2012.05.06

Dol-fijn excellent

Auteur: Harry Kort & Greetje van Dijk
Titel: Dol-fijn excellent
Gids voor duurzame begeleiding van excellente leerlingen in het basisonderwijs uitgaande van het Surplusmodel
Uitgeverij: Mhr
Plaats: Gouda
Jaar: 2012
Pagina's: 100
ISBN-13: 9789081810500
Prijs: € 35,-

dol-fijn - gids voor duurzame begeleiding van excellente leerlingen in het basisonderwijs uitgaande van het surplus-modelMhr is een Nederlands adviesbureau voor onderwijs dat 25 jaar geleden startte met een proefproject rond begaafde leerlingen in het basisonderwijs. In tegenstelling tot veel andere projecten die even plots verdwijnen als ze opkomen, hebben de mensen achter dit project er voor gezorgd dat hun ervaringen en inzichten geborgd werden. Zo ontstond Surplus, het begaafdencentrum van Mhr. Binnen dit centrum deed en doet men zowel aan visie- als aan productontwikkeling. Klein maar fijn, Somplex, Somplextra en Sompact zijn verrijkingsprogramma’s die genoegzaam bekend zijn. Minder bekend maar zeker even interessant is de visiemap Begaafdheid in beweging.

Met Dol-fijn excellent hebben Harry Kort en Greetje van Dijk een jubileumboek geschreven dat het gedurende 25 jaar opgebouwde surplustraject alle eer aan doet. Het boekje is als de feestelijke sluitsteen die het gewelf van de middeleeuwse kathedralen voltooide: een herinnering aan wat er aan vooraf ging en een ijkpunt voor wat er na komt. Want dat Mhr-Surplus nog lang niet uitgezongen is, staat vast.

Het boekje bestaat uit drie delen. In het eerste deel schetsen de auteurs hoe de visie op hoogbegaafde leerlingen in de klas door de jaren heen evolueerde en hoe de weg voor het Surplus-model gaandeweg gebaand werd. Vertrekkende vanuit de stigmatiserende visie van de jaren 70, schetsen ze hoe men geleidelijk aan in de jaren 90 tot het inzicht kwam dat hoogintelligent dan toch niet hetzelfde was als hoogbegaafd. Dit inzicht was dan ook duidelijk terug te vinden in het Mhr-project Begaafden in de basisschool dat toeliet om vijf belangrijke kernideeën te onderscheiden die zouden dienst doen als pijlers voor het Surplus-model. Intussen bleef de tijd niet stil staan en werden er nieuwe inzichten toegevoegd aan de kennis over hoogbegaafdheid. Deze evolutie van de jaren 90 tot nu komt eveneens aan bod. De auteurs hebben onder andere aandacht voor het constructivisme, de meervoudige intelligentie van Gardner en het multifactorenmodel van Heller. Op basis hiervan komen ze tot een zevental overwegingen die een nieuwe opzet voor hun werkmodel rechtvaardigen.

In het tweede deel van het boek lees je hoe het oorspronkelijke werkmodel aangepast werd aan de nieuwe inzichten. Hierbij is er zorg voor gedragen dat de oorspronkelijke structuur behouden werd. Voor de auteurs was het hierbij duidelijk belangrijk dat het werkmodel praktisch en werkbaar bleef voor de leerkracht. Dit verklaart meteen waarom de nieuwe theoretische inzichten kernachtig in het eerste deel aan bod kwamen. De auteurs maakten de vertaalslag naar de praktijk die in deze theorieën vaak afwezig was.

Het derde deel beschrijft in de laatste hoofdstukken de vernieuwde aanpak die door de auteurs Dol-fijn excellent genoemd wordt. Als je daarin geïnteresseerd bent, moet je het boekje zelf lezen. Maar voor je zo ver bent, moet je zeker de voorafgaande hoofdstukken 8 en 9 lezen, waarin er onder andere aandacht is voor de aansluiting van het Dol-fijnmodel bij het handelingsgericht werken en waar de kansen en bedreigingen van verschillende werkmodellen voor hoogbegaafdheid, ook deze van het eigen huis, tegen over elkaar geplaatst worden.

Zeker te lezen door iedereen die zich verdiept in het thema hoogbegaafdheid.

afdrukken

14:25 Gepost door Lieven Coppens in OnderwijsAdvies | Permalink | Tags: cognitieve ontwikkeling, hoogbegaafd, intelligentie, ontwikkelingsvoorsprong | |

De commentaren zijn gesloten.