2011.09.25

Ik wil niet meer onzichtbaar zijn

Auteur: Birsen Başar
Titel: Ik wil niet meer onzichtbaar zijn. Autisme in de allochtone cultuur in Nederland
Uitgeverij: Pica
Plaats: Huizen
Jaar: 2010
Pagina's: 168
ISBN-13: 978-90-7767-150-4
Prijs: € 17,50

Lieve Birsen

ik wil niet meer onzichtbaar zijn - autisme in de allochtone cultuur in nederlandLaat mij jou eerst en vooral danken. Omdat ik jou mocht leren kennen door jouw boek. Maar ook omdat je op jouw manier een van de grootste misvattingen over autisme hebt weerlegd. ‘Welk misverstand?’ zul je nu misschien wel denken. Wel, het idee dat mensen met autisme niet in staat zijn tot gevoelens. Want, Birsen, die gevoelens die jij in jouw boek laat spreken, zijn eerlijk en zeer intens. Zo intens, dat de lezer jouw angst om twee keer geïsoleerd te zijn, soms kan voelen. Twee keer geïsoleerd, inderdaad. Enerzijds geïsoleerd in een samenleving die de mensen voortdurend op een dubbelzinnige manier benadert, anderzijds geïsoleerd in de eigen Turkse gemeenschap die weinig begrip heeft voor jouw autisme.

Ik ben niet alleen dankbaar. Ik heb ook bewondering voor jou. Je hebt jouw kwetsbaarheid tot een kracht gemaakt. Met die kracht heb je bij jezelf waarschijnlijk heel wat oude wonden opengereten. Om de lezer te doen begrijpen welke moeilijke opdracht je jezelf hebt opgelegd: zichtbaar te zijn voor jouw gemeenschap. Misverstanden, vertrouwensbreuken, onbegrip, pesterijen, … je laat ze allemaal, ongenadig voor jezelf, aan bod komen.

Birsen, jij schreef een origineel standaardwerk over autisme. Vanuit jouw beleving leer je ons de wereld zien zoals jij die ervaart. Geen lijst van kenmerken, signalen, ‘symptomen’ of hoe je ze ook wilt noemen, kan beter weergeven wat autisme voor iemand met autisme betekent. Als hulpverlener voelde ik me heel klein na het lezen van jouw boek. Omdat mijn kennis van autisme niet opweegt tegen jouw verhaal. Je schreef niet alleen het verhaal van iemand met autisme in een allochtone cultuur. Neen. Je schreef in grote mate het verhaal van iedereen met autisme. Ik ben ervan overtuigd dat ook veel autochtone mensen in Vlaanderen en Nederland blij zijn met jouw boek. Nu ja, wat is autochtoon en allochtoon. Voor mij ben je even autochtoon als ik en ben ik even allochtoon als jij.

Met heel veel respect

lieven.jpg


afdrukken

19:21 Gepost door Lieven Coppens in Pica | Permalink | Tags: allochtoon, asperger, ass, autisme, autismespectrum, pdd-nos | |

2011.04.12

Kids' Skills in actie

Auteur: Ben Furman
Titel: Kids' Skills in actie. Oplossingsgericht werken in de praktijk.
Uitgeverij: Pica
Plaats: Huizen
Jaar: 2010
Pagina's: 148
ISBN-13: 978-90-7767-147-4
Prijs: € 17,50

kids' skills in actie - oplossingsgericht werken in de praktijkWas je niet tevreden met de praktijkvoorbeelden uit Ben Furmans De methode Kids’ Skills. Op speelse wijze vaardigheden ontwikkelen bij kinderen, dan kom je zeker aan jouw trekken in dit boek. Aan de hand van de gevalsbeschrijvingen van individuele kinderen van drie tot veertien jaar leer je hoe je deze methode met succes kunt gebruiken en waar nodig op maat van het kind kunt aanpassen.

Na een korte inleiding op de methode en het herhalen van de vijftien stappen, krijg je meteen waar voor jouw geld: 21 kinderen, elk met hun nog niet aangeleerde vaardigheden, passeren de revue. In elke gevalsbespreking krijg je niet alleen hun verhaal te lezen, maar – tussen de regels door – ook tal van concrete tips.

Verder gaat het boek ook concreet in op het gebruik van de methode bij groepen kinderen. Vanuit een gevalsstudie zal een gemotiveerde leerkracht zeker de nodige inspiratie opdoen om de methode in de eigen klas aan te wenden.

