2014.11.23

Grip op leesbegrip

Auteur: Karin van de Mortel & Mariët Förrer
Titel: Grip op leesbegrip
Toetsen en evalueren van begrijpend luisteren en begrijpend lezen
Uitgeverij: CPS
Plaats: Amersfoort
Jaar: 2013
Pagina's: 176 + cd-rom
ISBN-13: 978-90-6508-653-2
Prijs: € 45,-

grip op leesbegrip - toetsen en evalueren van begrijpend luisteren en begrijpend lezenHet leesbegrip van leerlingen evalueren, doe je niet alleen met methodeonafhankelijke of methode gebonden toetsen. Je moet als leerkracht tijdens de les voortdurend controleren of jouw leerlingen goed begrijpen wat ze lezen of beluisteren en op basis van deze formatieve evaluatie jouw handelen en instructies direct aan- en bijsturen. Dat is in een notendop het pleidooi dat de auteurs van dit boek houden. Dit is niet nog maar eens een pleidooi in dezelfde rij, het is er voor mij een dat boven deze rij uitstijgt om diverse redenen:

  • De auteurs geven het begrijpend luisteren zijn terechte plaats naast het begrijpend lezen;
  • De auteurs hebben aandacht voor het lezen en begrijpen van digitale teksten;
  • De visie van de auteurs sluit goed aan op de recente en vernieuwende visie op begrijpend lezen, zoals die ook achter de Vlaamse Toets voor Begrijpend Lezen schuil gaat;
  • De visie van John Hattie op feedback is overduidelijk aanwezig.

In de hoofdstukken een tot en met drie werken de auteurs hun visie op evalueren uit om die in het vierde hoofdstuk te vertalen naar het evalueren van het lezen met begrip. Hierbij hebben ze aandacht voor het breed evalueren, de summatieve en de formatieve evaluatie en het evalueren van het leerproces. In dat vierde hoofdstuk leggen ze de vinger op de spreekwoordelijke wonde(n): het huidige evaluatiesysteem…

  • geeft te weinig informatie om de leesvaardigheid van de leerlingen te ondersteunen;
  • geeft te weinig houvast om opbrengstgericht te werken;
  • geeft te weinig houvast om handelingsgericht te werken.

Hoofdstuk vijf is de ruggengraat van het boek. De auteurs werken er hun visie op het formatieve evalueren uit en passen die meteen toe op de verschillende fasen van het lezen met begrip. In de hoofdstukken zes en zeven reiken ze een reeks evaluatietechnieken aan die in de les geïntegreerd zijn en een instrumentarium om het lezen met begrip te waarderen en te evalueren. In deze hoofdstukken staat zowel de praktijk als het praktische centraal. Maak alleen niet de fout om de achterliggende visie uit de vorige hoofdstukken niet grondig door te nemen. Het is de bedoeling om op basis van deze waardering en het evalueren van het lezen met begrip te differentiëren. Hoe dat kan, is het onderwerp van het achtste hoofdstuk. In het negende en laatste hoofdstuk komt de implementatie van het voorgesteld model aan bod.

Op de bijgeleverde cd-rom vindt men de werkvormen, technieken en instrumenten uit het boek in digitale vorm.

Een innovatief boek!

afdrukken

19:53 Gepost door Lieven Coppens in CPS | Permalink | Tags: begrijpend lezen, begrijpend luisteren, leesaanpak, leesbegeleiding, leesinstructie, lezen, methodiek, taal | |

2013.11.17

Woordenschatonderwijs, meer dan woorden leren

Auteur: Tessa de Width, Maartje Visser & Hans Puper
Titel: Woordenschatonderwijs, meer dan woorden leren
Uitgeverij: CPS
Plaats: Amersfoort
Jaar: 2013
Pagina's: 160
ISBN-13: 978-90-6508-654-9
Prijs: € 28,90

woordenschatonderwijs, meer dan woorden lerenMen is het er meer en meer over eens. Het onderwijs mag het aanleren van woordenschat niet langer stiefmoederlijk behandelen. De afgelopen jaren is men heel goed gaan beseffen dat de woordenschatkennis van een kind een belangrijke voorspellende factor is voor zijn of haar succes bij het leren technisch en begrijpend lezen. Het aanbrengen van nieuwe woorden mag dan ook niet langer occasioneel gebeuren. Een structureel verankerde systematiek is hier geboden. Waarom? Omdat er zo veel van afhangt. Leerlingen met een uitgebreide en gedifferentieerde woordenschat communiceren beter en verwerven gemakkelijker nieuwe kennis. Vandaag worden we trouwens allemaal voortdurend met (nieuwe) woorden geconfronteerd. Om in deze kennismaatschappij te blijven functioneren, moeten we ons deze woorden snel en op een goede manier eigen (kunnen) maken. Dit boek wil bij deze opdracht een gids zijn.

