2009.08.15

Slapen. Een antwoord op 101 slaapvragen

Auteur: Karen Spruyt
Titel: Slapen. Een antwoord op 101 slaapvragen.
Uitgeverij: Lannoo
Plaats: Tielt
Jaar: 2008
Pagina's: 120
ISBN-13: 978-90-209-7848-3
Prijs: € 9,95

slapen - een antwoord op 101 slaapvragenIedere ouder voelt het van nature aan: slapen is heel belangrijk voor de gezonde ontwikkeling van een kind. Enkel een goed uitgerust kind kan overdag ook goed functioneren. Een goed uitgerust kind is goed geluimd, kan zich concentreren, is beter bestand tegen frustraties en dergelijke meer. Alleen loopt het met het slapen niet altijd even vlot.

De vragen uit dit boekje zijn door de auteur geordend rond deze thema's:

  • Hoe slaapt je kind?
  • Zo slaapt je kind goed en genoeg.
  • Het bedtijdritueel.
  • Een heerlijke slaapomgeving.
  • Pubers, om wakker van te liggen.
  • Als je kind problemen heeft met slapen.

De titels van deze thema's zijn zo goed gekozen dat ze nauwelijks toelichting nodig hebben. Waar het eerste hoofdstuk eerder algemeen van aard is, komen in het tweede hoofdstuk vragen aan bod zoals het aantal uren slapen dat iemand van een bepaalde leeftijd nodig heeft of wanneer het nu eigenlijk bedtijd is. Het derde hoofdstuk bespreekt het belang van een duidelijk herkenbaar (en consequent toegepast) bedtijdritueel. Het vierde hoofdstuk gaat dieper in op de ideale slaapomgeving en op de vraag of je als ouder nu bij je kind moet slapen of niet. In het volgende hoofdstuk worden ouders geholpen om de nachtelijke slaap van hun pubers te bewaken. Want dat ze die nodig hebben, staat vast. In het laatste hoofdstuk komen allerlei slaapproblemen en mogelijke oplossingen aan bod.

Een boekje dat de wakkere ouder niet wil missen.

afdrukken

23:29 Gepost door Lieven Coppens in Lannoo | Permalink | Email dit | Tags: opvoeding, opvoedingsondersteuning, ouders, slapen, slaapproblemen | |

Leren. Een antwoord op 101 leervragen

Auteur: Willem de Vriendt
Titel: Leren. Een antwoord op 101 leervragen.
Uitgeverij: Lannoo
Plaats: Tielt
Jaar: 2008
Pagina's: 120
ISBN-13: 978-90-209-7815-5
Prijs: € 9,95

leren - een antwoord op 101 leervragenVeel methoden voor 'leren leren' zijn niet voldoende om kinderen goed te leren studeren. Dat komt omdat ze er vanuit gaan dat leerlingen de basisprincipes van het studeren al beheersen en enkel nog moeten leren deze gestructureerd en systematisch toe te passen. Met andere woorden: ze beginnen waar dit boekje eindigt. De inhoud van dit boekje is verdeeld over zes thema's:

  • Leren, hoe doe je dat?
  • Alles begint bij begrijpen.
  • Na begrijpen komt onthouden.
  • Herinneren.
  • Leerstof gebruiken.
  • Je kind helpen en begeleiden, een bijzondere aanpak.

In dit boekje toont de auteur haarfijn aan dat de basis van alle studeren begint bij het begrijpen van de leerstof. Pas als de leerstof begrepen wordt, kan en mag men er werk van maken om ze te onthouden. Daarna moet men leren om die leerstof op het juiste moment en in de juiste situatie weer op te roepen en correct te gebruiken.

