2009.02.15

Tieners zit stil op school

Auteur: Rita Bollaert & Marc Derudder
Titel: Tieners zit stil! op school. Omgaan met ADHD.
>Uitgeverij: Lannoo
Plaats: Tielt
Jaar: 2004 (tweede druk)
Pagina's: 168
ISBN-13: 978-90-209-5724-2
Prijs: € 17,95

tieners zit stil op school. omgaan met adhdDit boek probeert een antwoord te geven op de vraag hoe je het beste omgaat met tieners met ADHD. Het is een bundeling van heel concreet materiaal voor ouders en leerkrachten waardoor talrijke plooien kunnen gladgestreken en heel scherpe hoekjes kunnen bijgeschaafd worden. Tegelijk gaat er van al deze tips en materialen uit dit boek, indien toegepast nog voor de problemen zich voordoen, een zeer belangrijke proactieve en preventie werking uit.

In het eerste hoofdstuk bespreken de auteurs de cocktail die gemaakt wordt door ADHD en puberteit met elkaar te vermengen. Ze verklaren waarom een puber met ADHD nog emotioneler en kwetsbaarder is dan zijn leeftijdsgenoten zonder ADHD en waarom het belangrijk is dat ouders en leerkrachten zich daar extra van bewust zijn. Een grondige kennis van de problematiek en een doelgerichte aanpak zorgen immers voor een betere prognose voor deze leerlingen.

Het tweede hoofdstuk staat helemaal in het teken van de vaardigheden die opvoeders nodig hebben om een puber met ADHD goed te kunnen begeleiden. Het gaat hier zowel om vaardigheden om gewenst gedrag te stimuleren als om ongewenst gedrag te verminderen. En dat gaat heus verder dan het klassieke thema van beloning en straf.

Huiswerk maken is de medeverantwoordelijkheid van de ouders van de leerling met ADHD. Omdat hij het gezien zijn problematiek zelf niet helemaal in de hand kan houden. Ook al is men als ouder geneigd te denken dat huiswerk in het secundair onderwijs uitsluitend de verantwoordelijkheid is van de student zelf. De ouder, maar ook de school, heeft hier belangrijke verantwoordelijkheden, zoals het helpen organiseren, leren studeren, beschikbaar zijn om te helpen als daar nood aan is en dergelijke meer. Studiebegeleiding is hier het sleutelwoord.

Het vierde hoofdstuk toont aan dan een goede communicatie op verschillende vlakken (over)levensnood-zakelijk is. Het gaat hier niet alleen over de communicatie tussen leerkracht en ouders, maar ook over het inlichten van de medeleerlingen en de communicatie binnen het schoolteam. Voor deze communicatie binnen het schoolteam is de cel leerlingenbegeleiding het platform bij uitstek.

Een preventieve aanpak bestaat uit concrete en heldere afspraken tussen de school en de leerlingen en hun ouders enerzijds, en uit klas- en vakoverschrijdende afspraken binnen het voltallige leerkrachtenkorps anderzijds. Dit geven de auteurs als centrale boodschap mee in het vijfde hoofdstuk. Op een positieve manier wordt er overal structuur gebracht: structuur in opdrachten, structuur in de tijd, structuur in de ruimte, zelfs structuur in conflicten. Elke vorm van structuur biedt hier een mogelijke uitkomst.

In het zesde hoofdstuk geven de auteurs tips om de hulp die men wenst te bieden op maat van de leerling met ADHD te maken. Ze stimuleren de lezer niet alleen om een begeleidingsplan op te stellen voor deze leerling, ze geven ook aanwijzingen om zijn gedrag, attitudes en houding te beoordelen en hem te begeleiden bij zijn studiekeuze.

Het zevende en laatste hoofdstuk behandelt de aanpak van ongewenst gedrag. Hulpmiddelen zoals de leerlingvolgkaart (in uitzonderlijke gevallen de klassikale volgkaart), beloning en straf en nota's in de agenda of het rapport komen hier aan bod.

