2011.06.25

Begrijpend lezen

Auteur: Lidy Ahlers & Karin van de Mortel
Titel: Begrijpend lezen. Een doorgaande lijn van groep 1 tot en met 8
Uitgeverij: CPS
Plaats: Amersfoort
Jaar: 2009
Pagina's: 104
ISBN-13: 978-90-6508-617-4
Prijs: € 21,90

Begrijpend lezen - Een doorgaande lijn van groep 1 tot en met 8.pngBegrijpend lezen. Een doorgaande lijn van groep 1 tot en met 8 is het vijfde deel uit de reeks Doorgaande leeslijn 3-13 jarigen van het Nederlandse CPS. Het is ook nu weer gebaseerd op recente wetenschappelijke inzichten. Dit boekje moest deze reeks vervolledigen. Aangezien het doel van lezen altijd informatieoverdracht is. Of zoals de Nederlandse hoogleraar Frits de Lange het ooit liet optekenen:

Goed kunnen lezen vereist de bereidheid
om eindeloos te willen interpreteren.

In het eerste hoofdstuk zetten de auteurs enkele feiten en meningen over leesonderwijs tegenover elkaar. Dit deden ze ook in het tweede, derde en vierde deel. Ik geef een voorproefje (blz.12&13):

Feit over begrijpend-leesonderwijs

Mening over begrijpend-leesonderwijs

Begrijpend lezen is een complex vakgebied, waarbij het modelgedrag van de leerkracht, het directe instructiemodel, een kwalitatief goede instructie en metacognitie een belangrijke rol spelen.

Bij begrijpend lezen gaat het vooral om een tekst met vragen.

De leerkracht moet regelmatig kort instructie geven over begrijpend-leesstrategieën (Willingham, 2006/2007), met of zonder methode, en laat kinderen de strategieën vaak toepassen op verschillende soorten teksten.

Hoe vaak kinderen met begrijpend lezen bezig zijn, hangt af van de methode.

Net als bij aanvankelijk en voortgezet technisch lezen, is ook bij begrijpend lezen een goede instructie van de leerkracht cruciaal.

Een les begrijpend lezen is goed als de leerkracht de tekst voorleest, de vragen even doorneemt met de kinderen en hen vervolgens zelfstandig de vragen laat maken.

Stof tot nadenken dus.

In het tweede hoofdstuk geven de auteurs in het kort de inhoud van de vorige boekjes uit de reeks weer. Dit is nodig om dit deel over begrijpend lezen goed te begrijpen.

De verschillende leergebieden van het begrijpend lezen zijn aan de orde in het derde hoofdstuk. Het zijn de volgende:

  • begrijpend luisteren;
  • begrijpend lezen;
  • studerend lezen, als onderdeel van begrijpend lezen.

De leerlijn voor begrijpend luisteren begint al in de tweede kleuterklas (groep 1) en loopt door tot in het zesde leerjaar (groep 8). Begrijpend luisteren moet je zien als een voorwaarde voor begrijpend lezen. Of zoals de auteurs het stellen (blz.23):

Begrijpend luisteren is een voorwaarde voor begrijpend lezen. Onderwijs in begrijpend luisteren kunnen we dan ook zien als een vorm van pre-teaching voor begrijpend lezen.

Voorwaarden voor het begrijpend luisteren zijn de woordenschat en de achtergrondkennis van het kind. Hierin ligt een belangrijke taak voor de kleuterschool: zij moet de woordenschat van de aan haar toevertrouwde kleuters uitbreiden en er voor zorgen dat zij met voldoende achtergrondkennis (of zeggen we beter voorkennis?) aan het begrijpend lezen beginnen. Dit begrijpend luisteren is een van de voorwaarden voor het begrijpend lezen. De andere voorwaarden zijn:

  • technisch lezen;
  • woordenschat en kennis van de wereld;
  • kennis van teksten;
  • leesstrategieën;
  • leesplezier en leesmotivatie;
  • mondelinge taal (spreken en luisteren).

De leerlijn voor dit begrijpend lezen start voor de leerlingen in het tweede leerjaar (groep 4) en loopt door tot in het zesde leerjaar (groep 8). Het studerend lezen is een onderdeel van het begrijpend lezen, dat uit drie aparte vaardigheden is opgebouwd:

  • het begrijpen van de tekst;
  • het onthouden van de tekst;
  • het reproduceren van de juiste informatie uit de tekst.

Deze leerlijn is vooral aanwezig in het vijfde en zesde leerjaar (groepen 7 & 8). Belangrijk in dit derde hoofdstuk zijn zeker ook de verwijzingen naar de Nederlandse Tussendoelen beginnende geletterdheid, de stukjes over het belang van een goed aanbod onder de vorm van methodes, leesactiviteiten en leerlijnen en de stukken over de diagnostiek van de drie verschillende vaardigheden van het begrijpend lezen, de differentiatie en de instructie aan kinderen met problemen.

In de hoofdstukken vier en vijf kun je een aantal praktijkvoorbeelden bestuderen. In hoofdstuk vier brengen de auteurs de noodzakelijke leerkrachtvaardigheden onder de aandacht, in hoofdstuk vijf beschrijven ze een pilootproject in verband met begrijpend lezen.

In de hoofdstukken zes tot en met negen bespreken de auteurs de organisatie van het begrijpend-leesonderwijs. Ze staan onder andere stil bij de rol van de ouders.

In het tiende en laatste hoofdstuk zetten ze de conclusies van dit boek nog eens netjes op een rijtje.

Een aanrader voor iedereen die zich verdiept in het onderwijs van het begrijpend lezen.