Als ouder kun je de leerstof niet in de plaats van jouw kind studeren. Ook al zou je dat willen. In het laatste hoofdstukje over het helpen en begeleiden van jouw student staat beschreven wat je dan wel kunt doen. Een leestip: begin als ouder met het lezen van dit hoofdstuk. Voor je het weet heb je het volledige boekje doorgenomen. Doen!

afdrukken

23:21 Gepost door Lieven Coppens in Lannoo | Permalink | Email dit | Tags: ouders, leren, leren leren, leertips, studietips, leren studeren | |

Beter omgaan met de emoties van kleuters

Auteur: Niki Jeannin, Peter Adriaenssens & Els Mertens
Titel: Beter omgaan met de emoties van kleuters. Met de methode van 'Het Toverbos'.
Uitgeverij: Lannoo
Plaats: Tielt
Jaar: 2008
Pagina's: 160
ISBN-13: 978-90-209-7619-9
Prijs: € 19,95

beter omgaan met de emoties van kleuters - met de methode van 'het toverbos'Je kent hem wel, die peuter of kleuter die één en al gevoel is. Je wilt hem ter hulp schieten en vat krijgen op de situatie die dat gevoel veroorzaakt, maar kunt het niet. De peuter of kleuter is immers niet in staat om zijn gevoelens onder woorden te brengen. Dit maakt het voor jou als ouder of volwassen begeleider moeilijk om hem te steunen.

Peuters en kleuters hebben het niet altijd even gemakkelijk om hun gevoelens te beheersen. Dit geldt zowel voor de positieve als voor de negatieve gevoelens. In dit boek willen de auteurs wegwijzers uitzetten om peuters en kleuters beter met deze gevoelens te leren omgaan en hen daar als volwassene bij te helpen.

In het eerste deel wordt de theoretische onderbouw van het boek geleverd. Eerst en vooral wordt er dieper ingegaan op het thema van de gevoelens. Vragen als wat een gevoel is en welke gevoelens er zijn, krijgen hier een antwoord. Vervolgens gaan de auteurs dieper in op de sociaal-emotionele ontwikkeling van het jonge kind. Ze beschrijven hoe de gevoelswereld in de periode van baby tot kleuter evolueert en geleidelijk aan meer gedifferentieerd en op de anderen betrokken en door de communicatie over en weer met anderen bepaald wordt. Dit is niet altijd een bewust proces. Daarbij komt dat de gevoelsbeleving van peuters en kleuters nog weinig stabiel is. Van het ene moment op het andere kunnen positieve gevoelens omslaan in negatieve en omgekeerd. Twee gevoelens die in de periode van baby tot kleuter zeer manifest aanwezig zijn, zijn angst en woede.

Een belangrijk middel om het gevoelsleven beter te leren kennen is het spel. De auteurs noemen dit de toverkracht van het spelen. In het spel kunnen veel, nagenoeg alle gevoelens gesymboliseerd worden. Het spelen heeft dan ook een meervoudig doel:

  • de ruimte tussen fantasie en realiteit verkennen;
  • sociale vaardigheden oefenen;
  • leer omgaan met angsten en conflicten;
  • oefenen voor later;
  • cognitieve capaciteiten oefenen (blz.43) .

Doorheen verschillende speelactiviteiten leert het kind zijn gevoelens uiten en er mee omgaan. Voor volwassenen is spel dan ook de gelegenheid bij uitstek om door observatie binnen te kijken in de emotionele ontwikkeling van een kleuter. In het laatste hoofdstuk van het eerste deel (hoofdstuk 4) geven de auteurs concrete tips hoe volwassenen met de emoties van kinderen kunnen omgaan.

In het tweede deel van het boek, het meer praktische gedeelte, komt de methode van Het Toverbos© aan bod. Let hierbij wel op: het is een verkenning van deze methode, geen handleiding. Het boek kan dus niet als zodanig aangewend worden. Een uitgebreide en zeer concreet geïllustreerde introductie wordt gevolgd door een overzicht van de sterkmakende punten van de methode.

Tot slot van het boek staan de auteurs stil bij enkele problemen die zich kunnen voordoen bij het werken met Het Toverbos©.

