2011.01.29

Gedist?

Auteur: Debby Dacier, Annemiek Fransen & Hans Puper
Titel: Gedist. Antwoord op grensoverschrijdend gedrag in het onderwijs
Website: CPS
Plaats: Amersfoort
Jaar: 2011
Pagina's: 80
ISBN-13: 978-90-6508-632-7
Prijs: € 26,50

gedist - antwoord op grensoverschrijdend gedrag in het onderwijsHoe ga je als leerkracht in de klas om met de jongerencultuur van jouw leerlingen? Hoe reageer je op hun soms grensoverschrijdend gedrag? Dit is ongetwijfeld een vraag die menig leerkracht uit het secundair of voortgezet onderwijs in Vlaanderen en Nederland zich al heeft gesteld. De drie auteurs van dit boek geven hierop een antwoord. Niet pasklaar, maar wel eerlijk en positief. En bruikbaar zowel in Vlaanderen als in Nederland. De vele concrete voorbeelden (die door iedere leerkracht zeker kunnen aangevuld worden), maken het boek daarenboven tot een belangrijk tijdsdocument. De vele reflectiemomenten die in het boek zijn opgenomen maken het verder tot een uniek ‘leer’-boek voor leerkrachten.

Eerst een woordje uitleg: het hiphopwoord dissen, dat nog niet in onze woordenboeken te vinden is, is ontleend aan het Engelse to dis(s). Deze verkorting van het Engelse to disrespect ontstond in de jaren tachtig. Het heeft de betekenis van afkraken, minachten, te kijk zetten.

In het eerste hoofdstuk breken de auteurs een lans voor een heldere rolverdeling tussen leerkracht en leerling. Ze noemen dit de rolvastheid van de leerkracht. De relatie tussen leraar en leerling is steeds een afhankelijkheidsrelatie met de leraar in de leidinggevende positie. Door duidelijke grenzen aan te geven, zorgt de leerkracht er, vanuit de gedragscode die bij zijn rol hoort, voor dat de leerlingen in alle veiligheid kunnen leren. Met andere woorden: een duidelijke rolverdeling is een voorwaarde voor goed onderwijs. Is de leerling gelijkwaardig aan de leerkracht, dan betekent dit nog niet dat hij zijn gelijke is. De leerkracht leidt, de leerling volgt. Juist die afhankelijkheidsrelatie biedt de veiligheid die de leerling nodig heeft om te groeien. Maar deze afhankelijkheidsrelatie houdt ook enkele risico’s in. De auteurs reiken hier oplossingen voor aan.

In het tweede hoofdstuk leert de lezer hoe de leerkracht zijn rolvastheid waarmaakt. Dit heeft alles te maken met het creëren van een goede sfeer, het maken en bewaken van goede afspraken, het adequaat reageren op ongewenst gedrag en het goed afsluiten van een les. Wie wil weten wat het fluitketeleffect is, moet dit hoofdstuk zeker lezen!

Het derde hoofdstuk laat de leerkracht nadenken over zijn professionaliteit. Hierbij benadrukken de auteurs dat hij een voorbeeldfunctie heeft en een lid is van een schoolteam. En een schoolteam is altijd meer dan de som van de delen. Maar of je dat in iedere school vindt? Nochtans zijn professionaliteit en schoolteam een onverbrekelijk duo. Klagen helpt niet, als leerkracht jouw verantwoordelijk opnemen wel. Verder gaan de auteurs in op het verschil tussen de school- en de straatcultuur. Deze straatcultuur wordt door een aantal leerlingen binnen de school gebracht. De auteurs zijn zeer formeel: dit is ieders probleem! Een stevig woordje uitleg over het fenomeen straatcultuur en de manier waarop je er als leerkracht mee om moet gaan, besluit dit hoofdstuk.

In hoofdstuk vier zijn de gevaren van de virtuele wereld (lees: sociale netwerken, cyberpesten, digitale agressie) aan de orde. De auteurs geven een keur aan praktische tips om je als leerkracht hiervoor te beschermen. Maar is daarom alles negatief? Neen! Ze tonen ook aan dat de virtuele wereld heel wat leerkansen biedt.

In het vijfde hoofdstuk staat de seksualiteit van de leerlingen centraal. Na een korte inleiding over jongeren en seksualiteit gaan de auteurs dieper in op de volgende thema’s:

  • Hoe kan je als leerkracht reageren op een liefdesverklaring van een leerling? Geintje, provocatie of intimidatie?
  • Wat te doen als een leerling verliefd is op een leerkracht? Verliefd op de docent.
  • Wat te doen als je als leerkracht verliefd bent op een leerling? Verliefd op een leerling.
  • Hoe omgaan met grensoverschrijdend seksueel gedrag van leerlingen? Hormonen in de klas.

Heel duidelijke voorbeelden en ad rem reflectievragen zorgen voor heel wat leerkansen voor de lezer.

Een boek dat gevoelig bijdraagt tot de professionaliteit van de leerkracht secundair en voortgezet onderwijs. Tevens een aanrader voor iedereen met een schoolondersteunende (begeleidings)opdracht.

