2018.03.24

Autisme is niet blauw smurfen wel

Auteur: Peter Vermeulen
Titel: Autisme is niet blauw smurfen wel
Politiek incorrecte verhalen over autisme
Uitgeverij: Pelckmans Pro
Plaats: Kalmthout
Jaar: 2017
Pagina's: 144
ISBN-13: 978-94-6337-059-2
Prijs: € 24,99

autisme is niet blauw smurfen wel - politiek incorrecte verhalen over autismeDit boek van Peter Vermeulen is een pamflet in de echte zin van het woord: een geschrift over een actueel onderwerp ter informatie van het publiek. Dit blijkt al meteen uit de tekst op de achterflap van het boek. Ik citeer er een stukje uit:

Peter Vermeulen hekelt de populaire tendensen in autisme, en gaat tegen de stroom in door kritische vraagtekens te plaatsen bij gangbare ideeën over autisme. Zo ergert hij zich blauw aan het blauw van Wereldautismedag, bekritiseert hij de inflatie van het begrip en vindt hij het welletjes geweest met het inzetten van autisme als verklaring en alibi voor elke scheet die een autist laat. Vermeulen doet evenwel meer dan het vertellen van een aantal politiek incorrecte verhalen. Hij biedt ook een oplossing: back to basics! Dat is: autisme reduceren tot wat het was en wat het ook ‘maar’ is: een etiket voor een brein dat niet werkt zoals de meeste. Van hieruit houdt hij een pleidooi voor neuroharmonie waarbij de term autisme niet meer maar ook niet minder aandacht krijgt dan nodig is.

Waar reageert Peter Vermeulen dan in dit boek op? De inhoudstafel van dit boek maakt het meteen voor iedereen duidelijk. Ik geef ze hier geannoteerd weer:

  • Autisme is niet blauw: waarom dan een blauwe Wereldautismedag? De enige reden waarom autisme blauw kleurt, is omwille van de Amerikaanse organisatie Autisme Speaks. Dit terwijl we spreken van een autismespectrumstoornis wat aangeeft dat autisme niet onder één enkel kleur te vatten is. Autisten zijn ook onderling zeer verschillend. Iedere veralgemening doet hen dan ook onrecht;
  • Liever autist dan Aspienaut: politiek correct taalgebruik over autisme. Eufemismen, de naam zegt het zelf, impliceren dat autisme iets negatiefs is. Tegelijkertijd zorgen die eufemismen er nog niet voor dat ook het beleid autismevriendelijk is;
  • Heimelijk hoopte ik op autisme…: de romantisering van een diagnose. Het werken met rolmodellen, het toekennen van speciale talenten aan autisten hebben het idee over autisten de afgelopen jaren sterk veranderd, of zoals Peter Vermeulen het stelt: geromantiseerd. Dit is niet altijd zo gunstig voor de autisten, omdat het bepaalde verwachtingen kan scheppen. Het is een feit dat autisten ook kwaliteiten hebben, maar die kwaliteiten hebben vaak niets te maken met hun autisme. Overgeneraliserend toekennen van die kwaliteiten aan alle autisten is dan ook meer dan één bocht te ver;
  • Rain Mannen en Rudy’s: typisch autisme wordt atypisch. Kort samengevat: was Rain Man 15 tot 20 jaar geleden nog een typisch voorbeeld van autisme, dan is hij nu door de inflatie van het begrip atypisch geworden. Terwijl wat vroeg atypisch genoemd werd, door diezelfde inflatie nu als typisch gezien wordt;
  • De autisme-epidemie: autisme lijdt aan inflatie. De stelling hierachter is dat niet iedereen met een probleem meteen ook een handicap of stoornis heeft. Of concreet vertaald: iemand die niet altijd even empathisch is, heeft daarom nog niet autisme;
  • Hoe ernstig is je autisme? Voor Peter Vermeulen is dit een overbodige vraag omdat de ernst van autisme niets te maken heeft met de levenskwaliteit van een autist. Volgens hem moet men ook hier weg uit het medisch model;
  • Neen, we zijn niet allemaal een beetje autistisch. Ik beken: ook ik bezondigde mij tot nu toe aan dergelijke uitspraken. Na het lezen van dit hoofdstuk zal ik me daar voor proberen hoeden. Je leest in het hoofdstuk wel waarom;
  • Autisme is geen sociale stoornis. Laat me mezelf hier beperken tot een geaccentueerde uitspraak in dit hoofdstuk: Is onze aanpak van autisme niet in de eerste plaats gericht op het verminderen van de last die wij hebben van autisme? Een absolute doordenker;
  • Kunnen vrouwen voetbal begrijpen? En verdragen autisten applaus? Hier steekt de auteur – vergeef me de uitdrukking – de draak met de overgeneraliseren van de hypersensitiviteit van autisten en de daarvan afgeleide maatregelen.
  • Autisme maakt mooi en meedogenloos. Deze stelling pareert Peter Vermeulen kortweg met de vraag of autisten ook nog eens gewoon zenuwachtig, of bang, of slechtgehumeurd, of pisnijdig, of gewoon boos mogen zijn;
  • Therapeutische kippen leggen geen windeieren. Hier hekelt de auteur de commercialisering van de zogenaamde autismebehandelingen of -trainingen;
  • Een snuifje knuffelhormoon maakt autisme sociaal. Gewoon lezen: minstens een glimlach verzekerd. En je hebt zeker iets bijgeleerd;
  • Je kunt autisme ook goed begrijpen als je het zelf niet hebt. Of zoals Peter Vermeulen het zelf zegt: het argument dat je autisme pas echt kunt begrijpen als je het zelf hebt, is te zwart-wit gesteld. Dit zou impliceren dat de ervaringswereld van mensen met en zonder autisme totaal verschillend is. Maar dat is niet zo.

