2010.08.29
VoorSprong - Spelenderwijs woorden leren
| Auteur: | Lienke van Dijk & Cobi Visser |
| Titel: | VoorSprong - Spelenderwijs woorden leren op school en thuis |
| Website: | CPS |
| Plaats: | Amersfoort |
| Jaar: | 2009 |
| Pagina's: | Activiteitenboek: 216 Ringkalender: 18 |
| ISBN-13: | 978-90-6508-614-3 |
| Prijs: | € 42,50 |
VoorSprong is een speelleerpakket. De Nederlandse Stichting voor landelijk onderwijs aan varende kleuters ontwikkelde deze methodiek waarbij ouders en school intensief samenwerken. De ouders geven hun kind les aan boord met behulp van het materiaal van de Stichting. Daarbij kunnen zij rekenen op een mentor voor de ondersteuning. Deze vorm van onderwijs werkt. Onderzoek wees dit uit.
Het pakket stimuleert de ontwikkeling van peuters door hun woordenschat uit te breiden. Dit gebeurt op een betekenisvolle manier door kernwoorden in een herkenbare en zinvolle context aan te bieden en aan te leren. Daarvoor creëert het een rijke leeromgeving. Ik citeer uit het activiteitenboek:
VoorSprong gaat uit van het principe van betekenisvol leren. Dit houdt in dat woorden in een herkenbare en zinvolle context worden aangeboden en aangeleerd. Zo wordt aangesloten bij het gegeven dat leren betekenis moet hebben, relevant en functioneel moet zijn. Uitgaan van betekenisvolle leersituaties en een rijke leeromgeving, maakt dat kinderen ook willen ontdekken en leren.
In VoorSprong worden kinderen op een volwaardige manier betrokken bij hun eigen leerproces. Ook dit gebeurt in levensechte situaties, passend bij hun eigen belevingswereld. Daarbij wordt ruimte geboden aan het gegeven dat situaties vanuit meerdere invalshoeken benaderd kunnen worden. Overleg, samenwerking en interactie krijgen in alle activiteiten daadwerkelijk gestalte, waarbij ook de reeds aanwezige kennis geïntegreerd wordt in de nieuwe leerstof (blz.216).
In het programma komen 8 thema’s aan bod. Aan elk thema wordt er vier weken gewerkt. Daarna volgt er telkens een vijfde “checkweek”. Hierin gaat men na of de kinderen zich de aangebrachte woordenschat eigen hebben gemaakt. De ringkalender bevat voor elk van deze thema’s een praatplaat voor de kinderen en de lijst met kernwoorden per thema. De kalender kan zo opgezet worden dat de peuter de praatplaat ziet en de ouder de kernwoordenkaart. De thema’s zijn:
- ik
- eten en drinken
- gezond en ziek
- dieren
- boodschappen
- op stap
- feest
- naar school
Elk thema begint als het ware met een didactisch moment voor de ouders. Hierin geven de auteurs op een eenvoudige wijze een stukje theoretische, pedagogische en/of didactische achtergrond. In gewone taal helpen ze hen op weg. Hierdoor overstijgt VoorSprong het “oefenen om te oefenen”.
Per thema vind je in het activiteitenboek 20 verschillende activiteiten. Elke activiteit is op dezelfde manier uitgewerkt:
- Wat heb je nodig: Een overzicht van het benodigde materiaal en de aan te brengen woorden.
- Wat kun je doen: Een duidelijke omschrijving van de activiteiten met concrete aanpaktips.
- Samen praten: Een overzicht van de sleutelzinnen die in het spel moeten verwerkt worden met in een kader opnieuw een aantal aandachtspunten voor de begeleidende ouder.
Bij elk thema zijn er enkele noodzakelijke bijlagen en een woordenwijzer voor de evaluatie van de vijfde week. Hoe deze moet gebeuren, staat stap voor stap uitgelegd in het activiteitenboek. Belangrijk is dat elke woordenwijzer aangeeft hoeveel woorden de peuter effectief moet beheersen. Dit komt neer op minimaal 80% van de aangebrachte woorden. Soms is er extra materiaal nodig. Dat kun je vinden op de website Zelf les geven.
Gemaakt voor kinderen van binnenschippers, biedt dit programma heel wat perspectieven om zowel binnen als buiten de kleuterschool te gebruiken voor taalarme en/of taalzwakke kinderen. Het kan dus zeker ook gebruikt worden voor kinderen die het Nederlands niet als moedertaal hebben. De meerwaarde van het programma ligt in het feit dat het fonemisch bewustzijn van de kinderen enorm ontwikkeld wordt. Dit is zeer belangrijk om later met succes te leren lezen.
Voor de Vlaamse scholen die in de 2e en 3e kleuterklas al met de map Fonemisch bewustzijn van het CPS werken, geef ik graag nog een suggestie. VoorSprong is een ideaal pakket om ook in de eerste kleuterklas op een leuke manier aan taalstimulering te doen. Het is de extra investering meer dan waard. Dit materiaal beveel ik zeker aan voor de opleiding tot kleuterleerkracht!
De boeken van uitgeverij CPS worden in België verdeeld door uitgeverij Abimo.
