2011.01.23

Weet je wat ik heb? CVI

Auteur: Centrum Ganspoel
Titel: Weet je wat ik heb? CVI. Een doeboek voor kinderen en jongeren met visuele perceptiestoornissen
Uitgeverij: Acco
Plaats: Leuven/Den Haag
Jaar: 2010
Pagina's: 124
ISBN-13: 978-90-334-7943-4
Prijs: € 26,-

weet je wat ik heb - cvi - een doeboek voor kinderen en jongeren met visuele perceptiestoornissenCVI staat voor Cerebrale Visuele Inperking. Het is een stoornis waarbij de hersenen het moeilijk hebben om de informatie die hen vanuit de ogen bereikt snel en correct te verwerken. Een probleem in de visuele projectiebanen die het netvlies verbinden met de visuele hersenschors voorbij het chiasma opticum is een van de mogelijke oorzaken. Het chiasma opticum is een plaats in de frontaalkwab van de hersenen waar de zenuwvezels van het nasale netvlies van beide ogen kruisen. Op deze manier komt de informatie van de rechter gezichtshelft van elk oog terecht in eenzelfde visueel centrum, gelegen in de linker hersenhelft 'zie afbeelding onder deze alinea). De prikkels die door de linker gezichtshelften worden waargenomen, worden op hun beurt in het visuele centrum van de rechter hersenhelft verwerkt. Een andere mogelijke oorzaak is een probleem in de visuele hersenschors zelf.

chiasma opticum

CVI kan samengaan met slechtziendheid, maar dat is niet noodzakelijk. Het is vaak aangeboren, maar kan ook verworven zijn. Heb je CVI, dan kun je moeite hebben met:

  • visueel geheugen;
  • visuele aandacht;
  • lezen;
  • het herkennen van gezichten;
  • herkennen van vormen, voorwerpen, plaatjes en symbolen;
  • je te oriënteren in een voor jou bekende omgeving;
  • het overzien van een drukke situatie;
  • het terugvinden van jouw ouders of vrienden tussen andere mensen;
  • afstapjes en met traplopen;
  • om snel te reageren op naderend verkeer;
  • om een balspel te spelen of om bij tikkertje de tikker te herkennen;
  • om je (leer)boeken te overzien en terug te vinden waar je mee bezig was.

De mensen van het Centrum Ganspoel hebben een doeboekje samengesteld dat kinderen en jongeren met CVI uitleg geeft over wat hen overkomt en hoe ze daar kunnen mee omgaan. Ze gaan daarbij telkens uit van herkenbare ervaringen van kinderen met CVI. De concrete tips zijn niet alleen nuttig voor het kind of de jongere met CVI. Ook ouders en volwassenen die deze kinderen moeten begeleiden, hebben aan deze tips een stevig houvast.

Het uiteindelijk doel van het boekje is het maken van een individueel paspoort. Hierin schrijft het kind of de jongere wat er voor hem moeilijk is, wat anderen over zijn CVI moet weten en welke maatregelen hem echt helpen.

Je merkt dat dit doeboekje geschreven is door mensen die heel veel ervaring hebben met CVI. Nergens te theoretisch, krijg je als lezer toch een goed beeld over wat een Cerebrale Visuele Inperking inhoudt. Door samen met een begeleider met dit boekje op weg te gaan, krijgt het kind of de jongere zelf vat op zijn beperking. Dit komt zijn zelfstandigheid alleen maar ten goede. Door de sobere vormgeving is het doeboekje ook echt goed ‘leesbaar’ voor kinderen met CVI.

