2016.02.14

Spraaktaal Kids

Auteur: Jet Isarin
Titel: Spraaktaal Kids
Mijn denk-, doe- en praatmap
Uitgeverij: Kentalis|Pica
Plaats: Sint-Michielsgestel|Huizen
Jaar: 2015
Pagina's: 3 ringmappen
ISBN-13: 978-94-91806-64-3
Prijs: € 135

spraaktaal kids - mijn denk-, doe- en praatmapToen Jet Isarin in 2014 met haar boek Spraaktaal, gids voor jongeren met een taalstoornis de Gehandicaptenzorgprijs van de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland won, besloot ze met deze prijs het programma Spraaktaal Kids uit te werken. Ook dit programma werd voor uitgave voorgelegd aan professionals en uitgetest bij kinderen. Aan deze uitgave, die uit drie ringmappen bestaat, geef ik met plezier het predicaat ‘meesterlijk’ mee. Waarom dit programma zo anders (en toch hetzelfde) is als dat van de jongeren? Ik laat Jet zelf aan het woord:

Spraaktaal Kids is heel anders dan Spraaktaal voor jongeren. Spraaktaal begon en eindigde met TOS; wat het is, hoe het voelt, welke gevolgen het kan hebben en hoe je ermee kunt omgaan. Dat is waar de jongeren behoefte aan hadden, dat is wat ze wilden. Geen poespas, maar recht op het doel af: informatie, psycho-educatie, herkenning en erkenning.

Kinderen van vier – of zes of tien – zitten niet te wachten op zo’n boek. Voordat je met de kinderen gaat praten over TOS, een stoornis die maakt dat kinderen moeite hebben met taal en communicatie, wil je met ze praten over wie ze zijn, wat ze kunnen, willen, voelen, vinden. Eerst wil je ze taal aanreiken voor het denken en praten over zichzelf, hun lijf, de kleine en wat grotere wereld waarin ze leven, over tijd, verandering, overeenkomsten en verschillen, talenten en verlangens. Eerst wil je de communicatie verbeteren doe door wederzijds onbegrip wordt belemmerd of is vastgelopen. Voordat een kind kan – en wil! – praten en denken over wat het heeft, moet het weten wie het is en wie er om hem of haar geven. Zelfkennis gaat noodzakelijk vooraf aan kennis over de beperking die je hebt, want zelfkennis is zoveel meer dan kennis over dat ene moeilijke stukje van jou. Zelfkennis gaat over wie je bent in jouw kleine en grotere wereld. Het is kennis die kinderen niet in hun eentje kunnen ontwikkelen. Ze hebben er de communicatie met anderen voor nodig.

Daarmee heb je zowel het doel als het opzet van het volledige programma gehad. Omdat er bij kinderen van de basisschool heel wat onderlinge verschillen zijn, is het programma opgesplitst naar drie leeftijdscategorieën:

  • tot 7 jaar;
  • 7 tot 10 jaar;
  • 10 tot 14 jaar;

Voor elke leeftijdscategorie komen dezelfde thema’s aan bod:

  • Ik (Denken en praten over wie het kind is betekent werken aan het vergoten van de zelfkennis en het zelfvertrouwen);
  • Mijn lijf (Denken en praten over het eigen lichaam betekent ook: praten over verandering, groei en grenzen);
  • Ik in mijn wereld (Denken en praten over de anderen die in het leven van het kind belangrijk zijn, geeft het kind zicht op de relaties die het heeft met anderen en op de verschillen tussen die relaties);
  • Mijn tijd (Denken en praten over tijd geeft het kind greep op de structuur van de dagen en de weken en creëert ruimte voor het nadenken over wat moet, wat mag en waarover er te onderhandelen valt);
  • Taal (Denken en praten over taal geeft inzicht in het moeilijke en makkelijke, leuke en minder leuke kanten van taal);
  • Spraaktaal (Denken en praten over spraak, taal en taalontwikkelingsstoornissen helpt kinderen en de volwassenen met wie zij leven zicht te krijgen op dat wat moeilijk is en dat wat kan helpen om ermee om te gaan. Kind en volwassene merken samen dat een communicatieprobleem altijd een gezamenlijk probleem is);
  • Als ik later groot ben (Denken en praten over de toekomst geeft taal aan dromen, wensen en verlangens en aan de weg van nu en straks. Op weg naar de toekomst is er groei, ontwikkeling en leren);
  • Ik in het kort (Samenvatting in beeld en met weinig woorden over wie het kind is).

In het kort komt het dus hierop neer: je kunt pas echt aan psycho-educatie doen als je het kind daar eerst de juiste taal voor aangeleerd hebt.

Ieder map bestaat dus uit dezelfde delen die de leerling samen met een volwassene (ouder, leerkracht, therapeut, …) doorwerkt. Aan de hand van voor de leeftijd van het kind aangepaste opdrachten en vragen worden er zowel inzichten als woordenschat bijgebracht. Tegelijkertijd wordt er gereflecteerd in functie van de belevingswereld van het kind. Dat doorheen de verschillende leeftijdscategorieën de inhoud van iedere module complexer wordt, zal niemand verwonderen. Belangrijk om weten blijft dat men, doordat men samen praat om tot een taal te komen, tegelijk ook werkt aan het sociaal-emotionele welzijn van het kind.

In de handleiding voor de volwassen begeleider staat heel duidelijk uitgeschreven hoe hij kan (moet) faciliteren en hoe hij zich kan (moet) oriënteren op de specifieke problematiek van het kind dat hij wil begeleiden.

In de marge van deze bespreking wil ik toch kwijt dat dit programma voor mij heeft aangetoond waarom de psycho-educatie bij andere problemen vaak mislukt: namelijk door het gebrek aan een gemeenschappelijke taal en het te eng focussen op de problematiek alleen.

Een pracht van een programma!

afdrukken

De commentaren zijn gesloten.