2012.01.22

De gouden weken

Auteur: Boaz Bijleveld
Titel: De gouden weken
Groepsvorming & Ouderbetrokkenheid
Uitgeverij: Eduforce
Plaats: Drachten
Jaar: 2011
Pagina's: 80
ISBN-13: 9789081712019
Prijs: € 22,95

de gouden weken - groepsvorming en ouderbetrokkenheidMet dit boek wil de auteur een methodiek introduceren om in de eerste weken van het schooljaar het contact en de communicatie over en weer tussen leerlingen en leerkrachten zo te kneden dat er een heel schooljaar lang een fijne sfeer heerst in de klas. Dat lees je op de achterflap van het boek. Voor deze missie – want zo kun je het wel noemen – is hij niet over een nacht ijs gegaan. Dat kun je eerst en vooral al afleiden aan de auteurs die hij in zijn bibliografie vermeldt. We treffen zowel kleppers als Maslow, Marzano en Pameijer aan naast een aantal mindere goden. Toch meer dan voldoende om te kunnen spreken van een evidence based boek. Daarenboven is hij voor de groepsvormende activiteiten onder andere de mosterd gaan halen bij de Vlaamse Leefsleutels en de Nederlandse Stichting Lions Quest (Cfr. Leefstijl, de Nederlandse tegenhanger van de Vlaamse Leefsleutels). Wat dan weer de garantie is voor een voldoende practice based boek. Een boek met een stevig fundament, dat mag je wel zeggen.

In het eerste hoofdstukje schetst de auteur de achtergrond van zijn methodiek die zowel voor het lager als voor het secundair onderwijs geschikt is. Zoals de titel van het boek het laat vermoeden liggen de accenten op de groepsvorming en de ouderbetrokkenheid in de eerste weken van het schooljaar. Waarom de eerste weken? Daar heeft de auteur grondige redenen voor:

  • Je hebt nog invloed op de groepsvorming. Het is de klas die samen met de leerkracht de normen bepaalt. Men is eventuele informele groepsleiders voor;
  • Het creëren van ouderbetrokkenheid is minstens even belangrijk. Dit omwille van de bestaansloyaliteit die bestaat tussen ouder en kind. Door de ouders al heel snel bij het begin van het schooljaar uit te nodigen, kan men in een positief klimaat met elkaar praten. De kans dat er al negatieve voorvallen zijn geweest is nog heel klein en daardoor is de kans dat ouders onbevangen over hun kind informatie geven, nog zeer groot.

In het tweede hoofdstuk zet de auteur zijn veronderstellingen over leraren, leerlingen en ouders op een rijtje. Dit is heel belangrijk om de methodiek te begrijpen. Hierna begint de kern van het boek, uitgespreid over twee hoofdstukken.

Het derde hoofdstuk gaat dieper in op het thema groepsvorming. De auteur laat hierbij duidelijk in zijn kaarten kijken: je leert hoe hij de theorie en de praktijk geïntegreerd heeft in zijn methodiek. Het lijstje met groepsvormende activiteiten waarmee dit derde hoofdstuk eindigt, is allerminst volledig.

De ouderbetrokkenheid komt even uitgebreid aan bod in het volgende hoofdstuk. Centraal staat hier het ouder-gesprek en de houding hierbij van de leerkracht. Interessant is zeker ook de oudertypologie waarmee dit hoofdstuk eindigt. Het vijfde hoofdstuk van het boek is de uitgebreide bibliografie.

Dit boek heeft zeker een grote praktijkwaarde: met het aangereikte kader en de daaraan gekoppelde praktische activiteiten kan iedere leerkracht aan zijn professionaliteit werken. Aangezien ook in Vlaanderen de eerste weken gouden weken zijn, kan ik dit boek alleen maar aanbevelen.

afdrukken

01:55 Gepost door Lieven Coppens in Eduforce | Permalink | Email dit | Tags: groepsvorming, klassenmanagement, ouderbetrokkenheid, oudercontact, ouders | |

2012.01.21

Ouderhulpkaarten Taal en lezen

Auteur: Cedin & ExpertisePunt Onderbetrokkenheid
Titel: Ouderhulpkaarten Taal en lezen
Uitgeverij: Eduforce
Plaats: Drachten
Jaar: -
Pagina's: 180
ISBN-13: 9789081712002
Prijs: € 99,95

ouderhulpkaarten taal en lezenVeel ouders krijgen nog te vaak de zin: ‘Je moet elke dag met … 10 minuten lezen’ te horen van de leerkracht, zonder dat deze uitlegt wat dat inhoudt. Daardoor heeft dat ’10 minuten lezen’, niet het gewenste effect. Dat is heel jammer, want hier laat men kansen liggen. Dit gaat in tegen de fundamentele stelling van de ook in Vlaanderen bekende Nederlandse leesexpert Kees Vernooy die stelt dat het een recht is voor elk kind om een competente lezer te worden. Waarom? Om dat wetenschappelijk onderzoek meermaals en duidelijk heeft aangetoond dat de resultaten van leerlingen opmerkelijk verhogen als men de ouders bij het leerproces betrekt. Meer nog: de ouderbetrokkenheid thuis zou de meest effectieve vorm zijn van ouderbetrokkenheid.