In zijn nawoord levert de auteur een oplossing aan: een klein autisme binnen neuroharmonie. Wat hij daarmee bedoelt, lees je beter in het boek zelf. Elke samenvatting doet immers onrecht aan zijn boodschap.

Dit boek leest als een trein. Peter Vermeulen heeft er duidelijk zijn hart in gelegd. Gemoedelijk en humoristisch, maar ook streng en soms op het randje van het sarcasme, brengt hij zijn boodschap. Een boek dat veel andere boeken over autisme ver achter zich laat. Een aanrader!

afdrukken

16:53 Gepost door Lieven Coppens in Pelckmans Pro | Permalink | Tags: asperger, ass, autisme, autismespectrum, pdd-nos | |

2018.03.18

De leraar als manager van een krachtige leeromgeving

Auteur: Luc Dekeyser
Titel: De leraar als manager van een krachtige leeromgeving
Uitgeverij: Gompel&Svacina
Plaats: Oud-Turnhout|'s Hertogenbosch
Jaar: 2018
Pagina's: 272
ISBN-13: 978-94-6371-010-7
Prijs: € 32,00

de leraar als manager van een krachtige leeromgevingDit eerste boek van de nieuwe uitgeverij Gompel&Svacina sprak me bij het lezen van de tekst op de achterflap al meteen aan. Omdat we met de komst van het M-decreet in Vlaanderen en het Passend Onderwijs in Nederland onvermijdelijk, en nog meer dan vroeger, te maken krijgen met klassen met daarin een grote diversiteit van leerlingen. Aangezien elke leerling uit deze klassen het recht heeft om zich maximaal te ontwikkelen, zullen deze klassen krachtige leeromgevingen moeten zijn. De kwaliteit van het leren wordt niet enkel bepaald door de didactische factoren maar ook door organi-satorische factoren.

Het boek bestaat uit zes hoofdstukken. De hoofdstukken één en vijf omvatten de theoretische achtergronden waarop het zesde ‘doe-hoofdstuk’ gebaseerd is. Wie wil te weten komen vanuit welke visie dit boek geschreven is, kan daarvoor terecht in hoofdstuk 0.

In het eerste en heel korte hoofdstuk doet de auteur de leertheorie van Kolb kort en krachtig uit te doeken. Heel duidelijk voor wie de theorie nog niet kent, een leuke opfrisser voor wie er wel al mee vertrouwd is. In het tweede hoofdstuk staat het klasmanagement centraal. Het gaat hier niet alleen over het omgaan met de diversiteit van de klas en de noodzaak aan een raamwerk, maar ook over klasmanagement als onderdeel van het functieprofiel van de leer-kracht. Hier verwijst de auteur naar de basiscompetenties van de leerkracht zoals die in september 1998 (bijna 20 jaar geleden!) werden vastgelegd in een besluit van de Vlaamse regering. Het gaat hier dan over:

  • De leerkracht als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen;
  • De leerkracht als opvoeder;
  • De leerkracht als inhoudelijk expert;
  • De leerkracht als organisator, als manager van de klas;
  • De leerkracht als innovator, de leerkracht als onderzoeker;
  • De leerkracht als partner van ouders/verzorgers;
  • De leerkracht als lid van het schoolteam;
  • De leerkracht als partner van externen;
  • De leerkracht als lid van de onderwijsgemeenschap;
  • De leerkracht als cultuurparticipant.