De boodschap van de auteurs is je al meteen na het lezen van het eerste hoofdstuk duidelijk: woordenschatonderwijs is zoveel meer dan het uit het hoofd leren van lijstjes van woorden met hun betekenis. Daarbij maakt het aan de limiet niet uit of het nu over Nederlandse woorden gaat of woorden van een vreemde taal. Goed woordenschatonderwijs steunt volgens hen op drie belangrijke pijlers:

  1. nieuwe woorden leren en gebruiken;

  2. strategieën leren om de betekenis van nieuwe woorden te ontdekken;

  3. opmerkzaam zijn voor nieuwe woorden en gemotiveerd zijn om de eigen woordenschat voortdurend uit te breiden.

Deze drie pijlers worden in het eerste hoofdstuk geïntroduceerd samen met de visie van de auteurs op effectief en opbrengstgericht woordenschatonderwijs. Het begrip opbrengstgericht heeft op zich zijn intrede nog niet gedaan in het Vlaamse onderwijs. Het houdt in dat men systematisch en doelgericht werkt aan het verbeteren van de leerprestaties van de leerlingen. In het tweede hoofdstuk leggen de auteurs uit op welke manier onze hersenen nieuwe woorden leren en onthouden. Ze geven gelijk aan welke gevolgen dit heeft voor de didactiek van het woordenschatonderwijs.

In de hoofdstukken drie tot en met vijf werken de auteurs telkens een van de pijlers van het woordenschatonderwijs uit. Aan de hand van talrijke tips, opdrachten en voorbeelden komt elke pijler op een niet mis te verstane manier tot leven. Wie dit boek met enige terughoudendheid begon te lezen omwille van de ‘theoretische’ titel, zal deze dan ook bij het lezen van deze hoofdstukken heel snel laten varen. Hoe je deze pijlers introduceert, is het onderwerp voor het zesde hoofdstuk.

Het zevende hoofdstuk verdient in deze bespreking een speciale vermelding onder de vorm van een afzonderlijke paragraaf. De auteurs geven immers een ferme aanzet voor de transfer van de drie woordenschatpijlers naar het moderne vreemde talenonderwijs. Hierdoor wordt het boek ook een referentiewerk voor het secundair onderwijs. Dit hoofdstuk zorgt er voor dat het een goed boek werd met een schitterende finale.

Rest me nog het uitgangspunt van dit boek in de verf te zetten: alle leerkrachten in basis- en secundair onderwijs moeten aandacht besteden aan woordenschat en samen zorgen voor een doorgaande lijn in het woordenschatonderwijs. Alleen al door deze uitspraak verdient dit boek het predicaat Naslagwerk met karakter.

naslagwerk met karakter.pngafdrukken

20:14 Gepost door Lieven Coppens in CPS | Permalink | Tags: taal, taalbegrip, taalontwikkeling, taalvaardigheid, taalverwerving, vreemde taal, vreemdetalenonderwijs, woordenschat | |

2013.09.22

Leeskilometers maken op school

Auteur: Lucia Fiori & Janneke van Hardeveld
Titel: Leeskilometers maken op school
Aanpak Vrij lezen
Uitgeverij: CPS
Plaats: Amersfoort
Jaar: 2013
Pagina's: 104 + cd-rom
ISBN-13: 978-90-6508-651-8
Prijs: € 49,-

leeskilometers maken op school - aanpak vrij lezenDe ontwikkeling van het lezen loopt door tot de leeftijd van 15, 16 jaar. Dat weten we al zeventien jaar dankzij het werk van Francis, Shaywitz et al. Helaas is hiervan tot nu toe maar weinig te merken in het secundair|voortgezet onderwijs. Men lijkt er van uit te gaan dat de leerlingen aan het einde van het basisonderwijs op het vlak van technisch lezen ‘volleerd zijn’. Dat is niet zo. Daar heb ik in mijn nieuwsbrieven geregeld op gewezen. Alle leerlingen, ongeacht het onderwijsniveau of de aan- of afwezigheid van een leesstoornis, kunnen en zullen in de loop van het secundair|voortgezet onderwijs op het vlak van technisch lezen nog vooruitgaan.  Als ze voldoende gestimuleerd en gemotiveerd worden om te blijven oefenen of als ze, zoals men dat in Nederland graag zegt, voldoende leeskilometers maken. Met andere woorden: als leerkracht moet je ervoor zorgen dat je jouw leerlingen aan het lezen krijgt en houdt. Het sleutelwoord hiervoor heet leesplezier. De auteurs van dit boek hebben dit helemaal begrepen.

In dit boek beschrijven de auteurs zeer gedetailleerd hun project Vrij lezen. Dit project ontstond uit...