Deze ouderhulpkaarten Taal en lezen zijn dan ook een schot in de roos. Dit voor Nederland en Vlaanderen unieke concept wil de ouders op een zinvolle manier betrekken bij het taal- en leesonderwijs van het kind. Het bestaat uit kaarten die de school kan meegeven aan de ouders. Met daarop telkens een volledig uitgewerkte tip in verband met één van de vier thema’s. Deze zijn:

  • Lezen met begrip;
  • Spelen met taal;
  • Technisch lezen;
  • Woordenschat.

Deze thema’s zijn duidelijk niet lukraak gekozen. Een belangrijke voorwaarde voor het leren (begrijpend) lezen is de woordenschat. Aan deze woordenschatverwerving moet je als school permanent werken, doorheen alle leerjaren. Iets wat nog veel te weinig gebeurt. Daarnaast lezen we niet om te lezen, maar om te weten en/of te begrijpen. Ook dat vind je in deze thema’s duidelijk terug. En de rubriek ‘Spelen met taal’ komt ruimschoots tegemoet aan de nood aan leesplezier.

Deze ouderkaarten beginnen in de tweede en derde kleuterklas en eindigen in het zesde leerjaar. In de map zijn ze geordend in de volgende vier groepen:

  • Groep 1/2 (2e en 3e kleuterklas);
  • Groep 3/4 (1e en 2e leerjaar);
  • Groep 5/6 (3e en 4e leerjaar);
  • Groep 7/8 (5e en 6e leerjaar).

Op de voorzijde van iedere ouderkaart staat nagenoeg altijd hetzelfde:

  • Een korte situering met verwijzing naar de leeftijd van het kind;
  • Een rubriek ‘Wat je als ouder kunt doen!’ met daarin heel korte en praktische suggesties.
  • De boodschap die men met deze kaart wil meegeven aan de ouders (groter en in kleur gedrukt).

Op de achterzijde van deze kaarten geeft men voorbeelden van oefeningen die de ouder met zijn kind kan spelen. Waar dat relevant is, verwijst men de ouder naar de leerkracht met een concrete vraag. Op andere kaarten zegt men dan weer waar de ouder extra op moet letten.

De verschillende ouderhulpkaarten vormen samen een coherent geheel, ook al zijn ze perfect los van elkaar te gebruiken. Dit maakt het geheel tot een sterk instrument.

Het is de bedoeling dat de leerkracht een hulpkaart meegeeft met een ouder. Het kan gebeuren dat men dezelfde kaart aan meerdere ouders tegelijk wil doorgeven. Dat is niet direct een probleem. Elk ouderhulpkaart zit vijf keer in de map. Een handige uitleenkaart houdt het geheel overzichtelijk.

Deze map is een hebbeding voor iedere school die taal, lezen en ouderbetrokkenheid hoog in zijn vaandel draagt. Het unieke concept en de totaalblik op het leesonderwijs (want daar gaat het in deze map tenslotte over) maakt ze tot een instrument dat heel lang kan meegaan. Omdat de inhoud van de map nu eenmaal universeel en nauwelijks tijdsgebonden is.

Vandaag nog bestellen!

afdrukken

17:54 Gepost door Lieven Coppens in Eduforce | Permalink | Email dit | Tags: begrijpend lezen, begrijpend luisteren, lezen, ouderbetrokkenheid, ouders, taal, technisch lezen, woordenschat | |

2011.05.08

Tienminutengesprekken

Auteur: Folkert de Jong
Titel: Tienminutengesprekken - Handleiding voor gebinnende leerkrachten in het basisonderwijs
Uitgeverij: Eduforce
Plaats: Leeuwarden
Jaar: 2010
Pagina's: 70
ISBN-13: -
Prijs: € 14,95

tienminutengesprekken - handleiding voor beginnende leerkrachten in het basisonderwijsHoe informeer je ouders in ongeveer tien minuten over de ontwikkeling van hun kind? Deze vraag die centraal staat in het boekje van Folkert de Jong is helemaal niet overbodig. Beginnende leerkrachten hebben hier vaak wat moeite mee. Deze zeer toegankelijk geschreven inleiding helpt hen op weg.