Dit boek munt uit in zijn praktische toepassingswaarde: aan de hand van concrete gevalsbesprekingen, voorbeelden, schema's en heel veel achtergrondinformatie brengen de auteurs hun verhaal tot leven. Hoewel de theoretische achtergrond nooit veraf is, leest dit boek zeer gemakkelijk en is de herkenbaarheid voor de lezer zeer groot. De tientallen tips en suggesties kunnen het leven in de klas voor iedereen - dus niet alleen van de tiener met ADHD - veel rustiger en aangenamer maken.

afdrukken

22:51 Gepost door Lieven Coppens in Lannoo | Permalink | Tags: add, adhd | |

Zit stil! op school

Auteur: Rita Bollaert
Titel: Zit stil! op school. Omgaan met ADHD in de klas.
Uitgeverij: Lannoo
Plaats: Tielt
Jaar: 2003 (derde druk)
Pagina's: 118
ISBN-13: 978-90-209-4872-1
Prijs: € 19,95

zit stil op school - omgaan met adhd in de klasRita Bollaert heeft met dit boek een handleiding geschreven over het omgaan met kinderen met ADHD in de basisschool. In twaalf hoofdstukken behandelt ze een aantal essentiële thema's.

In het eerste hoofdstuk beschrijft ze het fenomeen ADHD, ontzenuwt ze enkele mythes en bespreekt ze de drie verklaringsmodellen voor ADHD om uiteindelijk te komen tot de criteria uit de DSM IV om te kunnen spreken over ADHD. Daarbij benadrukt ze dat de diagnose moeilijker te stellen is dan men zou denken, niet in het minst omwille van de secundaire problemen bij ADHD en de comorbiditeit met andere stoornissen. Hierbij sluit het tweede hoofdstuk nauw aan, waarin de auteur er voor pleit om als ouder toch open te zijn over de problemen van hun kind en met de leerkracht in gesprek te gaan.

Vanaf het derde tot en met het vijfde hoofdstuk bespreekt Rita Bollaert enkele belangrijke thema's in verband met de aanpak van kinderen met ADHD. Zo komen onder meer het belonen en straffen aan bod als deel van de noodzakelijke gedragstherapie, maar ook het (begeleiden bij het) maken van huiswerk.

Dat een diagnose krijgen niet zo evident is en uit verschillende stappen bestaat, beschrijft de auteur in het zesde hoofdstuk. Dat een dergelijke diagnose bij ouders en leerkrachten op een bepaald moment schuldgevoelens kan oproepen, is het centrale thema van het zevende hoofdstuk. Daarbij besteedt de auteur aandacht aan de manier waarop men daarmee kan omgaan of daaraan kan tegemoet komen.

Vanaf het achtste hoofdstuk, dat gaat over het belang van zelfinstructie, behandelen de verschillende hoofdstukken elk een specifiek thema. Zo gaat het negende hoofdstuk over kinderen met ADD, waarbij er extra benadrukt wordt dat deze kinderen vaak jaren lang onopgemerkt blijven, met alle gevolgen van dien. Het tiende hoofdstuk geeft dan weer heel wat tips over het omgaan met deze kinderen in meer losse, ongestructureerde situaties zoals een kamp. Het elfde hoofdstuk staat helemaal in het teken van het gebruik van medicatie bij ADHD.

In het laatste hoofdstuk komt het zelfbeeld van het kind met ADHD aan bod. Gaandeweg wordt het kind immers gewaar dat het "anders" is, een vaststelling die het moet leren verwerken en aanvaarden.

De meerwaarde van het boek ligt in de talrijke concrete voorbeelden en de vele praktische tips. De theorie wordt hierbij zeker niet geschuwd, maar is ondergeschikt aan wat de auteur beoogt: een gids te zijn voor ouders, leerkrachten en hulpverleners.

afdrukken

17:27 Gepost door Lieven Coppens in Lannoo | Permalink | Tags: adhd, add | |

2009.01.25

Zit stil!

Auteur: Theo Compernolle en Theo Doreleijers
Titel: Zit stil! Handleiding voor het opvoeden van overbeweeglijke kinderen.
Uitgeverij: Lannoo
Plaats: Tielt
Jaar: 2002 (drieëntwintigste druk)
Pagina's: 172
ISBN-13: 978-90-209-4454-9
Prijs: € 17,95

zit stilEen boek dat aan zijn drieëntwintigste uitgave toe is, hoeft eigenlijk niet meer voorgesteld of besproken te worden. Het heeft zijn waarde al bewezen. Toch merk ik dat het niet altijd bekend is bij hen die er heel wat kunnen aan hebben, de ouders of opvoeders van overbeweeglijke en gedragsmoeilijke kinderen. Dit lijkt me een voldoende reden om het boek opnieuw onder de aandacht te brengen.