De boeken van uitgeverij CPS worden in België verdeeld door uitgeverij Abimo.

afdrukken

20:57 Gepost door Lieven Coppens in CPS | Permalink | Email dit | Tags: begrijpend lezen, begrijpend luisteren, leesstrategieen, metacognitie, studerend lezen, taal, woordenschat, zorg | |

2011.06.19

Voortgezet technisch lezen

Auteur: Lidy Ahlers & Ed Koekebacker
Titel: Voortgezet technisch lezen. Omgaan met verschillen ter voorkoming van leesproblemen
Uitgeverij: CPS
Plaats: Amersfoort
Jaar: 2009
Pagina's: 122
ISBN-13: 978-90-6508-601-3
Prijs: € 21,50

voortgezet technisch lezen - omgaan met verschillen ter voorkoming van leesproblemenDit is het vierde deel uit de reeks Doorgaande leeslijn 3-13 jarigen. Het Nederlandse CPS startte in 2007 met deze reeks omdat het duidelijk was (en is) dat een goede leesvaardigheid niet alleen de basis is voor succes op school maar ook voor het zich goed voelen in onze talige maatschappij. Deze reeks is gebaseerd op recente wetenschappelijke inzichten. We kunnen deze reeks dan ook alleen maar warm aanbevelen. Eerder verschenen al deze delen:

In het eerste hoofdstuk zetten de auteurs enkele feiten en meningen over leesonderwijs tegenover elkaar. Dit deden ze ook in het tweede en het derde deel. Ik geef een voorproefje (blz.12):

Feit over leesonderwijs

Mening over leesonderwijs

Bij voortgezet technisch lezen in groep 4 en 5 gaat het erom dat de leerkracht instructie geeft in het vlot en met begrip lezen van meerlettergrepige woorden.

In groep 4 tot en met acht moeten leerlingen vooral veel 'leeskilometers' maken.

Kinderen moeten voor hun 9e jaar klaar zijn met het technisch leesproces (reading by nine). Dat betekent dat alle leerlingen eind groep 5 niveau AVI-E5 moeten halen (behalve 5% dyslectische kinderen). Van de kinderen die dit niet halen, blijft 95% moeite houden met lezen; 50% van deze kinderen krijgt gedragsproblemen.

Het maakt niet zoveel uit wanneer kinderen het leesniveau van AVI-E5 halen, als ze dat niveau in groep 8 maar hebben bereikt.

Na dergelijke uitspraken kun je niet anders meer dan het boekje verder lezen. Doe je het niet, dan loop je het gevaar om veel te missen.

Het tweede hoofdstuk schetst in het kort de inhoud van de drie eerder verschenen boekjes. Handig om de draad weer op te nemen. Het derde hoofdstuk is even kort als het vorige maar schetst heel duidelijk de acute problemen in het leesonderwijs die zich in veel scholen voordoen bij de overgang van het eerste naar het tweede leerjaar (groep 3 naar groep 4). Leerlingen halen een te laag leesniveau waardoor ze de teksten uit de methoden van het tweede leerjaar (groep 4) onvoldoende begrijpen. De oplossing ligt dan niet in het vertragen wel in het intensiveren van het leesproces.

Het vierde hoofdstuk gaat uitgebreid in op het voortgezet technisch lezen in het tweede en derde leerjaar (groepen 4 en 5). Meer bepaald bij enkele essentiële kenmerken. Deze hebben betrekking op de doelen, de methode, het klassenmanagement en de manier van toetsen. Dit alles wordt heel helder uitgewerkt. Zo leren we onder andere wat een goed programma voor het voortgezet technisch lezen inhoudt, maken we kennis met enkele leesvormen, krijgen we inzicht in de leerlijnen voor de mondelinge taalvaardigheid, het voortgezet technisch lezen, begrijpend luisteren, begrijpend en studerend lezen en woordenschat. Deze leerlijnen hebben betrekking op de leergebieden die voorwaarden zijn om te komen tot goed begrijpend lezen. Dit hoofdstuk bevat ook een toetskalender met een beschrijving van de gebruikte instrumenten. Verder staat het stil bij de effectieve aanpak van risicoleerlingen en gaat het heel concreet in op de waarde en noodzaak van convergente differentiatie. De auteurs breken in dit hoofdstuk samen met Kees Vernooy een lans voor het toepassen van het directe instructiemodel bij kinderen met leesproblemen. Tot slot staan ze stil bij het belang van protocollair werken, het klassenmanagement en het gebruik van de factor tijd.

In het vijfde hoofdstuk onderstrepen de auteurs het belang van het onderhouden van het technisch lezen vanaf het vierde leerjaar (groep 6). De zwakkere lezers hebben in die periode nog heel wat instructie op het vlak van het technisch lezen nodig om goede begrijpende lezers te worden.

In het zesde hoofdstuk tonen de auteurs aan hoe een en ander vorm kan krijgen in de praktijk. Het zevende hoofdstuk sluit daar nauw op aan en bespreekt de speciale situatie van de graadklassen (combinatieklassen). In het achtste hoofdstuk gaan ze dieper in op het belang en het verloop van een schoolverbeterplan voor taal en lezen De laatste twee hoofdstukken behandelen de rol van de directie, de leescoach en de ouders bij het voortgezet technisch lezen. Het boekje sluit af met enkele conclusies.

De boeken van uitgeverij CPS worden in België verdeeld door uitgeverij Abimo.

afdrukken

2011.02.19

Als kleuters leren tellen...