Een aanrader!

afdrukken

21:00 Gepost door Lieven Coppens in Acco | Permalink | Tags: cerebraal visuele inperking, cvi, psycho-educatie, visueel probleem, visuele beperking, visuele inperking, visuele stoornis | |

2010.10.24

Beter leren lezen

Auteur: Raf Feys & Pieter Van Biervliet
Titel: Beter leren lezen. De directe systeemmethodiek.
Uitgeverij: Acco
Plaats: Leuven/Den Haag
Jaar: 2010
Pagina's: 208
ISBN-13: 978-90-334-7939-7
Prijs: € 19,50

beter leren lezen - de directe systeemmethodiekWe keren even terug in de tijd. Het schooljaar 1968-1969. In een graadsklas van een Merelbeeks wijkschooltje dreunen kinderen uit het eerste leerjaar hun ‘leesles’ op:

in een paddestoel
niet groot
met een dakje wit en rood
zit een ventje koek te bakken
het heet wip
zijn maatje tom
is al hout aan het hakken
als ze moe zijn
kom eens zien
dan eet elk ventje w
el voor tien

Dit boekje, geschreven in de tijd toen de paddenstoelen nog genoeg hadden aan een -n, was voor zover ik kon nagaan van de hand van Cor Ria Leeman. Deze Vlaamse onderwijzer had ook een aantal lesboekjes op zijn naam staan. Van deze methode weet ik – want ik zat inderdaad in dat klasje - nog vaag dat ze heel wat structuurrijtjes had waarbij de in te oefenen klank rood gedrukt was. Ook herinner ik me de wasdraad die diagonaal door de klas was gehangen waaraan kaartjes hingen met tekeningen en woordjes waarvan de te kennen klank in het rood geschreven was. Vaag hoor ik nog het gedreun van de eersteklassertjes: muur, uu; huis, ui; hout, ou… Deze kaartjes hing juffrouw Annemarie geleidelijk aan op de wasdraad. Mijn donkerste herinnering aan het leren lezen in het eerste leerjaar? Ik hoorde het verschil niet tussen de ui van huis en de ou van hout… Het feit dat ik na 42 jaar het eerste leeslesje nog uit het hoofd ken, zegt veel over de effectiviteit (of is het impact?) van de leesmethode van toen.

In het boek Beter leren lezen stellen Raf Feys (laat ons zeggen: de Vlaamse Kees Vernooy) en Pieter Van Biervliet hun directe systeemmethodiek voor. Na al die jaren en andere leesmethodes is er nog steeds ruimte voor een nieuwe leesmethodiek. De directe systeemmethodiek is langzaam gerijpt op eiken vaten. Ik heb van beide auteurs artikels en cursussen in mijn bezit waarbinnen deze methodiek zich geleidelijk aan ontpopt. Dat we binnenkort een aantal leesmethodes mogen verwachten die gebaseerd zijn op deze directe systeemmethodiek, bewijst dat deze wel degelijk in een nood voorziet.

Hoe vernieuwend is deze methodiek? Hiervoor laat ik de auteurs aan het woord zoals ze het zelf schrijven in hun inleiding:

De directe systeemmethodiek is echter geen totaal nieuwe aanpak, geen nieuw wondermiddel, maar schatplichtig aan de ervaringswijsheid uit heden en verleden. We herwaarderen oude aanpakken waarmee de kinderen onder andere in de eerste helft van de twintigste eeuw leerden lezen. ‘Afkijken’ bij ervaren leerkrachten was ook een belangrijke inspiratiebron. Als lerarenopleiders kregen we hiertoe vaak de kans. De DSM-aanpak stemt ook overeen met (ortho)didactische stromingen van de voorbije jaren waarin gepleit wordt voor meer aandacht voor het automatiseren. Denk maar aan de publicaties van Wied Ruijssenaars van de Rijksuniversiteit Groningen en Wim Van den Broeck van de Vrije Universiteit Brussel. De DSM is ook in overeenstemming met recente wetenschappelijke studies en leesmodellen (blz.14-15)

Let wel: wie zegt dat de directe systeemmethodiek een eclectische methode is, gaat te kort door de bocht. Wie het boek van Feys en Van Biervliet leest, houdt er aan het eind het beeld van een coherente en uitgerijpte methode aan over.

