2007.11.17

Begeleid zelfstandig leren in het talenonderwijs

Auteur: Lies Sercu, Leen Pil en Christine Vyncke (red.)
Titel: Begeleid zelfstandig leren in het talenonderwijs
Uitgeverij: Plantyn
Plaats: Mechelen
Jaar: 2007
Pagina's: 166
ISBN-13: 978-90-301-7532-2
Prijs: € 19,90

begeleid zelfstandig leren in het talenonderwijsBegeleid zelfstandig leren. Dat is de opdracht van de moderne leerling. Hij moet zelfstandig leren en werken om de inhouden te verwerven. Daarbij kan hij wel rekenen op begeleiding door de leerkracht. Dit vraagt wel één en ander van hem: hij is immers zelf verantwoordelijk voor zijn leren. Deze verantwoordelijkheid houdt in dat hij weet wat zijn sterke en zwakke kanten zijn en daar rekening mee houdt. Maar ook dat hij inzicht heeft in de manier waarop hij de leerstof moet leren, weet wat hij moet bereiken en ook begrijpt hoe hij zijn kennis kan bewijzen. Daarbovenop komen ook nog eens de nodige attitudes en vaardigheden waarmee hij zijn leerproces kan sturen.

In het boek Begeleid zelfstandig leren in het talenonderwijs kan je als leerkracht lezen en/of leren hoe je dit begeleid zelfstandig leren op jouw taalvak kan toepassen.

In het eerste deel gaat men dieper in op de achtergrond van dit nieuwe concept. Centraal daarbij staat de leerling als zelfverantwoordelijke lerende. Deze zelfverantwoordelijke lerende heeft, zoals eerder gezegd, een aantal essentiële kenmerken:

  • Hij heeft vertrouwen in zijn eigen vaardigheiden om een taal te leren.
  • Hij is zich bewust van verschillende dingen:
    • van zichzelf als leerder
    • van de leerstof.
    • van het leerproces.
    • van zichzelf als iemand die leert binnen een groep.
  • Hij is in staat om zijn leren te sturen.

In datzelfde deel gaat men ook dieper in op de betekenis van het begeleid zelfstandig leren voor de leerling, de leerkracht en de school. Door het invoeren van deze manier van leren worden de onderwijsvoorwaarden en onderwijsrollen immers herschreven.

In het tweede - en meteen ook het meest uitgebreide deel van dit boek -  geven de auteurs concrete voorbeelden van materialen die kunnen gebruikt worden bij het begeleid zelfstandig leren in het talenonderwijs. De voorbeelden komen zowel uit de Nederlandse, de Duitse, de Engelse als de Franse les. Ze worden steeds aangevuld met de ervaringen en bedenkingen van de leerkrachten die het in de praktijk uitvoerden. Juist dit maakt het boek zo waardevol: de lezer krijgt geen perfecte demonstratievoorbeelden voorgeschoteld: hij denk mee met de leerkracht en kan/mag zich laten inspireren.

In het derde en laatste deel wordt benadrukt dat begeleid zelfstandig leren enkel kan slagen als de school bereid is zich blijvend te professionaliseren.

Bij het boek krijg je een cd-rom waarop het concrete lesmateriaal te vinden is. Dit materiaal wordt aangevuld met voorbeelden van werkstukjes van leerlingen. Een inspiratiebron voor iedereen die een en ander wil uitproberen.

afdrukken

20:32 Gepost door Lieven Coppens in Plantyn | Permalink | Tags: talenonderwijs, didactiek, zelfstandig leren, secundair onderwijs, portfolio | |

2007.11.11

Testen en evalueren in het vreemdetalenonderwijs

Auteur: Lies Sercu, Christine Vyncke en Elke Peters
Titel: Testen en evalueren in het vreemdetalenonderwijs
Uitgeverij: Plantyn
Plaats: Mechelen
Jaar: 2003
Pagina's: 120
ISBN-13: 978-90-301-7383-1
Prijs: € 22,34

testen en evalueren in het vreemdetalenonderwijsHet boek Testen en evalueren in het vreemdetalenonderwijs is het vijftiende boek uit de reeks Cahiers voor didactiek bij uitgeverij Plantyn. Ze worden uitgegeven door het Academisch Vormingsinstituut voor Leraren van de Katholieke Universiteit Leuven.