22:30 Gepost door Lieven Coppens in CPS | Permalink | Email dit
| Tags: anderstaligen, geletterdheid, fonemisch bewustzijn, fonologisch bewustzijn, kleuters, methodiek, nt2, ouders, peuters, taal, taalontwikkeling, taalstimulering, woordenschat |
|
2010.08.22
ADDavid
| Auteur: | Tirtsa Ehrlich |
| Titel: | ADDavid |
| Uitgeverij: | Ninõ |
| Plaats: | Amsterdam |
| Jaar: | 2010 |
| Pagina's: | 40 |
| ISBN-13: | 978-90-8560-570-6 |
| Prijs: | € 14,90 |
Toen Tirtsa Ehrlich vaststelde dat er al heel wat kinderboekjes op de markt waren over ADHD, maar geen over ADD, besloot ze er zelf één te schrijven: ADDaisy. Het sprak in het bijzonder de meisjes met ADD sterk aan. Met het boekje ADDavid wil ze de jongens met ADD ook de kans geven om zich met het hoofdpersonage David te identificeren.
In dit boekje staat de elfjarige jongen David centraal. Hij vertelt in de ik-vorm over zijn leven met ADD. Zo doet de lezer heel wat kennis op over deze stoornis. Aan de hand van heel herkenbare thuis- en school-situaties legt David niet alleen uit wat er fout kan lopen maar ook hoe het kan aangepakt worden.
Door de mond van David heeft de auteur ook veel aandacht voor het metacognitieve aspect van ADD en heel nadrukkelijk zelfs voor het bevorderen van een positief zelfbeeld. Omdat deze kinderen vaak aanlopen tegen negatieve opmerkingen (dom zijn, lui zijn, niet willen opletten…). Zo moet de lezer met ADD, even-tueel met hulp van een volwassene, in het boek zelf oplijsten welke positieve eigenschappen hij wel heeft.
De ik-vorm waarin het boekje geschreven is zorgt er voor dat kinderen zich heel snel identificeren met het hoofdpersonage. De concrete feiten en gebeurtenissen uit het leven van een kind met ADD doen de rest. Je merkt gewoon dat de auteur, Tirtsa Ehrlich, als psycholoog heel wat ervaring heeft met kinderen met deze stoornis.
ADDavid leest net als ADDaisy zeer vlot. De eenvoudige zinsconstructies en heldere woordenschat dragen daar sterk toe bij. Hier en daar maken de gebruikte humor en de mooie tekeningen het verhaal luchtig.
De bijgevoegde CD geeft het boek een extra waarde mee. Hierop wordt de tekst van het boekje nog eens voorgelezen. Telkens als er een blad moet worden omgeslagen weerklinkt er een belletje. Hierdoor is het uitermate geschikt voor jonge en moeilijke lezers.
Tirtsa Ehrlich wou voor kinderen van de basisschool een voorlichtingsboekje schrijven over ADD. Daar is ze meer dan in geslaagd.
De boeken van uitgeverij Ninõ worden in België verdeeld door uitgeverij Epo.
ADDaisy
| Auteur: | Tirtsa Ehrlich |
| Titel: | ADDaisy |
| Uitgeverij: | Ninõ |
| Plaats: | Amsterdam |
| Jaar: | 2010 |
| Pagina's: | 40 |
| ISBN-13: | 978-90-8560-584-3 |
| Prijs: | € 14,90 |
Als er iets ontbreekt, dan kun je twee dingen doen. Je kunt er over klagen dat het er niet is en bij de pakken blijven zitten of je kunt er zelf voor zorgen dat het er komt. Omdat ik zelf altijd voor deze laatste mogelijkheid probeer te kiezen, waardeer ik dit boekje van Tirtsa Ehrlich enorm. Toen zij vaststelde dat er al heel wat kinderboekjes op de markt waren over ADHD, maar geen over ADD, besloot ze er zelf één te schrijven. Als één van de eerste in Vlaanderen mag ik het onder jullie aandacht brengen. Wat ik met enorm veel plezier doe.
In dit boekje staat het negenjarige meisje Daisy centraal. Ze vertelt in de ik-vorm over haar leven met ADD. Zo doet de lezer heel wat kennis op over deze stoornis. Aan de hand van heel herkenbare thuis- en schoolsituaties legt Daisy niet alleen uit wat er fout kan lopen maar ook hoe het kan aangepakt worden.
Door de mond van Daisy heeft de auteur ook veel aandacht voor het metacognitieve aspect van ADD en heel nadrukkelijk zelfs voor het bevorderen van een positief zelfbeeld. Omdat deze kinderen vaak aanlopen tegen negatieve opmerkingen (dom zijn, lui zijn, niet willen opletten...). Zo moet de lezer met ADD, eventueel met hulp van een volwassene, in het boek zelf oplijsten welke positieve eigenschappen hij wel heeft.
De ik-vorm waarin het boekje geschreven is zorgt er voor dat kinderen zich heel snel identificeren met het hoofdpersonage. De concrete feiten en gebeurtenissen uit het leven van een kind met ADD doen de rest. Je merkt gewoon dat de auteur, Tirtsa Ehrlich, als psycholoog heel wat ervaring heeft met kinderen met deze stoornis.