In het eerste deel van het boek beschrijven de auteurs hoe de directe systeemmethodiek is ontstaan en waaraan ze schatplichtig is. Het doel van deze aanpak is de kinderen vanaf het eerste woord inzicht te geven in het systeem achter het letterschrift. De kinderen leren dus meteen echt lezen. Geleidelijk aan brengt de methode meer complexiteit in het leerproces. Complexiteit die zich uit in het stap voor stap introduceren van nieuwe leeselementen (letters, letterclusters en woorden). Essentieel hierbij is dat men maar iets nieuws aanbrengt nadat de voorgaande leer- en leesstof voldoende ingeoefend is en de transfer naar het langetermijngeheugen heeft gemaakt. De auteurs leggen doorheen het eerste deel uit welke bedoeling ze hebben gehad bij deze nieuwe methodiek en wat de basisprincipes ervan zijn. Deze zeven basisprincipes vormen dan ook de ruggengraat van dit deel. Interessant is ook het relaas van het onafhankelijke onderzoek dat in 2005 in verband met de directe systeemmethodiek is gevoerd.

In het tweede deel schrijven de auteurs een geannoteerde kroniek van de verschillende leesmethodes die doorheen de jaren de revue passeerden. Zo komen aan bod:

  • de spelmethodes;
  • de klankmethodes;
  • de normaalwoordenmethodes;
  • de analytisch-synthetische methodes;
  • de globale leesmethodieken;
  • de structuurmethodes.

De auteurs sommen in het laatste hoofdstuk van dit deel hun kritieken op de klassieke structuurmethodes op. Tegelijk tonen ze aan hoe de directe systeemmethodiek de tekorten van deze structuurmethodes probeert op te vangen.

In het derde deel van het boek werken de auteurs de visie achter de directe systeemmethodiek verder uit. Zoals iedereen wel begrijpt is dit deel verplichte literatuur voor iedereen die zich echt op de hoogte wil stellen van de essentie en het evidence-based karakter van deze methodiek.  Ik laat het hem dan ook zelf ontdekken.

Dit boek zou wel eens het Magnum Opus kunnen worden voor de toekomstige leesdidactiek in Vlaanderen.

afdrukken

16:51 Gepost door Lieven Coppens in Acco | Permalink | Tags: didactiek, directe systeemmethodiek, geletterdheid, leesinstructie, leesstart, lezen, methodiek, taal | |

2010.02.28

Oriëntatie in de onderwijskunde

Auteur: Ingrid Imrecht, Peter Van Petegem & Wil Meeus
Titel: Oriëntatie in de onderwijskunde. Een openleerpakket.
Uitgeverij: Acco
Plaats: Leuven/Voorburg
Jaar: 2008 (Tweede, herwerkte uitgave)
Pagina's: 168
ISBN-13: 978-90-334-7026-4
Prijs: € 28,-

oriëntatie in onderwijskunde - een openleerpakketOriëntatie in de onderwijskunde is het boek bij uitstek voor iedereen die zich in de basisthema's van de onderwijskunde moet verdiepen. De auteurs schreven het voor studenten in het pedagogisch hoger onderwijs waar het een gedifferentieerde aanpak in de lerarenopleidingen mogelijk maakt. Maar ook mensen uit de onderwijspraktijk die hun kennis van de onderwijskunde willen verdiepen, kunnen het doornemen.

De methodiek van het begeleid zelfstandig leren ligt aan de basis van dit pakket. Hierdoor kan de lezer de inhoud op eigen tempo verwerken. Deze inhoud is opgedeeld in de volgende modules:

  • doelen
  • beginsituatie
  • leerinhouden
  • didactische werkvormen
  • onderwijsmedia
  • evaluatie
  • didactisch handelen

Elke module vormt een afgerond geheel. Hierdoor kan men het boek naar gelang de eigen noden of interesse, doornemen. Elke module bevat dezelfde onderdelen:

  • een informatief gedeelte
  • een zelfevaluatieopdracht
  • een opdracht die men ter evaluatie moet voorleggen aan de docent
  • verwijzingen naar achtergrondinformatie
  • een synthese van de module
  • een verwijzing naar de plaats waar men de oplossingen van de zelfevaluatieopdracht kan vinden

Het boek leest als een trein. De helder gepresenteerde informatie nodig steeds uit om verder te lezen. De zelfevaluatieopdrachten zijn, ook voor mensen die al les geven, zeer zinvol en bij momenten redelijk confronterend. Voor mensen die geen leerkrachtendiploma hebben (voor welk onderwijsniveau dan ook) en die scholen begeleiden of schoolondersteunend werken is dit boek verplichte literatuur. Het brengt hen inzicht bij in het onderwijsleerproces. En het zal hen ongetwijfeld helpen bij het formuleren van realistische en uitvoerbare adviezen.