Auteur: Anneke Noteboom & Joost Klep
Titel: Als kleuters leren tellen - Peilen en stimuleren van getalbegrip bij jonge kinderen
Website: CPS
Plaats: Amersfoort
Jaar: 2010
Pagina's: 98
ISBN-13: 978-90-6508-627-3
Prijs: € 45,00

als kleuters leren tellen - peilen en stimuleren van getalbegrip bij jonge kinderenWie algemeen de discussie rond schoolrijpheid en de voorbereidende rekenvaardigheden in het bijzonder volgt, weet dat het getalbegrip en het tellen voor Hans van Luit gelden als twee heel belangrijke rekenvoorwaarden. De vaardigheden die Piaget beschreef zouden zich tegelijk met het tellen ontwikkelen zonder er een voorwaarde voor te zijn (van Luit) en meer te maken hebben met de ontwikkeling van het logisch denken dan met het ontwikkelen van het rekenen (Verschaffel). Voor Annemie Desoete is het dan weer zeer belangrijk dat kinderen aan het einde van de derde kleuterklas in staat zijn om kleine hoeveelheden (tot 4) te herkennen zonder te tellen (= subitizing). Alleen laten deze vaardigheden zich in de kleuterschool niet gemakkelijk op de klassieke manier testen. De Nederlandse Stichting leerplanontwik-keling speelde hier in 2005 als het ware visionair op in met haar map Als kleuters leren tellen. Met deze map kun je als leerkracht op een speelse manier, dus zonder een klassieke toets, nagaan in welke mate de kleuter het getalbegrip en het tellen al verworven heeft. De in de map opgenomen spelletjes zijn immers de aanleiding om te komen tot een diagnostisch gesprekje. Het is de verdienste van het Nederlandse CPS deze map opnieuw uit te brengen.

Na een korte inleiding (geniet van de vergelijking tussen autorijden en getalbegrip) waarin de auteurs een duidelijk onderscheid maken tussen het beheersen van rekenvaardigheden en rekencompetent zijn, leer je in het tweede hoofdstuk hoe het tellen en het getalbegrip ontwikkelt bij jonge kinderen. Je krijgt als lezer meteen mee wanneer de ontwikkeling goed verloopt en wanneer je er best op ingrijpt. De volgende aspecten komen aan bod:

  • resultatief tellen;
  • verkort tellen;
  • denken over getallen;
  • vergelijken en ordenen;
  • telgetal en getalsymbool.

In het derde hoofdstukken leggen de auteurs heel concreet uit hoe je aan de hand van de in de map opgenomen spelletjes kunt peilen naar het tellen en het getalbegrip. Ze gaan in op het waarom van het peilen met spelletjes en geven de lezer zicht op de inhoud ervan en de onderliggende hiërarchie. Verder doen ze de volledige methodiek uit de doeken. In het vierde hoofdstuk leer je dan wat je kunt doen om kleuters op basis van de bevindingen uit de peilingactiviteiten extra te stimuleren.

Tot slot vind je in het vijfde hoofdstuk de uitgewerkte peilingactiviteiten. De benodigde materialen zijn in de bijlagen opgenomen. Na wat knutselwerk kun je al vrij snel aan de slag.

Voor mij is deze map voor het rekenonderwijs wat de map Fonemisch bewustzijn van het CPS is voor het taalonderwijs.

De boeken van uitgeverij CPS worden in België verdeeld door uitgeverij Abimo.

afdrukken

15:11 Gepost door Lieven Coppens in CPS | Permalink | Email dit | Tags: diagnostiek, diagnostisch gesprek, gecijferdheid, getalbegrip, kleuteronderwijs, kleuters, methodiek, rekenen, schoolrijpheid, tellen | |

2011.01.29

Gedist?

Auteur: Debby Dacier, Annemiek Fransen & Hans Puper
Titel: Gedist. Antwoord op grensoverschrijdend gedrag in het onderwijs
Website: CPS
Plaats: Amersfoort
Jaar: 2011
Pagina's: 80
ISBN-13: 978-90-6508-632-7
Prijs: € 26,50

gedist - antwoord op grensoverschrijdend gedrag in het onderwijsHoe ga je als leerkracht in de klas om met de jongerencultuur van jouw leerlingen? Hoe reageer je op hun soms grensoverschrijdend gedrag? Dit is ongetwijfeld een vraag die menig leerkracht uit het secundair of voortgezet onderwijs in Vlaanderen en Nederland zich al heeft gesteld. De drie auteurs van dit boek geven hierop een antwoord. Niet pasklaar, maar wel eerlijk en positief. En bruikbaar zowel in Vlaanderen als in Nederland. De vele concrete voorbeelden (die door iedere leerkracht zeker kunnen aangevuld worden), maken het boek daarenboven tot een belangrijk tijdsdocument. De vele reflectiemomenten die in het boek zijn opgenomen maken het verder tot een uniek ‘leer’-boek voor leerkrachten.

Eerst een woordje uitleg: het hiphopwoord dissen, dat nog niet in onze woordenboeken te vinden is, is ontleend aan het Engelse to dis(s). Deze verkorting van het Engelse to disrespect ontstond in de jaren tachtig. Het heeft de betekenis van afkraken, minachten, te kijk zetten.

In het eerste hoofdstuk breken de auteurs een lans voor een heldere rolverdeling tussen leerkracht en leerling. Ze noemen dit de rolvastheid van de leerkracht. De relatie tussen leraar en leerling is steeds een afhankelijkheidsrelatie met de leraar in de leidinggevende positie. Door duidelijke grenzen aan te geven, zorgt de leerkracht er, vanuit de gedragscode die bij zijn rol hoort, voor dat de leerlingen in alle veiligheid kunnen leren. Met andere woorden: een duidelijke rolverdeling is een voorwaarde voor goed onderwijs. Is de leerling gelijkwaardig aan de leerkracht, dan betekent dit nog niet dat hij zijn gelijke is. De leerkracht leidt, de leerling volgt. Juist die afhankelijkheidsrelatie biedt de veiligheid die de leerling nodig heeft om te groeien. Maar deze afhankelijkheidsrelatie houdt ook enkele risico’s in. De auteurs reiken hier oplossingen voor aan.

