk reikt tot slot enkele instrumenten aan om zelf interventies te ontwikkelen en in kaart te brengen.

Een inspiratiehandboek met een grote meerwaarde!

De boeken van uitgeverij CPS worden in België verdeeld door uitgeverij Abimo.

afdrukken

20:01 Gepost door Lieven Coppens in CPS | Permalink | Email dit | Tags: veranderingen, rituelen, methodiek, schoolcultuur | |

Alle berichten