De auteurs leggen in een uitgebreide inleiding uit waarom ze het boek geschreven hebben en wat ze ermee bedoelen. De nadruk ligt op het doen: het is een werkboek voor ouders en de mensen die samen met hen mee in staan voor de opvoeding van een kind, thuis en op school. Verder leggen ze uit hoe het boek moet gelezen worden en geven ze de lezer een woordenlijst mee die een aantal essentiële begrippen verklaart.

In het eerste hoofdstuk leggen de auteurs uit wat overbeweeglijkheid is en wat de meest voorkomende oorzaken zijn. Ze geven telkens een kort woordje uitleg bij de verschillende mogelijke oorzaken, zoals daar zijn: psychosociale oorzaken, erfelijke factoren, hersenbeschadiging, hersendysfunctie, voedselallergie of een combinatie van verschillende oorzaken. Ze stellen ook heel duidelijk dat de ernst van de uitingen afhankelijk is van verschillende omstandigheden, niet in het minst van de opvoeding. Voorbeelden en schema's verduidelijken het geheel. Belangrijk is echter wel dat ze extra benadrukken dat het niet altijd mogelijk is om de eigenlijke oorzaak te achterhalen, maar dat dit niet wegneemt dat onderzoek toch wel kan aangeven hoe de behandeling er moet uitzien.

De auteurs beschrijven in het tweede hoofdstuk een aantal principes waar ouders rekening moeten mee houden als ze hun kind een bepaald nieuw gedrag willen aanleren. In veertien verschillende stukjes vertalen ze deze principes in concrete oudertaal. Aan bod komen onder andere:

  • (sociale) aanmoediging als voorwaarde tot leren;
  • de rol van de context en de omstandigheden bij het uitlokken van het gewenste gedrag;
  • de noodzaak om aanmoediging en ontmoediging van elkaar te scheiden.

Het derde hoofdstuk staat helemaal in het teken van het afleren van ongewenst gedrag. De auteurs leggen eerst uit hoe ongewenst gedrag in stand wordt gehouden en gaan uitgebreid in op de rol van straf. Verder reiken ze een aantal concrete hulpmiddelen aan die ouders kunnen gebruiken bij het afleren van ongewenst gedrag.

Tot en met het derde hoofdstuk hebben de auteurs nog geen specifieke aanpak voor overbeweeglijke kinderen (met ADHD) voorgesteld. Dit verandert vanaf hoofdstuk vier. In dit hoofdstuk geven de auteurs enkele adviezen die heel specifiek zijn voor de begeleiding van overbeweeglijke kinderen. Aan bod komt onder andere:

  • het belang van eenvoud en structuur;
  • het vermijden van afleiding en onnodige prikkels;
  • het belang van het voorbereiden van een overbeweeglijk kind op nieuwe situaties;
  • het aanleren van zelfcontrole;
  • het inschakelen van broers en zussen;
  • het belang van fysieke en mentale ruimte waarin het kind mag uitrazen;
  • het belang van een goede en nauwe samenwerking met de school.

Het vijfde hoofdstuk vult dit eigenlijk aan, omdat het helemaal in het teken staat van een ander principe bij de aanpak van overbeweeglijke kinderen, namelijk de eensgezindheid van de ouders. Dit wordt verderop in het hoofdstuk uitgebreid naar eensgezindheid tussen alle volwassenen die omgaan met het overbeweeglijke kind.

Pas in het zesde en laatste hoofdstuk gaan de auteurs dieper in op kinderen met ADHD. De kenmerken zoals ze in de DSM-IV staan worden opgesomd en kort toegelicht. Daarbij staan de auteurs uitgebreid stil bij de vele problemen die kinderen met ADHD kunnen ondervinden (coördinatieproblemen, concentratieproblemen, leerproblemen, ...). Ook de comorbiditeit van ADHD met andere problemen wordt besproken. Dit hoofdstuk besluit met de prognose voor kinderen en adolescenten met ADHD.