In het tweede hoofdstuk leert de lezer hoe de leerkracht zijn rolvastheid waarmaakt. Dit heeft alles te maken met het creëren van een goede sfeer, het maken en bewaken van goede afspraken, het adequaat reageren op ongewenst gedrag en het goed afsluiten van een les. Wie wil weten wat het fluitketeleffect is, moet dit hoofdstuk zeker lezen!

Het derde hoofdstuk laat de leerkracht nadenken over zijn professionaliteit. Hierbij benadrukken de auteurs dat hij een voorbeeldfunctie heeft en een lid is van een schoolteam. En een schoolteam is altijd meer dan de som van de delen. Maar of je dat in iedere school vindt? Nochtans zijn professionaliteit en schoolteam een onverbrekelijk duo. Klagen helpt niet, als leerkracht jouw verantwoordelijk opnemen wel. Verder gaan de auteurs in op het verschil tussen de school- en de straatcultuur. Deze straatcultuur wordt door een aantal leerlingen binnen de school gebracht. De auteurs zijn zeer formeel: dit is ieders probleem! Een stevig woordje uitleg over het fenomeen straatcultuur en de manier waarop je er als leerkracht mee om moet gaan, besluit dit hoofdstuk.

In hoofdstuk vier zijn de gevaren van de virtuele wereld (lees: sociale netwerken, cyberpesten, digitale agressie) aan de orde. De auteurs geven een keur aan praktische tips om je als leerkracht hiervoor te beschermen. Maar is daarom alles negatief? Neen! Ze tonen ook aan dat de virtuele wereld heel wat leerkansen biedt.

In het vijfde hoofdstuk staat de seksualiteit van de leerlingen centraal. Na een korte inleiding over jongeren en seksualiteit gaan de auteurs dieper in op de volgende thema’s:

  • Hoe kan je als leerkracht reageren op een liefdesverklaring van een leerling? Geintje, provocatie of intimidatie?
  • Wat te doen als een leerling verliefd is op een leerkracht? Verliefd op de docent.
  • Wat te doen als je als leerkracht verliefd bent op een leerling? Verliefd op een leerling.
  • Hoe omgaan met grensoverschrijdend seksueel gedrag van leerlingen? Hormonen in de klas.

Heel duidelijke voorbeelden en ad rem reflectievragen zorgen voor heel wat leerkansen voor de lezer.

Een boek dat gevoelig bijdraagt tot de professionaliteit van de leerkracht secundair en voortgezet onderwijs. Tevens een aanrader voor iedereen met een schoolondersteunende (begeleidings)opdracht.

De boeken van uitgeverij CPS worden in België verdeeld door uitgeverij Abimo.

afdrukken

22:48 Gepost door Lieven Coppens in CPS | Permalink | Email dit | Tags: cyberpesten, digitale agressie, gedrag, grensoverschrijdend gedrag, leerkrachten, leerlingbegeleiding, loverboy, secundair onderwijs, seksualiteit | |

2010.09.04

BijzonderWijs

Auteur: Josée von Weijhtrother
Titel: BijzonderWijs - Omgaan met leerlingen die anders zijn
Website: CPS
Plaats: Amersfoort
Jaar: 2010
Pagina's: 64
ISBN-13: 978-90-6508-613-6
Prijs: € 17,90

bijzonder wijs - omgaan met leerlingen die anders zijnIedere leerkracht krijgt tijdens zijn loopbaan meerdere keren zorgleerlingen in de klas. Het gaat hier niet alleen over kinderen met leerstoornissen zoals dyslexie en dyscalculie, maar ook over kinderen met een neurologische, motorische, neuromotorische, sociale, visuele, auditieve of… beperking of stoornis. In bepaalde gevallen zal deze al gekend zijn. In andere gevallen zal het de leerkracht opvallen dat bepaalde kinderen anders zijn, anders reageren en een andere aanpak nodig hebben. Voor de leerkracht zelf is dat lastig, maar voor het kind zelf vaak nog lastiger.

BijzonderWijs wil deze leerkrachten op weg zetten. Niet door hen zelf een diagnose te laten stellen. Wel door hen een overzicht te geven van wat hen kan opvallen in het gedrag van een bijzondere leerling. En door hen veel praktische adviezen te geven waardoor ze kunnen vermijden dat deze zorgleerling telkens weer tegen de grenzen van zijn beperking aanloopt. Je kunt het boekje een beetje zien als een minicursus “onderwijs op maat” die gebaseerd is op recente inzichten over de verschillende aandoeningen, beperkingen of stoornissen.

De volgende aandoeningen, beperkingen of stoornissen komen aan bod:

  • ADD
  • ADHD
  • autismespectrumstoornis
  • beelddenken
  • DCD
  • dyscalculie
  • dyslexie
  • epilepsie
  • Tourette-syndroom
  • NLD
  • eetstoornissen
  • gehoorsbeperking
  • gezichtsbeperking
  • jeugdreuma
  • chronisch vermoeidheidssyndroom
  • obesitas

Elk van deze onderwerpen bespreekt de auteur op dezelfde manier. Na een korte beschrijving van het probleem, somt hij in de rubriek “Signaleren” de mogelijke specifieke gedragskenmerken van deze leerling op. In de rubriek “Handelen” die daar op volgt, geeft hij een overzicht van enkele concrete en praktische dingen die men voor deze leerling kan doen. Per aandoening geeft hij daarenboven, in kleur gedrukt, een essentiële tip mee voor de leerkracht of begeleider. Tot slot volgt er een lijstje met boeken en internetadressen waar de geïnteresseerde lezer op zoek kan gaan naar meer informatie.

