2011.02.26
Meervoudige Intelligentie
| Auteur: | Spencer Kagan & Miguel Kagan |
| Titel: | Meervoudige Intelligentie - Het complete MI boek |
| Uitgeverij: | Bazalt |
| Plaats: | Vlissingen |
| Jaar: | 2009 (vierde druk) |
| Pagina's: | 762 (3 delen in cassette) |
| ISBN-13: | 978-90-74233-05-7 |
| Prijs: | € 92,- |
Je kunt niets zeggen over de Vlaamse Primitieven als je het Lam Gods van de gebroeders Van Eyck niet tot in de kleinste details bestudeerd hebt. Je kunt evenmin iets zeggen over het toepassen in het onderwijs van Gardners theorie van de meervoudige intelligentie als je dit boek van Spencer en Miguel Kagan niet grondig las. Net zoals een middeleeuwse polyptiek belicht het alle mogelijkheden tot in de kleinste details. Een dergelijk standaardwerk beschrijven op één A-viertje is geen sinecure. We doen een poging.
In het eerste deel introduceren de auteurs de theorie van de meervoudige intelligenties. Ze doen de inbreng van Spencer Kagan over de toepasbaarheid van deze theorie in het onderwijs uit de doeken. De visies matchen, stretchen en vieren worden geïntroduceerd en krijgen hun inhoudelijke vulling.
Het begrip intelligentie wordt kritisch bekeken en krijgt een andere dan de traditionele betekenis. Verder worden de acht soorten intelligentie volgens Gardner scherp afgebakend terwijl hun onderlinge afhankelijkheid toch sterk benadrukt wordt. Daarnaast gaan de auteurs op zoek naar andere soorten intelligenties. De beschrijving van hun zoektocht is op zijn minst verhelderend. Alleen maar als bewijs dat er wel degelijk een aantal criteria gelden waaraan moet voldaan worden. Het eerste deel eindigt met het intussen genoegzaam bekende adagium: We vragen ons intussen niet langer af of een leerling knap is, maar hoe die leerling knap is. Het antwoord blijkt te zijn dat iedere leerling knap is op vele manieren.
Het tweede deel zal ongetwijfeld de leerkrachten het meeste aanspreken. Hierin beschrijven de auteurs enerzijds de didactische structuren die tegemoet komen aan de acht verschillende intelligenties. Dit zijn structuren die elke les tot een motiverende en betekenisvolle MI les maken. Ongetwijfeld zal dit onderdeel voor veel leerkrachten op bepaalde punten zowel confronterend als verrijkend zijn. Confronterend omdat iedere leerkracht ook vanuit zijn unieke combinatie van intelligenties les geeft, verrijkend omdat hij zich meer bewust zal zijn van de voor- en nadelen van het eigen didactische handelen. Naast het beschrijven van deze 160 didactische structuren bieden de auteurs in dit deel 125 volledig uitgewerkte activiteiten aan die in de klas kunnen gebruikt worden. In een handige bijlage staat bovendien per didactische structuur aangegeven welke intelligenties er aangesproken worden.
Het derde deel speelt zeer sterk in op de actualiteit van de opdracht van de (Vlaamse) scholen om hun beleidsvoerend vermogen te versterken. Elke school moet flexibel inspelen op allerlei maatschappelijke verwachtingen en uitdagingen. Tegelijk moet ze volop investeren in gelijke onderwijskansen, zorg voor leerlingen met leerstoornissen … In die omgeving kwaliteit garanderen, vraagt dat een school selectief omgaat met prikkels uit de omgeving. Keuzes maken en een eigen pedagogische identiteit ontwikkelen, is een noodzaak. Ik ben er van overtuigd dat na het lezen van dit derde deel veel schooldirecties de nodige inspiratie zullen hebben om deze opdracht constructief aan te vatten. De hoofdstukken rond de MI klas en de MI school lenen zich daar bij uitstek toe.
