2008.04.12

Dit doe je kinderen niet aan

Auteur: Johan Snoeck
Titel: Dit doe je kinderen niet aan. Het begeleiden van kinderen op bezoek bij een stervende
Uitgeverij: LannooCampus
Plaats: Leuven
Jaar: 2004
Pagina's: 112
ISBN-13: 978-90-209-5667-1
Prijs: € 14,95

dit doe je kinderen niet aanIk heb even getwijfeld of ik dit boek aan bod zou laten komen op deze weblog. Ik doe het dan toch omdat de inhoud ervan - kinderen laten afscheid nemen van een stervende - toch relevant is voor leerkrachten, zorgcoördinatoren en directie die vroeg of laat geconfronteerd zullen worden met een dergelijke situatie. In een aantal gevallen zullen de ouders hen op de man af vragen of ze hun kind met een stervende mogen confronteren. Het antwoord van de auteur, Johan Snoeck is hierop klaar en duidelijk ja. Maar dan moet er wel gezorgd worden voor een deskundige begeleiding.

De auteur bevestigt hiermee wat er voor hem al door anderen gezegd werd: door kinderen van een stervende weg te houden, ontneem je hen de kans om afscheid te nemen van iemand van wie ze houden. Volwassenen gaan er te vaak van uit dat het voor een kind niet goed is om daarmee geconfronteerd te worden, juist terwijl de kinderen op hun manier er zeer intens mee bezig zijn.

In zijn eerste hoofdstuk gaat de auteur dieper in op de vragen waarom jongere kinderen (tot 12 jaar) soms vergeten worden als het om het afscheid nemen van een stervende gaat. Ouders willen hun kind beschermen vanuit de eigen onmacht ten op zichte van hun verdriet. Deze beschermende reactie is zonder meer positief, maar de auteur wil in zijn boek aantonen dat het voor een kind (én zijn ouders) beter is als het dat afscheid mag onder ogen zien.

In het tweede hoofdstuk verduidelijkt de auteur eerst een aantal begrippen die hij in zijn boek gebruikt om dan in hoofdstuk 3 in te gaan op een aantal basisinzichten die iemand moet hebben als hij op weg wil gaan met een kind dat geconfronteerd wordt met een stervende. Deze inzichten zijn onder andere:

  • een correct inzicht in de ziekte en de prognose ervan
  • kennis van de gezinssituatie
  • weten hoe kinderen op verschillende leeftijden omgaan met sterven en dood
  • weten hoe men als volwassene kan omgaan met de uitingsvormen van verdriet bij een kind, zoals daar zijn huilen, schuldgevoel, kwaadheid en angst
  • inzien waarom afscheid nemen van een stervende ook voor een kind belangrijk is
  • weten hoe men met de waarheid van het sterven moet omgaan
  • de factoren kennen die het afscheid nemen kunnen bemoeilijken
  • weten hoe men een bezoek aan een stervende moet voorbereiden
  • weten hoe men een kind na het bezoek moet opvangen
  • weten wat je beter niet zegt
  • wat doen als een kind uit een andere cultuur komt

Het vierde hoofdstuk is helemaal gewijd aan een stappenplan om de begeleiding van een kind dat op bezoek gaat bij een stervende te volbrengen. Dit wordt in het volgende hoofdstuk onmiddellijk toegelicht met een aantal concrete gevalsbesprekingen.

Na een kort maar relevant besluit volgen er nog een aantal bijlagen. Zeer interessant hierbij is de uitgebreide en geannoteerde bibliografie van kinderboeken die handelen over het afscheid nemen van iemand die sterft of gestorven is.

afdrukken

15:35 Gepost door Lieven Coppens in LannooCampus | Permalink | Tags: afscheid, rouw, dood, sterven, begeleiding, stappenplan | |