ADDaisy leest als een trein. De eenvoudige zinsconstructies en heldere woordenschat dragen daar sterk toe bij. Hier en daar maken de gebruikte humor en de mooie tekeningen het verhaal luchtig.
De bijgevoegde CD geeft het boek een extra waarde mee. Hierop wordt de tekst van het boekje nog eens voorgelezen. Telkens als er een blad moet worden omgeslagen weerklinkt er een belletje. Hierdoor is het uitermate geschikt voor jonge en moeilijke lezers.
Tirtsa Ehrlich wou voor kinderen van de basisschool een voorlichtingsboekje schrijven over ADD. Daar is ze meer dan in geslaagd.
De boeken van uitgeverij Ninõ worden in België verdeeld door uitgeverij Epo.
2010.08.21
De kracht in jezelf
| Auteur: | Jan Kuipers |
| Titel: | De kracht in jezelf - Hulpprogramma voor leren leren en onderpresteren |
| Uitgeverij: | Eduforce |
| Plaats: | Drachten |
| Jaar: | 2010 |
| Pagina's: | 144 |
| ISBN-13: | - |
| Prijs: | € 79,95 |
Wie vaak met hoogbegaafde kinderen te maken krijgt, heeft het ongetwijfeld al meermaals gemerkt: een aantal onder hen weet niet hoe ze moeten leren. Dit breekt hen vooral zuur op in die situaties waarin hun informele, spontane leren niet langer toereikend is. Ze presteren dan ook niet zoals verwacht. Een goede begeleiding daagt hen zodanig uit dat ze het informele leren moeten verlaten voor het formele leren waarbij eigenschappen zoals doorzettingsvermogen, zelfdiscipline en geconcentreerd kunnen werken en vaardigheden als plannen en reflecteren essentieel zijn. Het gebrek aan vaardigheden in verband met leren leren kan leiden tot onderpresteren. Met allerlei bijkomende problemen tot gevolg. Door de kracht in zichzelf aan te spreken kunnen hoogbegaafde leerlingen risico’s op onderpresteren en onderpresteren zelf verhelpen en hun leervaardigheden ontwikkelen. En zo zijn we meteen bij de titel van het boek.
De kracht in jezelf is een onderdeel van het Model van Talent Ontwikkeling van de auteur. Zijn stelling is dat de kracht in de hoogbegaafde leerling enerzijds en zijn omgeving anderzijds zijn wijze van leren beïnvloeden, waardoor hij zijn aanleg om goed te leren kan verzilveren in hoge prestaties. Binnen het model vertaalt de auteur deze kracht in jezelf in zeven verschillende vaardigheden:
- kunnen doorzetten als het moeilijk is;
- fouten durven maken en hulp durven vragen;
- kunnen nadenken over hoe je een taak maakt;
- tegenslagen kunnen verwerken, kunnen omgaan met kritiek;
- gedisciplineerd en geconcentreerd kunnen werken;
- voor zichzelf kunnen opkomen;
- vertrouwen hebben dat men het goed kan.
Om als begeleider samen met het kind het leren leren en het onderpresteren aan te pakken, zijn er veel probleemoplossende gesprekken nodig. Jan Kuipers werkte hiervoor een pakket uit waarbij deze gesprekken aan de hand van denk-, praat- en opdrachtkaarten kunnen gevoerd worden. Sommige lezers zullen zeker enkele parallellen met de cognitieve gedragstherapie ontdekken. Voor de theoretische achtergrond verwijst de auteur naar het Handboek hoogbegaafdheid van Eleonoor Van Gerven.
Concreet krijgt de leerling een werkboekje dat onderverdeeld is in vier hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk staat de leerling zelf centraal. In het tweede hoofdstuk komt zijn omgeving aan bod. In het derde hoofdstuk gaat de leerling op zoek naar de kracht in jezelf. In het vierde hoofdstuk worden een aantal stappen uit de Rationeel-Emotieve-Therapie toegepast. In het boek zelf kan de begeleider bij elk werkblad lezen wat het doel is, welke werkwijze hij moet hanteren en eventueel extra informatie (vaak een verwijzing naar het handboek van Eleonoor Van Gerven).
De kracht in jezelf is een hulpprogramma met een sterke theoretische achtergrond. Er werd duidelijk zeer goed over nagedacht. Dit impliceert dat de begeleider deze theoretische achtergrond maar beter kent en beheerst. Alleen dan kan het hulpprogramma effectief zijn. Is dit niet het geval, dan is het niet ondenkbaar dat deze individuele, probleemoplossende gesprekken door het hoogbegaafde kind ervaren worden als het invullen van “alweer” een werkboekje. En dit zou aan dit vrije unieke concept heel wat afbreuk doen.