Een zeer praktisch boekje dat door iedere leerkracht met zorgleerlingen in de klas – en welke leerkracht is dat niet tegenwoordig – zal gesmaakt worden door zijn praktische en gebruiksklare inhoud. De vlotheid waarmee het kan gelezen worden en de beknoptheid van de informatie zal daar zeker toe bijdragen.

De boeken van uitgeverij CPS worden in België verdeeld door uitgeverij Abimo.

afdrukken

22:15 Gepost door Lieven Coppens in CPS | Permalink | Email dit | Tags: add, adhd, ass, auditief probleem, beelddenken, cvs, dcd, eetstoornis, epilepsie, gezondheid, jeugdreuma, nld, tourette, visueel probleem | |

2010.08.29

VoorSprong - Spelenderwijs woorden leren

Auteur: Lienke van Dijk & Cobi Visser
Titel: VoorSprong - Spelenderwijs woorden leren op school en thuis
Website: CPS
Plaats: Amersfoort
Jaar: 2009
Pagina's: Activiteitenboek: 216
Ringkalender: 18
ISBN-13: 978-90-6508-614-3
Prijs: € 42,50

voorsprong - spelenderwijs woorden leren op school en thuisVoorSprong is een speelleerpakket. De Nederlandse Stichting voor landelijk onderwijs aan varende kleuters ontwikkelde deze methodiek waarbij ouders en school intensief samenwerken. De ouders geven hun kind les aan boord met behulp van het materiaal van de Stichting. Daarbij kunnen zij rekenen op een mentor voor de ondersteuning. Deze vorm van onderwijs werkt. Onderzoek wees dit uit.

Het pakket stimuleert de ontwikkeling van peuters door hun woordenschat uit te breiden. Dit gebeurt op een betekenisvolle manier door kernwoorden in een herkenbare en zinvolle context aan te bieden en aan te leren. Daarvoor creëert het een rijke leeromgeving. Ik citeer uit het activiteitenboek:

VoorSprong gaat uit van het principe van betekenisvol leren. Dit houdt in dat woorden in een herkenbare en zinvolle context worden aangeboden en aangeleerd. Zo wordt aangesloten bij het gegeven dat leren betekenis moet hebben, relevant en functioneel moet zijn. Uitgaan van betekenisvolle leersituaties en een rijke leeromgeving, maakt dat kinderen ook willen ontdekken en leren.
In VoorSprong worden kinderen op een volwaardige manier betrokken bij hun eigen leerproces. Ook dit gebeurt in levensechte situaties, passend bij hun eigen belevingswereld. Daarbij wordt ruimte geboden aan het gegeven dat situaties vanuit meerdere invalshoeken benaderd kunnen worden. Overleg, samenwerking en interactie krijgen in alle activiteiten daadwerkelijk gestalte, waarbij ook de reeds aanwezige kennis geïntegreerd wordt in de nieuwe leerstof (blz.216).

In het programma komen 8 thema’s aan bod. Aan elk thema wordt er vier weken gewerkt. Daarna volgt er telkens een vijfde “checkweek”. Hierin gaat men na of de kinderen zich de aangebrachte woordenschat eigen hebben gemaakt. De ringkalender bevat voor elk van deze thema’s een praatplaat voor de kinderen en de lijst met kernwoorden per thema. De kalender kan zo opgezet worden dat de peuter de praatplaat ziet en de ouder de kernwoordenkaart. De thema’s zijn:

  • ik
  • eten en drinken
  • gezond en ziek
  • dieren
  • boodschappen
  • op stap
  • feest
  • naar school

Elk thema begint als het ware met een didactisch moment voor de ouders. Hierin geven de auteurs op een eenvoudige wijze een stukje theoretische, pedagogische en/of didactische achtergrond. In gewone taal helpen ze hen op weg. Hierdoor overstijgt VoorSprong het “oefenen om te oefenen”.

Per thema vind je in het activiteitenboek 20 verschillende activiteiten. Elke activiteit is op dezelfde manier uitgewerkt:

  • Wat heb je nodig: Een overzicht van het benodigde materiaal en de aan te brengen woorden.
  • Wat kun je doen: Een duidelijke omschrijving van de activiteiten met concrete aanpaktips.
  • Samen praten: Een overzicht van de sleutelzinnen die in het spel moeten verwerkt worden met in een kader opnieuw een aantal aandachtspunten voor de begeleidende ouder.

Bij elk thema zijn er enkele noodzakelijke bijlagen en een woordenwijzer voor de evaluatie van de vijfde week. Hoe deze moet gebeuren, staat stap voor stap uitgelegd in het activiteitenboek. Belangrijk is dat elke woordenwijzer aangeeft hoeveel woorden de peuter effectief moet beheersen. Dit komt neer op minimaal 80% van de aangebrachte woorden. Soms is er extra materiaal nodig. Dat kun je vinden op de website Zelf les geven.

