2015.11.15

Alles over pesten

Auteur: Mieke van Stigt
Titel: Alles over pesten
Uitgeverij: Boom
Plaats: Amsterdam
Jaar: 2014
Pagina's: 224
ISBN-13: 978-90-8953-251-0
Prijs: € 24,95

alles over pestenEen boek met een ambitieuze titel. Dat is het minste dat je kunt zeggen over Alles over pesten van Mieke van Stigt. De literatuurlijst liegt er alvast niet om: de auteur heeft heel wat literatuur verzameld en doorgenomen voor het schrijven van dit boek. En los van de vraag of Mieke van Stigt nu ‘alles’ heeft gezegd over pesten – het laatste woord hierover zal wellicht nooit gezegd worden, is dit de conclusie: dit boek verdient het om de nodige aandacht te krijgen. Het combineert immers wetenschappelijke inzichten over pesten met de beleving en ervaringen van ouders en kinderen die met pesten te maken hebben. Hierdoor is hetgeen de auteur in dit boek brengt zeer herkenbaar zowel voor professionele hulpverleners als voor leerkrachten, ouders en kinderen.

In zes hoofdstukken, die telkens afgesloten worden met een beknopte samenvatting én concrete tips voor scholen, ouders en slachtoffers, diept Mieke van Stigt het thema uit. Het boek komt echt goed op gang na het eerste, obligate, hoofdstuk waarin ze het begrip pesten definieert en verder uitwerkt.

In het tweede hoofdstuk benadrukt Mieke van Stigt het belang van het terecht kunnen bij volwassenen als een kind gepest wordt. Alles afschuiven op het kind dat gepest wordt, is daarbij geen optie. De boodschap van dit hoofdstuk is zowel confronterend als duidelijk: pesten wordt allereerst veroorzaakt door de mentaliteit en de veiligheid van de groep, pas daarna spelen kenmerken van het slachtoffer of zijn ouders een rol.

Het derde hoofdstuk leert ons wat iemand tot een buitenbeentje maakt. Hierin sprak het stuk rond aangeboren of aangeleerde kwetsbaarheid mij sterk aan. Maar ook de conclusies aan het einde van dit hoofdstuk zijn niet mis: stof tot nadenken!

Hoofdstuk vier beschrijft het pesten als een onderdeel van de dynamiek in groepen. En bevat tegelijk een belangrijke waarschuwing: dit mag geen reden zijn om de collectieve verantwoordelijkheid om pesten te stoppen van zich af te schudden en pesten te verklaren als iets dat er nu eenmaal bij hoort. Het vijfde hoofdstuk gaat echter nog verder: het situeert pesten in zijn (maatschappelijke) context en legt de klemtoon op het belang van goed leiderschap en het scheppen van een veilige omgeving.

In het zesde en laatste hoofdstuk geeft Mieke van Stigt aan hoe men pesten actief op de agenda kan plaatsen en wat men er al dan niet kan aan doen.

Samengevat: het boek van Mieke van Stigt is zeker niet nog maar eens een boek over pesten. Het steekt boven de gemiddelde literatuur over dit thema uit.

afdrukken

10:34 Gepost door Lieven Coppens in Boom | Permalink | Tags: pesten, aangeleerde kwetsbaarheid, kwetsbaarheid, sociale vaardigheden, weerbaarheid | |

2012.11.25

Ben ik getict?

Auteur: Cara Verdellen
Titel: Ben ik getict?
Over tics en tourettisme
Uitgeverij: Boom
Plaats: Amsterdam Meppel
Jaar: 2008
Pagina's: 102
ISBN-13: 9789053522783
Prijs: € 15,95

ben ik getict - over tics en tourettismeDit boekje, dat geschreven is vanuit de zelfhulpgedachte, is een goed naslagwerkje voor iedereen die met het syndroom van Gilles de la Tourette te maken krijgt en snel elementaire kennis over deze stoornis wil opdoen. Hoewel het niet echt in te schrijven is in de reeks van psycho-educatieve werken, kan het voor jongeren met het syndroom van Gilles de la Tourette toch deze meerwaarde hebben.

In dit boekje legt de auteur aan de hand van de verhalen van een zestal kinderen en jongeren uit wat het betekent om met tics door het leven te gaan. De boodschap die in dit hoofdstuk manifest aanwezig is, is deze van de normaliteit: mensen met Tourette zijn niet gek.