18:12 Gepost door Lieven Coppens in Eduforce | Permalink | Email dit
| Tags: cognitieve ontwikkeling, hoogbegaafd, intelligentie, methodiek, onderpresteren |
|
Denk goed - voel je goed
| Auteur: | Paul Stallard |
| Titel: | Denk goed - voel je goed - Cognitieve gedragstherapie voor kinderen en jongeren |
| Uitgeverij: | Nieuwezijds |
| Plaats: | Amsterdam |
| Jaar: | 2006 |
| Pagina's: | Behandelwijzer: 270 Werkboek: 206 |
| ISBN-13: | Behandelwijzer: 978-90-5712-231-6 Werkboek: 978-90-5712-226-2 |
| Prijs: | Behandelwijzer: € 39,95 Werkboek: € 39,95 |
Cognitieve gedragstherapie voor kinderen en jongeren bestaat uit twee delen. De behandelwijzer en het werkboek. Ik bespreek ze hier samen omdat ze een geheel vormen. De behandelwijzer bevat immers achtergronden en tal van aanwijzingen om de cognitieve gedragstherapie bij kinderen en jongeren met succes toe te passen. Verder vind je er ook extra werkbladen voor gebruik tijdens de therapie en psycho-educatief materiaal voor kinderen en ouders.
Het werkboek
In het eerste hoofdstuk van het werkboek schetst de auteur de theoretische achtergrond, de principes en de technieken van de cognitieve gedragstherapie. Hij beschrijft hoe dit model zich richt op de samenhang tussen cognitie, emotie en gedrag, componenten die elkaar voortdurend beïnvloeden. De cognitieve gedragstherapie gaat er vanuit dat men door cognitieve processen te veranderen ook veranderingen in de emoties kan bewerkstelligen. De essentie van het model wordt hier helemaal uit de doeken gedaan. Komen aan bod:
- de basiskenmerken;
- het doel;
- de basisingrediënten van de interventies.
In het tweede hoofdstuk beschrijft Paul Stallard hoe de cognitieve gedragstherapie bij kinderen en jongeren kan toegepast worden en waar men precies moet opletten. Kinderen en jongeren moeten immers over een aantal basisvaardigheden beschikken om het proces van deze therapievorm te kunnen doorlopen en hebben een eigenheid die gebonden is aan hun leeftijdsfase. Je kunt aan deze eigenheid niet zomaar voorbijgaan. Hij lijst dan ook aan het einde van dit hoofdstuk een aantal veelvoorkomende problemen op.
In het materialenoverzicht van het derde hoofdstuk beklemtoont de auteur dat Denk goed – voel je goed geen kant-en-klaarpakket, geen standaardcursus en geen volledig programma is. Het is een verzameling van materialen waaruit men kan kiezen, al naargelang de aard van het probleem of de behoeften van het kind of de jongere. Centraal in de materialen staan drie figuurtjes, die vooral de jonge kinderen moeten helpen om in het proces van de cognitieve gedragstherapie in te stappen. Het zijn:
- Denkspeurder: Helpt bij het opsporen van gedachten.
- Voelspriet: Helpt bij het vinden van gevoelens.
- Aanpakker: Helpt bij het aanpakken van gedrag.
Vanaf het vierde hoofdstuk vind je het concrete, educatieve materiaal met de bijbehorende oefeningen. Per hoofdstuk wordt één van de volgende onderwerpen uitgediept:
- kennismaking met de cognitieve gedragstherapie;
- automatische gedachten;
- veelvoorkomende cognitieve vervormingen;
- cognitieve herstructurering en evenwichtig denken;
- kernovertuigingen;
- ontwikkelen van nieuwe cognitieve vaardigheden;
- gevoelens identificeren;
- strategieën voor het hanteren van nare gevoelens;
- ideeën voor gedragsverandering;
- methoden voor probleemoplossing.
Elk van deze onderwerpen wordt op nagenoeg dezelfde manier aangepakt. Eerst is er een zeer concrete omschrijving van de belangrijkste aandachtspunten. Illustraties, maar ook voorbeelden uit de praktijk moeten er voor zorgen dat de materialen aansluiten bij thema’s en problemen die het kind of de jongere kent. De werkbladen bij elk hoofdstuk laten het kind toe de gekregen informatie te vertalen naar of toe te passen op zijn persoonlijke problemen.
Behandelwijzer
Dit boek is een aanvulling op het werkboek. Het wil de therapeut ondersteunen die de cognitieve gedragstherapie wil gebruiken. Niet alleen met extra werkbladen, instrumenten of psycho-educatieve materialen. Paul Stallard besteedt heel wat aandacht aan het geven van achtergronden bij en praktische aanwijzingen voor de toepassing van deze therapievorm bij kinderen en jongeren. De volgende onderwerpen krijgen hierbij elk een hoofdstuk aangemeten:
- inzet en bereidheid tot verandering;
- probleemstellingen;
- het socratische proces en inductief redeneren;
- ouders betrekken bij cognitieve gedragstherapie voor kinderen;
- het proces van cognitieve gedragstherapie voor kinderen;
- cognitieve gedragstherapie afstemmen op kinderen;
- kerncomponenten van programma’s voor cognitieve gedragstherapie ten behoeve van een internaliserende problematiek.
