2011.05.29

Ik kies voor mijn talent

Auteur: Luk Dewulf
Titel: Ik kies voor mijn talent
Uitgeverij: LannooCampus/Scriptum
Plaats: Leuven/Schiedam
Jaar: 2009
Pagina's: 127
ISBN-13: 978-90-774-3231-0
Prijs: € 24,95 

ik kies voor mijn talentIn het onderwijs kreeg men de afgelopen jaren heel uitgesproken aandacht voor talenten en talentontwikkeling bij kinderen. Daar heeft Howard Gardner, meer dan wie ook, met zijn theorie over de meervoudige intelligentie voor gezorgd. Dit boek van Luk Dewulf gaat daar – weliswaar vanuit een andere invalshoek – met dezelfde geestdrift op door. Op de achterflap lees je meteen het centrale thema:

Radicaal kiezen voor waar je goed in bent, is de weg naar zelfrealisatie en authenticiteit. Het lijkt paradoxaal, maar door te gaan voor waar je echt goed in bent en het ontplooien van je uniek talent ga je steeds waardevoller worden voor je omgeving. Doen waar je goed in bent, is bijna een levensverzekering en een garantie op blijvende goesting in werken en leren, ook op gevorderde leeftijd.

Ik kan dat alleen maar volmondig beamen. Omdat ik op een bepaald moment zelf deze keuze heb gemaakt. Met alle gevolgen van dien.

In het eerste hoofdstuk van dit boek houdt de auteur een pleidooi voor het duurzaam omgaan met de eigen energie als voorwaarde voor het steeds hernieuwen van de eigen mentale energie, ongeacht jouw leeftijd. Doen waar je goed in bent, is hier de leidraad. Helaas lijkt dit voor steeds minder mensen weggelegd. Doen waar je goed in bent zorgt voor een hogere betrokkenheid, betere werk- en/of studieresultaten, een groter welbevinden en een duurzame en permanente groei. Met een betere lichamelijke en psychische gezondheid tot gevolg. Luk Dewulf kan niet genoeg benadrukken dat het hier gaat om soms moeilijke, want niet voor de hand liggende keuzes. Doen waar je goed in bent, heeft soms te maken met het niet kiezen voor de veiligste weg.

Na het lezen van het tweede hoofdstuk ben je er zeker van overtuigd dat iedereen een talent heeft. Maar besef je ook dat niet iedereen iets met dat talent doet. Net zoals de klassieke intelligentie is een talent een aanwezig potentieel. Het hangt van jou af of je er iets mee doet. Dat bedoelt de auteur met zijn concept talent in actie. Bij ieder talent moet men een bepaald gedrag ontwikkelen. Dit gedrag rendeert het beste in de juiste context. Dit leidt tot de formule:

talent in actie = talent + gedrag + context

Hoe je dit talent vindt, het bijhorende gedrag ontwikkelt en de meest ideale context vindt, lees je verder in dit hoofdstuk. Sta zeker lang genoeg stil bij de zeer belangrijke functie van de hefboomvaardigheden en de rol van anderen.

Kiezen om te doen waar je goed in bent, is vaak een lastige en moeilijke keuze. Het vraagt zelfkennis en een behoorlijke dosis persoonlijke moed. Dat leert Luk Dewulf je in het derde hoofdstuk. Het is een vierledige keuze, aangezien je moet kiezen

  • voor een context die past bij jouw talent;
  • voor de juiste uitdagingen om jouw talent te ontwikkelen;
  • voor de juiste partners;
  • om authentiek te zijn.

In het vierde hoofdstuk bespreekt de auteur de handleidinghypothese. En de paradox die hierin vervat ligt. Elke samenvatting doet onrecht aan dit hoofdstuk. Lezen dus! Soms is het moeilijk om bij jezelf of bij anderen een talent te zien. Deze situatie leer je aanpakken in het vijfde hoofdstuk. Tot slot legt de auteur in het laatste hoofdstuk uit hoe men doen waar je goed in bent, kan vertalen naar opvoeding, onderwijs en tewerkstelling.

Een nuchter boek met een heel positieve boodschap.

afdrukken

18:38 Gepost door Lieven Coppens in LannooCampus | Permalink | Tags: talent, talentontwikkeling | |

2011.05.22

Toolkit Zorgoverleg

Auteur: Ine Spee, Ben Brinkman & Riet Fiddelaers-Jaspers
Titel: Toolkit Zorgoverleg
Uitgeverij: KPC Groep
Plaats: 's-Hertogenbosch
Jaar: 2005
Pagina's: 176 + Cd-rom
ISBN-13: n.v.t.
Prijs: € 30,- 

Toolkit Zorgoverleg - Instrumentarium voor de leerlingbegeleider/zorgcoördinatorHet begrip zorgoverleg is in Vlaanderen een vlag die vele ladingen dekt. Dit is niet echt verwonderlijk, aangezien het zorgoverleg ontstaan is vanuit de door de basis aangevoelde noden. Tegelijk zien we een tendens waarbij men ook binnen het onderwijs wil (moet) werken met een kwaliteitshandboek. Systematische processen zoals handelingsgericht samenwerken, handelingsgerichte diagnostiek, consultatieve leerlingbegeleiding… en uitgewerkte protocollen en procedures krijgen hun plaats in het onderwijs. De voorstellen uit de Integrale Jeugdhulp maken het er bovendien niet eenvoudiger op. Hierdoor laat zich meer en meer de noodzaak voelen om ook het zorgoverleg meer systematiek te geven. Enkel dan kunnen deze processen, protocollen en procedures op een kwaliteitsvolle manier verlopen.