Het laatste deel geeft enkele voorbeelden van brieven die in de methode kunnen gebruikt worden en gaat nog even kort in op het gebruik van totemfiguren.

In zijn epiloog geeft de auteur nog enkele nuttige wenken voor wie met de methode aan de slag gaat.

Een inspiratieboek!

afdrukken

11:19 Gepost door Lieven Coppens in Pica | Permalink | Tags: angst, gedrag, kids' skills, methodiek, ouders, vervelende gewoontes | |

Bam de Kids Tovenaar

Auteur: Ben Furman
Titel: Bam de Kids Tovenaar. Bam de Kids Tovenaar helpt kinderen bij het overwinnen van hun problemen en angsten.
Uitgeverij: Pica
Plaats: Huizen
Jaar: 2009
Pagina's: Cd-rom
ISBN-13: -
Prijs: € 30,00

bam de kids tovenaar - bam de kids tovenaar helpt kinderen bij het overwinnen van hun problemen en angstenBam de Kids Tovenaar is software die ontwikkeld werd bij de methode Kids’ Skills van Ben Furman. Bam, de tovenaar van dienst, neemt van de kinderen (tussen 4 en 12 jaar oud) een gestructureerd interview af. Het is de bedoeling dat hij hen helpt bij het identificeren van die vaardigheden die ze nodig hebben om een vervelende gewoonte of gedragsprobleem kwijt te geraken of om een welbepaalde angst te overwinnen. Wie vertrouwd is met Kids’ Skills zal zeker de vijftien stappen van deze methode achter de gestelde vragen herkennen.

Let op! Het programma Bam de Kids Tovenaar is, net zoals elk gestructureerd interview, een hulpmiddel en geen doel op zich. Het biedt dan ook geen pasklare oplossingen. Het kind dat met het programma werkt, heeft zeker de ondersteuning nodig van een volwassene. Deze moet de methode Kids’ Skills kennen en weten wat de bedoeling is achter de gestelde vragen (met andere woorden: hij moet de handleiding bij het programma grondig gelezen hebben). Voor een kind dat het moeilijk heeft om ten opzichte van een volwassene over zijn problemen te spreken, kan dit programma heel welkom zijn. Doordat het meegevoerd wordt in de wereld van de tovenaar enerzijds en het rechtstreeks met Bam spreekt anderzijds, wordt het voor een kind gemakkelijker om met de begeleidende volwassene te spreken. Het figuurtje van de tovenaar creëert immers een veilige afstand tussen kind en volwassene.

Leuk meegenomen: nadat het kind zijn gesprek met de tovenaar heeft voltooid, maakt deze voor hem een diploma aan voor de geleerde vaardigheid. Dit diploma kan dan uitgereikt worden eens het kind de gekozen vaardigheid beheerst. Tegelijk schrijft de tovenaar een brief naar het kind waarin hij het gesprek samenvat. Tot slot krijgt het kind ook een brief die het kan doorgeven aan zijn supporters. Wie dat zijn, kom je te weten na het lezen van het boek van Ben Furman De methode Kids’ Skills. Op speelse wijze vaardigheden ontwikkelen bij kinderen.

De moeite meer dan waard!

afdrukken

10:11 Gepost door Lieven Coppens in Pica | Permalink | Tags: angst, gedrag, kids' skills, methodiek, ouders, vervelende gewoontes | |

2010.11.21

Moeilijke eters

Auteur: Lori Ernsperger en Tania Stegen-Hanson
Titel: Moeilijke eters. Effectieve oplossingen voor eetproblemen bij kinderen.
Uitgeverij: Pica
Plaats: Huizen
Jaar: 2010
Pagina's: 168
ISBN-13: 978-90-7767-139-9
Prijs: € 18,50

moeilijke eters - effectieve oplossingen voor eetproblemen bij kinderenLaat ik het maar meteen duidelijk stellen. Dit boek gaat niet over de eetstoornissen anorexia of boulemia nervosa in de enge zin. Het gaat wel over kinderen die om verschillende redenen voedsel weigeren of maar een beperkte voedselkeuze hebben. De auteurs van dit boek geven inzicht in de kernmerken van moeilijke eters, de mogelijke oorzaken en mogelijke oplossingen. Ze gaan hierbij in tegen de misvattingen dat deze kinderen alleen maar moeilijk doen en ze wel vanzelf zullen gaan eten als ze maar voldoende honger hebben.

