2008.01.12

Nederlands in structuren

Auteur: An Wuyts
Titel: Nederlands in structuren. Socratische grammatica NT2 met oefeningen.
Uitgeverij: Acco
Plaats: Leuven/Voorburg
Jaar: 2007
Pagina's: 192
ISBN-13: 978-90-334-6619-9
Prijs: >€ 21,80

nederlands in structurenEen taal leren bestaat niet uit het beheersen van de woordenschat alleen. Je moet ook de spraakkunst kennen om die woorden op de juiste manier tot een zin, een tekst, ... met elkaar te verbinden. Maar het leren van deze spraakkunst is vaak een saaie bedoening. In het boek dat door An Wuyts geschreven is, is dat niet zo.

An Wuyts heeft er voor gekozen om haar leerlingen de grammatica zelfs te laten ontdekken. Centraal hierbij staat de Socratische methode. De structuren van het Nederlands komen door de gerichte vragen en de antwoorden erop aan de oppervlakte. Deze structuren zijn:

  • zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden
  • voornaamwoorden
  • er/daar
  • hoofdzinnen
  • bijzinnen
  • werkwoorden: de tijden
  • werkwoorden: speciale vormen
  • werkwoorden: zou
  • passieve zinnen
  • negatieve zinnen

Het uitgangspunt van elke les is telkens een tekst met een meerwaarde: hij is informatief, humoristisch of aanleiding tot een gesprek. Hierdoor is het voor de cursist gemakkelijker om zich op de tekst te blijven concentreren én de geleerde structureren beter te onthouden.

De vragen die over de tekst gesteld worden zijn van die aard dat ze de cursist doen nadenken over de structuur. Op die manier ontdekken ze zelf het hoe, wat en waarom van deze structuur. Als deze kennis is opgedaan, wordt ze meteen ingeoefend. Deze oefeningen variëren in moeilijkheidsgraad. Achteraan het boek staan in bijlage de juiste oplossingen, dus onmiddellijke correctie is mogelijk. Dit is geen boek voor beginners. De cursisten moeten al een basiskennis hebben van de spraakkunst: het boek helpt hen verder om bij het spreken en schrijven de juiste vorm te gebruiken.

Het boek is geschreven voor NT2-cursisten die al een basisinzicht hebben in de spraakkunst. Niets verhindert echter dat het ook, en zeker de erin beschreven didactiek, ook gebruikt wordt bij andere doelgroepen. Ook taalzwakke jongeren en volwassenen die het Nederlands hebben als moedertaal zullen er zeker ook veel aan hebben.

De meerwaarde van het boek ligt voor mij in het feit dat de cursist ernstig genomen wordt als een persoon met een eigen leervermogen. Zijn weten, kennen en kunnen wordt aangesproken om zelf tot een oplossing te komen.

afdrukken

15:49 Gepost door Lieven Coppens in Acco | Permalink | Tags: didactiek, nt2, anderstaligen, volwassenenonderwijs, grammatica | |

2008.01.05

Laat ze strips lezen!

Auteur: Jan Cumps & Kurt Morissens
Titel: Laat ze strips lezen! Informatie en suggesties voor school, thuis en bibliotheek.
Uitgeverij: Acco
Plaats: Leuven/Voorburg
Jaar: 2007
Pagina's: 192
ISBN-13: 978-90-334-6592-5
Prijs: € 19,80

laat ze strips lezenVeel mensen van mijn generatie zullen het ook wel meegemaakt hebben: in de basisschool werd het lezen van strips gelijkgesteld met niet lezen, in het secundair onderwijs was er een uiterst kleine kans dat je een Latijnse of Franse uitgave van Asterix en Obelix als lesmateriaal kreeg, ... en dan meestal nog van een piepjonge leerkracht die ons eens extra wou motiveren...

