2012.11.02

Praten met kinderen op school

Auteur: Piet Vandebriel
Titel: Praten met kinderen ôp school
Uitgeverij: Acco
Plaats: Leuven/Den Haag
Jaar: 2011
Pagina's: 168
ISBN-13: 9789033486555
Prijs: € 20,50

praten met kinderen op schoolHet is nog niet zo lang geleden dat er op school bijna uitsluitend over kinderen gepraat werd. De kinderen zelf werden bij deze gesprekken nagenoeg nooit betrokken. Onder invloed van het handelingsgericht samenwerken en de handelingsgerichte diagnostiek, maar ook onder invloed van de maatschappelijke evolutie die aan kinderen een grotere handelingsbekwaamheid toekent (denk maar aan de term ‘bekwame minderjarige’), is daar het afgelopen decennium in versneld tempo verandering in gekomen. Zowel in leer- als in onderzoekssituaties, maar ook daarbuiten, moet de leerling actief beluisterd worden door de volwassene. Zo wordt tegenwoordig het ‘kindcontact’ in het verlengde van het ‘oudercontact’ geleidelijk aan meer ingevoerd in het onderwijs. Dat praten met kinderen loopt echter niet altijd even gemakkelijk: het moet aangeleerd worden. Dit boek van Piet Vandebriel kan daarbij een zeer goede gids zijn. Omdat praten met kinderen nu eenmaal niet op dezelfde manier gebeurt als met volwassenen.

In dit boek zijn de hoofdstukken gegroepeerd in twee grote thema’s. In het eerste deel legt de auteur in een zeer bevattelijke tekst, doorspekt met tal van zeer concrete en herkenbare voorbeelden uit waarin kinderen van volwasse-nen verschillen. Tegelijkertijd lijst hij op welke vaardigheden iemand nodig heeft om tot een goed gesprek te komen. Deze zijn gegroepeerd rond drie belangrijke factoren:

  • de mogelijkheid tot sociale perspectiefneming;
  • de denkontwikkeling;
  • hechting als noodzakelijke voorwaarde om met anderen tot verbinden te kunnen (en durven) komen.

Wie met een kind tot een (h)echt gesprek wil komen, zal met deze factoren moeten rekening houden en moeten inspelen op de mogelijkheden van dit kind.

In het tweede deel stelt de auteur dat volwassenen er vaak van uitgaan dat zij het referentiepunt zijn: wat zij aankunnen, kan het kind ook aan. Niets is minder waar. Volgens de auteur is het zo dat een kind vaker gedragsmatig dan talig zal communiceren. Kinderen kunnen met hun gedrag signalen uitsturen op vier niveaus:

  • het niveau van het concrete gedrag;
  • het niveau van de symbolen;
  • het niveau van de concreet uitgesproken taal;
  • het niveau van de lichaamshouding en de lichaamstaal.

Verder is het ook belangrijk te weten dat de fase waarin de denkontwikkeling van het kind zich bevindt, ook heel bepalend is voor de thema’s waarover er kan gesproken worden: hoe abstracter men over een onderwerp moet praten, hoe minder men dat van jongere kinderen kan verwachten. Zo zijn sociale en emotionele onderwerpen heel abstract. Ook de sociale ontwikkeling speelt hierbij een rol: net zoals de volwassene het kind moet ‘lezen’ moet het kind de volwassene ‘lezen’. Je moet je kunnen verplaatsen in de ander, kunnen aanvoelen welke informatie de ander aankan en die op de juiste manier kunnen brengen. Concreet komt het er op neer dat volwassenen moeten beseffen dat een kind nog volop in ontwikkeling is en erg verbonden is en blijft met zijn context en persoonlijke leefwereld. Dit alleen is echter niet voldoende Ze moeten ook beseffen dat het gesprek altijd moet verlopen binnen de grenzen die bepaald worden door het kind, de omstandigheden en de volwassene. Verder maakt de auteur veel ruimte vrij om een aantal concrete vragen over het spreken met kinderen te beantwoorden. Hij eindigt met een pleidooi voor de opvoeding als een noodzakelijke voorwaarde om tot een goed gesprek te komen.

Een aanrader voor leerkrachten en professionele leerlingbegeleiders.

afdrukken

23:02 Gepost door Lieven Coppens in Acco | Permalink | Tags: communicatie, kindgesprek, methodiek | |

De commentaren zijn gesloten.