In het eerste hoofdstuk maken ze de lezer duidelijk wat moeilijke eters zijn. Deze hebben volgens hen een of meer van de volgende kenmerken:

  • Ze hebben een beperkte voedselkeuze;
  • Ze weigeren een of meer voedselgroepen;
  • Ze hebben angst- of woedeaanvallen als ze een nieuw soort eten kregen opgediend;
  • Ze hebben een voedselobsessie: ze eisen dat bij iedere maaltijd hetzelfde voedsel op dezelfde manier op tafel komt.

Voor sommige moeilijke eters geldt dan weer dat ze een ontwikkelingsstoornis (vb. ASS) of een medische diagnose (vb. hersenverlamming) hebben die aan de basis ligt van hun moeilijk eetgedrag. In dit hoofdstuk benadrukken de auteurs het belang van een multidisciplinaire diagnose.

Het tweede hoofdstuk staat helemaal in het teken van de mondmotorische ontwikkeling van bij de geboorte tot de leeftijd van 3 jaar. Omdat dan in principe de mondmotorische ontwikkeling in die mate ontwikkeld is om ‘normaal’ voedsel te eten. Dat heeft alles te maken met de textuur van het voedsel en de verworven eetvaardigheden van het kind. De boodschap is duidelijk: je kunt een bepaald soort voedsel maar aanbieden als het kind over de daarvoor vereiste eetvaardigheden beschikt. Dat alles kun je heel goed aflezen uit de tabel bij dit hoofdstuk.

In het derde hoofdstuk geven de auteurs een overzicht van enkele omgevings- en gedragsfactoren die kunnen spelen bij eetproblemen. Deze gaan van angst voor ongekend voedsel over een eetonvriendelijke omgeving en enkele culturele belemmeringen tot een ontwikkelingsstoornis. Dat alles lichten ze toe aan de hand van enkele korte gevalsbeschrijvingen.

Maar er is meer. Soms heeft het moeilijk eetgedrag te maken met problemen in de sensorische ontwikkeling van het kind. Dit is het onderwerp van het vierde hoofdstuk. De auteurs leren de lezer kijken naar signalen bij het kind die er kunnen op wijzen dat het hypergevoelig of bijna niet reageert op de informatie die zijn zintuigen hem verschaffen. Daarbij leggen ze direct het verband met wat dat kan betekenen voor het eten. De essentie daarvan kun je in afzonderlijke kaders snel nalezen. De korte gevalsbeschrijvingen brengen dit telkens tot leven.

In het vijfde hoofdstuk brengen de auteurs de informatie uit de vorige hoofdstukken samen. De titel zegt alles. Het gaat over Eetproblemen gebaseerd op motoriek en sensorische informatieverwerking. Hoewel dit hoofdstuk zeer kort is, kun je het toch zien als de theoretische ruggengraat waarrond het hele boek is opgebouwd. Een hoofdstuk dat je zeker moet lezen als je door omstandigheden niet de tijd zou hebben om het hele boek te lezen. Dit hoofdstuk sluit het theoretische gedeelte van dit boek af.

Vanaf het zesde hoofdstuk begint de praktische ruggengraat van dit boek. Hier stellen de auteurs een behandelingsplan voor dat helemaal gebaseerd is op het theoretische gedeelte. Dit behandelingsplan is zeer concreet en geeft tips, suggesties en oefeningen om de verschillende problemen aan te pakken. Daarbij staat het voldoende stil bij het waarom ervan.

Een onmisbaar boek voor ouders en hulpverleners van moeilijke eters. In een tijd waarin heel wat kinderen (soms zelfs peuters) op school blijven eten, kan het zeker ook een grote hulp zijn voor leerkrachten en andere begeleiders die toezicht houden bij het middagmaal. Na het lezen van dit boek zal het trouwens iedereen duidelijk zijn dat ‘moeilijk eten‘ in een aantal gevallen zelfs een signaal kan zijn van een ruimer onderliggend ontwikkelingsprobleem.

afdrukken

19:38 Gepost door Lieven Coppens in Pica | Permalink | Tags: eetstoornis, gezondheid | |