Een boek dat je op een snelle manier heel wat bijbrengt over de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen en dat een prima aanzet vormt om de methode van Het Toverbos© beter te leren kennen.

afdrukken

16:01 Gepost door Lieven Coppens in Lannoo | Permalink | Email dit | Tags: ontwikkeling, kleuters, peuters, kleuteronderwijs, methodiek, sociale ontwikkeling, emotionele ontwikkeling | |

2009.08.01

Juf, mag ik overvaren

Auteur: Marc Litière
Titel: Juf, mag ik overvaren. Schoolrijpheid. Als het kleuteren voorbij is.
Uitgeverij: Lannoo
Plaats: Tielt
Jaar: 2008
Pagina's: 228
ISBN-13: 978-90-209-7814-8
Prijs: € 19,95

juf mag ik overvaren - schoolrijpheid - als het kleuteren voorbij isLaat ik maar meteen met de deur in huis vallen. Als er ooit een begrijpelijk standaardwerk is geschreven over schoolrijpheid, dan is het wel dit boek van Marc Litière. Het laat zowel een snelle eerste lezing (volg de tekstkadertjes doorheen het boek) als een meer diepgaande verkenning van het onderwerp (lees het volledige boek) toe. Als extraatje vormt elk hoofdstuk min of meer een afgesloten geheel. Dit verhoogt niet alleen de leesbaarheid, maar zorgt er ook voor dat het een ideaal instrument is om te gebruiken in lees- en discussiegroepen van ouders. Want dit is volgens mij een noodzaak: als schoolrijpheid voor de kleuter een groei- en ontwikkelingsproces is doorheen de ganse kleuterschool (of in Nederland: groepen 1 en 2), dan is dat eveneens een groei- en ontwikkelingsproces waar jonge ouders ook doorheen moeten. Een groei- en ontwikkelingsproces houdt ook in dat de groei en ontwikkeling van de kleuters al vrij vroeg (lees: vanaf de peuterklas) gevolgd wordt. Nog anders gezegd: het uiterste moment om op school een informatieavond over schoolrijpheid te geven is september van de derde kleuterklas. Een ouderavond in het tweede of derde trimester is volledig zinloos. Want schoolrijpheid is niet alleen de zaak van de school, maar ook die van ouders. Maar dat is een andere discussie.

Juf, mag ik overvaren is één van die boeken waarbij je de inleiding bij het lezen niet mag overslaan. In deze inleiding adem je gewoon de visie van de auteur in: schoolrijpheid bespreken vanuit het standpunt van het kind. Hierbij staan de vragen die aan de kleuters gesteld werden centraal. Je moet de antwoorden gewoon gelezen hebben om het boek maximaal te kunnen begrijpen.

In het eerste hoofdstuk toont de auteur aan dat de overgang naar het eerste leerjaar een belangrijke, maar ook (zeer) grote stap is. Samen met de auteur kun je jezelf terecht afvragen wat nu het belangrijkste is: moet de kleuterschool tegemoet komen aan de eisen van het eerste leerjaar of moet het eerste leerjaar de kleuterschool een eind tegemoet komen? Het is ook de taak van het eerste leerjaar om kinderen verder naar die schoolrijpheid te laten groeien en ontwikkelen. Elk kind volgt zijn persoonlijke tempo en bereikt niet noodzakelijk op 1 september van het eerste leerjaar (groep 3) op elk ontwikkelingsdomein het noodzakelijke 'startniveau' - als dat al bestaat. Het eerste leerjaar (groep 3) moet meer zijn dan leren alleen: het moet ook verder ruimte bieden voor creativiteit, emotionele groei, bewegingsopvoeding, ...

In het tweede hoofdstuk gaat Marc Litière op zoek naar de schoolrijpheid. Hij komt hierin onder andere tot het besluit dat schoolrijpheid een proces is dat langzaam en vanzelf komt, maar dat wel gestimuleerd moet worden vanuit de volledige omgeving van het kind, dus niet alleen vanuit de school. Het is immers in de wisselwerking tussen het kind, de school, de ouders en de maatschappij dat de schoolrijpheid geboren wordt. Nog anders gezegd, het is een wisselwerking tussen actieve en passieve factoren. Die wisselwerking houdt niet alleen in dat het kind moet rijp zijn voor de school, maar de school ook rijp voor het kind.

