2012.11.25

Ben ik getict?

Auteur: Cara Verdellen
Titel: Ben ik getict?
Over tics en tourettisme
Uitgeverij: Boom
Plaats: Amsterdam Meppel
Jaar: 2008
Pagina's: 102
ISBN-13: 9789053522783
Prijs: € 15,95

ben ik getict - over tics en tourettismeDit boekje, dat geschreven is vanuit de zelfhulpgedachte, is een goed naslagwerkje voor iedereen die met het syndroom van Gilles de la Tourette te maken krijgt en snel elementaire kennis over deze stoornis wil opdoen. Hoewel het niet echt in te schrijven is in de reeks van psycho-educatieve werken, kan het voor jongeren met het syndroom van Gilles de la Tourette toch deze meerwaarde hebben.

In dit boekje legt de auteur aan de hand van de verhalen van een zestal kinderen en jongeren uit wat het betekent om met tics door het leven te gaan. De boodschap die in dit hoofdstuk manifest aanwezig is, is deze van de normaliteit: mensen met Tourette zijn niet gek.

In het tweede hoofdstuk komt de informatie over tics en Tourette aan bod. De auteur schetst hier beknopt het beeld van deze problematiek. Niet alleen de kenmerken komen aan bod, maar ook dingen zoals de mogelijke gevolgen voor de persoon  als de genetische en neurologische aspecten krijgen hier een plaats.

Twee methodes om tics zelf onder controle te krijgen, vormen de inhoud van hoofdstuk drie. Deze methodes, die enkel bedoeld zijn voor eenvoudige of minder ernstige ticstoornissen, worden uitgebreid beschreven. Daarbij legt de auteur er heel duidelijk de nadruk op dat deze niet geschikt zijn voor ernstige stoornissen zoals Tourette. Voor deze ernstige ticstoornissen verwijst ze de lezer naar de professionele hulp.

Deze professionele of deskundige begeleiding wordt in zijn verschillende vormen in het vierde hoofdstuk besproken. Zowel de gedragstherapie als de behandeling met medicijnen komen aan bod. Beiden worden ook tegen elkaar afgewogen: hieruit blijkt dat de ene vorm de andere niet noodzakelijkerwijs uitsluit.

Het vijfde en laatste hoofdstuk leert de lezer hoe de omgeving het beste omgaat met iemand met een ticstoornis of het syndroom van Gilles de la Tourette.

Dit boekje heeft theorie en praktijk op een goede manier samengebracht. Daardoor is het een goed middel om te gebruiken als eerste kennismaking met ticstoornissen en het syndroom van Gilles de la Tourette.

afdrukken

21:03 Gepost door Lieven Coppens in Boom | Permalink | Tags: tics, ticstoornis, tourette | |

2012.11.18

Lezen leren, leuk

Auteur: Annemieke Bos, Hanneke Brinkhuis & Victorine Meuwissen
Titel: Lezen leren, leuk
Samen aan de slag met lezen
Uitgeverij: Garant
Plaats: Antwerpen/Apeldoorn
Jaar: 2012
Pagina's: 48
ISBN-13: 9789044129847
Prijs: € 21,00

leren lezen leuk - samen aan de slag met lezenLeerkrachten raden ouders vaak aan om iedere dag tien minuten met hun kind te lezen. Nog veel te vaak vergeten ze om uit te leggen wat ze daarbij van hen verwachten. Nochtans kan, mits goed voorbereid, dit samen lezen heel positieve resultaten hebben. De map Lezen leren, leuk gaat hier van uit. Meer nog, ze ziet de samenwerking tussen de leerkracht, de ouders en het kind als een belangrijke voorwaarde om als kind een goede lezer te worden. In deze visie worden ze ook ondersteund door Kees Vernooy, die trouwens het voorwoord op deze map schreef.

De map is bedoeld voor die ouders die hun kind effectief willen helpen bij de leesontwikkeling. Ze bevat zowel infor-matie, richtlijnen als tips. Het is de bedoeling dat de map meegroeit naarmate het kind het lezen in de loop van het basisonderwijs beter onder de knie krijgt. Deze map is onderdeel van een ruimer proces. Bij dit proces hoort onder andere een ouderavond en een train-de-trainer voor leerkrachten om ouders en scholen te ondersteunen. Zij worden getraind om collega-leerkrachten, teams en ouders te ondersteunen bij het werken met de map. Ze krijgen kennis van effectieve aanpakken op het gebied voor technisch en begrijpend leren lezen. Na het volgen van deze training kan men op school aan de slag met het organiseren van ouderbijeenkomsten voor groepjes ouders die hun kind willen helpen bij het (leren) lezen. Plezier tussen ouder en kind staat hierbij voorop.