Het zou ons te ver leiden om elk van deze hoofdstukken hier afzonderlijk uit te diepen. Toch is het belangrijk dat je weet dat de auteur onder andere aangeeft:
- wanneer cognitieve gedragstherapie niet aangewezen is;
- welke verschillende soorten probleemstellingen er zijn en hoe je er als therapeut mee omgaat;
- wat de veelvoorkomende problemen zijn bij socratische gesprekken;
- wat de rol is van de ouders bij cognitieve gedragstherapie en hoe je hen kunt inschakelen.
Voor therapeuten die cognitieve gedragstherapie bij kinderen en jongeren willen gebruiken zouden deze boeken wel eens het ultieme standaardwerk kunnen blijken te zijn.
De boeken van uitgeverij Nieuwezijds worden in België verdeeld door uitgeverij Epo.
14:40 Gepost door Lieven Coppens in Nieuwezijds | Permalink | Email dit
| Tags: cognitieve gedragstherapie, gedrag, methodiek, therapiemodel |
|
2010.08.15
Kinderen met autisme leren lezen
| Auteur: | Hilde Cornelis & Ilse van Beversluys |
| Titel: | Aap, zee, koe - Kinderen met autisme leren lezen |
| Uitgeverij: | Epo |
| Plaats: | Berchem |
| Jaar: | 2009 (tweede druk) |
| Pagina's: | 80 |
| ISBN-13: | 978-90-6445-384-7 |
| Prijs: | € 25,- |
Aap, zee, koe is een leesmethode die ontstond vanuit de vaststelling dat bestaande leesmethodes niet altijd even geschikt zijn om kinderen met een autismespectrumstoornis te leren lezen. De problemen van deze kinderen situeren zich niet zozeer op het technisch vlak – want dat lukt hen meestal wel – maar meer op het inhoudelijke vlak. Ze lezen letters en woorden, maar doen niets met de boodschap erachter. Ze zien deze gewoon niet. Nog anders gezegd: het communicatieve aspect van het lezen ontgaat hen volkomen. Daarenboven zien ze niet dat ze het lezen ook buiten de klas kunnen gebruiken.
De auteurs maakten vanuit hun praktijkervaring in het revalidatiecentrum Sint-Lievenspoort te Gent een aangepaste leesmethode voor kinderen met een autismespectrumstoornis. Deze kreeg, rekening houdend met de kenmerken van deze kinderen, de volgende eigenschappen mee die veel te weinig of helemaal niet in de traditionele leesmethoden terug te vinden zijn:
- duidelijkheid en eenduidigheid;
- voorspelbaarheid;
- realisme;
- een visuele structuur.
Twee doelstellingen staan in deze methode centraal. Enerzijds wil ze de kinderen de functionaliteit van het lezen leren begrijpen en anderzijds legt ze de nadruk op de transfer van de leesvaardigheid naar andere, niet schoolse situaties.
In het eerste deel van het boek schetsen de auteurs het ontstaan van hun methode en staan ze stil bij haar inhoudelijke aspecten en aanpak. Tegelijk verantwoorden ze hun keuzes. Ze eindigen het eerste deel met een opsomming van de basislijnen van deze leesmethodiek, te weten:
- veel herhaling;
- een rechtlijnige aanpak;
- een sterke koppeling met de realiteit,
- veel aandacht voor de functionaliteit;
- een aansluiting bij de leefwereld van het kind;
- veel oog voor de moeilijkheden op het vlak van de transfer.
Het tweede deel van het boek bestaat uit de handleiding bij deze methodiek. Deze beschrijft zowel de aanpak van het technisch als van het begrijpend lezen. Zoals elke handleiding moet deze integraal en heel grondig doorgenomen worden.
In het derde en laatste deel doen de auteurs de structuur van de methode nog eens schematisch en volledig uit de doeken. Met verwijzingen naar de handleiding en de materialen op de bijgeleverde cd-rom.
Wie het boekje aandachtig doorneemt, merkt zeker op dat de auteurs heel goed nagedacht hebben over deze vernieuwende methodiek. Een methodiek die niet de pretentie heeft om de bestaande methodes te vervangen maar wel wil verrijken met een aanpak die meer geschikt is voor kinderen met een autismespectrumstoornis. Geen overbodige luxe nu er meer en meer kinderen met deze stoornis in het reguliere onderwijs gedetecteerd worden. Gezien de eigenschappen van deze methode en de eenduidigheid en gestructureerdheid van de voorgestelde instructie, kan men deze methodiek zeker ook gebruiken om andere kinderen die moeilijk tot lezen komen, te ondersteunen.
18:04 Gepost door Lieven Coppens in EPO | Permalink | Email dit
| Tags: ass, autisme, autismespectrum, begrijpend lezen, lezen, methodiek, taal, technisch lezen |
|
2010.08.10
Wat werkt: Pedagogisch handelen en klassenmanagement
| Auteur: | Robert Marzano, Jana Marzano & Debra Pickering |
| Titel: | Wat werkt: Pedagogisch handelen en klassenmanagement - Evidence-based strategieën voor iedere leraar |
| Uitgeverij: | Bazalt |
| Plaats: | Vlissingen |
| Jaar: | 2010 |
| Pagina's: | 146 |
| ISBN-13: | 978-90-74233-95-8 |
| Prijs: | € 52,- |
Uit Wat werkt op school van Robert Marzano leerden we dat er op het niveau van de leerkracht drie factoren zijn die de leerprestaties van leerlingen bevorderen:
- de didactische aanpak;
- het pedagogisch handelen en het klassenmanagement;
- de sturing en het herontwerpen van het programma.