In het tweede hoofdstuk komt de informatie over tics en Tourette aan bod. De auteur schetst hier beknopt het beeld van deze problematiek. Niet alleen de kenmerken komen aan bod, maar ook dingen zoals de mogelijke gevolgen voor de persoon  als de genetische en neurologische aspecten krijgen hier een plaats.

Twee methodes om tics zelf onder controle te krijgen, vormen de inhoud van hoofdstuk drie. Deze methodes, die enkel bedoeld zijn voor eenvoudige of minder ernstige ticstoornissen, worden uitgebreid beschreven. Daarbij legt de auteur er heel duidelijk de nadruk op dat deze niet geschikt zijn voor ernstige stoornissen zoals Tourette. Voor deze ernstige ticstoornissen verwijst ze de lezer naar de professionele hulp.

Deze professionele of deskundige begeleiding wordt in zijn verschillende vormen in het vierde hoofdstuk besproken. Zowel de gedragstherapie als de behandeling met medicijnen komen aan bod. Beiden worden ook tegen elkaar afgewogen: hieruit blijkt dat de ene vorm de andere niet noodzakelijkerwijs uitsluit.

Het vijfde en laatste hoofdstuk leert de lezer hoe de omgeving het beste omgaat met iemand met een ticstoornis of het syndroom van Gilles de la Tourette.

Dit boekje heeft theorie en praktijk op een goede manier samengebracht. Daardoor is het een goed middel om te gebruiken als eerste kennismaking met ticstoornissen en het syndroom van Gilles de la Tourette.

afdrukken

21:03 Gepost door Lieven Coppens in Boom | Permalink | Tags: tics, ticstoornis, tourette | |

2009.05.08

Motorische ontwikkeling van kinderen. Handboek 2: theorie

Auteur: Jan Bernard Netelenbos
Titel: Motorische ontwikkeling van kinderen. Handboek 2: theorie.
Uitgeverij: Boom
Plaats: Amsterdam
Jaar: 2007 (tweede druk)
Pagina's: 407
ISBN-13: 978-90-5352-503-6
Prijs: € 49,90

motorische ontwikkeling van kinderen - handboek 2: theorieWie na het lezen van het eerste deel nog meer wil weten over de motorische ontwikkeling van kinderen, kan hier terecht. Waar het eerste deel meer een antwoord was op de vraag wat er gebeurt bij de motorische ontwikkeling, gaat het tweede deel op zoek naar een antwoord op de vraag hoe dat allemaal in zijn werk gaat. De verschillende visies, hypothesen en verklaringen worden hier uitgebreid toegelicht.

In het eerste hoofdstuk bespreekt Jan Bernard Netelenbos de algemene theoretische en methodologische achtergronden van de ontwikkeling van het gedrag bij kinderen. Eerst besteedt hij aandacht aan de veelheid van betekenissen van het begrip ontwikkeling om uiteindelijk ontwikkeling te definiëren als een kwalitatieve verandering van systemen. Vervolgens toont hij aan hoe een mechanistische of organismische mensvisie de oriëntatie op de menselijke ontwikkeling bepaalt en volgens welke principes de ontwikkeling gereguleerd wordt. De aard van de ontwikkeling is dan het onderwerp van de volgende paragraaf. Tot slot van het eerste hoofdstuk staat de auteur stil bij de verschillende methoden van ontwikkelingsonderzoek.

In de hoofdstukken twee tot en met vijf bespreekt de auteur telkens één theorie. Achtereenvolgens komen aan bod:

  • de interactietheorie van Piaget,
  • de leertheorie van Watson,
  • de rijpingstheorie van Gesell,
  • de theorie van de niet-lineaire dynamische systemen van Thelen.

Elk van deze theorieën wordt uitgebreid besproken.

In het laatste hoofdstuk van dit boek gaat de auteur op zoek naar de band tussen het mentale en motorische gedrag bij kinderen.