In de map zitten alvast een aantal zeer interessante documenten. Een ervan is een gedrukte taakverdeling waarin er puntsgewijs opgesomd wordt wat de taken zijn van de leerkracht, de ouder en de leerling bij het leren lezen. Een ander leuk instrument uit de map is de test die je als ouder aan het einde van het leerjaar moet invullen over jouw kind en jezelf als leesbegeleider. De feedback hierop is altijd opbouwend, ook al komen ouders en/of kind niet altijd even goed uit de test tevoorschijn. Ook de beschrijving van drie aanpakken om als ouder jouw kind te helpen bij het leren lezen mag er zijn: elke manier wordt zeer helder uitgelegd. Daarnaast zitten er in de map nog enkele praktische instrumentjes voor ouders en kind.

Wie informatie wil over de train-de-trainer kan terecht bij annemieke@ouders.net of op de volgende internetpagina: http://www.ouders.net/trainingen-en-cursussen/leerkrachte....

afdrukken

23:06 Gepost door Lieven Coppens in Garant | Permalink | Tags: leesaanpak, leesbegeleiding, leesbevordering, leesinstructie, leesmotivatie, leesplezier, leesvormen, lezen, ouders, taal | |

2012.11.11

Meer zorg voor kleuters via spelbegeleiding

Auteur: Miet Fournier
Titel: Meer zorg voor kleuters
Via spelbegeleiding
Uitgeverij: LannooCampus
Plaats: Leuven
Jaar: 2012
Pagina's: 176
ISBN-13: 9789401400374
Prijs: € 19,99

meer zorg voor kleuters - via spelbegeleidingSpelen. Niets lijkt eenvoudiger. Toch is het niet voor ieder kind evident om uit zichzelf tot spelen te komen. Het wordt nog erger als je daar een weinig tot spel stimulerende prestatiemaatschappij aan toevoegt. Dit terwijl spel de grootste troef is van kinderen om tot leren te komen. De kleuterschool maakt daar gretig gebruik van: het spelend leren is daar één van de grootste krachten. Kinderen die niet uit zichzelf tot spelen komen, missen dus heel veel leerkansen. Ze missen immers het spel als middel tot leren. Voor Miet Fournier is het dan ook duidelijk: voor deze kinderen moet het leren spelen een doel worden. Rond deze gedachte is haar boek volledig opgebouwd.

In het eerste deel van het boek schetst de auteur haar visie op spel. Ze doet dat aan de hand van verschillende hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk schetst ze de theoretische kaders van waaruit ze vertrekt. Naast het al gekende handelingsgerichte werken komt daar ook het tweerichtingsverkeer van Pnina Kleins MISC-model bij. Dit model richt zich immers zowel op het kind als op de opvoeder. MISC kan in die zin zowel staan voor More Intelligent and Sensitive Children (Meer Intelligente en Gevoelige Kinderen) als voor Mediational Intervention for Sensitizing Caregivers (Mediërende Tussenkomst om Opvoeders te Sensibiliseren). Pnina Klein geeft expliciet aan dat dit geen programma of therapeutische interventie is. Het is een manier om met jonge kinderen om te gaan. Om de betekenis van het boek van Miet Fournier te begrijpen, raad ik dan ook iedereen aan om de volgende basistekst over het werk van Pnina Klein eerst door te nemen: http://www.cesmoo.be/docs/basistekst__misc_200905.pdf. In de volgende hoofdstukken van dit eerste deel ontwikkelt de auteur haar visie op spel en schetst ze de spelontwikkeling van het kind. Dit eerste deel sluit ze af met haar ideeën over het ontwikkelen van een spelvriendelijke omgeving.

In het tweede deel staat de spelbegeleiding centraal. Vanuit het handelingsgericht werken gaat men eerst op een systematische wijze op zoek naar de onderwijsbehoeften van het kind en de ondersteuningsbehoeften van de leer-kracht. Er worden doelen geformuleerd en een begeleidingsplan opgesteld. Dit begeleidingsplan wordt uitgevoerd en geëvalueerd. Dit alles legt Miet Fournier concreet uit in het eerste hoofdstuk van het tweede deel. Hoe je die extra spelbegeleiding realiseert en je er de ouders bij betrekt, is het onderwerp van de volgende hoofdstukken. Alles wordt heel duidelijk in het achtste hoofdstuk dat ingenomen wordt door een praktijkvoorbeeld. De laatste hoofdstukken van het boek zijn eerder aanvullend: ze gaan kort in op het spel als middel en andere vormen van spelbegeleiding. Het boek sluit af met een achttal bijlagen.