Het derde hoofdstuk gaat over de (basis)principes van een goede communicatie in de klas. De auteur stelt terecht dat dit een basishouding moet zijn voor iedere leerkracht en benadrukt dat het hier over veel meer gaat dan verbaliteit. Hij onderscheidt:

  • basisprincipes (interactie en informatieoverdracht);
  • doelgerichte communicatie;
  • niet-verbale communicatie;
  • assertiviteit;
  • feedback;
  • communicatie in de klasgroep;
  • praten met ouders.

In het vierde hoofdstuk staat de groepsdynamica centraal. Hierin komen zowel thema’s aan bod zoals de groepsvorming en de groepscohesie als de interactie binnen de groep. Ook de impact van dit alles op het leerkracht-zijn wordt hier niet onbenoemd gelaten. Een belangrijke subgroep van de school, het leerkrachtenteam, krijgt een afzonderlijke plaats in het vijfde hoofdstuk. Twee thema’s die ik hier wil uitlichten zijn het taakgericht overleg en het projectmatig werken. Wat de auteur daarover allemaal te vertellen heeft, lees je beter in het boek.

Het zesde hoofdstuk, het ‘doe-hoofdstuk’ heeft heel concrete suggesties en mogelijkheden om de theorie uit de vorige hoofdstukken in de praktijk te brengen. Hoewel de echte doe-gerichte leerkrachten geneigd zullen zijn om enkel dit hoofdstuk te lezen, zou ik hen toch willen aanraden achteraf de andere hoofdstukken grondig door te nemen. Je kunt immers maar iets bijsturen als je weet hebt van de vooraf gestelde doelen.

Doorheen het boek wordt er verwezen naar de leerinstrumenten die achterin het boek als bijlage te vinden zijn. Ik kan alleen maar aanraden om ze ook te gebruiken. Alleen dan komt dit leerboek volledig tot zijn recht.

Een aanrader voor iedere leerkracht (en leerkrachtenteam) die meer uit zijn klaspraktijk wil halen.

afdrukken

2018.03.10

Hoe kom ik van die stress af?

Auteur: Gina M. Biegel
Titel: Hoe kom ik van die stress af?
Leer eenvoudige en effectieve manieren om je te ontspannen
Uitgeverij: Cadans
Plaats: Amsterdam
Jaar: 2012
Pagina's: 168
ISBN-13: 978-90-8560-617-8
Prijs: € 19,90

hoe kom ik van die stress af - leer eenvoudige en effectieve manieren om je te ontspannenSteeds meer jongeren ervaren stress op een zodanige manier dat het hen belemmert in het dagelijkse leven. Hoewel stress erbij hoort is het handig om te weten hoe je ermee om kunt gaan zodat het je niet in de weg zit.

Met de meer dan zevenendertig activiteiten in dit boek is het mogelijk hulpbronnen en vaardigheden aan te boren in jezelf waarvan je niet wist dat je ze had. Met de mindfullnesstechniek kun je spanningen en problemen onder controle krijgen zodat je je kunt concentreren op wat er nu gebeurt in plaats van wat er zou kunnen gebeuren.

Met de strategieën in Hoe kom ik van die stress af? krijg je handvatten om te ontspannen en je leven in balans te brengen.

Zo. Met deze tekst van de achterflap heb je meteen een goede kijk op de bedoeling van dit hulpboek. Geschreven naar jongeren toe, gebruikt het een persoonlijke en toegankelijke taal. Terwijl het geenszins de bedoeling heeft om de professionele hulpverlening te vervangen, biedt het wel een alternatief voor die jongere die zich bewust is van zijn probleem, nog ‘niet te ver weg is’ en in staat is tot de nodige zelfreflectie om er zelf wat aan te doen.

Het boek bestaat uit 37 activiteiten die de lezer meenemen op een weg doorheen zijn gedachten en gevoelens en hem stap voor stap leren daar inzicht in te krijgen, er begrip voor te hebben en er een passend antwoord op te formuleren. Het concept is per opdracht altijd hetzelfde:

  • Een kadertje Je moet weten dat met daarin de situering van de opdracht binnen het concrete leven van de lezer;
  • De concrete instructie over wat er in de activiteiten moet gebeuren;
  • Een rubriek die de lezer aanvullende opdrachten geeft bij de eerste instructie. Deze opdrachten hebben heel vaak te maken met zelfreflectie, maar af en toe ook met het reflecteren over de mensen en de omgeving rondom hen.

De activiteiten in dit boek zijn als het ware volgtijdelijk en leiden de jongere geleidelijk aan tot het ultieme doel van dit boek: mindful omgaan met stress.

