2010.10.24

Beter leren lezen

Auteur: Raf Feys & Pieter Van Biervliet
Titel: Beter leren lezen. De directe systeemmethodiek.
Uitgeverij: Acco
Plaats: Leuven/Den Haag
Jaar: 2010
Pagina's: 208
ISBN-13: 978-90-334-7939-7
Prijs: € 19,50

beter leren lezen - de directe systeemmethodiekWe keren even terug in de tijd. Het schooljaar 1968-1969. In een graadsklas van een Merelbeeks wijkschooltje dreunen kinderen uit het eerste leerjaar hun ‘leesles’ op:

in een paddestoel
niet groot
met een dakje wit en rood
zit een ventje koek te bakken
het heet wip
zijn maatje tom
is al hout aan het hakken
als ze moe zijn
kom eens zien
dan eet elk ventje w
el voor tien

Dit boekje, geschreven in de tijd toen de paddenstoelen nog genoeg hadden aan een -n, was voor zover ik kon nagaan van de hand van Cor Ria Leeman. Deze Vlaamse onderwijzer had ook een aantal lesboekjes op zijn naam staan. Van deze methode weet ik – want ik zat inderdaad in dat klasje - nog vaag dat ze heel wat structuurrijtjes had waarbij de in te oefenen klank rood gedrukt was. Ook herinner ik me de wasdraad die diagonaal door de klas was gehangen waaraan kaartjes hingen met tekeningen en woordjes waarvan de te kennen klank in het rood geschreven was. Vaag hoor ik nog het gedreun van de eersteklassertjes: muur, uu; huis, ui; hout, ou… Deze kaartjes hing juffrouw Annemarie geleidelijk aan op de wasdraad. Mijn donkerste herinnering aan het leren lezen in het eerste leerjaar? Ik hoorde het verschil niet tussen de ui van huis en de ou van hout… Het feit dat ik na 42 jaar het eerste leeslesje nog uit het hoofd ken, zegt veel over de effectiviteit (of is het impact?) van de leesmethode van toen.

In het boek Beter leren lezen stellen Raf Feys (laat ons zeggen: de Vlaamse Kees Vernooy) en Pieter Van Biervliet hun directe systeemmethodiek voor. Na al die jaren en andere leesmethodes is er nog steeds ruimte voor een nieuwe leesmethodiek. De directe systeemmethodiek is langzaam gerijpt op eiken vaten. Ik heb van beide auteurs artikels en cursussen in mijn bezit waarbinnen deze methodiek zich geleidelijk aan ontpopt. Dat we binnenkort een aantal leesmethodes mogen verwachten die gebaseerd zijn op deze directe systeemmethodiek, bewijst dat deze wel degelijk in een nood voorziet.

Hoe vernieuwend is deze methodiek? Hiervoor laat ik de auteurs aan het woord zoals ze het zelf schrijven in hun inleiding:

De directe systeemmethodiek is echter geen totaal nieuwe aanpak, geen nieuw wondermiddel, maar schatplichtig aan de ervaringswijsheid uit heden en verleden. We herwaarderen oude aanpakken waarmee de kinderen onder andere in de eerste helft van de twintigste eeuw leerden lezen. ‘Afkijken’ bij ervaren leerkrachten was ook een belangrijke inspiratiebron. Als lerarenopleiders kregen we hiertoe vaak de kans. De DSM-aanpak stemt ook overeen met (ortho)didactische stromingen van de voorbije jaren waarin gepleit wordt voor meer aandacht voor het automatiseren. Denk maar aan de publicaties van Wied Ruijssenaars van de Rijksuniversiteit Groningen en Wim Van den Broeck van de Vrije Universiteit Brussel. De DSM is ook in overeenstemming met recente wetenschappelijke studies en leesmodellen (blz.14-15)

Let wel: wie zegt dat de directe systeemmethodiek een eclectische methode is, gaat te kort door de bocht. Wie het boek van Feys en Van Biervliet leest, houdt er aan het eind het beeld van een coherente en uitgerijpte methode aan over.