Met dit boek tonen Jan Cumps en Kurt Morissens haarfijn aan dat men op strips niet mag neerkijken. Strips zijn géén tijdverlies, zijn wél leerzaam, zijn taalkundig verrijkend en hebben wél een literaire betekenis. Met andere woorden: in strips zit er oneindig veel meer dan men denkt.

De auteurs tonen dit aan door de betekenis van de strip voor verschillende domeinen aan te tonen aan de hand van  bestaande strips: elke "stelling" wordt door hen "bewezen" aan de hand van een voor iedereen toegankelijk stripboek. Met de suggesties bij ieder voorbeeld kan de lezer daarna zelf aan de slag.

In het eerste deel, Inleiding: het einde van de leeslampcultuur?, verklaren de auteurs de titel Laat ze strips lezen. Door op een creatieve manier elk woord in de titel nadruk te geven, komen ze tot vier verklaringen. Deze dienen door elke lezer aandachtig bekeken te worden. Er hier dieper op ingaan kan deze inleiding immers alleen maar onrecht aan doen.

In het tweede deel over Politieke en andere helden leert men hoe en welke verschillende soorten personages een strip structuur geven, maar ook hoe ze de aanleiding kunnen zijn voor een les biologie of fysica. Ook geschiedkundig is de strip van belang. Hetzij als een tijdsdocument, hetzij als de weergave van een belangrijke gebeurtenis. Dit laatste illustreren ze aan de hand van de strip over het eindrapport van de onderzoekscommissie van 9|11, zoals je die op het Internet kan lezen op  www.slate.com/features/911report/.

In het derde deel over Nederlands en andere talen tonen de auteurs aan dat strips al een belangrijke plaats innemen in de taal. Aan de hand van een zoektocht door de laatste editie van de "Dikke Van Dale" tonen ze onder andere aan dat veel namen en termen uit de stripwereld een eigen leven zijn gaan leiden. Of wat dacht je van een jerommeke, krantenstrip, teletijdmachine, ... Maar ook de Smurfen, of beter gezegd het smurfentaaltje kan inzicht brengen in het Nederlands. Hoe? Door naast de context ook de eigen voorkennis van grammaticale structuren, uitdrukkingen, gezegden... te gebruiken.  Ook bij het leren van vreemde talen kunnen strips een belangrijke functie hebben. Het bespreken van een taal door de fonetische weergave in een strip te bekijken, het verschil in geluidsnabootsende woorden, de onmogelijkheid om bepaalde uitdrukkingen zomaar te vertalen naar een andere taal, ... zijn daar allemaal voorbeelden van.

Het vierde deel gaat over de Grafische roman en literaire strip. Dit is zo beknopt geschreven dat het zich hier moeilijk laat samenvatten.

Het vijfde deel, Allusies, heeft het dan meer over verwijzingen naar en in strips. Verwijzingen naar strips in het dagdagelijkse taalgebruik die een zeker voorkennis vragen, maar ook verwijzingen in strips door middel van woordvervorming zoals Bud Weisser uit Mestwalle of namen zoals Manu Script.

Het zesde deel, Wanneer mag een strip dan wel?, leert de lezer dat strips niet langer gif zijn voor de jongeren, maar wel een stimulans.

Het zevende deel over Herkenning, verleiding, genot gaat dieper in op strips in het onderwijs, de betekenis van een goede stripcover. Dat strips als cadeautips worden gesuggereerd in vooraanstaande Vlaamse bladen moet tenslotte bewijzen dat de strips zijn plaats in de literaire wereld heeft veroverd.

Het boek eindigt met het antwoord van twee striprecensenten op de vraag Welke rol ziet u voor strips in onderwijs en bibliotheek?