Dit derde deel gaat verder in op een aantal belangrijke vragen. Onder andere of MI moet getest worden in functie van gedifferentieerd onderwijs en op welke manier dit kan gebeuren. En hoe je de resultaten van deze tests en observaties moet duiden. De visie van de auteurs op differentiatie zal alvast menig leerkracht danig verrassen. Heel verfrissend is trouwens het hoofdstuk over authentiek beoordelen. In een tijd dat veel scholen op zoek zijn naar alternatieve vormen van rapportage kan dit zeer inspirerend werken.
De theorie van de meervoudige intelligentie ligt vanuit verschillende hoeken onder vuur. Dat beseffen de auteurs ook. De laatste hoofdstukken van dit derde deel zijn dan ook gewijd aan de evaluatie van deze theorie. Deze hoofdstukken moet je beslist eerst lezen alvorens uitspraken te doen over dit standaardwerk!
Nu het inclusief onderwijs door de Convention on the Rights of Persons with Disabilities (2006) van de Verenigde Naties duidelijk als een recht beschouwd wordt (lees artikel 24), en deze conventie door alle landen van de Europese Unie in december 2010 geratificeerd werd, kan het effect hiervan op het Vlaamse leerzorgkader niet uitblijven. In deze context kan het voorliggende boek van Spencer en Miguel Kagan voor veel scholen een hulp zijn om een nieuw en inclusief kader uit te tekenen.
De educatieve uitgaven van Bazalt worden in België verdeeld door uitgeverij Abimo.
14:43 Gepost door Lieven Coppens in Bazalt | Permalink | Email dit
| Tags: intelligentie, meervoudige intelligentie, mi |
|
2011.02.19
Als kleuters leren tellen...
| Auteur: | Anneke Noteboom & Joost Klep |
| Titel: | Als kleuters leren tellen - Peilen en stimuleren van getalbegrip bij jonge kinderen |
| Website: | CPS |
| Plaats: | Amersfoort |
| Jaar: | 2010 |
| Pagina's: | 98 |
| ISBN-13: | 978-90-6508-627-3 |
| Prijs: | € 45,00 |
Wie algemeen de discussie rond schoolrijpheid en de voorbereidende rekenvaardigheden in het bijzonder volgt, weet dat het getalbegrip en het tellen voor Hans van Luit gelden als twee heel belangrijke rekenvoorwaarden. De vaardigheden die Piaget beschreef zouden zich tegelijk met het tellen ontwikkelen zonder er een voorwaarde voor te zijn (van Luit) en meer te maken hebben met de ontwikkeling van het logisch denken dan met het ontwikkelen van het rekenen (Verschaffel). Voor Annemie Desoete is het dan weer zeer belangrijk dat kinderen aan het einde van de derde kleuterklas in staat zijn om kleine hoeveelheden (tot 4) te herkennen zonder te tellen (= subitizing). Alleen laten deze vaardigheden zich in de kleuterschool niet gemakkelijk op de klassieke manier testen. De Nederlandse Stichting leerplanontwik-keling speelde hier in 2005 als het ware visionair op in met haar map Als kleuters leren tellen. Met deze map kun je als leerkracht op een speelse manier, dus zonder een klassieke toets, nagaan in welke mate de kleuter het getalbegrip en het tellen al verworven heeft. De in de map opgenomen spelletjes zijn immers de aanleiding om te komen tot een diagnostisch gesprekje. Het is de verdienste van het Nederlandse CPS deze map opnieuw uit te brengen.
Na een korte inleiding (geniet van de vergelijking tussen autorijden en getalbegrip) waarin de auteurs een duidelijk onderscheid maken tussen het beheersen van rekenvaardigheden en rekencompetent zijn, leer je in het tweede hoofdstuk hoe het tellen en het getalbegrip ontwikkelt bij jonge kinderen. Je krijgt als lezer meteen mee wanneer de ontwikkeling goed verloopt en wanneer je er best op ingrijpt. De volgende aspecten komen aan bod:
- resultatief tellen;
- verkort tellen;
- denken over getallen;
- vergelijken en ordenen;
- telgetal en getalsymbool.