In het eerste deel van het boek beschrijven de auteurs hoe de directe systeemmethodiek is ontstaan en waaraan ze schatplichtig is. Het doel van deze aanpak is de kinderen vanaf het eerste woord inzicht te geven in het systeem achter het letterschrift. De kinderen leren dus meteen echt lezen. Geleidelijk aan brengt de methode meer complexiteit in het leerproces. Complexiteit die zich uit in het stap voor stap introduceren van nieuwe leeselementen (letters, letterclusters en woorden). Essentieel hierbij is dat men maar iets nieuws aanbrengt nadat de voorgaande leer- en leesstof voldoende ingeoefend is en de transfer naar het langetermijngeheugen heeft gemaakt. De auteurs leggen doorheen het eerste deel uit welke bedoeling ze hebben gehad bij deze nieuwe methodiek en wat de basisprincipes ervan zijn. Deze zeven basisprincipes vormen dan ook de ruggengraat van dit deel. Interessant is ook het relaas van het onafhankelijke onderzoek dat in 2005 in verband met de directe systeemmethodiek is gevoerd.

In het tweede deel schrijven de auteurs een geannoteerde kroniek van de verschillende leesmethodes die doorheen de jaren de revue passeerden. Zo komen aan bod:

  • de spelmethodes;
  • de klankmethodes;
  • de normaalwoordenmethodes;
  • de analytisch-synthetische methodes;
  • de globale leesmethodieken;
  • de structuurmethodes.

De auteurs sommen in het laatste hoofdstuk van dit deel hun kritieken op de klassieke structuurmethodes op. Tegelijk tonen ze aan hoe de directe systeemmethodiek de tekorten van deze structuurmethodes probeert op te vangen.

In het derde deel van het boek werken de auteurs de visie achter de directe systeemmethodiek verder uit. Zoals iedereen wel begrijpt is dit deel verplichte literatuur voor iedereen die zich echt op de hoogte wil stellen van de essentie en het evidence-based karakter van deze methodiek.  Ik laat het hem dan ook zelf ontdekken.

Dit boek zou wel eens het Magnum Opus kunnen worden voor de toekomstige leesdidactiek in Vlaanderen.

afdrukken

16:51 Gepost door Lieven Coppens in Acco | Permalink | Email dit | Tags: didactiek, directe systeemmethodiek, geletterdheid, leesinstructie, leesstart, lezen, methodiek, taal | |

2010.10.17

Eten. Een antwoord op 101 vragen

Auteur: Julie Verfaillie
Titel: Eten. Een antwoord op 101 vragen.
Uitgeverij: Lannoo
Plaats: Tielt
Jaar: 2008
Pagina's: 120
ISBN-13: 978-90-209-8047-9
Prijs: € 9,95

helpkids etenEten is een natuurlijke reflex. Eten is vanzelfsprekend. Niemand zal dit betwijfelen. Toch moet je als ouder jouw kind helpen bij het ‘leren eten’. Omdat het veel meer is dan alleen maar het juiste voedsel krijgen op het juiste moment. Dit is het centrale idee achter dit boekje. De auteur, Julie Verfaillie, was lange tijd verbonden aan het universitair ziekenhuis in Leuven, waar ze in een multidisciplinair team kinderen met eetproblemen hielp. In dit boekje geeft ze vanuit haar ervaring een antwoord op heel wat vragen over het eten en eetproblemen bij kinderen.

Het boekje is opgesplitst in drie grote delen. In het eerste deel gaat de auteur dieper in op het ‘leren eten’. Al snel is het duidelijk dat het hier over veel meer gaat dan over het naar de mond brengen, kauwen en doorslikken van voedsel. ‘Leren eten’ heeft ook te maken met:

  • het leren voelen wanneer men honger heeft;
  • het leren voelen wanneer men voldaan is;
  • het aanleren van eettechnieken;
  • het leren eten van gezonde dingen;
  • het leren genieten van eten.

Tijdens het lezen van dit eerste deel krijg je als ouder en passant een heleboel tips en wetenswaardigheden mee. Zo leer je bijvoorbeeld dat je kinderen niet tussen de maaltijden door mag voederen omdat ze zo niet leren herkennen wanneer ze honger hebben. Of wat je als ouder moet dan als jouw kind zich verslikt. De inhoud van dit eerste deel vat de auteur samen in vijf spelregels voor het ‘leren eten’, die tegelijkertijd vijf vuistregels zijn voor de ouders.