Dit boek benadrukt het belang van het testen in het vreemdetalenonderwijs. Essentieel hierbij is dat het over goede testen gaat. Dit laatste wordt uitgebreid besproken in het eerste deel, waar de auteurs het hebben over het beoordelen van de testbruikbaarheid aan de hand van zes kwaliteitscriteria: betrouwbaarheid, validiteit, authenticiteit, interactiviteit, impact en uitvoerbaarheid. Elk van deze testkwaliteiten wordt uitgebreid toegelicht. De auteurs gaan echter verder dan een opsomming en een verduidelijking. Ze tonen aan dat deze kwaliteiten niet onafhankelijk van elkaar zijn en dat ze steeds moeten bekeken worden in functie van de doelstellingen van de test, de eigenschappen van de taak in niet-testsituaties, de persoon die de test afneemt en de situatie waarin de test wordt afgenomen. Met andere woorden: het gaat over meer dan de zuivere en abstracte psychometrische kwaliteiten van een test.


Hierna gaat het eerste deel in op het proces om een test te ontwikkelen. Hierin onderscheiden de auteurs 3 fasen: de ontwerpfase, de operationaliseringsfase en de implementatiefase. Elke fase wordt omstandig toegelicht. Dit is een zeer belangrijk deel van het boek: in de inleiding op bladzijde 8 lezen we immers:

Dit cahier wil een handleiding zijn voor professionele testontwikkeling en voor professioneel testgebruik. Het laat zien dat testen een gespecialiseerde bezigheid is die steunt op wetenschappelijke inzichten. Het verduidelijkt aan welke criteria testen moeten voldoen opdat zij bruikbaar en kwalitatief hoogstaand zouden zijn. Het reikt criteria aan die docenten kunnen hanteren voor het beoordelen van bestaande tests. Daarnaast biedt het richtlijnen voor het ontwerpen en ontwikkelen van nieuwe tests.

Wie het beheersen van een taal test, moet testen op twee domeinen. Enerzijds het domein van de woordenschat en de spraakkunst, anderzijds het domein van de lees-, schrijf-, spreek- en luistervaardigheid. Aan de hand van een zee aan praktijkvoorbeelden wordt aangetoond hoe relevant de kwaliteitscriteria, zoals die in het eerste deel beschreven werden, zijn. Aan de hand van de taxonomie van Valette & Disick wordt het taalgedrag van de studenten vreemde talen gesitueerd op de niveaus van de kennis, de transfer en de communicatie.

Tenslotte gaat het derde deel in op recente tendensen bij het evalueren in het vreemdetalenonderwijs. Aan bod komen de zelfevaluatie, het evalueren aan de hand van portfolio's en het computerondersteunend testen. Elk van deze vormen wordt uitgebreid toegelicht en verduidelijkt aan de hand van concrete voorbeelden.

Dit boek moet gelezen worden als een handleiding of als een naslagwerk. Het vraagt lezers met een professionele achtergrond. Aanbevolen voor iedereen die wil nadenken over zijn toetspraktijk en deze eventueel wil verbeteren of aanpassen aan de gewijzigde kijk op evalueren. 

afdrukken

20:24 Gepost door Lieven Coppens in Plantyn | Permalink | Tags: secundair onderwijs, hoger onderwijs, evaluatie, zelfevaluatie, portfolio, vreemdetalenonderwijs, didactiek | |

2007.08.17

Jongeren met extra zorg

Auteur: Dirk Gombeir (red.)
Titel: Jongeren met extra zorg. Stimuleren en compenseren met hulp van ICT
Uitgeverij: Plantyn
Plaats: Mechelen
Jaar: 2007
Pagina's: 328
ISBN-13: 978-90-301-9029-5
Prijs: € 30,-

jongeren met extra zorgHet gebruik van ICT op school is stilaan vanzelfsprekend. Het Departement Onderwijs heeft daar zeker een groot aandeel in gehad door het opstellen en verspreiden van talrijke brochures.