Wanneer is een kleuter schoolrijp? Deze vraag krijgt een antwoord in het derde hoofdstuk. Zowel de algemene als specifieke voorwaarden komen hier uitgebreid en concreet aan bod. Dit hoofdstuk is eigenlijk de ruggengraat van het boek. Niet te missen dus. Dit hoofdstuk wordt op een (h)eerlijke manier aangevuld met de beeldvergelijkingen over schoolrijpheid uit het vierde hoofdstuk. Schoolrijpheid is het fundament van het huis, de kers op de taart, een puzzel met veel stukjes, ...

Het vijfde hoofdstuk gaat meer dan terecht in op de relativiteit van de schoolrijpheidstest. Aangezien schoolrijpheid een proces van individuele groei en ontwikkeling is, kan en mag men er niet vanuit gaan dat elk kind op het moment dat een toets afgenomen wordt er klaar voor is. Trouwens: die toets meet maar bepaalde aspecten van de schoolrijpheid en gaat aan veel andere domeinen voorbij. Je moet ook het kind zelf en zijn ouders bevragen, je moet de observaties van ouders en leerkrachten bij de 'evaluatie' betrekken. Niet voor niets komt de auteur tot de conclusie dat er meer na- dan voordelen verbonden zijn aan de huidige schoolrijpheidstesten. Om het met de auteur te zeggen:

De ideale schoolrijpheidstest: had ik maar een glazen bol! (blz.99).

Het zesde hoofdstuk staat helemaal in het teken van de maatregelen die de ouders, de leerkracht en de school kunnen nemen om de overgang naar het eerste leerjaar (groep 3) vlot te laten verlopen. Voor de ouders geeft Marc Litière een heleboel concrete tips in verband met het helpen met:

  • taalbeheersing
  • ruimtelijk inzicht
  • tijdsbesef
  • zelfredzaamheid
  • fijne motoriek
  • grove motoriek en coördinatie
  • schrijfmotoriek
  • voorbereidend rekenen
  • symboolbewustzijn
  • auditieve vaardigheden
  • visuele vaardigheden
  • werkhouding
  • sociale en emotionele ontwikkeling
  • lichaamsschema

Hierbij aansluitend voorziet hij in een veertigtal oefenblaadjes, waarbij we hem graag nog even aan het woord laten:

We willen hier echter nog eens benadrukken dat het maken van deze oefenblaadjes niet voldoende is om een kind voor te bereiden op schoolrijpheid (blz.139).

Hierna gaat hij nog even dieper in op de veranderingen die volgens hem op het niveau van de leerkrachten en de school nodig zijn om de overgang vlotter te laten verlopen. Tot slot zijn zeker de 'dertien dingen die je als ouder beter niet kunt doen' (ook door (kleuter)leerkrachten) niet te missen.

Het zevende hoofdstuk behandelt de alarmsignalen in verband met het niet schoolrijp zijn en reikt een mogelijke aanpak aan van specifieke problemen. Het achtste hoofdstuk zet enkele misvattingen recht.

Verplichte literatuur voor ouders, leerkrachten, directies en leerlingenbegeleiders!

afdrukken

2009.02.15

Tieners zit stil op school

Auteur: Rita Bollaert & Marc Derudder
Titel: Tieners zit stil! op school. Omgaan met ADHD.
>Uitgeverij: Lannoo
Plaats: Tielt
Jaar: 2004 (tweede druk)
Pagina's: 168
ISBN-13: 978-90-209-5724-2
Prijs: € 17,95

tieners zit stil op school. omgaan met adhdDit boek probeert een antwoord te geven op de vraag hoe je het beste omgaat met tieners met ADHD. Het is een bundeling van heel concreet materiaal voor ouders en leerkrachten waardoor talrijke plooien kunnen gladgestreken en heel scherpe hoekjes kunnen bijgeschaafd worden. Tegelijk gaat er van al deze tips en materialen uit dit boek, indien toegepast nog voor de problemen zich voordoen, een zeer belangrijke proactieve en preventie werking uit.