2010.11.14

Mijn plakboek

Auteur: Ellen Luteijn, Hans Nieuwenstein & Harry van Nielen
Titel: Mijn Plakboek. Dit ben ik! Dit vind ik fijn in mijn omgeving!
Uitgeverij: Pica
Plaats: Huizen
Jaar: 2010
Pagina's: 44 + handleiding voor de begeleider
ISBN-13: -
Prijs: € 45,-

Mijn plakboek - Dit ben ik - Dit vind ik fijn in mijn omgevingMijn plakboek bevat een zeer toegankelijke en praktische methode om met kinderen en jongeren vanaf acht jaar die een autismespectrumstoornis hebben, aan de slag te gaan. Deze methode wil hen helpen om zichzelf aan anderen te laten zien zoals ze zijn en om inzicht te verwerven in hun sterke kanten. Dit laatste is geen overbodige luxe. Kinderen en jongeren met een autismespectrumstoornis zijn zich vaak enkel bewust van hun zwakke kanten. Omdat ze daar ook het snelst door hun omgeving op afgerekend worden. Aangezien recent wetenschappelijk onderzoek geleidelijk aan ook de specifieke talenten van deze kinderen en jongeren heeft aangetoond, is het noodzakelijk om hen en hun omgeving hier attent op te maken. In die zin is Mijn plakboek dan ook een niet te negeren instrument voor psycho-educatie, zelfconceptverheldering en zelfverwezenlijking.

De auteurs hebben jarenlange ervaring in het begeleiden van kinderen met een autismespectrumstoornis. Dit blijkt uit de zeer zorgvuldige opbouw van deze methodiek. Hierbij zijn de auteurs niet uitgegaan van (en hier citeer ik letterlijk uit het voorwoord van Ina van Berckelaer-Onnes, tot 2007 hoogleraar aan de afdeling orthopedagogiek van de universiteit van Leiden) autistische kinderen, maar van gewone kinderen met autisme, die net als alle kinderen sterke en lastige kanten kennen. Let op het woord lastige in plaats van zwakke kanten!

Het concept is even eenvoudig als doeltreffend. De kinderen leren zichzelf aan de hand van de katernen uit de map beter kennen. Om zich tenslotte persoonlijk doelen te stellen. De snelheid waarmee dat gebeurt, bepalen ze zelf. In de handleiding voor de begeleider staat duidelijk neergeschreven hoe hij dat best samen met het kind of de jongere aanpakt. De werkmap bestaat uit vier verschillende katernen die telkens aan antwoord geven op enkele heel concrete vragen:

  • Katern 1:Dit ben ik
    • Wat zijn mijn sterke kanten?
    • Wat zijn mijn lastige kanten?
  • Katern 2:Dit vind ik fijn in mijn omgeving
    • Welke sterke kanten vind ik fijn van mensen in mijn omgeving?
    • Wat vind ik fijn in een ruimte?
    • Wat vind ik fijn voor het begrijpen van tijd?
    • Wat vind ik fijn voor het uitvoeren van taken?

Bij de katernen 1 en 2 maken de kinderen en jongeren aan de hand van de in de map voorziene stickers, posters. Op deze stickers staan tekeningen die overeenkomen met de sterke en lastige kanten zoals deze genoegzaam bekend zijn bij kinderen en jongeren met een autismespectrumstoornis. Belangrijk is ook dat het een open systeem is: het kind of de jongere mag altijd eigen elementen inbrengen.

  • Katern 3:Ik in relatie met anderen
    • Ik in relatie met thuis;
    • Ik in relatie met school;
    • Ik in relatie met anderen.

Per onderwerp brengt het kind of de jongere aan de hand van relatiecirkels en -boxen zijn omgeving in kaart. Het is de bedoeling dat hij een differentiatie aanbrengt in de mensen die hem omringen (van heel nabij tot verder af).

  • Katern 4: Mijn doelen. In deze katern formuleert de leerling per gebied zijn doel en denkt hij na over de manier waarop hij zijn doelen kan halen. Hier integreert hij als het ware de informatie die hij verzamelde in de katernen 1 tot en met 3 tot een persoonlijk handelingsplan.

Mijn plakboek staat garant voor een verfrissende aanpak voor, zoals ik het in mijn inleiding schreef, psycho-educatie, zelfconceptverheldering en zelfverwezenlijking bij kinderen en jongeren met een autismespectrumstoornis.

afdrukken

18:04 Gepost door Lieven Coppens in Pica | Permalink | Tags: ass, autisme, autismespectrum, ontwikkelingsstoornis, psycho-educatie | |