  1. 1999: Muizen op tafel! Een PC voor elke KD.
  2. 1999: Nieuwe media in het onderwijs. Het beleid en de acties van de Vlaamse overheid.
  3. 2000: ict.onderwijs@vlaanderen. Tips voor de invoering en het gebruik van ICT in het onderwijs.
  4. 2002: Klikvast, ook op de informatiesnelweg. Tips voor veilig ICT-gebruik op school.
  5. 2004: ICT-competenties in het basisonderwijs. Via ICT-integratie naar ICT-competentie.
  6. 2004: ICT op het menu. 65 recepten voor computergebruik in de basisschool.
  7. 2005: Digitale leermiddelen voor het secundair onderwijs.
  8. 2005: Vrije software in het onderwijs. Brochure + CD-rom.
  9. 2006: ICT, springplank voor de kleuterklas.
  10. 2006: Vrije software in het onderwijs. CD-rom.
  11. 2007: Forum Onderwijsvernieuwing - 42 praktijkverhalen. Proeftuinen innovatie.

Intussen zijn er ICT-eindtermen en is er een beleidsplan ICT. In dat laatste lezen we op bladzijde 14:

Voor mensen met beperkingen stelt zich een merkwaardige paradox. De kansen die ICT voor hun (beter) functioneren, voor hun maatschappelijke participatie en inclusie biedt, zijn erg groot. Maar anderzijds wordt hun toegankelijkeid tot ICT-beperkt door technisch onaangepaste standaarden, hoge aanpassingskosten of duurdere infrastructuur tegenover de ICT-gebruikers zonder beperkingen. Zonder toegang of met een gebrekkige toegang tot ICT kunnen ook de vaardigheden die nodig zijn om volwaardig aan de kennismaatschappij te participeren niet bereikt worden en blijft het gebruik eveneens beperkt of louter functioneel.

In het buitengewoon onderwijs ligt een sterke nadruk op de compenserende en remediërende mogelijkheden van technologie. Door aanpassingen te doen aan de hardware, bv. een grotere muisbal, een vergroot toetsenbord, een joystick met aangepaste software, kunnen kinderen met bv. motorische of meervoudige beperkingen toch teksten schrijven, spelletjes spelen, e-mailen, oefeningen maken enz. Voor kinderen met zeer weinig "motorische restfuncties" kan de computer een belangrijk hulpmiddel zijn om de zelfstandigheid te vergroten. Er wordt dan gesproken van de "prothesefunctie" van de computer. Een mooi voorbeeld hiervan is kinderen met spraakproblemen die geholpen worden met ondersteunende spraaktechnologie. Hierdoor wordt het voor de betrokken kinderen toch mogelijk met hun omgeving te communiceren.

Het sterk gestructureerde en seriële karakter van veel leessoftware is dan weer een ideaal hulpmiddel voor kinderen met verstandelijke beperkingen en zeker ook voor kinderen met autisme. De logische opbouw en stapsgewijze verkenning, de aangepaste grafische design en de koppeling aan een visueel en auditief beloningssysteem stimuleert de kinderen om ermee verder te spelen en verhoogt hun concentratie.

Door het vergemakkelijken van de handelingen geeft de computer aan de kinderen de mogelijkheid eigen initiatief te nemen, waardoor hun eigenwaarde en zelfrespect kan groeien. Bijkomende positieve effecten zijn mogelijks de toename van werk-, speel- of leermotivatie en de toename van concentratie.

Ook voor het stimuleren, compenseren, remediëren en dispenseren bij leerproblemen biedt ICT heel wat mogelijkheden. Dit werd begin dit jaar aangetoond op de vormingsnamiddagen die Die-'s-lekti-kus vzw (www.letop.be) in de vijf Vlaamse provincies organiseerde. De map De computer, mijn surfplank bij het leren die op deze vormingsnamiddagen werd aangekondigd zal in het najaar ter beschikking gesteld worden aan alle scholen.

De waarde van ICT voor verschillende doelgroepen wordt verder ten overvloede nog gedemonstreerd op websites zoals ICT-helpt en ICT-wijs.

Het boek Jongeren met extra zorg komt dus op het juiste moment. De uitgangspunten van dit boek zijn dat iedereen recht heeft op ICT en dat ICT een meerwaarde heeft binnen de zorgverbreding en voor het inclusief onderwijs.

Het boek bestaat uit vier grote delen. In het eerste deel wordt aangetoond op welke manier het gamma van ondersteunende middelen de laatste jaren geëvolueerd is en in de toekomst zal evolueren. Daarna gaan verschillende auteurs dieper in op de mogelijkheden van technologische hulpmiddelen enerzijds en de ondersteunende software anderzijds. Deze auteurs vertrekken steeds vanuit één van de volgende doelgroepen:

  • leerlingen met motorische beperkingen,
  • blinde- en slechtziende leerlingen,
  • leerlingen met een auditieve beperking,
  • leerlingen met een verstandelijke beperking,
  • leerlingen met een leerstoornis,
  • leerlingen met dyslexie.