afdrukken

21:52 Gepost door Lieven Coppens in Acco | Permalink | Tags: media, doelstellingen, evaluatie, onderwijskunde, didactiek, eindtermen, methodiek, werkvormen, beginsituatie, leerinhouden | |

2010.02.20

Mindfulness voor kinderen

Auteur: Pim Catry & Jan Decuypere
Titel: Mindfulness voor kinderen. Gids voor onderwijs, hulpverlening en ouders.
Uitgeverij: Acco
Plaats: Leuven/Voorburg
Jaar: 2008
Pagina's: 224 + dvd
ISBN-13: 978-90-334-7090-5
Prijs: € 29,50

mindfulness voor kinderenMindfulness is een instelling, een manier van omgaan met mensen. De afgelopen jaren kon ze op heel wat belangstelling rekenen. Ze bewees haar kracht bij volwassenen. Een vertaling van deze instelling naar kinderen, zoals je ze in dit boek aantreft, kon dan ook niet lang uitblijven.

Het eerste hoofdstuk leidt ons binnen in de wereld van mindfulness. Een wereld waarin de meditatie centraal staat. Enerzijds de meditatie die je tot (zelf)inzicht brengt, anderzijds de meditatie die je tot kalmte brengt ten opzichte van jezelf en jouw omgeving. Het evenwicht tussen beide meditatievormen is daarbij uiterst belangrijk. Het legt eveneens uit wat mindfulness kan betekenen. Om dan extra lang stil te staan bij de verschillende kwaliteiten. Zoals daar zijn:

  • de intentie
  • de ademruimte
  • het niet oordelen
  • het niet bestaan van falen
  • het loslaten
  • de liefdevolle vriendelijkheid en het verlangen
  • de acceptatie
  • de communicatie
  • de humor
  • het straffen en belonen
  • het zijn

Dit alles mag je als lezer ook zelf ondervinden. Daarvoor zijn de oefeningen in de tekst en op de dvd bedoeld. Zij laten de lezer de tekst doorleven. Omdat woorden soms tekort schieten. En de ervaring dan een uitweg biedt.

Het tweede hoofdstuk beschrijft heel kort het zeswekenprogramma voor de begeleider. Omdat het belangrijk is dat hij leert om met een niet-oordelende aandacht in het leven en in zijn klas te staan. De oefeningen op de dvd en het in-zich(t)-boekje (in bijlage) begeleiden hem gedurende die tijd.

Het derde hoofdstuk beschrijft het startprogramma van 10 weken voor kinderen van 7 tot 14 jaar. Het geeft de nodige uitleg bij de meditatiehouding. En licht het gebruik van het Ayam.oké-stilteboek toe. Om tenslotte het programma week per week uit te werken.

Het volgende hoofdstuk bekijkt de toepasbaarheid van mindfulness in opvoeding en onderwijs. Waarbij de auteurs benadrukken dat het veel meer is dan nog meer eens een relaxatieprogramma. Ze tonen ook aan op welke manier mindfulness aansluit bij de natuurlijke ontwikkeling van de kinderen. En dat mindfulness zich concentreert op de processen en de procesbegeleiding.

Het laatste hoofdstuk beschrijft het pilootproject en geeft een stand van zaken in verband met het wetenschappelijk onderzoek.

Het lezen van dit boek is een persoonlijke ervaring. Op voorwaarde dat je het leest vanuit het principe van het niet-oordelen. Door de inhoud van het boek op jezelf te laten afkomen en de aanbevolen oefeningen op een ernstige manier te doen, groeit het inzicht in deze manier van zijn, in deze instelling.