De boeken van uitgeverij CPS worden in België verdeeld door uitgeverij Abimo.

afdrukken

22:48 Gepost door Lieven Coppens in CPS | Permalink | Tags: cyberpesten, digitale agressie, gedrag, grensoverschrijdend gedrag, leerkrachten, leerlingbegeleiding, loverboy, secundair onderwijs, seksualiteit | |

2011.01.23

Weet je wat ik heb? CVI

Auteur: Centrum Ganspoel
Titel: Weet je wat ik heb? CVI. Een doeboek voor kinderen en jongeren met visuele perceptiestoornissen
Uitgeverij: Acco
Plaats: Leuven/Den Haag
Jaar: 2010
Pagina's: 124
ISBN-13: 978-90-334-7943-4
Prijs: € 26,-

weet je wat ik heb - cvi - een doeboek voor kinderen en jongeren met visuele perceptiestoornissenCVI staat voor Cerebrale Visuele Inperking. Het is een stoornis waarbij de hersenen het moeilijk hebben om de informatie die hen vanuit de ogen bereikt snel en correct te verwerken. Een probleem in de visuele projectiebanen die het netvlies verbinden met de visuele hersenschors voorbij het chiasma opticum is een van de mogelijke oorzaken. Het chiasma opticum is een plaats in de frontaalkwab van de hersenen waar de zenuwvezels van het nasale netvlies van beide ogen kruisen. Op deze manier komt de informatie van de rechter gezichtshelft van elk oog terecht in eenzelfde visueel centrum, gelegen in de linker hersenhelft 'zie afbeelding onder deze alinea). De prikkels die door de linker gezichtshelften worden waargenomen, worden op hun beurt in het visuele centrum van de rechter hersenhelft verwerkt. Een andere mogelijke oorzaak is een probleem in de visuele hersenschors zelf.

chiasma opticum

CVI kan samengaan met slechtziendheid, maar dat is niet noodzakelijk. Het is vaak aangeboren, maar kan ook verworven zijn. Heb je CVI, dan kun je moeite hebben met:

  • visueel geheugen;
  • visuele aandacht;
  • lezen;
  • het herkennen van gezichten;
  • herkennen van vormen, voorwerpen, plaatjes en symbolen;
  • je te oriënteren in een voor jou bekende omgeving;
  • het overzien van een drukke situatie;
  • het terugvinden van jouw ouders of vrienden tussen andere mensen;
  • afstapjes en met traplopen;
  • om snel te reageren op naderend verkeer;
  • om een balspel te spelen of om bij tikkertje de tikker te herkennen;
  • om je (leer)boeken te overzien en terug te vinden waar je mee bezig was.

De mensen van het Centrum Ganspoel hebben een doeboekje samengesteld dat kinderen en jongeren met CVI uitleg geeft over wat hen overkomt en hoe ze daar kunnen mee omgaan. Ze gaan daarbij telkens uit van herkenbare ervaringen van kinderen met CVI. De concrete tips zijn niet alleen nuttig voor het kind of de jongere met CVI. Ook ouders en volwassenen die deze kinderen moeten begeleiden, hebben aan deze tips een stevig houvast.

Het uiteindelijk doel van het boekje is het maken van een individueel paspoort. Hierin schrijft het kind of de jongere wat er voor hem moeilijk is, wat anderen over zijn CVI moet weten en welke maatregelen hem echt helpen.

Je merkt dat dit doeboekje geschreven is door mensen die heel veel ervaring hebben met CVI. Nergens te theoretisch, krijg je als lezer toch een goed beeld over wat een Cerebrale Visuele Inperking inhoudt. Door samen met een begeleider met dit boekje op weg te gaan, krijgt het kind of de jongere zelf vat op zijn beperking. Dit komt zijn zelfstandigheid alleen maar ten goede. Door de sobere vormgeving is het doeboekje ook echt goed ‘leesbaar’ voor kinderen met CVI.

Een aanrader!

afdrukken

21:00 Gepost door Lieven Coppens in Acco | Permalink | Tags: cerebraal visuele inperking, cvi, psycho-educatie, visueel probleem, visuele beperking, visuele inperking, visuele stoornis | |

2011.01.16

Een zoen voor Zeno

Auteur: Inne Van den Bossche
Titel: Een zoen voor Zeno
Uitgeverij: Abimo
Plaats: Sint-Niklaas
Jaar: 2005
Pagina's: 28
ISBN-13: 978-90-59322-41-7
Prijs: € 11,95

een zoen voor zenoHoe vertel je aan een kind wat het betekent om dyslexie te hebben? De toen piepjonge auteur Inne Van den Bossche gaf hierop in 2005 een prachtig antwoord. Ze schreef het boekje Een zoen voor Zeno. Het werd meteen een boekje met een inhoudelijke meerwaarde. Omdat ze zich voor het schrijven van dit boekje informeerde bij de juiste personen. Het feit dat niemand minder dan Martine Ceyssens (Ik schreif faut) het voorwoord wou schrijven, is een kwaliteitslabel op zich.

De auteur slaagt erin om het fenomeen dyslexie zeer begrijpelijk en op een positieve manier uit te leggen. Hiervoor gebruikt ze een goed uitgebalanceerde mix van eenvoudige tekst en duidelijke tekeningen. Met weinig woorden geeft ze de essentie van het fenomeen dyslexie weer. En verduidelijkt ze het traject van diagnose tot behandeling.

Wat ik vooral waardeer is dat het boekje gaat over een kind met dyslexie en niet over een dyslectisch kind. Dit is geen flauwe woordspeling. Door haar manier van schrijven verengt de auteur het kind niet tot zijn leerstoornis, maar geeft ze het de kans om iemand te zijn met nog veel andere kwaliteiten en talenten.

We kunnen dan ook de slotzin uit het voorwoord van Martine Ceyssens alleen maar herhalen:

Dit vertelboekje is een echte aanrader voor leerkrachten, hulpverleners en ouders die te maken krijgen met dyslexie.

Inne Van den Bossche heeft een zoen van haar geesteskind Zeno en alle andere kinderen met dyslexie dubbel en dik verdiend!

afdrukken

22:43 Gepost door Lieven Coppens in Abimo | Permalink | Tags: dyslexie, leesprobleem, lezen, psycho-educatie, spelling, spellingprobleem, taal | |