Dit boek staat helemaal in het teken van de tweede factor op leerkrachtenniveau.
Uit de meta-analyse van het wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat er 4 belangrijke componenten bestaan die storend gedrag van de leerlingen gevoelig verminderen:
- de mentale instelling van de leraar;
- de manier van omgaan met storend gedrag;
- de relatie tussen leraar en leerling;
- het gebruik van regels en routines.
Die vermindering kan geobjectiveerd worden in een percentage:
| Componenten | Vermindering van storend gedrag |
| De mentale instelling van de leraar | 40 % |
| De manier van omgaan met storend gedrag | 32 % |
| De relatie tussen leraar en leerling | 31 % |
| Het gebruik van regels en routines | 28 % |
Het spreekt vanzelf dat het gecombineerd gebruiken van deze strategieën resulteert in een nog grotere afname van het storend gedrag van de leerlingen. Wat echter niet betekent dat men de percentages uit de bovenstaande tabel zonder meer kan optellen. Maar dat had je na een eenvoudig rekensommetje (131 %) natuurlijk al door.
In het eerste hoofdstuk onderschrijft Marzano nog maar eens één van de uitgangspunten van het handelingsgericht samenwerken zoals Noëlle Pameijer het formuleert: de leerkracht doet er toe! Daarnaast geeft hij een korte geschiedenis van het onderzoek naar het pedagogische handelen en het klassenmanagement. Hij geeft eveneens een woord uitleg bij zijn meta-analyse van de bovenstaande componenten. Om te eindigen met een zeer positieve boodschap: goede klassenmanagers worden niet geboren, ze kunnen redelijk vlug gemaakt worden. En ook deze stelling is evidence-based!
De vier beschreven componenten komen in de hoofdstukken 2 tot en met 5 ruim aan bod. Marzano be-handelt per hoofdstuk één component en doet dit steeds op dezelfde manier. Eerst bespreekt hij de theorie en de resultaten van het wetenschappelijk onderzoek, om daarna enkele Engelstalige programma’s te presenteren. Het is de verdienste van de Nederlandse uitgeverij Bazalt dat dit telkens aangevuld wordt met een voorstelling van Nederlandse programma’s. Vervolgens formuleert Marzano enkele actiestappen die de leerkracht kan ondernemen. Elk hoofdstuk sluit hij af met een zeer kernachtige samenvatting.
Maar dat is niet alles. Marzano besteedt ook aandacht aan de verantwoordelijkheid van de leerlingen. Het kernwoord hier is zelfdiscipline. Ook hier steunt hij zich op de theorie en de resultaten van het wetenschappelijk onderzoek. Laat het duidelijk zijn: het aanleren van eigen verantwoordelijkheid bij de leerlingen is een krachtig middel maar vraagt dat de leerkracht bereid is om:
- een persoonlijke relatie met de leerlingen op te bouwen die verder gaat dan de noodzakelijke omgang voor zuiver onderwijskundige doeleinden;
- buiten schooltijd contacten met ouders en leerlingen te onderhouden, zonder daarvoor financieel beloond te worden;
- om te gaan met soms ingewikkelde problemen zonder daarvoor opgeleid te zijn;
- desgevallend het hoofd te bieden aan tegenstand van de schoolleiding;
- om te gaan met weerstand of frustratie bij de leerling, zijn familie of andere betrokkenen.
Ook hier worden een aantal programma’s en actiestappen voorgesteld. En volgt er een kernachtig besluit.
In het zevende hoofdstuk benadrukt Marzano dat het begin van het schooljaar zeer belangrijk is op het vlak van een goed klassenmanagement. Hij levert enkele actiestappen aan die iedere (beginnende) leerkracht best ter harte neemt. In het achtste en laatste hoofdstuk toont hij aan dat naast het klassenmanagement ook het schoolbreed management een belangrijke rol speelt. En dat ze beiden in een symbiotische relatie tot elkaar staan.
Opnieuw een standaardwerk!
De educatieve uitgaven van Bazalt worden in België verdeeld door uitgeverij Abimo.
20:07 Gepost door Lieven Coppens in Bazalt | Permalink | Email dit
| Tags: evidence-based, klassenmanagement, leerkrachten, marzano, onderwijsonderzoek, pedagogisch handelen |
|
2010.08.08
Wat werkt in de klas
| Auteur: | Robert Marzano |
| Titel: | Wat werkt in de klas - Research in actie - Didactische strategieën die aantoonbaar effect hebben op leerprestaties |
| Uitgeverij: | Bazalt |
| Plaats: | Vlissingen |
| Jaar: | 2009 (tweede druk) |
| Pagina's: | 148 |
| ISBN-13: | 978-90-74233-79-8 |
| Prijs: | € 51,- |
Uit Wat werkt op school van Robert Marzano leerden we dat er op het niveau van de leerkracht drie factoren zijn die de leerprestaties van leerlingen bevorderen:
- de didactische aanpak;
- het pedagogisch handelen en het klassenmanagement;
- de sturing en het herontwerpen van het programma.