In het eerste hoofdstuk bespreken de auteurs de cocktail die gemaakt wordt door ADHD en puberteit met elkaar te vermengen. Ze verklaren waarom een puber met ADHD nog emotioneler en kwetsbaarder is dan zijn leeftijdsgenoten zonder ADHD en waarom het belangrijk is dat ouders en leerkrachten zich daar extra van bewust zijn. Een grondige kennis van de problematiek en een doelgerichte aanpak zorgen immers voor een betere prognose voor deze leerlingen.

Het tweede hoofdstuk staat helemaal in het teken van de vaardigheden die opvoeders nodig hebben om een puber met ADHD goed te kunnen begeleiden. Het gaat hier zowel om vaardigheden om gewenst gedrag te stimuleren als om ongewenst gedrag te verminderen. En dat gaat heus verder dan het klassieke thema van beloning en straf.

Huiswerk maken is de medeverantwoordelijkheid van de ouders van de leerling met ADHD. Omdat hij het gezien zijn problematiek zelf niet helemaal in de hand kan houden. Ook al is men als ouder geneigd te denken dat huiswerk in het secundair onderwijs uitsluitend de verantwoordelijkheid is van de student zelf. De ouder, maar ook de school, heeft hier belangrijke verantwoordelijkheden, zoals het helpen organiseren, leren studeren, beschikbaar zijn om te helpen als daar nood aan is en dergelijke meer. Studiebegeleiding is hier het sleutelwoord.

Het vierde hoofdstuk toont aan dan een goede communicatie op verschillende vlakken (over)levensnood-zakelijk is. Het gaat hier niet alleen over de communicatie tussen leerkracht en ouders, maar ook over het inlichten van de medeleerlingen en de communicatie binnen het schoolteam. Voor deze communicatie binnen het schoolteam is de cel leerlingenbegeleiding het platform bij uitstek.

Een preventieve aanpak bestaat uit concrete en heldere afspraken tussen de school en de leerlingen en hun ouders enerzijds, en uit klas- en vakoverschrijdende afspraken binnen het voltallige leerkrachtenkorps anderzijds. Dit geven de auteurs als centrale boodschap mee in het vijfde hoofdstuk. Op een positieve manier wordt er overal structuur gebracht: structuur in opdrachten, structuur in de tijd, structuur in de ruimte, zelfs structuur in conflicten. Elke vorm van structuur biedt hier een mogelijke uitkomst.

In het zesde hoofdstuk geven de auteurs tips om de hulp die men wenst te bieden op maat van de leerling met ADHD te maken. Ze stimuleren de lezer niet alleen om een begeleidingsplan op te stellen voor deze leerling, ze geven ook aanwijzingen om zijn gedrag, attitudes en houding te beoordelen en hem te begeleiden bij zijn studiekeuze.

Het zevende en laatste hoofdstuk behandelt de aanpak van ongewenst gedrag. Hulpmiddelen zoals de leerlingvolgkaart (in uitzonderlijke gevallen de klassikale volgkaart), beloning en straf en nota's in de agenda of het rapport komen hier aan bod.

Dit boek munt uit in zijn praktische toepassingswaarde: aan de hand van concrete gevalsbesprekingen, voorbeelden, schema's en heel veel achtergrondinformatie brengen de auteurs hun verhaal tot leven. Hoewel de theoretische achtergrond nooit veraf is, leest dit boek zeer gemakkelijk en is de herkenbaarheid voor de lezer zeer groot. De tientallen tips en suggesties kunnen het leven in de klas voor iedereen - dus niet alleen van de tiener met ADHD - veel rustiger en aangenamer maken.

afdrukken

22:51 Gepost door Lieven Coppens in Lannoo | Permalink | Email dit | Tags: add, adhd | |