Dit boek toont aan hoe veelzijdig de strip in het onderwijs kan aangewend worden. De auteurs hebben in het boek bewezen dat de vooroordelen die men vroeger daartegen had, onterecht waren. Op weinig ruimte hebben ze in 32 verschillende essays met suggesties ter verwerking een nieuw perspectief geboden. Dit alles in een zeer beknopte en heldere stijl. Hierdoor doet deze bespreking onrecht aan het boek zelf. De veelzijdigheid ervan is immers niet op deze blog te beschrijven, tenzij je elk van de 32 punten een aparte bespreking zou geven. En dan is het beter onmiddellijk het volledige boek te lezen.

afdrukken

17:44 Gepost door Lieven Coppens in Acco | Permalink | Tags: strips, lezen, taal, didactiek | |

2007.12.29

Verstaanbaarheid in de praktijk

Auteur: Elske Everaert, Saskia Janssens, Marleen Lobelle & Sylvia Peeters
Titel: Verstaanbaarheid in de praktijk. Lessenpakket auditieve discriminatie voor anderstaligen.
Uitgeverij: Acco
Plaats: Leuven/Voorburg
Jaar: 2007
Pagina's: 192
ISBN-13: 978-90-334-6630-4
Prijs: € 24

verstaanbaarheid in de praktijkHet boek Verstaanbaarheid in de praktijk is een lessenpakket voor auditieve discriminatie voor anderstaligen. Het werd geschreven door vier medewerksters van het Centrum voor volwassenenonderwijs (CVO) Antwerpen-Zuid. Alle auteurs maken daar deel uit van de werkgroep Verstaanbaarheid.

De reden waarom dit boek geschreven is, staat duidelijk vermeld op de achterflap: uit de prakrijk is gebleken dat bij de cursisten NT2 de verstaanbaarheid onvoldoende vanzelf evolueert. Deze verstaanbaarheid is echter een belangrijke voorwaarde voor het vlot leren lezen, schrijven, spreken en luisteren. De auditieve discriminatie is één van de vereisten om tot een goede verstaanbaarheid te komen. Daarom hebben de auteurs besloten hiervoor een lessenpakket samen te stellen dat zowel in groep als individueel kan gebruikt worden.

In een korte algemene inleiding schetsen de auteurs waarom ze het boek geschreven hebben en wat zij verstaan onder auditieve discriminatie. Deze auditieve discriminatie neemt een vooraanstaande plaats in bij het leren van een taal. Ze is immers belangrijk voor:

  • de spraakperceptie en het taalverstaan
  • de controle van het eigen spraakproduct
  • de foneem-grafeemkoppeling bij het lezen en schrijven

Hierbij dient wel vermeld te worden dat de auteurs er van uitgaan dat de auditieve discriminatie in de eigen taal geen probleem vormt: het gaat over problemen die ontstaan doordat er klankverschillen zijn tussen de moedertaal van de cursist en het Nederlands. Het boek kan dus niet gebruikt worden als een remediëringspakket voor mensen die problemen hebben met de auditieve discriminatie op zich.

In een tweede korte hoofdstuk wordt overlopen hoe de verschillende klanken uit het Nederlands gearticuleerd worden. Dit stukje theorie wordt toegelicht met duidelijke schema's en afbeeldingen.

Het lessenpakket zelf bestaat uit zes grote delen:

  • de discriminatie tussen korte en lange klinkers (a/aa, e/ee, i/ie o/oo, u/uu)
  • de discriminatie tussen klinkers en tweeklanken (i/e, ie/ee, oo/eu, ee/ei, ee/ij, oe/uu/u)
  • de discriminatie van de tweeklanken (oe/eu/ui, ou/au, ij/ei)
  • de specifieke discriminatie- en articulatieproblemen (b/v/w, v/w, sch/sj, g/h (ch), m/n/ng/nk, nk/ng, n/m/nk/ng)
  • de discriminatie tussen stemloze en stemhebbende (p/b, t/d, f/v, s/z, ch/g)
  • de discriminatie van individuele problemen (l/r, f/p)

De lesjes zelf zijn niet zo lang (15'). Ze gaan altijd uit van het principe dat de cursist de verschillen eerst moet kunnen horen (receptieve training) voor hij ze zelf kan uitspreken en gebruiken als controle van zijn eigen spraakproduct. Bij elke les staat duidelijk aangegeven voor welk minimumniveau ze bedoeld is, wat niet wegneemt dat ze ook voor hogere niveaus kan gebruikt worden. De volgorde van de lesjes zelf ligt niet vast, tenzij waar dat noodzakelijk is omdat het ene voorbouwt op het andere.