2008.03.22

Groot worden - de ontwikkeling van baby tot adolescent

Auteur: Katrien Struyven, Eline Sierens, Filip Dochy & Steven Janssens
Titel: Groot worden. De ontwikkeling van baby tot adolescent. Handboek voor (toekomstige) leerkrachten en opvoeders.
Uitgeverij: LannooCampus
Plaats: Leuven
Jaar: 2007 (1e druk, 5e oplage)
Pagina's: 264
ISBN-13: 978-90-209-5349-7
Prijs: € 24,95

groot worden - de ontwikkeling van baby tot adolescentZoals de titel van het boek laat uitschijnen, is dit geen gewone ontwikkelingspsychologie. Het wil ouders, leerkrachten en opvoeders een bredere kijk geven op de ontwikkeling van een kind. Op deze manier krijgen ze meer zicht op de beperkingen en kansen van de opvoeding of het onderwijs bij kinderen van een bepaalde leeftijd. Ze leren als vanzelf dat het zinloos is om van een kind iets te verlangen als het daar, gezien zijn ontwikkeling, nog niet aan toe is.

In de inleiding op dit boek wordt het al snel duidelijk wat dit betekent. Aan de hand van heel wat concrete en levensechte voorbeelden wordt er eerst uitgelegd wat men onder ontwikkeling moet verstaan en hoe deze ontstaat. Hierbij gaat men beknopt in op de discussie of de ontwikkeling van een mens nu door de natuur of door zijn milieu beïnvloed wordt, om te komen tot het feit dat men tegenwoordig in de ontwikkelingspsychologie erkent dat de mens in staat is om bepaalde dingen te aanvaarden en weer andere te verwerpen. Deze factor wordt  zelfbepaling genoemd.

In de volgende delen worden per leeftijdsgroep steeds dezelfde ontwikkelingsdomeinen besproken voor zover ze van toepassing zijn. Het betreft 7 leeftijdsgroepen en 12 (ontwikkelings-)domeinen. Door deze vaste structuur is het mogelijk om het boek uit te zetten op een matrix en zowel horizontaal (één domein voor alle leeftijdsgroepen) als vertikaal (alle domeinen voor één leeftijdsgroep) te bestuderen:/p>

- de ongeboren baby en de geboorte de pasgeborene de baby de peuter de kleuter het kind in de lagere school de adolescent
lichamelijk + + + + + + +
motorisch + + + + + + +
tekenen - - + + + + +
perceptueel - + + + + + +
seksueel - + + + + + +
socio-emotioneel - + + + + + +
cognitief - - + + + + +
taal - + + + + + +
schools - - - + + + +
moreel - - - + + + +
spel - - + + + + +
persoonlijkheid - - - + + + +

Voor elk van de bovenstaande domeinen worden de kenmerken die specifiek zijn voor een bepaalde leeftijd uitgebreid besproken en verduidelijkt aan de hand van realistische voorbeelden. Twee ervan, de tekenontwikkeling en het schoolse, zijn geen echte ontwikkelingsdomeinen. Ze zijn er uitgelicht omwille van hun relevantie voor het onderwijs. Bij de behandeling van het schoolse functioneren is de verwijzing naar de zorg en leerlingenbegeleiding nooit ver weg.

Dit boek is niet enkel een leerboek voor ouders en leerkrachten, maar tegelijk ook een naslagwerk voor mensen uit het onderwijs die zich, zonder zich te moeten verliezen in allerlei theoretische beschouwingen, op een snelle en concrete manier opnieuw willen informeren over bepaalde aspecten van de ontwikkeling. Naast deze hoge informatieve waarde heeft het boek dan ook een didactische meerwaarde. Nog maar zelden las ik een boek over ontwikkelingspsychologie dat zo toegankelijk was. Een absolute aanrader die in elke schoolbibliotheek aanwezig moet zijn.

Bij dit handboek verschenen ook aanvullende materialen, waaronder 4 werkboeken. Deze kunnen nu gratis, mits het aanvragen van een wachtwoord, via de website van LannooCampus worden binnengehaald.

afdrukken

2007.12.22

En dan ... En dan ... ?

Auteur: Steven Degrieck
Titel: En dan... En dan... ? Tijd verhelderen voor mensen met autisme.
Uitgeverij: LannooCampus
Plaats: Leuven
Jaar: 2007
Pagina's: 134
ISBN-13: 978-90-209-7175-0
Prijs: € 16,95

en dan ... en dan ... ? tijd verhelderen voor mensen met autisme

Mensen met autisme vinden een zekere veiligheid in de voorspelbaarheid van alles wat er in hun leven gebeurt. Dit komt omdat hun tijdsbesef niet is wat het zou moeten zijn omdat ze geen verbanden zien tussen alles wat ze waarnemen. Deze voorspelbaarheid vinden ze terug in het handelen volgens routines.