… een Research & Development- aanvraag ’Effectieve aanpak lezen in het voortgezet onderwijs’ bij het ministerie van OCW. Doelstelling van het project was te komen tot een aanpak voor de verbetering van de leesvaardigheid in het voortgezet onderwijs, die effectief, makkelijk implementeerbaar en duurzaam is (blz.23).

Bij de uitwerking van deze aanpak stonden het werk van Pilgreen en Chambers en Marzano’s aanpak van het ‘interesseverbredend lezen’ voorop. Hij werd meteen ook in een aantal projectscholen uitgetest, geëvalueerd en goed bevonden. In essentie komt hij er op neer dat men de leerlingen weer plezier in het lezen wil laten krijgen door eerst de interesses van de leerlingen te achterhalen, hen te helpen om bij die interesses geschikt leesvoer te vinden, hen hetgeen ze lazen actief te laten verwerken en een vast leesritme in te voeren. Let wel: dit heeft niets te maken met ‘verplichte literatuur’! De leerling mag vrij kiezen wat hij leest.

In het eerste hoofdstuk introduceren de auteurs hun leesaanpak. Ze benadrukken het belang van de leesmotivatie en beklemtonen dat het vergroten van de achtergrondkennis en de woordenschat een belangrijke pijler is bij het verbeteren van de leesvaardigheid. Ze brengen de programma’s van Pilgreen, Marzano en Chambers onder de aandacht waarop hun leesaanpak gebaseerd is. Hun conclusie is klaar en duidelijk: lezen in de eigen vrije tijd en vrij lezen loont op de verschillende domeinen van de taal: het begrijpend lezen, het spellen, het schrijven, de kennis van de spraakkunst en de woordenschat.

In het tweede hoofdstuk worden de resultaten van het project beschreven. Zowel de opzet van het onderzoek als de resultaten van het project bij  de leerlingen, de leerkrachten en de schoolleiding worden besproken. Ze  trekken heel eerlijke conclusies uit de onderzoeksresultaten. De resultaten worden niet verfraaid, maar zijn veelbelovend ook al is het verhaal van het project een verhaal met een (voorlopig) open einde.

Het derde hoofdstuk beschrijft wat er nodig is om het Vrij lezen op schoolniveau in te voeren. Zowel het inhoudelijke als het praktische krijgt hier zijn plaats. In het vierde en laatste hoofdstuk vindt de leerkracht in een vijfstappenplan hoe hij met deze aanpak in de klas aan de slag kan.  Heel belangrijk in dit plan zijn de vierde en vijfde stap, respectievelijk de individuele en gezamenlijke verwerking. Op de bij het boek geleverde cd-rom staan tientallen verwerkingsopdrachten die hiervoor kunnen gebruikt worden. Heel verrijkend zijn de noodscenario’s die de auteurs voorzien hebben onder de rubriek Wat te doen als… Deze brengen de didactische en pedagogische bekwaamheid van de leerkracht op een hoger niveau. De in het boek vermelde referentieniveaus zijn parate kennis voor de Nederlandse leerkrachten, maar verdienen zeker ook de nodige aandacht van de Vlaamse leerkrachten. Zij plaatsen  een en ander immers in een breder perspectief.

Het is altijd moeilijk om een boek dat een welbepaalde aanpak introduceert op een goede manier te bespreken. Meestal omdat deze aanpak zich maar moeilijk laat samenvatten. Voor mij ligt de meerwaarde van dit boek alvast in het feit dat het de ontwikkeling van het lezen ook actief een plaats geeft in het secundair|voortgezet onderwijs. Daarenboven is de aanpak evidence based, wat hem meteen de juiste dimensie geeft. Kort samengevat: iedereen die interesse heeft voor leesdidactiek moet dit boek lezen.

afdrukken

18:55 Gepost door Lieven Coppens in CPS | Permalink | Tags: begrijpend lezen, leesmotivatie, leesplezier, lezen, technisch lezen, secundair onderwijs, voortgezet lezen, woordenschat | |

2012.10.06

Werkmap Fonemisch bewustzijn

Auteur: Mariët Förrer & Susanne Huijbregts
Titel: Werkmap Fonemisch bewustzijn
Aan de slag met klanken en letters in groep 1 en 2
Website: CPS
Plaats: Amersfoort
Jaar: 2011 (Derde, licht herziene druk)
Pagina's: 272
ISBN-13: 9789065085986
Prijs: € 92,50

werkmap fonemisch bewustzijn - aan de slag met klanken en letters in groep 1 en 2 Ik breng graag deze uitgave van het Nederlandse CPS over Fonemisch bewustzijn terug onder de aandacht. Ik heb niet de bedoeling mijn eerdere bespreking nog eens dunnetjes over te doen. Wat ik wel wil, is duidelijk maken dat deze licht herziene druk toch een belangrijke meerwaarde heeft meegekregen. Ik haal er vooral die elementen uit die ook voor het Vlaamse onderwijs (sorry, Nederlandse lezers) zeer relevant zijn.