Zijn boek Wat werkt in de klas staat helemaal in het teken van de eerste factor op leerkrachtenniveau, de didactische aanpak.
Uit de meta-analyse van het wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat er negen didactische strategieën bestaan die zeer effectief zijn. De percentielwinst bij het gebruik van deze strategieën is een objectieve maat voor hun effectiviteit. Hieronder geven we deze negen strategieën weer met de daarbij horende percentielwinst. Deze tabel vind je in het boek terug op blz.8.
| Didactische strategie | Percentielwinst |
| Identificeren van overeenkomsten en verschillen | 45 |
| Samenvatten en notities maken | 34 |
| Inspanningen bevestigen en erkenning geven | 29 |
| Huiswerk en oefening | 28 |
| Non-verbale representatie | 27 |
| Coöperatief leren | 27 |
| Doelen stellen en feedback geven | 23 |
| Vragen formuleren en hypotheses testen | 23 |
| Voorkennis activeren met vragen, aanwijzingen en kapstokken | 22 |
Elke strategie heeft haar eigen effect en specifiek toepassingsgebied. Daarmee dient men rekening te houden als men één of meerdere strategieën als onderwerp van onderwijsverbetering kiest.
Het eerste deel van dit boek staat uitgebreid stil bij elk van deze strategieën. Ze krijgen elk een eigen hoofdstuk aangemeten. Daarin lees je eerst en vooral wat onderzoek en theorie te zeggen hebben. Als voorbeeld geef ik de vier belangrijke uitgangspunten bij het Identificeren van overeenkomsten en verschillen zoals ze in dit boek gepresenteerd worden (blz.16-17):
- Het geven van duidelijke richtlijnen bij het identificeren van overeenkomsten en verschillen aan leerlingen vergroot hun begrip en hun vermogen kennis toe te passen.
- Leerlingen opdragen zelfstandig overeenkomsten en verschillen te identificeren, vergroot hun begrip en hun vermogen kennis toe te passen.
- Het presenteren van overeenkomsten en verschillen in grafische of symbolische vorm vergroot het begrip van leerlingen en hun vermogen kennis toe passen.
- De identificatie van overeenkomsten en verschillen kan op meerdere manieren tot stand worden gebracht. Vier verschillende vormen zijn hierbij zeer effectief:
- vergelijken;
- classificeren;
- creëren van metaforen;
- creëren van analogieën.
In het tweede deel van elk hoofdstuk lees je heel concreet hoe je deze strategie in de praktijk kunt toepassen. Concrete voorbeelden, tabellen en schema’s zorgen ervoor dat alles snel duidelijk is.
De negen strategieën uit het eerste deel werken goed bij elke soort vakkennis. Toch is er ook nood aan specifieke didactische strategieën voor meer specifieke vakkennis. Dit komt aan bod in het eerste hoofdstuk van het tweede deel over specifieke toepassingen. Op dezelfde manier als in de hoofdstukken van het eerste deel reikt Marzano de specifieke strategieën aan voor:
- het leren van woordenschat, begrippen en uitdrukkingen;
- het leren van details;
- het organiseren van generalisaties en principes;
- het leren van mentale vaardigheden;
- het leren van processen.
Daarna lees je in het tweede hoofdstuk van dit tweede deel ook heel concreet hoe je de negen categorieën uit het eerste deel kunt gebruiken bij de didactische planning.
Een boek dat de status van didactische Bijbel zeker verdient.
De educatieve uitgaven van Bazalt worden in België verdeeld door uitgeverij Abimo.
17:24 Gepost door Lieven Coppens in Bazalt | Permalink | Email dit
| Tags: didactiek, evidence-based, leerkrachten, marzano, onderwijsonderzoek |
|
2010.08.01
Wat werkt op school?
| Auteur: | Robert Marzano |
| Titel: | Wat werkt op school - Research in actie - Meta-analyse van 35 jaar onderwijsreserach direct toepasbaar in beleid en praktijk - Beter leerproces, hogere resultaten |
| Uitgeverij: | Bazalt |
| Plaats: | Vlissingen |
| Jaar: | 2009 (derde druk) |
| Pagina's: | 160 |
| ISBN-13: | 978-90-74233-70-5 |
| Prijs: | € 58,- |
Robert Marzano is een Amerikaanse onderwijswetenschapper. Samen met zijn team voerde hij een meta-analyse[1] uit op de resultaten van 35 jaar onderwijsonderzoek in Amerika, Canada en Europa. Deze meta-analyse beperkte zich tot deze onderwijsveranderingen die de leerprestaties van leerlingen echt lijken te beïnvloeden. Dankzij hem beschikken we nu over harde onderwijsfeiten over wat werkt. Zowel binnen het kader van het evidence-based werken als dat van de handelingsgerichte diagnostiek en het handelingsgericht (samen)werken zijn deze onderwijsfeiten onontbeerlijk. Wat mij betreft moet het volledige werk van Marzano een vast onderdeel worden van alle lerarenopleidingen. En een verplicht onderdeel van alle Banaba-opleidingen voor leerkrachten.