Dit praktijkboek wil iedereen die personen met autisme begeleidt, helpen om die voorspelbaarheid op het niveau van de persoon met autisme waar te maken. Dit houdt immers in dat men de persoon met autisme tijdig en zo goed mogelijk informeert over wat er in zijn leven te gebeuren staat. In dit boek wordt het gebruik van het dagschema als middel hiertoe grondig uitgewerkt.

In het eerste hoofdstuk legt de auteur uit waarom dagschema's voor personen met autisme gebruikt worden. De belangrijkste redenen zijn het verhogen van de zelfstandigheid, het verhogen van de flexibiliteit en het verlagen van de stress. Daarnaast staat hij uitgebreid stil bij een aantal misverstanden rond het gebruik van deze dagschema's.

Het tweede hoofdstuk leert de lezer dat het opstellen van dagschema's meer is dan het zondermeer visualiseren van de gebeurtenissen. Je kan immers  communiceren aan de hand van (gerangschikt van gemakkelijk naar moeilijk te begrijpen):

  • voorwerpen
  • afbeeldingen
  • geschreven taal
  • gebarentaal
  • gesproken taal

Personen met autisme begrijpen deze communicatie ook op hun eigen, autistische, manier. Aangezien de gesproken taal voor personen met autisme het moeilijkste is om te begrijpen, gaat de auteur alleen in op de vormen van visuele communicatie.

Om zeker te zijn dat personen met autisme deze visuele vormen van communicatie op de juiste manier begrijpen, moet je hun begripsniveau kennen. De auteur gaat dan ook dieper in op de formele en informele manieren om het begripsniveau te achterhalen. De visualisaties die men wil gebruiken zullen met het begripsniveau van de persoon met autisme moeten rekening houden.

Het derde en meteen meest uitgebreide hoofdstuk gaat over het concreet bieden van voorspelbaarheid. Aangezien dagschema's voor personen met autisme maatwerk zijn, is het belangrijk dat de coherentie ervan streng bewaakt wordt. Deze coherentie bereik je door de vorm, de hoeveelheid informatie en het gebruik ervan streng te bewaken. Per communicatievorm en per begripsniveau geeft de auteur tips en suggesties om dit waar te maken.

In het vierde hoofdstuk leert de auteur de lezer hoe hij het dagschema dat hij gekozen heeft  in de praktijk kan gebruiken. De kernwoorden hierbij zijn geleidelijkheid, evaluatie en evolutie.

Het vijfde hoofdstuk is door de auteur geschreven voor wie geen tijd heeft om het volledige boek door te nemen. Het is een soort samenvattende opsomming geworden waarbij tips verwijzen naar de bladzijde(n) uit het boek waar er meer kan over gelezen worden.

Dit vlot geschreven boek was voor mij alvast zeer verhelderend. Niet alleen omwille van het weloverwogen gebruik van concrete voorbeelden, maar ook omwille van de heldere uitleg die de auteur geeft in verband met de verschillende communicatievormen en de begripsniveaus. Het doet je meteen ook beseffen dat werken met dagschema's veel meer is dan het gebruiken van foto's en afbeeldingen in een chronologische volgorde. Een aanrader voor iedereen die tijd wil verhelderen voor personen met een extra zorgvraag. Het gebruik van dit boek reikt immers verder dan enkel het toepassen van dagschema's bij personen met autisme.

afdrukken

18:51 Gepost door Lieven Coppens in LannooCampus | Permalink | Tags: autisme, autismespectrum, ass, dagschema, tijd, voorspelbaarheid, communicatie, begripsniveau | |

2007.12.16

Meer zorg voor kleuters

Auteur: Miet Fournier
Titel: Meer zorg voor kleuters. Via contractwerk
Uitgeverij: LannooCampus
Plaats: Leuven
Jaar: 2007
Pagina's: 80
ISBN-13: 978-90-209-7335-8 (boek)
978-90-209-7403-4 (cd-rom)
Prijs: € 16,95 (boek)
€ 55,95 (cd-rom)

meer zorg voor kleuters via contractwerkDit boek van Miet Fournier gaat over gedifferentieerde zorg in de kleuterschool. Het is zeer actueel in het licht van het zorgkader en het project kleuterparticipatie van de minister van onderwijs. Meer kleuters naar school betekent immers ook meer zorgenkinderen op school. Ook voor deze laatste moet het aanbod op school zinvol - en dus in veel gevallen maatwerk - zijn.