Waar het eerste handboek een toegankelijke introductie was op het thema van de motorische ontwikkeling van kinderen, is dit tweede handboek eerder voer voor de gemotiveerde lezer. Het gaat hier immers meer expliciet om een studieboek en veel minder om een naslagwerk.

afdrukken

17:00 Gepost door Lieven Coppens in Boom | Permalink | Tags: motoriek, motorische ontwikkeling, ontwikkeling | |

2009.05.01

Motorische ontwikkeling van kinderen. Handboek 1: introductie

Auteur: Jan Bernard Netelenbos
Titel: Motorische ontwikkeling van kinderen. Handboek 1: introductie.
Uitgeverij: Boom
Plaats: Amsterdam
Jaar: 2004 (tweede druk)
Pagina's: 376
ISBN-13: 978-90-5352-453-3
Prijs: € 44,-

motorische ontwikkeling van  kinderen - handboek 1: introductieOver de motorische ontwikkeling van kinderen valt heel wat te zeggen. Alleen was tot voor kort de kennis over dit thema in het Nederlandstalige gebied nog niet afdoende op schrift gesteld. Jan Bernard Netelenbos schreef daarom het tweedelige werk Motorische ontwikkeling van kinderen op basis van zijn colleges en werkgroepen aan de studenten Bewegingswetenschappen en Psychologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Zo kregen beroepsmensen die vragen hadden over de motorische ontwikkeling van de hun toevertrouwde kinderen meteen ook een recent referentiewerk ter beschikking.

In het eerste deel wordt er feitelijke informatie gegeven over het verloop van de motorische ontwikkeling. Het bestaat uit zes hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk gaat uitgebreid in op de discussie of de ontwikkeling van een kind bepaald wordt door aangeboren factoren of door opgedane ervaringen (het fameuze nature versus nurture debat). De auteur geeft heel consistente uitleg bij drie kernbegrippen, namelijk ontwikkeling, groei en leren. Daarna schetst hij een kader waarin hij een vijftal gedragscategorieën vastlegt op basis van de sleutelwoorden cognitie en motoriek. Dit kader moet toelaten de ontwikkelingscategorieën die exclusief eigen zijn aan bepaalde theorieën overzichtelijk te ordenen. Tot slot van het eerste hoofdstuk bespreekt de auteur kort nog een vijftal invloedrijke ontwikkelingstheorieën.

Het tweede hoofdstuk staat in het teken van de biologische ontwikkeling van kinderen. Dit meer algemene hoofdstuk vindt zijn vervolg in het derde hoofdstuk waar de auteur de motorische ontwikkeling van kinderen meer in detail beschrijft. In het vierde hoofdstuk gaat Netelenbos dieper in op de stelling dat de motorische ontwikkeling van kinderen hand in hand gaat met de perceptuele ontwikkeling. De auteur laat tal van theorieën en de er bij horende experimenten de revue passeren en voorziet ze van passende en kritische commentaar.

Wat als de motoriek zich niet ontwikkelt zoals verwacht? Deze vraag staat centraal in het vijfde hoofdstuk. De auteur ordent zijn inhoud rond de volgende grote thema's:

  • begripsafbakening:
    • vertraagd versus afwijkend,
    • ziekte, stoornis, beperking, handicap,
  • de motoriek van kinderen met een hersenbeschadiging,
  • de motoriek van kinderen met een afwijkend zenuwstelsel,
  • de motoriek van kinderen met leer- en gedragsstoornissen,
  • de motoriek van zieke kinderen en kinderen met psychische stoornissen,
  • de motoriek van zintuiglijk gestoorde kinderen,
  • de behandeling van kinderen met motorische stoornissen en beperkingen.

In het laatste hoofdstuk behandelt de auteur het testen van de motoriek bij kinderen. Na een algemene introductie geeft hij een becommentarieerd overzicht van verschillende tests. Hij beperkt zich niet tot een beschrijving alleen. Zo staat hij ook stil bij hun toepasbaarheid en hun psychometrische kwaliteiten. Een uitgebreide index en een goed uitgewerkte begrippenlijst vervolledigen dit boek.