Gemaakt voor kinderen van binnenschippers, biedt dit programma heel wat perspectieven om zowel binnen als buiten de kleuterschool te gebruiken voor taalarme en/of taalzwakke kinderen. Het kan dus zeker ook gebruikt worden voor kinderen die het Nederlands niet als moedertaal hebben. De meerwaarde van het programma ligt in het feit dat het fonemisch bewustzijn van de kinderen enorm ontwikkeld wordt. Dit is zeer belangrijk om later met succes te leren lezen.

Voor de Vlaamse scholen die in de 2e en 3e kleuterklas al met de map Fonemisch bewustzijn van het CPS werken, geef ik graag nog een suggestie. VoorSprong is een ideaal pakket om ook in de eerste kleuterklas op een leuke manier aan taalstimulering te doen. Het is de extra investering meer dan waard. Dit materiaal beveel ik zeker aan voor de opleiding tot kleuterleerkracht!

De boeken van uitgeverij CPS worden in België verdeeld door uitgeverij Abimo.

afdrukken

2010.04.03

Elke leerling een competente lezer!

Auteur: Kees Vernooy
Titel: Elke leerling een competente lezer! Effectief omgaan met verschillen in het leesonderwijs. Wat werkt?
Website: CPS
Plaats: Amersfoort
Jaar: 2005 (2e druk)
Pagina's: 132
ISBN-13: 978-90-6508-550-4
Prijs: € 28,90

elke leerling een competente lezer - effectief omgaan met verschillen in het leesonderwijs - wat werktGoed kunnen lezen is de basis voor een succesvolle schoolloopbaan. Ook voor het goed functioneren in onze maatschappij. Daarom heeft de basisschool de opdracht en de verantwoordelijkheid om van iedere leerling een competente lezer te maken. Wat momenteel aan het einde van het basisonderwijs niet voor iedere leerling het geval is. Kees Vernooy stelt dat dit komt omdat leerkrachten in hun leesonderwijs nog onvoldoende kennis hebben over het omgaan met verschillen tussen leerlingen. Met zijn boek wil hij hen deze kennis aanreiken.

In het eerste hoofdstuk van zijn boek geeft hij de stand van zaken mee in verband met het omgaan met verschillen in het leesonderwijs. Hij benadrukt dat dit een complex fenomeen is dat men niet mag onderschatten. Het heeft veel te maken met:

  • doelgericht leesonderwijs
  • leerplannen van goede kwaliteit
  • een goede methodelijn
  • kwalitatief goede instructie voor alle leerlingen
  • voldoende instructie- en leertijd
  • meer intensieve instructie

In het tweede hoofdstuk beschrijft Kees Vernooy hoe die leesverschillen ontstaan. Hij blijft expliciet stilstaan bij twee factoren buiten het kind, namelijk de rol van het gezin en de rol van de school. Omdat men die kan beïnvloeden. Belangrijk in dit deel is de vaststelling dat de leesontwikkeling niet afhankelijk is van factoren als etniciteit, milieu, cultuur of schoolgrootte, maar vooral van de relatie en de communicatie tussen leerkracht en leerlingen. Hierbij is leesinstructie met behulp van goede programma's en methoden essentieel.

In het derde hoofdstuk staat Kees Vernooy stil bij de dingen die niet werken bij het omgaan met verschillen in het leesonderwijs. Hij geeft mogelijke oorzaken aan en ontkracht enkele hardnekkige mythen over lezen in het algemeen en het omgaan met verschillen in het bijzonder.

De ruggengraat van dit boek is echter het vierde hoofdstuk. Hierin bespreekt Kees Vernooy uitgebreid de factoren die wel een rol spelen bij het omgaan met verschillen in het leesonderwijs. Bij elke factor geeft hij bovendien aan wat het wetenschappelijk onderzoek erover te zeggen heeft. Deze factoren zijn:

  • doelgericht leesonderwijs met hoge, realistische verwachtingen
  • een goede taal- en methodelijn
  • een goede kijk op (mogelijke) probleemlezers
  • de rol van de leesinstructie
  • voldoende ingeroosterde leestijd
  • convergente differentiatie
  • effectieve groeperingvormen
  • actief leren
  • het vroegtijdig signaleren van problemen
  • het goed en systematisch volgen van de leesontwikkeling
  • de rol van de computer
  • het zelfstandige werken en leren
  • het regelmatig aanpassen van de leeromgeving van de leerlingen
  • de relatie tussen school en ouders
  • het aanbieden van een rijke leesomgeving
  • een pedagogisch klimaat waarin het omgaan met verschillen is opgenomen
  • de systematische evaluatie van het leesonderwijs

Om effectief om te gaan met verschillen in het (lees)onderwijs, moet er aan een aantal voorwaarden voldaan zijn. In het vijfde hoofdstuk krijgen deze stuk voor stuk de nodige aandacht. Zeker lezen dus.

Tot slot formuleert Kees Vernooy in het zesde hoofdstuk zes adviezen. Deze vormen de kerncomponenten die een rol spelen bij het omgaan met verschillen in het leesonderwijs.

Het is nog te voorzichtig uitgedrukt als we Kees Vernooy voorstellen als dé expert voor het lezen in Nederland en Vlaanderen. Hij heeft het al jaren geleden tot zijn persoonlijke missie gemaakt om alle leerlingen in het basisonderwijs tot competente lezers te maken. Hierbij steunt hij steevast op zijn enorme kennis van het internationale wetenschappelijk onderzoek in verband met het leren lezen.

We kunnen dit boek, net zoals zijn andere boeken en artikelen, alleen maar warm aanbevelen!