Het volledige pakket bestaat uit:

  • de handleiding (hier besproken)
  • een oefenboek met cd voor de cursist (€ 12)
  • klankplaten en grafeemkaarten (gratis te downloaden op http://www.uitgeverijacco.be)

Een heel praktisch boek dat zijn doel zeker niet zal missen.

afdrukken

17:33 Gepost door Lieven Coppens in Acco | Permalink | Tags: anderstaligen, nt2, auditieve discriminatie, cvo, volwassenenonderwijs, didactiek | |

2007.12.08

Filosoferen met Doornroosje

Auteur: Richard Anthone en Rika De Smedt
Titel: Filosoferen met Doornroosje
Uitgeverij: Acco
Plaats: Leuven/Voorburg
Jaar: 2007
Pagina's: 112
ISBN-13: 978-90-334-6612-0
Prijs: € 14,85

filosoferen met doornroosjeAls het boek Socrates op de speelplaats van Richard Anthone en Freddy Mortier de handleiding is voor het filosoferen met kinderen, dan is dit boek het werkschrift. Na een korte inleiding waarin uitgelegd wordt hoe men het boek moet gebruiken, worden er 25 thema's aangereikt en uitgewerkt waarrond men met kinderen uit het vijfde en zesde leerjaar of studenten uit het secundair onderwijs kan filosoferen. Enkele voorbeelden zijn:

  • over uitvinden en ontdekken
  • over het lijden
  • over oneindigheid
  • over geluk
  • over dom en slim
  • over echt en niet echt
  • over het bepalen van het nu
  • over jezelf zijn en jezelf worden
  • over goed en slecht
  • over waarheid

Elk thema start met een citaat uit het boek Brieven aan Doornroosje van Toon Tellegen. Het citaat wordt eerst filosofisch geduid. Deze duiding wordt aangevuld met de vermelding van andere werken waar men meer over het onderwerp kan gaan lezen. Daarna krijgt men vragen om het filosoferen te starten en een aantal mogelijke verwerkingsopdrachten.

De auteurs benadrukken dat er zeker ook andere benaderingsmogelijkheden zijn dan er in het boek worden voorgesteld. Een creatieve leerkracht moet zich dan ook niet beknot voelen door deze benaderingsmogelijkheden.

Voor wie al met de methodiek van het filosoferen met kinderen vertrouwd is, is dit boek een bron van voorbereide lesthema's. Wie er nog niet met vertrouwd is, zal zich eerst in andere boeken moeten verdiepen zoals het voornoemde boek Socrates op de speelplaats.

afdrukken

22:58 Gepost door Lieven Coppens in Acco | Permalink | Tags: filosofie, filosoferen met kinderen, metacognitie | |

Socrates op de speelplaats

Auteur: Richard Anthone en Freddy Mortier
Titel: Socrates op de speelplaats. Theorie en praktijk van het filosoferen met kinderen
Uitgeverij: Acco
Plaats: Leuven/Voorburg
Jaar: 2007 (vierde, volledig herwerkte uitgave)
Pagina's: 286
ISBN-13: 978-90-334-6291-7
Prijs: € 26,50

socrates op de speelplaatsDit boek, dat na tien jaar aan een vierde druk toe is, kan je stilaan toch beschouwen als een standaardwerk over het filosoferen met kinderen. Het is voor beginners een leidraad om te filosoferen met kinderen terwijl het voor gevorderden toch een werk is om steeds naar terug te grijpen.