Meer zorg voor kleuters is een boek dat heel wat kleuterleidsters enorm zal inspireren.

afdrukken

16:38 Gepost door Lieven Coppens in LannooCampus | Permalink | Tags: kleuters, mediatie, ouders, peuters, spelbegeleiding, spelen, spelontwikkeling, zorg, zorgbeleid | |

Werkhouding bij kleuters

Auteur: Kaat Timmerman
Titel: Werkhouding bij kleuters
Toegepast in de klas en thuis
Uitgeverij: LannooCampus
Plaats: Leuven
Jaar: 2011
Pagina's: 136
ISBN-13: 9789020977240
Prijs: € 19,99

werkhouding bij kleuters - toegepast in de klas en thuisKaat Timmerman is voor velen al lang geen onbekende meer. Daar staan onder andere haar boeken over kinderen met aandachts- en werkhoudingsproblemen, ruimtelijk-visuele problemen en geheugen en inprentingsproblemen garant. Deze boeken hadden als doelgroep voornamelijk de kinderen uit de lagere school. Met dit boek richt Kaat Timmerman zich expliciet op de kleuters.

Haar uitgangspunt is dat, terwijl het kleuteronderwijs de kinderen schrijf-, kijk-, luister- en rekenoefeningen geeft ter voorbereiding van het lager onderwijs, het minstens even belangrijk is dat kleuters een intensieve voorbereiding krijgen op de werkhouding die het lager onderwijs van hen verwacht. Dit moet volgens haar systematisch gebeuren. Men mag er immers niet van uit gaan dat kleuters die werkhouding uit zichzelf verwerven. In dit boek beschrijft ze een methode die men daarvoor zowel thuis als in de klas kan gebruiken. Ze ziet deze ingebed in een leerlijn leren-leren.

In het eerste hoofdstuk definieert ze het begrip werkhouding en argumenteert ze dat men er bij jonge kinderen al aan moet werken omdat die werkhouding er nu eenmaal niet vanzelf komt. In het tweede hoofdstuk beschrijft ze haar methode die uit vijf verschillende blokken bestaat. In elk van deze blokken komen er één of meer vaardigheden aan bod. Schematisch ziet deze er als volgt uit:

Blok Inhoud Aan te leren vaardigheid
1 Algemene werkhouding en respect Ik zit stil
Ik zwijg
Ik steek mijn vinger op
2 Een nauwkeurige kijk- en luisterhouding Ik kijk goed
Ik luister goed
3 Verkennen en probleembesef Ik verken de opdracht
4 Systematisch en nauwkeurig werken ik werk systematisch: ik leg mijn materiaal klaar
ik werk systematisch: ik maak mijn werkplan
ik maak mijn taakje nauwkeurig af
Ik kijk mijn werk na
5 Geheugen en geheugenstrategie Ik papegaai
Ik oefen mijn geheugen

Hierna wordt elk blok uitgewerkt in een afzonderlijk hoofdstuk. Na een algemene duiding worden de vaardigheden aan de hand van een stappenplan aangebracht. Als visuele ondersteuning is er gekozen voor tekeningen van het – gloednieuwe – ijsbeertje Tom. Een en ander wordt verder verduidelijkt aan de hand van tips voor de ouders en/of concrete oefenvoorbeelden.

Het zal niemand, die het werk van Kaat Timmerman kent, verwonderen dat de beertjes van Meichenbaum nooit ver weg zijn. Persoonlijk vind ik het heel positief dat Kaat Timmerman in dit werk gekozen heeft voor het ijsbeertje Tom. Het is immers zo dat de beertjes van Meichenbaum door het veelvuldige en vaak oneigenlijke gebruik een leven zijn gaan leiden dat los staat van hun achtergrondtheorie en dat ver staat van hun oorspronkelijke bedoeling.

Een boek dat snel zijn weg naar het kleuteronderwijs mag vinden.

afdrukken

12:14 Gepost door Lieven Coppens in LannooCampus | Permalink | Tags: kleuters, methodiek, ouders, werkhouding, werkvaardigheden | |

2012.11.02

Executieve functies bij kinderen en adolescenten

Auteur: Peg Dawson & Richard Guare
Titel: Executieve functies bij kinderen en adolescenten
Een praktische gids voor diagnostiek en interventie
Uitgeverij: Hogrefe
Plaats: Amsterdam
Jaar: 2010
Pagina's: 240
ISBN-13: 9789079729197
Prijs: € 39,95

executieve functies bij kinderen en adolescenten - een praktische gids voor diagnostiek en interventieDe laatste jaren groeit de aandacht voor de executieve functies heel snel. Executieve functies zijn vaardigheden die ons helpen beslissen op welke activiteiten we onze aandacht richten en welke we kiezen om uit te voeren. Hierdoor kunnen we ons gedrag organiseren en onmiddellijke ‘bevrediging’ uitstellen ten voordele van doelen op lange termijn. Ze helpen ons om ons op één ding te concentreren en om door te zetten tot een taak volledig is afgewerkt. Kortom: de executieve functies helpen ons om ons gedrag te reguleren. Helaas lukt dat niet bij iedereen even goed. Dan is het een zaak om te weten te komen wat er fout loopt en hoe we dit kunnen aanpakken. Aangezien executieve functies beschouwd worden als hoogontwikkelde cognitieve functies, is noch het in kaart brengen van de werking ervan noch het versterken ervan een eenvoudige zaak. Juist hierover gaat dit boek.