In het tweede deel overloopt Julie Verfaillie per leeftijd de verschillende (eet)reflexen en ontwikkelingen die kinderen in staat stellen om nieuwe eetvaardigheden te leren. De informatie uit dit hoofdstuk brengt ze op blz. 98 en 99 van dit boek samen in een tabel waarin ze per leeftijd aangeeft:

  • welke eetvaardigheden het kind bezit;
  • in welke mate het zelfstandig kan eten;
  • welke voedseltexturen het aankan.

In het derde en laatste deel gaat de auteur dieper in op een aantal mogelijke voedingsproblemen en hoe ouders daar het beste mee kunnen omgaan. Let wel: het gaat hier niet over eetstoornissen in de enge zin van het woord, wel over problemen zoals:

  • onvoldoende eten;
  • selectief eten;
  • geen brokjes willen eten;
  • niet zelfstandig eten.

Net zoals de andere boekjes in de reeks Help Kids van de uitgeverij is dit een zeer toegankelijk boekje voor ouders dat echter ook voor beroepsmensen nuttig kan zijn in die situaties waarin opvoedingsondersteuning nodig is.

afdrukken

18:42 Gepost door Lieven Coppens in Lannoo | Permalink | Email dit | Tags: eten, opvoeding, opvoedingsondersteuning, ouders | |

2010.10.10

Weet jij hoe jouw lichaam werkt?

Auteur: Ellen Sabin
Titel: Weet jij hoe jouw lichaam werkt? Zorgen voor de coolste machine die je ooit zult hebben
Uitgeverij: Pica
Plaats: Huizen
Jaar: 2009
Pagina's: 60
ISBN-13: 978-90-7767-140-5
Prijs: € 15,00

weet jij hoe jouw lichaam werkt - zorgen voor de coolste machine die je ooit zult hebbenVoor sommige lezers van deze boekenblog kan het vreemd overkomen dat ik hier dit boekje onder de aandacht breng. Aangezien gezondheidsbevordering een opdracht is van zowel CLB als school, vind ik echter dat het hier wel kan. Het is immers de bedoeling van dit boekje om kinderen hun lichaam te leren begrijpen. Het wil hen tegelijk aanzetten om er respectvol mee om te gaan. Net zoals de andere boeken van Ellen Sabin is het een boekje met concrete opdrachten die de inhoud tot leven brengen.

In het eerste hoofdstuk legt de auteur uit hoe haar boekje werkt. Concreet komt dit neer op een kort overzicht van de inhoud.

In het tweede en derde hoofdstuk leren de kinderen hun lichaam door en door – of zeg ik beter: van binnen en van buiten – kennen. Ze maken tekeningen, nemen een vingerafdruk van zichzelf, geven aan welke activiteiten (van muziek beluisteren tot schaatsen) zij met hun lichaam kunnen doen en worden zich onder andere daardoor bewust van de vele mogelijkheden die het hen biedt. Ze leren over de onderliggende systemen die het lichaam aan de slag houden, zoals het skelet, de spijsvertering, het zenuwstelsel, de bloedsomloop en dergelijke meer. De auteur legt de functie van elk van deze systemen haarfijn uit en voorziet ze telkens van enkele leuk weetjes. Enkele voorbeelden:

  • Je hebt 14 spieren nodig om te glimlachen en 43 om te fronsen…
  • Je gebruikt 72 verschillende spieren als je praat…
  • Vingernagels groeien sneller dan teennagels…
  • Je lichaam bevat 230 gewrichten…

In het vierde hoofdstuk denkt de auteur samen met de kinderen na over hoe zij een goede vriend voor hun lichaam kunnen zijn. Ze zoeken aan de hand van concrete opdrachten een antwoord op de volgende vragen:

  • Hoe kun je een goede vriend zijn van jouw hart?
  • Hoe kun je een goede vriend zijn van jouw botten?
  • Hoe kun je een goede vriend zijn van jouw immuunsysteem?
  • Hoe kun je luisteren naar jouw gevoelens?

In het vijfde hoofdstuk snijdt Ellen Sabin enkele thema’s aan zoals gezonde voeding, voldoende lichaamsbeweging en matigheid. Ook hier zijn de opdrachten zeer verhelderend. In het laatste hoofdstuk zet de auteur de kinderen er toe aan om iets te ondernemen om een gezonde levensstijl te promoten.