Het eerste deel is meer algemeen van aard en schetst de plaats die filosofie op school kan innemen. Het legt eerst uit wat de auteurs onder filosofie verstaan om dan te komen tot een antwoord op de vraag waarom men zou filosoferen met kinderen. Hun antwoord op deze vraag is even eenvoudig als het complex is: omdat kinderen het eigenlijk intrinsiek al kunnen en ook doen:

  • ze denken over denken...
  • ze betrekken algemene zaken al op het eigen leven en onderzoeken wat deze voor hen betekenen...
  • ze hebben er behoefte aan om over bepaalde dingen te denken...

maar ook omdat...

  • de leerstof op school stilaan zo fragmentarisch is geworden dat kinderen er nood aan hebben om alles weer in een totaalbeeld te zien. Dit totaalbeeld kunnen ze krijgen door connectie en reflectie...
  • eerlingen er nood aan hebben om de leerstof op school als zinvol te ervaren. Dit kan maar als ze zien hoe de opgelegde kennis, waarden en normen wel degelijk betekenis voor hen hebben. Dit kan niet als ze zich vervreemd voelen van dat alles...
  • de kwaliteit van het denken vergroot door de ontwikkeling van metacognitieve vaardigheden en het vastleggen van waarden en normen die gelden als kwaliteitsindicatoren voor het denken. Het gaat hier dan over denken als een proces

Het tweede deel brengt de methodiek van het filosoferen met kinderen in kaart. Eerst en vooral wordt het belang van de socratische houding van de gespreksleider besproken. Deze houding is immers de noodzakelijke voorwaarde om het filosoferen met kinderen te laten slagen. Ze vraagt van de gespreksleider alvast een aantal filosofische, psychologische en morele kwaliteiten. Verder moet men ook de traditionele klasstructuur verlaten voor wat de auteurs de gemeenschap van onderzoek noemen. Het hoofddoel ervan is dat er nieuwe inzichten ontstaan, niet dat er feitenkennis wordt overgedragen. Men gaat tegelijk op zoek naar criteria om zich een mening te vormen, en men zoekt naar redenen. Bij dit alles is het proces het allerbelangrijkste. Het boek legt dan ook grondig uit hoe men een groep van personen moet omvormen tot deze gemeenschap van onderzoek.  Dit brengt ons dan meteen bij de type doelstellingen van het filosofisch gesprek. Naast het vormen van een gemeenschap van onderzoek heb je ook nog de volgende:

  • inhoudelijk bijdragen tot de kennis van een filosofische kwestie
  • bijdragen tot de ontwikkeling van denkvaardigheden en disposities
  • bijdragen tot de persoonlijke zingeving

Deze doelstellingen zijn onderling met elkaar verbonden: door een doelstelling na te streven werkt men tegelijk ook aan de realisatie van de andere. Deze meervoudigheid moet men behouden: men mag zich bij het filosoferen niet concentreren op het realiseren van één doelstelling, bijvoorbeeld deze van de persoonlijke zingeving. Tot slot gaat dit deel zeer uitgebreid in op het proces van het filosoferen zelf.

In het derde deel over de kwesties worden exemplarisch een aantal thema's voor filosofische gesprekken uitgediept. Dit deel is meteen ook het moeilijkste, omdat men vaak de grens tussen inhoud en methodiek ziet vervagen.

Dit boek behandelt een niet zo eenvoudige materie op een gecondenseerde manier. De auteurs slagen er wel in deze voor iedereen toegankelijk te maken door gebruik te maken van veel voorbeelden en verhelderende opsommingen. Het laat zich echter maar met mondjesmaat lezen. Je doet er goed aan om hoofdstuk na hoofdstuk op je in te laten werken en desnoods meerdere keren te lezen. Alleen zo komt de inhoud volledig tot zijn recht. Belangrijk is ook dat het aantoont dat je de methodiek grondig moet aanleren, zodat je kwaliteitsvol kunt bezig zijn.

afdrukken

22:30 Gepost door Lieven Coppens in Acco | Permalink | Tags: filosoferen met kinderen, metacognitie, filosofie | |