Je kunt het Ayam.oké-stilteboek ook afzonderlijk aankopen:
ISBN: 978-90-334-7184-1
Prijs: € 15,50

afdrukken

23:36 Gepost door Lieven Coppens in Acco | Permalink | Tags: meditatie, mindfulness | |

2009.11.21

Autisme: alles op een rijtje

Auteur: Herbert Roeyers
Titel: Autisme: alles op een rijtje.
Uitgeverij: Acco
Plaats: Leuven/Voorburg
Jaar: 2008
Pagina's: 130
ISBN-13: 978-90-334-6459-1
Prijs: € 19,50

autisme - alles op een rijtjeDe laatste decennia kwam autisme meer en meer in de (wetenschappelijke) kijker. Hierdoor kregen we een berg aan informatie die men dringend moest ordenen. Af en toe ging zelfs de eenduidigheid van de gebruikte begrippen verloren. Met heel wat misverstanden en onduidelijkheden tot gevolg. Met zijn boek Autisme: alles op een rijtje wil de auteur orde scheppen in deze veelheid aan kennis. Tegelijk vertaalt hij ze naar het grote publiek. Hierdoor is het boek zeer toegankelijk. Ook voor niet-professionelen.

In de hoofdstukken 1 tot en met 4 geeft de auteur meer algemene informatie. Hij probeert tot een definitie van het begrip autismespectrumstoornis te komen. Daarbij gaat hij verder dan de gekende classificatiesystemen (DSM-IV-TR en ICD-10). Hij vermeldt ook de triade van Lorna Wing die kwalitatieve stoornissen in de interactie, de communicatie en verbeelding omvat. Bij de onderverdeling van het spectrum staat hij in een afzonderlijk hoofdstuk extra lang stil bij het syndroom van Asperger. Dat verdient volgens hem momenteel geen afzonderlijke diagnostische status. De huidige diagnostische criteria ervoor doet hij af als onbruikbaar. In een kort derde hoofdstuk formuleert hij een duidelijk antwoord op de vraag hoe vaak autismespectrumstoornissen voorkomen. Volgens hem niet meer dan vroeger. Hoewel de aanpassingen van de jongste jaren in de diagnostische criteria voor een schijnbare toename hebben gezorgd. Ook aan autisme bij volwassenen wijdt hij een afzonderlijk hoofdstuk.

De hoofdstukken 5 tot en met 7 gaan meer in detail. Samen met de lezer gaat Roeyers doorheen de geschiedenis op zoek naar de oorzaken van autisme. Om tot het besluit te komen dat...

... autisme een heterogene, sterk genetisch bepaalde neurobiologische stoornis is, die voorlopig haar geheimen nog niet volledig prijsgeeft (blz.47).

Het hoofdstuk over de psychologische theorieën over autisme brengt ongeveer hetzelfde verhaal. De drie cognitieve theorieën die het psychologisch onderzoek bij autisme de laatste 20 jaar hebben gedomineerd slagen er vooralsnog niet in om alle hoofdkenmerken te verklaren. Andere theorieën zijn in ontwikkeling maar nog te weinig ondersteund door wetenschappelijk onderzoek.

Zeer boeiend is het hoofdstuk over de comorbiditeit van autisme met andere stoornissen en syndromen. Roeyers haalt er deze uit waarover de meeste vragen en onduidelijkheden bestaan. Het zijn:

  • ADHD
  • verstandelijke beperking
  • hoogbegaafdheid
  • coördinatieontwikkelingsstoornis (DCD)
  • taalontwikkelingsstoornis
  • leerstoornissen en de niet-verbale leerstoornis (NLD)

De laatste hoofdstukken van het boek staan helemaal in het teken van de diagnose en behandeling. Roeyers houdt een voorzichtig en genuanceerd pleidooi voor de vroegtijdige detectie en diagnose en geeft een beknopt overzicht van een aantal behandelmethodes, waar nodig voorzien van enkele kritische bedenkingen.

Dit boek is een ideale start voor iedereen die zich snel en goed wil informeren over autisme. De zeer uitgebreide referenties laten toe om achteraf dieper op het fenomeen in te gaan.

afdrukken

16:00 Gepost door Lieven Coppens in Acco | Permalink | Tags: taal, behandeling, adhd, motoriek, autisme, add, ass, coördinatie, ontwikkelingsstoornis, asperger, dcd, nld | |