In het derde hoofdstukken leggen de auteurs heel concreet uit hoe je aan de hand van de in de map opgenomen spelletjes kunt peilen naar het tellen en het getalbegrip. Ze gaan in op het waarom van het peilen met spelletjes en geven de lezer zicht op de inhoud ervan en de onderliggende hiërarchie. Verder doen ze de volledige methodiek uit de doeken. In het vierde hoofdstuk leer je dan wat je kunt doen om kleuters op basis van de bevindingen uit de peilingactiviteiten extra te stimuleren.
Tot slot vind je in het vijfde hoofdstuk de uitgewerkte peilingactiviteiten. De benodigde materialen zijn in de bijlagen opgenomen. Na wat knutselwerk kun je al vrij snel aan de slag.
Voor mij is deze map voor het rekenonderwijs wat de map Fonemisch bewustzijn van het CPS is voor het taalonderwijs.
De boeken van uitgeverij CPS worden in België verdeeld door uitgeverij Abimo.
15:11 Gepost door Lieven Coppens in CPS | Permalink | Email dit
| Tags: diagnostiek, diagnostisch gesprek, gecijferdheid, getalbegrip, kleuteronderwijs, kleuters, methodiek, rekenen, schoolrijpheid, tellen |
|
2011.02.12
Faalangst op school
| Auteur: | Ard Nieuwenbroek, Jan Ruigrok & Jos de Vries |
| Titel: | Faalangst op school |
| Uitgeverij: | KPC Groep/Educatieve Partners Nederland |
| Plaats: | 's-Hertogenbosch/Houten |
| Jaar: | 2008 |
| Pagina's: | 96 |
| ISBN-13: | 978-90-402-0054-0 |
| Prijs: | € 29,25 |
Alles wat je altijd al wilde weten over faalangst. Dit zou een geschikte ondertitel geweest zijn voor dit boek van Ard Nieuwenbroek, Jan Ruigrok en Jos de Vries. Na het lezen van dit boek heeft ook de absolute leek een duidelijke kijk op het fenomeen faalangst. En dat is precies wat de auteurs met dit Basisboek beogen. Verwacht dus geen complexe wetenschappelijke verhandeling. Neen. Als lezer krijg je meteen boter bij de vis. Er is geen inleiding, geen voorwoord, geen uitleiding of uitgesponnen nawoord. Enkel zeven hoofdstukken doelgerichte en praktische informatie maken de dienst uit. Een absolute aanrader voor wie zich op korte termijn wil vertrouwd maken met het fenomeen faalangst.
Wat is faalangst? Het eerste hoofdstuk geeft een duidelijk antwoord op deze vraag. Je leert drie essentiële kenmerken en de verschillende soorten faalangst (cognitieve, sociale en motorische faalangst) en de mogelijke mengvormen kennen.
Het tweede hoofdstuk gaat dieper in op één van deze kenmerken, namelijk dat faalangst een vorm van angst is. Een zeer belangrijke boodschap die de auteurs meegeven is dat positieve faalangst niet bestaat. Wel maken ze onderscheid tussen actieve en passieve faalangst. In dit hoofdstuk onderzoeken ze het verband tussen angst en faalangst om vandaar uit te komen op een vierde kenmerk van faalangst, namelijk dat het gaat over een vorm van angst als toestand. Een toestand die zich manifesteert in een breed gamma aan kenmerken. Kenmerken die allemaal hun oorsprong vinden in verschillende (gecombineerde) oorzaken.