Na een kort voorwoord heeft de auteur het in het eerste hoofdstuk over de verschillende soorten contacten die ouders met de school van hun kind (kunnen) hebben. Het gaat dan over ouderparticipatie, het door de school geven van informatie aan de ouders en individuele contacten tussen ouders en leerkrachten. Het tienminutengesprek (in Vlaanderen kortweg ‘oudercontact’ genoemd) valt onder deze laatste categorie.

Het tweede hoofdstuk staat stil bij de doelen van het tienminutengesprek. Het vergelijkt de doelen van de school met de doelen van de ouders. De auteur lijst tegelijk de onderwerpen die in het gesprek aan bod kunnen komen, op. Hij maakt duidelijk dat ouders soms met andere verwachtingen naar het tienminutengesprek komen dan de leerkracht. Een (beginnende) leerkracht moet zich daar goed van bewust zijn. Enkel zo kan hij bepaalde reacties van de ouders begrijpen.

Nadat hij in het derde hoofdstuk de driehoeksrelatie leerling|ouders|leerkracht besprak, schetst Folkert de Jong de enorme verscheidenheid aan ouders die je als leerkracht op een oudercontact ontmoet. Deze verscheidenheid heeft onder meer te maken met het opleidingsniveau, het beroepsniveau, het inkomen, de levensbeschouwing, de opvoedingsoriëntatie, de levensfase en/of de culturele achtergrond van de ouders. Kortom, de auteur geeft aan dat een leerkracht op de avond van het oudercontact heel snel moet kunnen schakelen. Geen twee ouders zijn dezelfde.

Vanaf het vijfde hoofdstuk begint het tweede, meer praktische deel van het boek. In dit hoofdstuk komen geen gespreksvaardigheden aan bod maar staat de auteur stil bij een aantal praktische aspecten zoals de plaats waar het gesprek doorgaat, de positie van ouders en leerkracht ten opzichte van elkaar, de manier waarop men de ouders ontvangt en begroet en dergelijke meer.

In het zesde hoofdstuk bekijkt de auteur de mogelijke opbouw van een tienminutengesprek. En geeft hij tips voor een goede tijdsbewaking. Het gesprek heet niet voor niets een tienminutengesprek. Deze tips vult hij in het zevende hoofdstuk aan met een aantal aanbevelingen om als (beginnende) leerkracht de op het oudercontact opgedane indrukken een plaats te geven. Ook het belang van de aanwezigheid van de directie licht hij toe.

Het achtste hoofdstuk staat helemaal in het teken van het slechtnieuwsgesprek. De auteur is formeel: slecht nieuws breng je niet op tien minuten. Daar moet je voldoende tijd voor nemen. De auteur legt uit op welke manier dit kan gebeuren

In het negende hoofdstuk presenteert Folkert de Jong de resultaten van een onderzoek dat hij deed naar tienminutengesprekken. De resultaten hiervan zijn ook voor Vlaamse leerkrachten relevant.

In het tiende en laatste hoofdstuk kun je in een aantal voorbeelden de uit het boek opgedane kennis concreet herkennen.

Dit is een zeer praktisch boekje dat iedere leerkracht, beginnend of niet, zeker zal smaken. Op voorwaarde dat hij het niet leest als een receptenboek voor een geslaagd tienminutengesprek. Wie echter bereid is tot zelfreflectie en dit boekje met een open geest leest, zal heel veel hebben aan de herkenbare en zeer praktische benadering van dit onderwerp.

afdrukken

18:01 Gepost door Lieven Coppens in Eduforce | Permalink | Email dit | Tags: methodiek, oudercontact, ouderbetrokkenheid, ouderparticipatie, ouders, slechtnieuwsgesprek, tienminutengesprek | |