Het tweede deel leert de lezer hoe ICT kan (en moet), geïntegreerd worden in een didactiek die de leerlingen motiveert maar ook de problemen compenseert. ICT is geen doel op zich, maar een middel om leerlingen met leerstoornissen, verstandelijke beperkingen of hoogbegaafde leerlingen extra en op maat gemaakte leerkansen te bieden.

Natuurlijk zullen al deze ICT-middelen eerst de school moeten binnengebracht worden. Dit is een niet te onderschatten proces, aangezien niet alle leerkrachten even ICT-geletterd en/of ICT-minnend zijn. Deze implementatie komt in het derde deel aan bod en wordt uitvoerig geïllustreerd aan de hand van goede praktijkvoorbeelden.

Het vierde deel gaat tenslotte dieper in op het kiezen van kwaliteitsvolle ICT-hulpmiddelen. Er worden kwaliteitscriteria geformuleerd en bronnen aangegeven die kunnen helpen bij de evaluatie en selectie van deze toepassingen.

Dit boek is een goede introductie voor wie nieuw is met de materie en een nuttig bronnenboek of naslagwerk voor wie reeds met het onderwerp vertrouwd is.

afdrukken

14:29 Gepost door Lieven Coppens in Plantyn | Permalink | Tags: ontwikkelingsdoelen, stimuleren, ict, eindtermen, compenseren, remedieren, dispenseren | |

2007.08.07

Didactiek van het open leercentrum

Auteur: Dirk Gombeir en Peter Van Petegem (red.)
Titel: Didactiek van het open leercentrum. Begeleid zelfstandig leren implementeren
Uitgeverij: Plantyn
Plaats: Mechelen
Jaar: 2007
Pagina's: 190
ISBN-13: 978-90-301-9002-8
Prijs: € 27,-

didactiek van het open leercentrumIn het Vlaamse onderwijs streeft men er naar leerlingen meer en meer zelfstandig te laten leren. De concepten van het Begeleid Zelfstandig Leren vinden stilaan een vaste stek in de scholen. Heel wat scholen zijn intussen al gestart met een Open Leercentrum. Wie in een zoekrobot op het Internet het begrip Open Leercentrum intikt, begrijpt onmiddellijk wat ik bedoel. Op zich is dat een zeer gunstige evolutie. Binnen het Open Leercentrum worden die attitudes en vaardigheden aangebracht die men nodig heeft voor dat andere belangrijke concept in het Vlaamse onderwijs, namelijk dat van het Levenslang Leren. Deze attitudes en vaardigheden kunnen op elk moment aangebracht worden. We zien dan ook op alle onderwijsniveaus, ook op het niveau van het basisonderwijs, open leercentra ontstaan.

In het boek Didactiek van het open leercentrum geeft Dirk Gombeir in een relatief korte inleiding de essentie van het begeleid zelfstandig leren weer, uitgaande van de impliciete leerhoudingen die jongeren hebben ontwikkeld in de multimediale leefwereld. Deze impliciete leerhoudingen moeten echter expliciet gemaakt en versterkt worden. De zelfredzaamheid van de jongeren kan en mag zich niet beperken tot het niveau van een ervaringsdeskundige. De school wordt een leerlaboratorium waar de zelfredzaamheid zich omzet in kennis en kunde, waar de ervaringsdeskundige evolueert tot deskundige. De functie van de leerkracht wordt hierbij meer en meer die van coach, van mediator. Dit alles heeft een aantal materiële en beleidsmatige consequenties.

In het eerste grote deel laat men de lezer kennis maken met het open leercentrum. Aan de hand van een concreet voorbeeld uit een school voor secundair onderwijs schetsen twee leerkrachten hoe het begeleid zelfstandig leren in een les Frans vorm krijgt. De directie van dezelfde school schetst in een tweede bijdrage de beleidsmatige achtergrond.

In het tweede deel worden er een aantal voorbeelden van goede praktijk op een rijtje gezet. Het is boeiend te lezen hoe contract- en hoekenwerk kan ingeschakeld worden als een vorm van begeleid zelfstandig leren in het basisonderwijs. Of hoe de functie van de leerkracht een andere inhoud krijgt.