Dit boek helpt ouders van een overbeweeglijk kind (met ADHD) aardig op weg om het nog beter te begrijpen en nog consequenter te begeleiden. Alles wordt duidelijk uitgelegd en toegelicht met voorbeelden waar nodig. Hierdoor heeft het boek een zeer grote onmiddellijke toepasbaarheid.

afdrukken

18:08 Gepost door Lieven Coppens in Lannoo | Permalink | Tags: adhd, tourette, tics, ticstoornis, autisme, ass, autismespectrum, gedrag, leerprobleem | |

2008.01.19

Gids voor succesvol opvoeden

Auteur: Peter Adriaenssens
Titel: Gids voor succesvol opvoeden.
Uitgeverij: Lannoo
Plaats: Tielt
Jaar: 2007
Pagina's: 416
ISBN-13: 978-90-209-7153-8
Prijs: € 19,95

gids voor succesvol opvoedenWarme duidelijkheid, dat hebben kinderen en jongeren nodig. Met deze gedachte begint Peter Adriaenssens zijn boek. Ouders zijn nog nooit zo belangrijk geweest in de opvoeding van hun kind. Zij geven immers aan hun kind die zekerheid die het broodnodig heeft in de huidige tijd. Het gezin is de beste plek voor de opvoeding van kinderen. Het is de kern waar het belangrijkste werk zich afspeelt, waar kinderen kunnen leren hoe een democratie werkt: de goede samenhang tussen regels en vrijheden, tussen affectie en kordaatheid. De warme duidelijkheid.

Peter Adriaenssens schrijft dit boek vanuit de overtuiging dat het met de jeugd van tegenwoordig niet zo slecht gesteld is, wel in tegendeel. Ouders mogen dan ook zeker zijn van zichzelf en de opvoeding van hun kinderen blijven behartigen. Opvoeden is niet de taak van de school of de wet!

Dit boek is een tijdsdocument. Het toont aan hoe de ideeën over opvoeding in tien jaar tijd veranderd zijn. In 1997 moesten ouders leren communiceren met hun kinderen. Het opleggen van grenzen was toen geen probleem. Nu, in 2007 is het praten met elkaar niet langer een probleem. Wel het opleggen van grenzen. Met andere woorden: in de opvoeding van vandaag moet men opnieuw leren regels op te leggen en te respecteren. Zelfdiscipline is immers een noodzakelijke voorwaarde om sociaal gedrag te ontwikkelen.

Het boek van Peter Adriaenssens bestaat uit 14 hoofdstukken. Hoewel deze 14 hoofdstukken een coherent geheel vormen kunnen ze - moeten ze - toch afzonderlijk gelezen worden. Ze geven immers hun grote rijkdom maar prijs door ze op je te laten inwerken en de uitdaging van de zelfreflectie aan te gaan. Het feit dat ze zeer concreet en praktisch geschreven zijn, doet daar niets van af.

Het eerste hoofdstuk leert ons dat ouder zijn geen vanzelfsprekende opdracht is. Ook al doen veel ouders het momenteel wel goed. Goede ouders zijn ook goede partners voor elkaar. Ze bepalen samen de grenzen waarmee ze zich als koppel en gezin willen onderscheiden van de buitenwereld. Het tweede hoofdstuk verplaatst de aandacht naar de kinderen binnen het gezin. Samen met de auteur bestudeert de lezer hun ontwikkeling. De bedoeling is dat de ouders begrijpen wat er in die levensperiode belangrijk is, zodat ze weten wat ze kunnen verwachten. De vele tips die Peter Adriaenssens hen tussendoor geeft, kunnen er voor zorgen dat ze de verschillende crisismomenten in de ontwikkeling van een kind of jongere leren ontmijnen en beter begeleiden.