De Toolkit Zorgoverleg van de Nederlandse KPC-groep kan hierin een ondersteunende rol spelen, mits men deze op een creatieve manier vertaalt naar de Vlaamse situatie. Hier te lande hebben we immers andere (overkoepelende) structuren. Deze die er zijn (zoals de lokale overlegplatforms), zijn niet altijd even sterk in alle regio’s verankerd. Wie echter de moeite doet om de begripsverklaringen uit de Toolkit Zorgoverleg grondig door te nemen, zal zeker veel gelijkenissen ontdekken tussen de Nederlandse en Vlaamse situatie. Oorspronkelijk geschreven naar het voortgezet (secundair) onderwijs toe, is veel ervan ook toe te passen binnen de context van het basisonderwijs. De Toolkit Zorgoverleg beoogt immers het bevorderen van de afstemming tussen de interne en externe leerlingbegeleiding.

Om deze afstemming te bevorderen, biedt de map heel wat concrete instrumenten. Deze vind je allemaal in het bestandformaat Microsoft Word op de bijhorende cd-rom. Je kunt ze dus naar wens aanpassen. Deze instrumenten hebben te maken met:

  • de te volgen diagnostische procedure;
  • samenwerkingsovereenkomsten tussen de interne en externe leerlingbegeleiding;
  • werkwijzen en methodieken;
  • vastgestelde procedures in verband met het respecteren van de privacy en het doorverwijzen;
  • de rol van de ouders;
  • de aanmelding in het zorgteam;
  • het bewaken van de afspraken.

Kortom, een zeer inspirerende map voor mensen die op beleidsniveau werken aan systematische zorg in het onderwijs.

afdrukken

18:39 Gepost door Lieven Coppens in KPC-groep | Permalink | Tags: leerlingbegeleiding, methodiek, zorg, zorgbeleid, zorgoverleg | |

2011.05.14

Een nieuwe beweging

Auteur: Johan Simons (Red.), Lieve Rutten, Valère Vanderheyden & Barbara Verscheure
Titel: Een nieuwe beweging. Psychomotorische therapie bij kinderen en jongeren.
Uitgeverij: Garant
Plaats: Antwerpen/Apeldoorn
Jaar: 2010
Pagina's: 80
ISBN-13: 978-90-441-2618-1
Prijs: € 13,00

een nieuwe beweging - psychomotorische therapie bij kinderen en jongerenVeel mensen vragen zich af wat psychomotoriek en bijgevolg het werkgebied van de psychomotorische therapeut inhoudt. Dit boekje geeft uitgebreid antwoord op beide vragen. Het bevat 36 bijdragen van psychomotorische therapeuten, zoals:

  • Marc Litière;
  • Valère ‘Schrijfsmurf’ Vanderheyden;
  • Wendy Peerlings.

Psychomotorische therapie is gericht op psychische, psychosociale en/of psychosomatische problemen. Ze richt zich bij de behandeling tot de gehele persoonlijkheid en wil de persoonlijkheid in harmonie brengen met zichzelf en de omgeving.

Zo staat het alvast te lezen op de achterflap van het boek.

Deze psychomotorische therapie heeft vele gezichten. Dat blijkt uit de 36 bijdragen in het boek. Sommige ervan zijn theoretisch, andere heel concreet en praktisch. Maar er is ook een ander onderscheid te maken: sommige bijdragen gaan meer algemeen over psychomotorische therapie bij kinderen en jongeren, andere over deze therapie bij een specifieke doelgroep. Tegelijk lees je tussen de regels door dat deze therapievorm voortdurend in beweging is. Ter verduidelijking: dit boek gaat onder andere over:

  • Agressieregulatie;
  • Anorexia Nervosa;
  • Feuerstein;
  • Kinderyoga in het kleuteronderwijs;
  • Motorisch onderzoek bij kinderen met een vermoeden van autisme;
  • Schrijfmotoriek;
  • Verstandelijke beperking;

Wie deze bijdragen overdenkt, beseft dat niet iedereen psychomotorische therapie kan (mag) geven. Je moet er wel degelijk voor opgeleid zijn. Een basisopleiding van kinesitherapie (en/of ergotherapie) is niet voldoende.