Het derde deel gaat in op de materiële vereisten voor een open leercentrum. De term Architectuur van het open leercentrum wordt hier gebruikt zowel voor de architectuur van  het schoolgebouw, de inrichting van de lokalen als de noodzakelijke professionalisering van het schoolteam.

Het vierde deel toont tenslotte de implicaties voor het schoolbeleid.

afdrukken

21:15 Gepost door Lieven Coppens in Plantyn | Permalink | Tags: basisonderwijs, secundair onderwijs, hoger onderwijs, open leercentrum, zelfstandig leren, schoolbeleid, hoekenwerk, contractwerk | |

2007.07.21

Beleidsvoerend vermogen van scholen ondersteunen

Auteur: Stafdienst pedagogische begeleiding katholiek onderwijs (red.)
Titel: Beleidsvoerend vermogen van scholen ondersteunen
Uitgeverij: Plantyn
Plaats: Mechelen
Jaar: 2007
Pagina's: 170
ISBN-13: 978-90-301-9273-2
Prijs: € 25,-

Beleidsvoerend vermogen van scholen ondersteunen

De huidige onderwijsminister respecteert zeer sterk de autonomie van de scholen en schoolgemeenschappen. Zo geeft hij bijvoorbeeld aan de schoolgemeenschappen extra middelen voor ICT, maar laat hij het aan hen over om te bepalen hoe ze die middelen inzetten en/of verdelen over de verschillende aangesloten scholen. Hetzelfde geldt voor de financiering en de uitbouw van het zorgbeleid. Tegelijk impliceert dit dat er van de scholen verwacht wordt dat ze een beleidsvisie hebben op basis waarvan ze dit alles realiseren. Deze beleidsvisie wordt niet alleen bepaald door de aanwezigheid van financiële middelen, maar ook door de professionaliteit van het schoolteam?

Dit boek wil aan de scholen, maar ook aan de externe schoolondersteuners (en vooral de pedagogische begeleiders?) een denk- en werkkader geven om hierover na te denken en de resultaten hiervan te vertalen in een echt schoolbeleid. Hierbij staan vijf uitgangspunten centraal: de aandacht voor de onderwijs- en leerprocessen op klasniveau, de aandacht voor de voortdurende professionalisering van de leerkrachten, de aandacht voor de werkomstandigheden, de aandacht voor de schooleigen invoering van projecten die door de overheid worden opgelegd en de aandacht voor permanente opvolging en evaluatie van de vorige aandachtspunten.

Het boek gaat gelukkig niet voorbij aan een belangrijk spanningsveld. Scholen en externe begeleiders hebben een eigen visie op het realiseren van de aandachtspunten en de manier waarop ze de nodige capaciteiten kunnen of moeten verwerven. Deze visie loopt niet altijd gelijk: wat de school verwacht is niet altijd wat de externe begeleider wil of kan aanbieden. Meer nog: standaardinterventies voor alle scholen zijn nagenoeg uitgesloten. Ook al lijken een aantal scholen nog zo sterk op elkaar, toch zal men moeten vertrekken van de eigenheid van elke school afzonderlijk.

Terecht wordt in het boek aangehaald dat het invoeren van nieuwe ontwikkelingen of projecten in de scholen soms gebeurt voor deze er echt aan toe zijn. Het implementeren van vernieuwingen vraagt dat de school een aantal vaardigheden verworven heeft. Zoals in elk groeiproces heeft elke school zijn eigen ontwikkelingstempo in het algemeen en voor de verschillende onderdelen afzonderlijk. De ondersteuning moet dan ook gedifferentieerd gebeuren.

Het boek beperkt zich niet tot een theoretische uiteenzetting. Aan de hand van een zevental praktijkvoorbeelden wordt de theorie uit het eerste deel van het boek levend gemaakt. Ze tonen stuk voor stuk aan dat wat er in het boek beschreven wordt een haalbare, maar sterk gedifferentieerde kaart is.

Het boek leest zeer vlot en is op geen enkel moment te theoretisch. Wie zich meer wil verdiepen in een aantal aspecten kan bij verschillende bijdragen rekenen op een uitgebreide literatuurverwijzing.

afdrukken

13:26 Gepost door Lieven Coppens in Plantyn | Permalink | Tags: basisonderwijs, secundair onderwijs, schoolbeleid | |