Contractwerk laat toe om op de noden van alle kleuters in te spelen. Het laat eveneens toe om voor elke kleuter aan te sluiten op zijn ontwikkelingsniveau. Hierbij heeft Miet Fournier niet alleen aandacht op de differentiatie naar beneden voor de kleuters met een hulpvraag, maar ook voor de differentiatie naar boven voor de sterkere kleuters. Via contractwerk kan men voor elke kleuter een krachtige leeromgeving opbouwen die aansluit op de bekende zone van de naaste ontwikkeling.

In het eerste hoofdstuk gaat Miet Fournier dieper in op de vraag wat goed contractwerk inhoudt. Ook de doelen, voordelen en verschillende vormen van contractwerk komen hier aan bod. Het tweede hoofdstuk vult dit alles aan met de pedagogisch-didactische principes waarop contractwerk steunt. Hoe je dit contractwerk invoert, lees je in het derde hoofdstuk. Hier worden de voorwaarden op het niveau van school, klas, kind en leerkracht besproken. De nodige ondersteuning komt aan bod in het vierde hoofdstuk.

Vanaf het vijfde hoofdstuk legt Miet Fournier concreet uit hoe het contractwerk uitgewerkt kan worden in de klas. Een centrale plaats hierbij wordt ingenomen door het contractbord. Het zesde hoofdstuk beschrijft dan weer de rol die de leerkracht bij dit alles inneemt. Het laatste hoofdstuk geeft een korte toelichting bij een aantal aandachtspunten.

Het boek is zeer concreet en praktisch. De nadruk ligt op het efficiënt gebruik van contractwerk in de kleuterklas. De theorie is beperkt tot het noodzakelijke minimum.  De talrijke foto's zijn zeer verhelderend en inspirerend. Bij het boek kun je ook een cd-rom verkrijgen met daarop alle tekeningen waarmee een contractbord kan opgebouwd worden. Een echt doe-boek voor de kleuterschool.

afdrukken

21:19 Gepost door Lieven Coppens in LannooCampus | Permalink | Tags: kleuteronderwijs, ontwikkeling, contractwerk, zorg, basisonderwijs, kleuters | |

2007.10.15

Zorgbeleid in het basisonderwijs

Auteur: Luc Linthout (Red.)
Titel: Zorgbeleid in het basisonderwijs
Uitgeverij: LannooCampus
Plaats: Leuven
Jaar: 2006
Pagina's: 272
ISBN-13: 978-90-209-6537-7
Prijs: € 24,95

zorgbeleid in het basisonderwijsMet het boek Zorgbeleid in het basisonderwijs heb je meteen een nuttig naslagwerk in handen als je als basisschool jouw zorgbeleid op een beleidsmatige manier wil aanpakken. Het is tegelijk ook een praktijkboek geworden.

Het boek bestaat uit vier hoofdstukken. Elk hoofdstuk bestaat uit een oriënterend en/of theoretisch gedeelte dat uitvoerig toegelicht en geïllustreerd wordt aan de hand van talrijke concrete bijlagen:

  • Hoofdstuk 1: Van gelijke onderwijskansen tot totale zorg in de basisschool.
  • Hoofdstuk 2: Werken aan sociaal-emotionele ontwikkeling.
  • Hoofdstuk 3: Omgaan met diversiteit binnen taalvaardigheid in het basisonderwijs.
  • Hoofdstuk 4: Optimaliseren van het multidisciplinair overleg en invoeren van het handelingsplan in de basisschool.