Wat het boekje nog waardevoller maakt, is het feit dat alle bijdragen aangevuld zijn met referenties, post- en e-mailadressen. Dit zorgt ervoor dat beroepsmensen die kinderen en jongeren willen verwijzen voor psychomotorische therapie er een handig naslagwerk aan hebben.

Een boekje dat ruime aandacht verdient.

afdrukken

21:33 Gepost door Lieven Coppens in Garant | Permalink | Tags: motoriek, motorische ontwikkeling, psychomotoriek, schrijfmotoriek | |

2011.05.08

Tienminutengesprekken

Auteur: Folkert de Jong
Titel: Tienminutengesprekken - Handleiding voor gebinnende leerkrachten in het basisonderwijs
Uitgeverij: Eduforce
Plaats: Leeuwarden
Jaar: 2010
Pagina's: 70
ISBN-13: -
Prijs: € 14,95

tienminutengesprekken - handleiding voor beginnende leerkrachten in het basisonderwijsHoe informeer je ouders in ongeveer tien minuten over de ontwikkeling van hun kind? Deze vraag die centraal staat in het boekje van Folkert de Jong is helemaal niet overbodig. Beginnende leerkrachten hebben hier vaak wat moeite mee. Deze zeer toegankelijk geschreven inleiding helpt hen op weg.

Na een kort voorwoord heeft de auteur het in het eerste hoofdstuk over de verschillende soorten contacten die ouders met de school van hun kind (kunnen) hebben. Het gaat dan over ouderparticipatie, het door de school geven van informatie aan de ouders en individuele contacten tussen ouders en leerkrachten. Het tienminutengesprek (in Vlaanderen kortweg ‘oudercontact’ genoemd) valt onder deze laatste categorie.

Het tweede hoofdstuk staat stil bij de doelen van het tienminutengesprek. Het vergelijkt de doelen van de school met de doelen van de ouders. De auteur lijst tegelijk de onderwerpen die in het gesprek aan bod kunnen komen, op. Hij maakt duidelijk dat ouders soms met andere verwachtingen naar het tienminutengesprek komen dan de leerkracht. Een (beginnende) leerkracht moet zich daar goed van bewust zijn. Enkel zo kan hij bepaalde reacties van de ouders begrijpen.

Nadat hij in het derde hoofdstuk de driehoeksrelatie leerling|ouders|leerkracht besprak, schetst Folkert de Jong de enorme verscheidenheid aan ouders die je als leerkracht op een oudercontact ontmoet. Deze verscheidenheid heeft onder meer te maken met het opleidingsniveau, het beroepsniveau, het inkomen, de levensbeschouwing, de opvoedingsoriëntatie, de levensfase en/of de culturele achtergrond van de ouders. Kortom, de auteur geeft aan dat een leerkracht op de avond van het oudercontact heel snel moet kunnen schakelen. Geen twee ouders zijn dezelfde.

Vanaf het vijfde hoofdstuk begint het tweede, meer praktische deel van het boek. In dit hoofdstuk komen geen gespreksvaardigheden aan bod maar staat de auteur stil bij een aantal praktische aspecten zoals de plaats waar het gesprek doorgaat, de positie van ouders en leerkracht ten opzichte van elkaar, de manier waarop men de ouders ontvangt en begroet en dergelijke meer.

In het zesde hoofdstuk bekijkt de auteur de mogelijke opbouw van een tienminutengesprek. En geeft hij tips voor een goede tijdsbewaking. Het gesprek heet niet voor niets een tienminutengesprek. Deze tips vult hij in het zevende hoofdstuk aan met een aantal aanbevelingen om als (beginnende) leerkracht de op het oudercontact opgedane indrukken een plaats te geven. Ook het belang van de aanwezigheid van de directie licht hij toe.

Het achtste hoofdstuk staat helemaal in het teken van het slechtnieuwsgesprek. De auteur is formeel: slecht nieuws breng je niet op tien minuten. Daar moet je voldoende tijd voor nemen. De auteur legt uit op welke manier dit kan gebeuren

In het negende hoofdstuk presenteert Folkert de Jong de resultaten van een onderzoek dat hij deed naar tienminutengesprekken. De resultaten hiervan zijn ook voor Vlaamse leerkrachten relevant.

In het tiende en laatste hoofdstuk kun je in een aantal voorbeelden de uit het boek opgedane kennis concreet herkennen.

Dit is een zeer praktisch boekje dat iedere leerkracht, beginnend of niet, zeker zal smaken. Op voorwaarde dat hij het niet leest als een receptenboek voor een geslaagd tienminutengesprek. Wie echter bereid is tot zelfreflectie en dit boekje met een open geest leest, zal heel veel hebben aan de herkenbare en zeer praktische benadering van dit onderwerp.

afdrukken

18:01 Gepost door Lieven Coppens in Eduforce | Permalink | Tags: methodiek, oudercontact, ouderbetrokkenheid, ouderparticipatie, ouders, slechtnieuwsgesprek, tienminutengesprek | |