Het is al langer geweten dat uitgeverij SWP onder het imprint Cadans de pareltjes uit het internationale aanbod van kinder- en jongerenhulpboeken verzamelt. Met dit boek en de andere uit de reeks Vaardigheden en technieken heeft ze nog maar eens haar leiderspositie op het vlak van de psycho-educatie bevestigd. Iedereen die begaan is met het welzijn van jongeren zou deze reeks moeten kennen om op het gepaste moment onder de aandacht van die jongeren te brengen die het nodig hebben en hen eventueel te begeleiden op hun zoektocht.

afdrukken

17:12 Gepost door Lieven Coppens in Cadans, SWP | Permalink | Tags: begeleiding, methodiek, mindfulness, ontspanning, psycho-educatie, stress | |

2018.03.03

Breinvriendelijk onderwijs

Auteur: Spencer Kagan
Titel: Breinvriendelijk onderwijs
Feiten, praktische tips en coöperatieve structuren
Uitgeverij: Bazalt
Plaats: Rotterdam
Jaar: 2017
Pagina's: 360
ISBN-13: 978-94-6118-239-5
Prijs: € 59,00

Vooraf eerst dit: het is de verdienste van Dook Kopmels van uitgeverij Bazalt om door zijn onvermoeibare, jarenlange zoektocht naar steeds nieuwe relevante internationale onderwijsboeken deze voor het Nederlandstalige taalgebied beschikbaar te stellen. Het past hier dan ook om hem daarvoor hartelijk te danken en hem een virtueel erelint toe te kennen.

breinvriendelijk onderwijs - feiten, praktische tips en coöperatieve structurenSpencer Kagan, een van de belangrijkste pleitbezorgers van het coöperatief leren, gaat in dit boek op zoek naar, zoals de titel het zegt, breinvriendelijk onderwijs. Hiervoor maakte hij gebruik van het talrijke onderzoek dat de afgelopen jaren gedaan werd naar de werking van de hersenen. Waarom? Omdat je door deze kennis te gebruiken in de klas, je onderwijs kunt geven dat aansluit op de natuurlijke behoeften van het brein. Op basis van die onderzoeken van hersenwetenschappers kwam Spencer Kagan tot de volgende principes van breinvriendelijk onderwijs:

  • [Principe 1: Voeding] Het brein heeft voedsel nodig;
  • [Principe 2: Veiligheid] Het brein zoekt veiligheid;
  • [Principe 3: Sociaal] Het brein is een sociaal orgaan;
  • [Principe 4: Emotie] Het brein reageert op emoties;
  • [Principe 5: Aandacht] Het brein kan alleen dingen onthouden waaraan aandacht is besteed;
  • [Principe 6: Prikkels] Het brein pikt van nature uit bepaalde prikkels gemakkelijker op dan andere.

En meteen heb ik hiermee de structuur van het boek zelf aangegeven. Het is volledig opgebouwd rond deze 6 zes principes en houdt daarbij steeds een vaste structuur aan: elk principe krijgt zijn eigen deel in het boek met daarin telkens de volgende rubrieken:

  • Een kort en zeer toegankelijk theoretisch stuk dat het fundament is van het principe;
  • Een aantal instrumenten (tools) die ook verantwoord worden vanuit het wetenschappelijk onderzoek;
  • Ingekaderde concrete tips, tekstjes of hersenweetjes die de aangereikte instrumenten nog meer laten leven;
  • Verhelderende tabellen en grafieken;
  • Een positief-opiniërende conclusie;
  • Werkbladen om de inhoud verder te verduidelijken en/of te verwerken.

Het boek besluit met een overzicht van 27 didactische structuren die door Spencer Kagan werden uitgewerkt en in het boek voorkomen. Het gaat hier vanzelfsprekend over coöperatieve structuren die een effectief middel zijn om de in dit boek vermelde principes van breinvriendelijk onderwijs, in een aantal gevallen zelfs simultaan, toe te passen.

Het boek van Spencer Kagan heeft een directe en indirecte meerwaarde. Het steunt de leerkracht om zijn onderwijs nog beter af te stemmen om de (hersen)ontwikkeling van zijn leerlingen en brengt hem, indirect en op een zeer toegankelijke wijze, heel wat neurologische kennis bij. Een verplicht leerboek voor de leerkrachtenopleiding?

afdrukken

21:42 Gepost door Lieven Coppens in Bazalt | Permalink | Tags: brein, breinvriendelijk onderwijs, coöperatieve structuren, coöperatieve werkvormen, neurologie, neuroplasticiteit | |