2010.09.19

Slim maar...

Auteur: Peg Dawson en Richard Guare
Titel: Slim maar... - Help kinderen hun talenten benutten door hun executieve functies te versterken
Uitgeverij: Hogrefe
Plaats: Amsterdam
Jaar: 2009
Pagina's: 336
ISBN-13: 978-90-79729-10-4
Prijs: € 29,50

slim maar - help kinderen hun talenten benutten door hun executieve functies te versterkenJe kent ze wel. Als ouder of leerkracht krijg je er grijze haren van. Je weet dat ze heel wat talenten hebben, maar ze komen er niet toe om die talenten te benutten. Omdat ze zich moeilijk op iets kunnen richten.

Recent wetenschappelijk onderzoek plaatste de executieve functies in de schijnwerpers. Dit zijn functies die het mogelijk maken om rationele beslissingen te nemen, impulsen onder controle te houden en zich te richten op wat er van belang is. Wanneer deze executieve functies niet werken zoals het moet, dan krijgen mensen problemen met hun doelgericht gedrag. Het is net dat wat er met deze kinderen aan de hand is. En bij veel kinderen met ADHD, autisme, leerstoornissen en niet-aangeboren hersenafwijkingen.

In het eerste deel van het boek geven de auteurs ons een kijkje in de wereld van de executieve functies. Zonder veel vakjargon, schotelen ze de lezer in het eerste hoofdstuk de noodzakelijke theorie voor. Zo leert hij dat er elf executieve vaardigheden zijn, verdeeld over twee dimensies:

Dimensie I: denken (cognitie) Dimensie II: doen (gedrag)
werkgeheugen respons-inhibitie
planning en prioriteiten stellen emotieregulatie
organisatie volgehouden aandacht
tijdsbeheer taakinitiatie
metacognitie doelgericht gedrag
  flexibiliteit

De auteurs leggen heel goed uit wat men onder elk van deze functies moet begrijpen en hoe ze zich door rijping en ervaring in de hersenen ontwikkelen. In het tweede hoofdstuk beschrijven de auteurs hoe men de sterktes en zwaktes in deze functies kan vaststellen. Enkele uitgewerkte vragenlijsten bieden daarbij ondersteuning. Maar er is meer. In het derde hoofdstuk tonen de auteurs aan dat het minstens even belangrijk is dat de volwassene zijn sterktes en zwaktes in de executieve functies kent. Omdat die zijn reacties op zijn kind, en meer bepaald diens sterktes en zwaktes, bepalen. De codewoorden zijn flexibiliteit en compenseren. In hoofdstuk vier zetten de auteurs een boom op over hoe men er kan voor zorgen dat kind en taak bij elkaar passen.

Het tweede deel, waarin de ouders leren hoe ze hun kind kunnen helpen, start met hoofdstuk vijf. Hierin beschrijven de auteurs tien concrete principes waarmee men de executieve functies van kinderen kan verbeteren. Ze introduceren tegelijkertijd de drie manieren om executieve functies bij te brengen die aan de grondslag liggen van deze principes:

  • het aanpassen van de antecedenten van het gedrag;
  • het aanpassen van het gedrag zelf;
  • het aanpassen van de gevolgen van het gedrag.

Deze komen in de hoofdstukken zes tot en met acht afzonderlijk aan bod. In elk van deze hoofdstukken geven de auteurs concrete tips over de aanpassingen die ouders kunnen doorvoeren. Zo leren ze bijvoorbeeld in hoofdstuk zes dat je als ouder de omgeving kunt veranderen door de fysieke of sociale omgeving, de aard van de taken die het kind moet uitvoeren en/of de interactiemanier tussen ouder en kind te veranderen.

Het derde deel begint met hoofdstuk negen en is meteen het meest praktische gedeelte van het boek. In dit negende hoofdstuk beschrijven de auteurs eerst en vooral de basisprincipes:

  • zich beperken tot het noodzakelijkste;
  • de principes leren die aan effectieve strategieën ten grondslag liggen;
  • het aanpakken van specifiek zwak ontwikkelde executieve functies.

In het tiende hoofdstuk reiken de auteurs kant-en-klare plannen aan om kinderen te helpen om dagelijkse activiteiten, zoals huiswerk maken, studeren voor toetsen, naar bed gaan, … te voltooien. De titel zegt het zelf: het zijn zeer concrete plannen die men zonder meer kan uitvoeren.

Vanaf hoofdstuk elf komen alle executieve functies in afzonderlijke hoofdstukken aan bod. De auteurs vertalen elk van deze functies naar concrete, zeer herkenbare situaties. Aan de hand daarvan tonen ze aan wat ouders kunnen doen om die specifieke executieve functie te versterken. Heel interessant is de Sleutel tot succes waarmee elk hoofdstuk afsluit.

Als alle executieve functies op deze manier aan bod zijn gekomen, leer je als lezer in hoofdstuk 22 wat je kunt doen als al je inspanningen niet voldoende blijken te zijn. Heel belangrijk vind ik de reflectievragen die ouders zich kunnen stellen.

In het drieëntwintigste hoofdstuk houden de auteurs een pleidooi voor een uniforme en consequente samenwerking met de school. In het vierentwintigste en laatste hoofdstuk geven de auteurs nog enkele basisprincipes voor het omgaan met tieners met executieve functies.

Een schitterend boek, dat ouders, leerkrachten en hulpverleners enorm veel diensten zal bewijzen.

afdrukken

20:44 Gepost door Lieven Coppens in Hogrefe | Permalink | Tags: add, adhd, ass, autisme, autismespectrum, executieve functie, leerprobleem, nah, niet aangeboren hersenletsel, ouders | |

De commentaren zijn gesloten.