2012.12.01

De sociale ontwikkeling van het schoolkind

Auteur: Jan van der Ploeg
Titel: De sociale ontwikkeling van het schoolkind
Uitgeverij: Bohn Stafleu van Loghum
Plaats: Houten
Jaar: 2011
Pagina's: 304
ISBN-13: 9789031383863
Prijs: € 23,16

de sociale ontwikkeling van het schoolkindDit boek van Jan van der Ploeg is meer dan zomaar een nieuw boek in de rij van ontwikkelingspsychologische werken. Het is een naslagwerk met een meerwaarde. Waarom? Omdat het voortdurend de praktische vertaling maakt van de aangeboden (nieuwe) inzichten naar de praktijk binnen de school en binnen de klas. Aangezien het ‘buikgevoel’ niet alles detecteert en je maar iets kunt zien als je het kent, ontkomen leerkrachten er niet langer aan om zich permanent bij te scholen. Daarvoor evolueert de wetenschap – ook de ontwikkelingspsychologie – te snel. Met een boek als dit is dat een fluitje van een cent.

De auteur heeft hier heel duidelijk over nagedacht. Zo bracht hij de verschillende hoofdstukken van zijn boek onder in de drie volgende delen:

  • Invloeden
  • Relaties – Het vermogen om sociale relaties aan te gaan
  • Gedrag – Het vermogen om zich sociaal te gedragen

In het eerste deel bespreekt de auteur eerst het sociale ontwikkelingstraject dat een kind moet doorlopen. Hij omschrijft dit als een ‘periode’ waarin kinderen zich de sociale vaardigheden eigen maken die er voor zorgen dat ze goed kunnen omgaan met de leeftijdsgenoten en dat ze zich kunnen houden aan afspraken. Dit gebeurt in dialoog met hun omgeving: er is een wederzijdse beïnvloeding tussen het kind, zijn gezin, de school, de vrije tijd en biologische factoren. Elke beïnvloedende factor krijgt in dit eerste deel zijn invulling. Door daarna alles te combineren komt de auteur tot een heel begrijpelijk en werkbaar model. Een model waar de twee volgende delen uit het boek meteen in gesitueerd worden: de kern van de sociale vaardigheden die het kind moeten aanleren wordt enerzijds bepaald door het vermogen om sociale relaties aan te gaan en anderzijds door het vermogen om zich sociaal te gedragen.

In het tweede deel van dit boek komt het vermogen om sociale relaties aan te gaan uitgebreid aan bod. De auteur beantwoordt hierin de vraag waarom kinderen voor elkaar kiezen. Dit doet hij door de drie belangrijkste modellen, het afstemmingsmodel, het kenmerkenmodel en het behoeftemodel voor te stellen en daarbij enkele besluiten te formuleren. Verder gaat hij dieper in op het ontstaan en het belang van vriendschappen om voor de rest van het tweede deel enkele specifieke, op school – maar ook daarbuiten – niet altijd even herkenbare types van kinderen de revue te laten passeren:

  • het populaire kind;
  • het hoogbegaafde kind;
  • het leidinggevende kind;
  • het afgewezen kind;
  • het eenzame kind;
  • het gepeste kind.

Hij beperkt zich daarbij niet tot een algemene beschrijving, maar gaat ook dieper in op de ‘problematiek’ en geeft daarbij ook essentiële tips voor ouders en leerkrachten.

Het (on)vermogen om zich sociaal te gedragen is het thema van het derde deel. Hierbij maakt de auteur een onderscheid tussen twee types:

  • kinderen met prosociaal gedrag;
  • kinderen met antisociaal gedrag.

Naast een beschrijving van beide soorten gedrag geeft de auteur de lezer een kijk op de essentie ervan en geeft hij wat meer uitleg over de mogelijke verschijningsvormen. Bij het antisociaal gedrag staat hij uitgebreid stil bij het verschijnsel agressie.

Tot slot van het derde deel formuleert hij nog heel wat adviezen voor ouders en leerkrachten.

Wat het boek extra interessant maakt voor ouders, leerkrachten en opvoeders is het feit dat de auteur zich ook uitspreekt over een aantal zeer actuele thema’s, zoals het internetgebruik van kinderen en jongeren, het spelen van agressieve (internet)spelen, pesten, hoogbegaafdheid en dergelijke meer.

naslagwerk met karakter afdrukken

De commentaren zijn gesloten.