De boeken van uitgeverij CPS worden in België verdeeld door uitgeverij Abimo.

afdrukken

22:53 Gepost door Lieven Coppens in CPS | Permalink | Email dit | Tags: lezen, taal, dyslexie, zorg, basisonderwijs, leesprobleem | |

Interventies en rituelen in de schoolcultuur

Auteur: Mieke Vollenhoven e.a.
Titel: Interventies en rituelen in de schoolcultuur. Een werkmap om te kunnen blijven leren en veranderen.
Website: CPS
Plaats: Amersfoort
Jaar: 2006 (2e druk)
Pagina's: 218
ISBN-13: 978-90-6508-564-1
Prijs: € 42,90

interventies en rituelen in de schoolcultuur - een werkmap om te kunnen blijven leren en veranderenEen school blijft maar leren en veranderen als ze rekening houdt met de eigen schoolcultuur en de aanwezige rituelen. Dat is de boodschap van deze werkmap. Zij wil inzicht geven in de manier waarop een directeur of schoolleider kan tussenkomen in processen en kan zorgen voor betrokkenheid, verantwoordelijkheid en een effectieve samenwerking van de teamleden.

Concreet biedt deze werkmap een model aan dat duidelijk maakt in welke fase van de (school)cultuurontwikkeling interventies van toepassing zijn en op welk niveau het nodig is om tussen te komen. Hierbij onderscheidt men de volgende zes niveaus:

  • omgeving
  • gedrag
  • capaciteiten
  • overtuigingen
  • identiteit
  • spiritualiteit

Enkel de eerste twee niveaus zijn hiervan altijd zichtbaar. De andere niet, terwijl ze toch inherent zijn aan de schoolcultuur.

De fasen waarover men in de werkmap spreekt, zijn:

  • de verkenning
  • de ik-betrokkenheid
  • de teambetrokkenheid
  • de uitvoering

In het eerste hoofdstuk krijgt men een goed inzicht in het doel en de inhoud van de map. De auteur draagt er tegelijk zorg voor dat de lezer de gebruikte begrippen juist interpreteert. Als lezer leer je er wat er kan spelen in een schoolcultuur.

In het tweede hoofdstuk bekijkt de auteur de rol van de directeur of schoolleider van dichtbij. Waarom moet hij inzicht hebben in houdingen en patronen die spelen in de schoolcultuur? Welke competenties en houding heeft hij nodig om doelbewust en effectief te kunnen tussenkomen? Dit zijn slechts twee van de vragen waarop het hoofdstuk een antwoord geeft.

In het derde hoofdstuk krijgt de lezer een kijk op de aspecten die van belang zijn om op een zorgvuldige wijze tussen te komen en veranderingsprocessen door te voeren. Men bekijkt het invoeren van veranderingen vanuit verschillende invalshoeken bekeken.

Het vierde hoofdstuk licht de vijf delen van het ontwikkelde werkmodel uitgebreid toe. Het vijfde hoofdstuk geeft alles geïntegreerd weer om te vermijden dat men een of enkele van de vele interventievoorbeelden uit dit hoofdstuk gaat gebruiken als een losstaande werkvorm. Wat ruim aan de bedoeling van het werkmodel voorbijgaat.

In het zesde hoofdstuk staat de auteur kort stil bij de aard en het belang van rituelen in de schoolcultuur. Hij bespreekt de verschillende soorten rituelen en wat deze kunnen doen in een school. Het zevende hoofdstuk reikt tot slot enkele instrumenten aan om zelf interventies te ontwikkelen en in kaart te brengen.

Een inspiratiehandboek met een grote meerwaarde!

De boeken van uitgeverij CPS worden in België verdeeld door uitgeverij Abimo.

afdrukken

20:01 Gepost door Lieven Coppens in CPS | Permalink | Email dit | Tags: veranderingen, rituelen, methodiek, schoolcultuur | |

2010.02.17

Werkvaardigheden in kaart

Auteur: Liesbeth te Velde
Titel: Werkvaardigheden in kaart
Website: CPS
Plaats: Amersfoort
Jaar: 2009
Pagina's: 28 (Docentenhandleiding), 93 werkvaardigheidskaartjes, 3 aftekenlijsten en 1 werkvaardighedenkaart
ISBN-13: 978-90-6508-603-7
Prijs: € 25,90

werkvaardigheden in kaartDe auteur ontwikkelde dit spel oorspronkelijk voor leerlingen uit het Nederlandse praktijkonderwijs (opleidingsvorm 3 van het Vlaamse buitengewoon secundair onderwijs). Toch doe je het spel onrecht aan als je het enkel in deze context gebruikt. De werkvaardigheden zijn evenzeer van toepassing in het reguliere basis- en secundair onderwijs, het deeltijds, het volwassenen en het hoger onderwijs. Meer nog, deze werk-vaardigheden kunnen de basis zijn voor een functioneringsgesprek.

Meteen is het duidelijk dat het om meer gaat dan om vaardigheden die enkel op het werk van pas komen. Ze zijn even noodzakelijk op school als op stage. Wie ze beheerst, functioneert beter. Ze zijn universeel en niet verbonden met specifieke diploma's of beroepen. Liesbeth te Velde formuleerde 93 concrete vaardigheden en bracht die onder in verschillende categorieën. Elke categorie is te herkennen aan een kleur:

  • tijdsbeheer (groen)
  • werkhouding (oranje)
  • samenwerking (paars)
  • communiceren (geel)
  • verantwoordelijkheid nemen (roze)
  • zorg voor de werkplek (bruin)
  • inzicht (blauw)

Daarenboven maakte ze een onderscheid tussen:

  • basiswerkvaardigheden (blauwe achtergrond)
  • extra werkvaardigheden (groene achtergrond)
  • arbeidswerkvaardigheden (rode achtergrond)

In de onderstaande matrix geven we van elke categorie één voorbeeld uit het spel.