In het eerste hoofdstuk brengen de auteurs deze functies in kaart. Elke functie krijgt zijn naam, wordt verduidelijkt en ondergebracht in één van de twee categorieën. De eerste categorie wordt bevolkt door de functies die ons helpen om doelen te kiezen en te realiseren of ons helpen om oplossingen voor problemen te bedenken: plannen, organiseren, tijdsbeheer, werkgeheugen en metacognitie. De executieve functies uit de tweede categorie helpen ons om ons gedrag zo (bij) te sturen en aan te passen dat we de gestelde doelen effectief bereiken: reactie-inhibitie, emotieregulatie, volgehouden aandacht, taakinitiatie, flexibiliteit, doelgericht doorzettingsvermogen. Al deze executieve functies zijn van bij de geboorte aanwezig, maar moeten nog ontwikkeld worden. Deze ontwikkeling luistert nauw met de neurologische ontwikkeling van de hersenen. Ze ontwikkelen daarenboven ook in een bepaalde volgorde. Het hoe en waarom hiervan wordt in dit eerste hoofdstuk duidelijk uitgelegd. Een zeer interessant schema voor het basis- en secundair onderwijs is dit van de ontwikkelingstaken waarvoor executieve functies nodig zijn. Dit kan in een vraagverhelderend gesprek een leidraad zijn om de ontwikkeling van deze functies in kaart te brengen.

Het tweede hoofdstuk gaat over dit laatste: hoe schat je de ontwikkeling van de executieve functies in. Volgens de auteurs kan dit voor een deel aan de hand van  formele beoordelingsinstrumenten die gekoppeld zijn aan een meer informeel beoordelingsproces. Ze bespreken dan ook een aantal bruikbare formele beoordelingsinstrumenten. Daarnaast beschrijven ze hoe een informeel beoordelingsproces er volgens hen uitziet. De tabellen uit dit hoofdstuk, deze met de criteria ten behoeve van de executieve functies en de beoordelingstabel, maken alles voor de professionele diagnosticus duidelijk, daar waar de tekst zelf zou falen.

In het derde hoofdstuk staat het doel van de beoordeling van de executieve functies centraal: de interventie. Hier wordt het voor het eerst duidelijk hoe handelingsgericht de voorgestelde procedure is. Deze procedure, of interventieplanning zoals men ze in het boek noemt, wordt hier duidelijk uitgetekend. Ook de maten en de meetprocedures om de effecten van een interventie te meten, worden omstandig toegelicht. Als kers op de taart leggen de auteurs uit hoe het Response to Intervention-model bij problemen met de executieve functies stapsgewijs wordt toegepast. Het vierde hoofdstuk sluit hier heel nauw op aan en beschrijft de strategieën die men kan volgen om de executieve functies te stimuleren. Het schema dat hier uitspringt, is het schema waar er per executieve functie wordt aangegeven welke vragen de leerkracht stellen om de ontwikkeling van de executieve functies te stimuleren.

In het vijfde hoofdstuk beschrijven de auteurs negentien leeractiviteiten die de kinderen expliciet uitnodigen om meer algemeen hun executieve functies aan te wenden. In het zesde hoofdstuk komen een aantal interventies aan bod voor heel specifieke executieve functies. Daarna volgt een hoofdstuk over het coachen van leerlingen met zwakke executieve functies.

Het achtste hoofdstuk steekt hier boven uit: het beschrijft interventies die binnen het kader van het response to intervention-model kunnen gebruikt worden op de executieve functies te stimuleren en te versterken. Als je verder nog wil weten hoe je de executieve functies van speciale populaties kunt stimuleren, dan kun je terecht in het voorlaatste hoofdstuk. Hier komen onder andere stoornissen zoals ADHD en ASS aan bod. Lees je graag wat je doet wanneer een leerling zich in een overgangsfase in de ontwikkeling van een of andere executieve functie bevindt, dan lees je best ook het tiende en laatste hoofdstuk.

Voor iedereen die een snelle en bruikbare introductie wil in de wereld van de executieve functies, is dit een ideaal boek dat hem er ongetwijfeld zal toe aanzetten om deze materie verder te verkennen.

afdrukken

23:16 Gepost door Lieven Coppens in Hogrefe | Permalink | Tags: diagnose, executieve functie, interventie, response to intervention, rti | |