2013.11.17

Woordenschatonderwijs, meer dan woorden leren

Auteur: Tessa de Width, Maartje Visser & Hans Puper
Titel: Woordenschatonderwijs, meer dan woorden leren
Uitgeverij: CPS
Plaats: Amersfoort
Jaar: 2013
Pagina's: 160
ISBN-13: 978-90-6508-654-9
Prijs: € 28,90

woordenschatonderwijs, meer dan woorden lerenMen is het er meer en meer over eens. Het onderwijs mag het aanleren van woordenschat niet langer stiefmoederlijk behandelen. De afgelopen jaren is men heel goed gaan beseffen dat de woordenschatkennis van een kind een belangrijke voorspellende factor is voor zijn of haar succes bij het leren technisch en begrijpend lezen. Het aanbrengen van nieuwe woorden mag dan ook niet langer occasioneel gebeuren. Een structureel verankerde systematiek is hier geboden. Waarom? Omdat er zo veel van afhangt. Leerlingen met een uitgebreide en gedifferentieerde woordenschat communiceren beter en verwerven gemakkelijker nieuwe kennis. Vandaag worden we trouwens allemaal voortdurend met (nieuwe) woorden geconfronteerd. Om in deze kennismaatschappij te blijven functioneren, moeten we ons deze woorden snel en op een goede manier eigen (kunnen) maken. Dit boek wil bij deze opdracht een gids zijn.

De boodschap van de auteurs is je al meteen na het lezen van het eerste hoofdstuk duidelijk: woordenschatonderwijs is zoveel meer dan het uit het hoofd leren van lijstjes van woorden met hun betekenis. Daarbij maakt het aan de limiet niet uit of het nu over Nederlandse woorden gaat of woorden van een vreemde taal. Goed woordenschatonderwijs steunt volgens hen op drie belangrijke pijlers:

  1. nieuwe woorden leren en gebruiken;

  2. strategieën leren om de betekenis van nieuwe woorden te ontdekken;

  3. opmerkzaam zijn voor nieuwe woorden en gemotiveerd zijn om de eigen woordenschat voortdurend uit te breiden.

Deze drie pijlers worden in het eerste hoofdstuk geïntroduceerd samen met de visie van de auteurs op effectief en opbrengstgericht woordenschatonderwijs. Het begrip opbrengstgericht heeft op zich zijn intrede nog niet gedaan in het Vlaamse onderwijs. Het houdt in dat men systematisch en doelgericht werkt aan het verbeteren van de leerprestaties van de leerlingen. In het tweede hoofdstuk leggen de auteurs uit op welke manier onze hersenen nieuwe woorden leren en onthouden. Ze geven gelijk aan welke gevolgen dit heeft voor de didactiek van het woordenschatonderwijs.

In de hoofdstukken drie tot en met vijf werken de auteurs telkens een van de pijlers van het woordenschatonderwijs uit. Aan de hand van talrijke tips, opdrachten en voorbeelden komt elke pijler op een niet mis te verstane manier tot leven. Wie dit boek met enige terughoudendheid begon te lezen omwille van de ‘theoretische’ titel, zal deze dan ook bij het lezen van deze hoofdstukken heel snel laten varen. Hoe je deze pijlers introduceert, is het onderwerp voor het zesde hoofdstuk.

Het zevende hoofdstuk verdient in deze bespreking een speciale vermelding onder de vorm van een afzonderlijke paragraaf. De auteurs geven immers een ferme aanzet voor de transfer van de drie woordenschatpijlers naar het moderne vreemde talenonderwijs. Hierdoor wordt het boek ook een referentiewerk voor het secundair onderwijs. Dit hoofdstuk zorgt er voor dat het een goed boek werd met een schitterende finale.

Rest me nog het uitgangspunt van dit boek in de verf te zetten: alle leerkrachten in basis- en secundair onderwijs moeten aandacht besteden aan woordenschat en samen zorgen voor een doorgaande lijn in het woordenschatonderwijs. Alleen al door deze uitspraak verdient dit boek het predicaat Naslagwerk met karakter.

naslagwerk met karakter.pngafdrukken

20:14 Gepost door Lieven Coppens in CPS | Permalink | Tags: taal, taalbegrip, taalontwikkeling, taalvaardigheid, taalverwerving, vreemde taal, vreemdetalenonderwijs, woordenschat | |

De commentaren zijn gesloten.