Een heel leuk en kindvriendelijk boekje!

afdrukken

10:10 Gepost door Lieven Coppens in Pica | Permalink | Email dit | Tags: gezondheid, gezondheidsbevordering, lichaam | |

2010.10.03

Het grote snoezelboek

Auteur: Joep Derie en Ronny Vanoosthuyse
Titel: Het grote snoezelboek - Een wondere wereld van zintuigen
Uitgeverij: Abimo/Schoolsupport
Plaats: Sint-Niklaas/Zuidhorn
Jaar: 2008
Pagina's: 206
ISBN-13: 978-90-5932-295-0
Prijs: € 24,50

Het woordenboek Van Dale omschrijft snoezelen als het zich bevinden in een ruimte met voorwerpen, beelden, kleuren, geuren en geluiden die de zintuigen aangenaam prikkelen. Het woord is een samen-trekking van de woorden snuffelen en doezelen. Gegroeid vanuit de werking met mensen met een ernstige mentale beperking, vond het snoezelen zijn weg naar andere doelgroepen. In Vlaanderen deed het ondermeer zijn intrede in het kleuteronderwijs. Hieronder zie je hoe de Vrije Kleuterschool ’t Kersenpitje uit het Oost-Vlaamse Waarschoot het snoezelen aanpakt.

het grote snoezelboek - een wondere wereld van zintuigenIn het Grote snoezelboek legden de auteurs vijftien jaar ervaring vast. Gegroeid vanuit de praktijk, laat het boek de inhoudelijke en filosofische achtergrond van het snoezelen niet liggen. Je kunt het dan ook beschouwen als het eerste Vlaamse naslagwerk over snoezelen in de kleuterschool. Scholen die ermee willen starten moeten het zeker lezen.

In het eerste hoofdstuk schetsen de auteurs de ontstaansgeschiedenis van het snoezelen en geven ze er een uitgebreide definitie van. Je leert dat het een begeleid en doelgericht gebeuren is waarbij zintuiglijke prikkels selectief in een sfeervolle omgeving worden aangeboden. Daarbij houdt men bewust rekening met de eigen aard van elk kind.

Het tweede hoofdstuk breekt een lans van de Joeron-methodiek. Dit stappenplan garandeert dat het snoezelen een begeleid en doelgericht gebeuren is voor de deelnemers. Het besteedt aandacht aan de voorbereiding en de uitvoering van het snoezelen. Belangrijk hier vind ik het onderdeel waar de drie voorwaardenscheppende elementen besproken worden, namelijk:

  • een begeleidster die er klaar voor is;
  • kinderen die er klaar voor zijn;
  • een ruimte die er klaar voor is.

Het derde en meest praktische hoofdstuk leert ons hoe je zelf goede snoezelvoorwerpen kunt maken. Centraal staan de specifieke eigenschappen waaronder:

  • het selectieve;
  • het verwonderende;
  • het contrasterende;
  • het variërende;

In dit hoofdstuk lees je verder hoe je stap voor stap tientallen snoezelvoorwerpen kunt maken.

Aangezien snoezelen een eigen ruimte vraagt, hebben de auteurs er het vierde hoofdstuk aan gewijd. Hierin bespreken ze de kernprincipes bij de inrichting van de snoezelruimte en haar basiselementen. Ze eindigen dit hoofdstuk met de voorstelling van enkele Vlaamse projecten.

In het vijfde hoofdstuk komt het verschil tussen snoezelen enerzijds en zintac en zintex anderzijds, aan bod. Deze twee laatste woorden staan voor zintuigen activeren (zintac) en zintuiglijk experimenteren (zintex). Hierbij staat het stimuleren van de zintuigen voorop, en niet zozeer het ervaren door en genieten van de zintuigen.

Het zesde en laatste hoofdstuk geeft een multimediaal overzicht van inspiratiebronnen.

Voor wie snoezelen wil leren kennen en meteen ook uitproberen is dit Het Boek.

afdrukken

21:30 Gepost door Lieven Coppens in Abimo, Schoolsupport | Permalink | Email dit | Tags: kleuters, methodiek, snoezelen, zintac, zintex, zintuigen | |

Alle berichten