Jan Bernard Netelenbos heeft een multifunctioneel boek over de motorische ontwikkeling van kinderen neergeschreven. Het kan als leerboek en als naslagwerk gebruikt worden. Stevig onderbouwd en met heel wat concrete voorbeelden brengt hij een zeer actuele stand van zaken over het onderwerp.

afdrukken

03:09 Gepost door Lieven Coppens in Boom | Permalink | Tags: ontwikkeling, motoriek, motorische ontwikkeling | |

2009.03.22

Protocollaire behandelingen voor kinderen met psychische klachten

Auteur: Caroline Braet & Susan Bögels (Red.)
Titel: Protocollaire behandelingen voor kinderen met psychische klachten.
Uitgeverij: Boom
Plaats: Amsterdam
Jaar: 2008
Pagina's: 564
ISBN-13: 978-90-8506-447-3
Prijs: € 69,50

protocollaire behandelingen voor kinderen met psychische klachtenRecent onderzoek heeft aangetoond dat kinderen en jongeren met psychische klachten beter geholpen worden door een op een protocol gebaseerde behandeling dan door een klassieke kinder- of jeugdtherapie. Concreet betekent dit dat de behandeling bestaat uit een geheel van chronologisch op elkaar volgende stappen die bij elke nieuwe cliënt op nagenoeg gelijke wijze doorlopen worden. Deze protocollen zijn in de praktijk getoetst op hun effectiviteit maar berusten steeds op een theoretisch model waar zowel de voorlopers als de gevolgen van een probleem zijn in kaart gebracht. In die zin leunen ze dan ook sterk aan bij de principes van het evidence-based werken.

In dit boek worden een onderzoeksprotocol en 21 volwaardige behandelingsprotocollen ingeleid door een hoofdstuk over het evidence-based werken bij kinderen met psychische klachten én een hoofdstuk over handelingsgerichte diagnostiek. De behandelingsprotocollen gaan over:

  • slaapproblemen bij kinderen,
  • enuresis en urine-incontinentie bij kinderen,
  • encopresis bij kinderen,
  • somatoforme stoornissen,
  • cognitieve gedragstherapie voor jongeren met het chronische vermoeidheidssyndroom,
  • autismespectrumstoornissen,
  • oudertraining bij kinderen met autisme,
  • jonge kinderen met gedragsproblemen,
  • ADHD bij kinderen,
  • tics bij kinderen en adolescenten,
  • cognitieve gedragstherapie bij depressie,
  • groepsbehandeling voor kinderen en jongeren met angststoornissen,
  • kinderen en adolescenten met een dwangstoornis,
  • acute stressstoornissen na een éénmalige traumatische ervaring,
  • cognitieve gedragstherapie voor adolescente meisjes,
  • integratieve therapie voor gehechtheid en gedrag,
  • emotieregulatietraining voor jongeren met (symptomen van een) borderline persoonlijkheids-problematiek,
  • de multidisciplinaire behandeling van kinderen met overgewicht,
  • boulemia nervosa en aanverwante eetstoornissen,
  • middelgebonden stoornissen,
  • cognitieve gedragstherapie voor jongeren met zelfbeschadigend gedrag.

Al de protocollen uit dit boek worden volgens hetzelfde stramien besproken. Het protocol wordt eerst ingeleid en in een volgend stukje gekoppeld aan de resultaten uit onderzoek naar de werkbaarheid ervan. Vervolgens wordt er onderzocht hoe men het probleem in kaart kan brengen. In een volgend deeltje gaat men dieper in op de idee die achter elke (deel)handeling zit. Verder gaat men dieper in op de behandeling van het probleem om daarna het behandelingsprotocol volledig uit te schrijven. Tot slot wordt er uitgelegd op welke manier(en) het protocol kan geëvalueerd worden.  Een discussie besluit elk hoofdstuk. In bijlage zitten de materialen die men nodig heeft om het protocol uit te voeren. Een digitale versie hiervan is terug te vinden op de meegeleverde cd-rom.

Dit boek is bedoeld voor iedereen die kinderen en jongeren met een psychopathologie in de jeugd- en geestelijke gezondheidszorg behandelt. Orthopedagogen, klinische psychologen, kinder- en jeugdpsychiaters zullen zeker hun voordeel kunnen doen met de in het boek beschreven protocollen. Dit neemt echter niet weg dat ook andere professionelen die op de één of andere manier met deze kinderen of jongeren en/of hun ouders in contact komen, er veel winst voor de eigen beroepspraktijk kunnen uit halen.

afdrukken

17:50 Gepost door Lieven Coppens in Boom | Permalink | Tags: cvs, gedrag, behandeling, oudertraining, ass, bedplassen, enuresis, encopresis, chronische vermoeidheid, somatoforme stoornis, slaapproblemen, autisme, autismespectrum | |