Het eerste hoofdstuk is het meest theoretische. Het geeft omstandig uitleg bij het GOK-decreet en schetst welke consequenties er voor het schoolteam en de individuele leerkrachten aan vast hangen. Dit gaat van het uitschrijven van een schoolvisie over het professionaliseren van de leerkrachten tot het introduceren van nieuwe werkmodellen zoals pro-actief werken en collegiale consultatie.  Verder toont dit hoofdstuk aan dat het toekennen van een zorgbeleider aan elke school de nood aan een visie op zorg in het algemeen en een visie op de taak van de zorgbegeleider in het bijzonder noodzakelijk maakt. Het uittekenen van een zorgcontinuüm waarin iedere betrokkene zijn plaats krijgt, is daarbij een belangrijk onderdeel. Voordat dit hoofdstuk wordt afgesloten met een uitgebreid praktijkvoorbeeld wordt de taak van de zorgbegeleider op het niveau van de school, de leerkracht en het kind gedetailleerd uitgeschreven. Veertien uit de praktijk geplukte bijlagen illustreren het voorgestelde traject.

Het tweede hoofdstuk leert hoe de school prioritair kan werken aan de socio-emotionele ontwikkeling van haar leerlingen. De volgende aandachtspunten zijn hierbij zeer belangrijk:

  • Het ondersteunen van de socio-emotionele ontwikkeling is geen vak op zich maar moet gerealiseerd worden doorheen alle leerstofgebieden.
  • Het ondersteunen van de socio-emotionele ontwikkeling is een schoolgebeuren: er moet dan ook klasdoorbrekend gewerkt worden in heterogene groepen en men moet er zich van bewust zijn dat het niet beperkt kan blijven tot de leerlingen alleen. Alle deelnemers aan het schoolgebeuren hebben hier een taak. In die zin worden er dan ook belangrijke bruggen gelegd.
  • Het ondersteunen van de socio-emotionele ontwikkeling mag niet alleen gebeuren als er problemen zijn. Ook als alles goed gaat, moet er rond gewerkt worden. Dit heeft een zeer grote preventieve waarde.
  • Iedereen werkt het beste rond één en hetzelfde thema in verband met de socio-emotionele ontwikkeling. Enkel door hierover veelvuldig van gedachten te wisselen met alle deelnemers komt men tot een duurzaam project.
  • Werken rond de socio-emotionele ontwikkeling is een teamgebeuren: alle leerkrachten moeten bereid zijn om dit aan te pakken. Ook hier geldt dat veelvuldig overleg en frequente uitwisseling de garantie is voor een duurzaam schoolproject.

Verder legt het hoofdstuk ook de nadruk op het feit dat de stijl van de leerkracht bepaalt of er al dan niet rond de socio-emotionele ontwikkeling kan gewerkt worden. Het benadrukt eveneens dat de socio-emotionele ontwikkeling van een kind kan gebruikt worden om ouders meer bij het schoolgebeuren te betrekken.

Het derde hoofdstuk handelt over het aanpakken van de verschillen in taalvaardigheid bij de leerlingen. Het gaat dieper in op de verschillen tussen schooltaal en thuistaal. Daarnaast wordt benadrukt dat taalproblemen zoveel mogelijk in de klas moeten worden opgelost. Dit houdt in dat de leerkracht over de nodige competenties zal moeten beschikken. Maar ook dat de kinderen in deze klas willen en kunnen leren. Dit heeft alles te maken met een gunstig klasklimaat waarin de leerkracht meer begeleider dan docent is. Een taakgerichte aanpak in de kleuter- en de lagere school waarbij de nadruk ligt op samenwerken, zal daarbij het hoogste leerrendement hebben. Tot slot geeft het hoofdstuk  nog concrete voorbeelden van het testen van de taalvaardigheid van de leerlingen en het aanpakken van taalproblemen.

Het vierde en laatste hoofdstuk toont hoe het mdo binnen dit zorgbeleid zijn belangrijke plaats behoudt. Het opstellen van een groepswerkplan of een individueel handelingsplan wordt hier praktisch uitgelegd.

Zorgbeleid in het basisonderwijs is geen boek dat je in één ruk uitleest. Het is een werk dat je scannend leest zodat je weet wat er in staat, om er daarna naar terug te grijpen als je meer uitleg of concrete voorbeelden nodig hebt.

afdrukken

 

21:24 Gepost door Lieven Coppens in LannooCampus | Permalink | Tags: diversiteit, emotionele ontwikkeling, gok, kansarmoede, mdo, onderwijskansen, sociale ontwikkeling, taalvaardigheid, zorg, zorgbeleid | |