 

Basiswerkvaardigheden

Extra werkvaardigheden

Arbeidswerkvaardigheden

Tijd

Op tijd komen.

Met pauzes omgaan.

Werktijd vol maken.

Werkhouding

Opruimen.

Omgaan met eisen.

Doorgaan als je kritiek krijgt.

Samenwerken

Afspraken nakomen.

Onderhandelen.

Anderen iets uitleggen.

Communicatie

Er verzorgd uitzien.

Positieve non-verbale houding.

Een praatje maken (social talk).

Verantwoordelijkheid

Spullen bij je hebben.

Zelf initiatief nemen.

Een boodschap doorgeven.

Werkplek

Geordend werken.

Omgaan met de computer.

Werkplek ordenen en schoon houden.

Inzicht

Instructie opvolgen.

Reëel beeld eigen mogelijkheden.

In de juiste volgorde werken.

Het spel wil de leerlingen kennis van de werkvaardigheden bijbrengen. Daarnaast zijn er nog subdoelen op het niveau van de leerling, de leerkracht en de school. Deze vind je terug in de handleiding.

Het spel kun je op 11 verschillende manieren spelen. Elke manier is uitgewerkt in de handleiding. Het doel achter elke spelvorm blijft echter hetzelfde. De leerlingen moeten:

  • weten wat de betekenis is van de werkvaardigheden
  • voorbeelden kunnen geven van alle werkvaardigheden
  • kunnen verwoorden of een werkvaardigheid moeilijk voor hen is of juist niet
  • kunnen bepalen in welke werkvaardigheden ze nog beter willen worden.

In de handleiding vindt de leerkracht alle nodige informatie. Ook over de randvoorwaarden die hij moet bewaken om het spel tot een succes te maken. De aftekenlijsten in bijlage helpen de leerling om zijn werkvaardigheden ook letterlijk in kaart te brengen.

Dit spel heeft veel toepassingsmogelijkheden. Je kunt het gebruiken als instrument voor zelfconceptverheldering binnen een traject van onderwijsloopbaanbegeleiding. Het kan een aanleiding zijn om in de lessen sociale vaardigheden bepaalde werkvaardigheden aan te brengen. Of om de stages van leerlingen gericht voor te bereiden. Je kunt de 93 kaartjes ook in een individuele situatie gebruiken als basis voor een gestructureerd interview.

De vormgeving is zeer aantrekkelijk. Alle werkvaardigheden zijn op een humoristische en herkenbare manier uitgewerkt. Het materiaal is zeer duurzaam.

De boeken van uitgeverij CPS worden in België verdeeld door uitgeverij Abimo.

afdrukken

2009.08.29

Afstemming tussen leraar en leerling in taaksituaties

Auteur: Luc Stevens & Wim van Werkhoven
Titel: Afstemming tussen leraar en leerling in taaksituaties. Een cursus zorgverbreding voor PABO-studenten.
Uitgeverij: CPS
Plaats: Amersfoort
Jaar: s.d.
Pagina's: 143
ISBN-13: -
Prijs: € 19,50/span>

afstemming tussen leraar en leerling in taaksituaties - een cursus zorgverbreding voor pabo-studentenDit is de handleiding van een cursus die bedoeld is voor studenten die willen gaan lesgeven in het basisonderwijs (PABO staat voor Pedagogische Academie voor het BasisOnderwijs, in Vlaanderen gekend als de 'Normaalschool'). De cursus draait om de volgende inhouden:

  • begrijpen hoe leraar en leerling elkaar in hun gedrag beïnvloeden;
  • niet-taakgericht gedrag kunnen interpreteren vanuit een cognitief-motivationeel denkkader;
  • de implicaties van het begrip 'afstemming' kennen voor je gedrag als leerkracht in de klas;
  • de interacties tussen leerling en leerkracht in termen van afstemming kunnen analyseren;
  • een les kunnen voorbereiden en uitvoeren aan de hand van een stappenschema.

De cursus voorziet in acht bijeenkomsten van anderhalf uur. De totale studiebelasting komt overeen met ongeveer veertig uur (zelfstudie, stageopdracht, examenvoorbereiding en examen, ... inbegrepen).

Ik stond erop deze uitgave toch op mijn boekenblog te bespreken omdat ze ook voor mensen die al meerdere jaren in de onderwijspraktijk staan relevant is. Ze laat hen toe om in korte tijd essentiële inhouden en vaardigheden op te frissen en te vertalen naar de eigen klas. Ze doet hen stilstaan bij het eigen handelen en is daardoor een zeer goede handleiding als onderdeel van een zelfevaluatie. De volgende inhouden komen aan bod:

  • taakgericht en niet-taakgericht gedrag;
  • attributies van leraren en leerlingen;
  • interne en externe attributies;
  • stabiele en variabele attributies;
  • perspectiefverschillen tussen leraren en leerlingen;
  • directief en responsief gedrag van leraren;
  • betrekkingsaspecten taak, doel, voorkennis, oplossingsweg, resultaat, tijd;
  • communicatie, timing en dosering van lerarengedrag.

Deze inhouden worden beknopt en duidelijk toegelicht en gekoppeld aan verwerkingsopdrachten en zelfstudietaken.

De boeken van uitgeverij CPS worden in België verdeeld door uitgeverij Abimo.

afdrukken

01:19 Gepost door Lieven Coppens in CPS | Permalink | Email dit | Tags: lager onderwijs, zorg, kleuteronderwijs, basisonderwijs, zorgbeleid, instructie, taakgedrag, responsiviteit, directiviteit | |

Alle berichten