In het derde hoofdstuk kijken de auteurs naar de invloeden van school, gezin en cultuur die mee verantwoordelijk kunnen zijn voor faalangst. Het belang van structuur en duidelijkheid op school, de loyaliteit van het kind naar de ouders toe en de waarden in de cultuur zetten de auteurs hier sterk in de verf. Vooral de paragrafen over de vijf onuitvoerbare opdrachten en de paradoxale opdrachten zijn hier zeer verduidelijkend.
In het vierde hoofdstuk onderzoeken de auteurs hoe een faalangstige leerling over zichzelf denkt en over anderen die voor hem belangrijk zijn. Dit is immers een belangrijke voorwaarde voor het behalen van succes. Ze gaan na waar deze leerling zijn motivatie vandaan haalt en hoe die motivatie hem beïnvloedt. Tot slot benaderen ze faalangst vanuit verschillende invalshoeken. Op die manier slagen ze er in om het portret te schetsen van zowel de succesgemotiveerde als de mislukkinggemotiveerde leerling.
Faalangst kun je maar aanpakken na een zorgvuldige diagnose. Hoe deze zorgvuldige diagnose eruit ziet, beschrijven de auteurs uitgebreid in het vijfde hoofdstuk. Hierbij is er zowel plaats voor observatie als voor tests. Heel belangrijk in dit hoofdstuk is de nadruk die gelegd wordt op een integrale aanpak. Faalangstbegeleiding is een taak voor het volledige schoolteam en niet voor enkele uitgelezen en gedelegeerde deskundigen.
De hoofdstukken zes en zeven zijn helemaal gewijd aan de aanpak van faalangst. Terwijl het zesde hoofdstuk heel diep ingaat op de individuele faalangstbegeleiding, staat hoofdstuk zeven in het teken van de aanpak van faalangst in de klas.
Een ver-rijkend boek!
2011.02.05
Leraars - Profiel van een beroepsgroep
| Auteur: | Mark Elchardus, Ellen Huyge, Dimokritos Kavadias, Jessy Sionger & Guido Vangoidsenhoven |
| Titel: | Leraars. Profiel van een beroepsgroep |
| Uitgeverij: | LannooCampus |
| Plaats: | Leuven |
| Jaar: | 2009 |
| Pagina's: | 192 |
| ISBN-13: | 978-90-209-8687-7 |
| Prijs: | € 19,95 |
Het kon een uitzending van Jambers zijn: Leerkrachten, Wie zijn ze? Wat doen ze? Wat drijft hen? Het werd een boek. Op basis van zestien onderzoeken en verschillende gesprekken vergeleken de auteurs de Vlaamse leerkrachten met andere beroepsgroepen. Dit vergelijkingswerk leverde een zeer toegankelijke kijk op deze beroepsgroep op. De auteurs gaan hierbij de knelpunten van het lerarenberoep niet uit de weg. Toch heeft het boek ook aandacht voor de positieve kanten. Daarenboven geven de auteurs aanzetten tot oplossingen voor de knelpunten die ze ontdekten. Leraars. Profiel van een beroepsgroep is een zeer verhelderend boek.
De volgende thema’s komen onder andere aan bod:
- De nood aan voldoende gekwalificeerde leerkrachten;
- De vervrouwelijking van het onderwijs;
- De verwachtingen van leerkrachten;
- De tevredenheid van leerkrachten;
- De manier waarop jonge leerkrachten in het onderwijs (moeten) starten;
- De effectieve werkduur van leerkrachten;
- Het loon van leerkrachten;
- De vlakke loopbaan van leerkrachten;
- De reden waarom leerkrachten vroegtijdig het onderwijs verlaten;
- De maatschappelijke betrokkenheid van leerkrachten;
- De betrokkenheid van leerkrachten bij de cultuur.
Het boek eindigt met een aantal kernachtige besluiten voor een vernieuwend onderwijsbeleid.
20:30 Gepost door Lieven Coppens in LannooCampus | Permalink | Email dit
| Tags: leerkrachten, onderwijsbeleid |
|