Het derde hoofdstuk gaat over de kapstok van elke opvoeding. Deze kapstok wordt gedragen door de volgende aspecten:

  • de gedragsregels in het gezin
  • het opvoedingsmodel
  • een eensgezind ouderschap
  • de creativiteit om een taakverdeling uit te werken
  • kansen die aan iedereen evenveel recht doen
  • de steun en sympathie waarop het gezin kan rekenen

Al deze aspecten worden in dit hoofdstuk uitgewerkt. Concrete en realistische voorbeelden verduidelijken alles. Dit hoofdstuk eindigt - net zoals het eerste hoofdstuk trouwens - met een aantal vragen die een aanleiding kunnen zijn tot een gesprek tussen beide ouders.

De hoofdstukken vier en vijf worden het beste als één geheel gelezen door ouders van jonge kinderen.  Hoe beloon je? Hoe straf je? Hoe ontlaad je een conflict met humor? Hoe ga je om met ongehoorzaamheid? Deze vragen komen hier uitgebreid aan bod. En krijgen een concreet antwoord. De twee daarop volgende hoofdstukken kunnen dan weer als één geheel gelezen worden door ouders van tieners. De essentie is hier dat discussiëren met tieners wel degelijk zin heeft. Op voorwaarde dat men met bepaalde regels rekening houdt en er een wederzijds vertrouwen is. Wat daarom nog niet betekent dat elke discussie onmiddellijk moet leiden tot een beslissing. Als er dan toch problemen zijn, dan kan het conflict- en contactmodel uit het boek helpen bij het werken aan een oplossing. Meer dan het klassieke controlemodel. Doorheen deze vier hoofdstukken voelt de aandachtige lezer zeker de warme duidelijkheid als rode draad.

Het achtste hoofdstuk gaat over zelfdiscipline en waarden. En hoe je in deze tijd als gezin samen waarden opbouwt. Dit kan op bepaalde momenten leiden tot een echt waardendebat. Essentieel daarbij is dat de jongere voelt dat het standpunt van de ouder een onderbouw heeft: hij moet uit zijn ervaring weten dat de ouder altijd al volgens dat standpunt geleefd heeft.

Het negende hoofdstuk gaat in op de verschillen tussen vaders en moeders als opvoeders en wat de meerwaarde daarvan kan zijn. En de boodschap is duidelijk: ondanks deze verschillen moeten vaders gelijkwaardige opvoeders zijn! Maar kinderen worden niet alleen door de ouders opgevoed. Dat komt aan bod in het volgende hoofdstuk waar Peter Adriaenssen dieper ingaat op de rol van de nieuwe opvoeders: de vrienden, de media en de school. Hierbij schuwt hij de probleemvelden niet die er kunnen toe leiden dat er conflicten ontstaan. Een aantal handreikingen moeten de ouders helpen hiermee om te gaan.

In het elfde hoofdstuk gaat het over het opvoeden van kinderen met speciale wensen, noden of problemen. Aan bod komen onder andere thema's als adhd, agressie, angst, depressie en drugs maar ook geld, samen op vakantie gaan en dergelijke meer. Het hoofdstuk kan in zijn geheel gelezen worden, maar nodigt eveneens uit om enkel die thema's te lezen die voor de opvoeder op een bepaald moment actueel zijn. Het twaalfde hoofdstuk sluit hier dicht bij aan en gaat over het opvoeden na een echtscheiding.

Het laatste hoofdstuk laat zich heel gemakkelijk samenvatten tot een belangrijke en positieve boodschap: ouders maken wel degelijk het verschil uit voor hun kinderen!

Dit boek is tegelijk leer- praktijk- doe- en denkboek. Het biedt geen pasklare tips voor de ideale opvoeding, maar geeft heel wat aanzetten en tips om van opvoeding een succesvolle opdracht voor de ouders te maken. Gekruid met talrijke levensechte voorbeelden neemt het hen mee tot het ontdekken van en nadenken over een goede, en warme opvoeding. Een goede opvoeding die ligt op de middenweg tussen praten met een kind of jongere en toch grenzen bepalen. Voor professionelen is het boek een meer dan degelijk naslagwerk om te gebruiken in die situaties waarin opvoedingsondersteuning noodzakelijk is. Hierbij geldt voor hen ook het principe van de warme duidelijkheid. Door met ouders in gesprek te treden en tegelijk een aantal grenzen samen met hen te bepalen, kunnen ze hen helpen groeien als ouder.

afdrukken