In dit boek brengt Marzano in zijn inleiding al meteen een zeer positieve boodschap: scholen doen er toe! Als er al problemen zijn, dan is niet de inzet van de scholen en hun leerkrachten het probleem. Neen, zij weten gewoon onvoldoende wat er goed is voor de leerlingen en welke verbeteringen ze moeten invoeren. Marzano stelt klaar en duidelijk dat scholen een enorme invloed kunnen hebben op het leren van hun leerlingen als ze de onderzoeksresultaten volgen. Hij gaat zelfs verder: echt goede scholen – en dat zijn dus deze die de onderzoeksresultaten volgen – halen resultaten waarbij de achtergronden van de leerlingen bijna volledig onbelangrijk zijn. Dit moet iedereen met een hart voor gelijke onderwijskansen als muziek in de oren klinken. Er zijn drie soorten factoren die de resultaten van de leerlingen bevorderen:
- factoren op het niveau van de school;
- factoren op het niveau van de leraar;
- factoren op het niveau van de leerling.
Deze factoren bepalen dan ook de drie grootste secties van het boek.
In de eerste sectie bespreekt Marzano de vijf factoren die op het niveau van de school belangrijk zijn om de leerprestaties van de leerlingen te bevorderen:
- een haalbaar en gedegen programma;
- uitdagende doelen en effectieve feedback;
- de betrokkenheid van ouders en gemeenschap;
- een veilige en ordelijke omgeving;
- de professionaliteit en collegialiteit.
Marzano bespreekt elk van deze factoren heel concreet. Hij legt niet alleen uit wat je er moet onder verstaan. Hij licht ze ook toe aan de hand van concrete voorbeelden. De kers op de taart zijn de actiestappen die hij telkens aanbeveelt om de factor zo goed mogelijk te realiseren. Als voorbeeld geef ik zijn actiestappen bij de factor Een haalbaar en gedegen programma weer (blz. 23-29).
Actiestap 1: Bepaal welke leerstof als zeer belangrijk voor alle leerlingen wordt gezien en welke leerstof als aanvulling wordt beschouwd of alleen noodzakelijk voor degene die een vervolgopleiding willen gaan volgen. Deel dit mee aan leraren en leerlingen.
Actiestap 2: Zorg ervoor dat de zeer belangrijke leerstof kan worden behandeld in de tijd die beschikbaar is voor onderwijs.
Actiestap 3: Breng een volgorde aan in de essentiële leerstof en maak een zodanige indeling dat leerlingen een ruime gelegenheid hebben om de stof te leren.
Actiestap 4: Zorg ervoor dat leraren de essentiële leerstof behandelen.
Actiestap 5: Bescherm de beschikbare tijd voor onderwijs.
Hoe je dit doet, vind je terug in het boek zelf.
De tweede sectie behandelt op dezelfde manier de factoren op het niveau van de leerkracht. Achtereenvolgens komen aan bod:
- de didactische aanpak;
- het pedagogisch handelen en het klassenmanagement;
- de sturing en het herontwerpen van het programma.
Net zoals in de andere secties leer je hier ook hoe Marzano er toe kwam om deze factoren te weerhouden.
In de derde sectie van het boek leer je de factoren kennen op het niveau van de leerling zelf: de thuissituatie, de achtergrondkennis en de motivatie. Enkel op het niveau van de thuissituatie geeft Marzano geen actiestappen omdat hij, geheel terecht, meent dat de school er niet op een directe manier in mag tussenkomen.
In de korte vierde sectie van het boek legt Marzano uit hoe men met dit model kan werken op school.
De boeken van Marzano voorstellen is niet gemakkelijk. De inhoud is zo kernachtig weergegeven dat deze zich maar moeilijk samenvatten. Maar laat dit duidelijk zijn: niemand uit het onderwijs mag zeggen evidence-based bezig te zijn zonder Marzano gelezen te hebben!
[1] Op de website www.watwerktopschool.nl, een initiatief van Bazalt, lezen we: Een meta-analyse is een onderzoek waarin onderzoeken van een bepaald fenomeen worden samengevoegd om één secuurdere uitkomst te verkrijgen. Er wordt uit literatuur informatie gehaald over onderzoeken die over dat fenomeen gaan en met behulp van statistische methoden worden deze gemiddeld en wordt er aan de hand van de uitkomsten een algemene conclusie getrokken. Meta-analyses zijn belangrijk omdat de uitkomst veelal significanter is dan elk onderzoek afzonderlijk.
De educatieve uitgaven van Bazalt worden in België verdeeld door uitgeverij Abimo.
22:33 Gepost door Lieven Coppens in Bazalt | Permalink | Email dit
| Tags: didactiek, evidence-based, klassenmanagement, leerkrachten, leerlingen, marzano, onderwijsbeleid, onderwijsonderzoek |
|