Eerst en vooral is daar het zeer uitgebreide schema over de taalontwikkeling van de kleuter waar de doelen beschreven staan die aan het einde van de derde kleuterklas zou moeten behaald worden. Deze doelen zijn verdeeld over drie ontwikkelingsgebieden met elk hun specifieke onderdelen:

  • Mondelinge taalvaardigheid;
  • Ontluikende en beginnende geletterdheid;
  • Taalbeschouwing.

Daarnaast is de toevoeging van de zes kenmerken van effectief leesonderwijs (zoals Kees Vernooy ze in 2006 beschreef) een sterke troef van deze vernieuwde map. Deze kenmerken zijn:

  • Het stellen van duidelijke, toetsbare, hoge doelen;
  • Voldoende tijd besteden aan (voorbereidend) leesonderwijs en extra tijd voor risicoleerlingen;
  • Doorgaande lijn in het aanbod;
  • Het geven van effectieve en kwalitatief goede instructie;
  • Convergente differentiatie toepassen;
  • Vroegtijdig signaleren en reageren (monitoring).

Wie meer wil te weten komen over de verdere invulling van deze map, verwijs ik graag naar mijn vorige bespreking. Persoonlijk vind ik deze herziene druk meer dan verantwoord.

De boeken van uitgeverij CPS worden in België verdeeld door uitgeverij Abimo.

afdrukken

2012.03.04

Als kleuters leren meten

Auteur: Marije Bakker, Aafke Bouwman, Jarise Kaskens & Anneke Noteboom
Titel: Als kleuters leren meten
De ontwikkeling van meten en meetkunde bij jonge kinderen
Website: CPS
Plaats: Amersfoort
Jaar: 2011
Pagina's: 90
ISBN-13: 9789065086402
Prijs: € 45,00

als kleuters leren meten - de ontwikkeling van meten en meetkunde bij jonge kinderenMeten en meetkunde zijn twee wiskundedomeinen die, naast het tellen en het getalbegrip, al van in de kleuterschool belangrijk zijn. Kleuters moeten er concrete ervaringen mee opdoen. Zo leggen ze alvast de basis voor de inzichten, kennis en vaardigheden waaraan men vanaf het eerste leerjaar bouwt. Op het niveau van de kleuterschool betekent dit voor het meten dat het opdoen van meetervaringen bijdraagt tot het ontluiken van het maatbesef. De meetkundige aspecten helpen de kleuter dan weer om hun ruimtelijke omgeving beter te begrijpen. Kleuters die ervaringen opdoen met deze meetkundige aspecten hebben een basis waarop het ruimtelijk voorstellings- en redeneervermogen zich ontwikkelen. In deze map komen meten en meetkunde exclusief aan bod. Uitgaande van peilingen brengt men de ontwikkeling van de kleuter op deze twee domeinen in kaart. Waar nodig kan men de kleuter stimuleren.

In het eerste hoofdstukje vertellen de auteurs wat de lezer van deze map kan verwachten. Een leeswijzer geeft heel beknopt weer hoe een en ander moet gelezen worden.

Hoofdstuk twee schetst de ontwikkeling van de kleuter op het vlak van meten en meetkunde. Heel interessant hierbij zijn de minimumdoelen zoals ze in Nederland aan het einde van groep 2 (3e kleuterklas) moeten gekend zijn. Hoewel anders geformuleerd, zien we toch veel overeenkomsten met de Vlaamse eindtermen en hun vertaling naar de Vlaamse leerplannen wiskunde. De delen over het peilen en stimuleren op het gebied van meten en meetkunde enerzijds en de tabellen met daarin per onderdeel de aangewezen leerevolutie in de tweede en derde kleuterklas anderzijds vind ik persoonlijk heel belangrijk.

Het derde hoofdstuk geeft meer uitleg bij de speelse activiteiten die de leerkracht met de kleuters kan doen om te bepalen hoever ze staan in hun meet- en meetkundige ontwikkeling. Je kunt dit zien als een soort diagnostisch gesprek waarbij hij op systematische manier de verschillende deelaspecten van het meten en de meetkunde onderzoekt.

Het vierde hoofdstuk bevat enkele voorstellen om kinderen te ondersteunen. Hoofdstuk 5 bevat de uitgewerkte peilingactiviteiten voor de kleuters. Het benodigde materiaal is meegeleverd in bijlage.

Dit is een voorbeeld van het soort kleutermateriaal waarvan we er in Vlaanderen veel te weinig hebben.

De boeken van uitgeverij CPS worden in België verdeeld door uitgeverij Abimo.

afdrukken