2010.08.21

De kracht in jezelf

Auteur: Jan Kuipers
Titel: De kracht in jezelf - Hulpprogramma voor leren leren en onderpresteren
Uitgeverij: Eduforce
Plaats: Drachten
Jaar: 2010
Pagina's: 144
ISBN-13: -
Prijs: € 79,95

de kracht in jezelf - hulpprogramma voor leren leren en onderpresterenWie vaak met hoogbegaafde kinderen te maken krijgt, heeft het ongetwijfeld al meermaals gemerkt: een aantal onder hen weet niet hoe ze moeten leren. Dit breekt hen vooral zuur op in die situaties waarin hun informele, spontane leren niet langer toereikend is. Ze presteren dan ook niet zoals verwacht. Een goede begeleiding daagt hen zodanig uit dat ze het informele leren moeten verlaten voor het formele leren waarbij eigenschappen zoals doorzettingsvermogen, zelfdiscipline en geconcentreerd kunnen werken en vaardigheden als plannen en reflecteren essentieel zijn. Het gebrek aan vaardigheden in verband met leren leren kan leiden tot onderpresteren. Met allerlei bijkomende problemen tot gevolg. Door de kracht in zichzelf aan te spreken kunnen hoogbegaafde leerlingen risico’s op onderpresteren en onderpresteren zelf verhelpen en hun leervaardigheden ontwikkelen. En zo zijn we meteen bij de titel van het boek.

De kracht in jezelf is een onderdeel van het Model van Talent Ontwikkeling van de auteur. Zijn stelling is dat de kracht in de hoogbegaafde leerling enerzijds en zijn omgeving anderzijds zijn wijze van leren beïnvloeden, waardoor hij zijn aanleg om goed te leren kan verzilveren in hoge prestaties. Binnen het model vertaalt de auteur deze kracht in jezelf in zeven verschillende vaardigheden:

  • kunnen doorzetten als het moeilijk is;
  • fouten durven maken en hulp durven vragen;
  • kunnen nadenken over hoe je een taak maakt;
  • tegenslagen kunnen verwerken, kunnen omgaan met kritiek;
  • gedisciplineerd en geconcentreerd kunnen werken;
  • voor zichzelf kunnen opkomen;
  • vertrouwen hebben dat men het goed kan.

Om als begeleider samen met het kind het leren leren en het onderpresteren aan te pakken, zijn er veel probleemoplossende gesprekken nodig. Jan Kuipers werkte hiervoor een pakket uit waarbij deze gesprekken aan de hand van denk-, praat- en opdrachtkaarten kunnen gevoerd worden. Sommige lezers zullen zeker enkele parallellen met de cognitieve gedragstherapie ontdekken. Voor de theoretische achtergrond verwijst de auteur naar het Handboek hoogbegaafdheid van Eleonoor Van Gerven.

Concreet krijgt de leerling een werkboekje dat onderverdeeld is in vier hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk staat de leerling zelf centraal. In het tweede hoofdstuk komt zijn omgeving aan bod. In het derde hoofdstuk gaat de leerling op zoek naar de kracht in jezelf. In het vierde hoofdstuk worden een aantal stappen uit de Rationeel-Emotieve-Therapie toegepast. In het boek zelf kan de begeleider bij elk werkblad lezen wat het doel is, welke werkwijze hij moet hanteren en eventueel extra informatie (vaak een verwijzing naar het handboek van Eleonoor Van Gerven).

De kracht in jezelf is een hulpprogramma met een sterke theoretische achtergrond. Er werd duidelijk zeer goed over nagedacht. Dit impliceert dat de begeleider deze theoretische achtergrond maar beter kent en beheerst. Alleen dan kan het hulpprogramma effectief zijn. Is dit niet het geval, dan is het niet ondenkbaar dat deze individuele, probleemoplossende gesprekken door het hoogbegaafde kind ervaren worden als het invullen van “alweer” een werkboekje. En dit zou aan dit vrije unieke concept heel wat afbreuk doen.

afdrukken

18:12 Gepost door Lieven Coppens in Eduforce | Permalink | Email dit | Tags: cognitieve ontwikkeling, hoogbegaafd, intelligentie, methodiek, onderpresteren | |

2010.03.07

Pestprotocol - Een voorbeeld

Auteur: Cees de Groot
Titel: Pestprotocol - Een voorbeeld
Uitgeverij: Eduforce
Plaats: Drachten
Jaar: 2004
Pagina's: 27
ISBN-13: 978-90-76838-28-1
Prijs: € 23,50

pestprotocol - een voorbeeldEr zijn heel wat Nederlandstalige boeken op de markt over pesten. In veel van deze boeken benadrukt men het belang van een pestprotocol. Soms geeft men een voorbeeld van een dergelijk protocol, vaak ook niet.

Voor de school die op zoek is naar een uitgewerkt protocol als voorbeeld of basistekst, is deze publicatie van uitgeverij Eduforce een aanrader. Omdat iemand die met beide voeten in de praktijk van het basis-onderwijs staat, ze schreef. Bij de uitwerking van zijn pestprotocol raadpleegde Cees de Groot onder andere het werk van de Vlaamse Gie Deboutte en de Nederlandse Luc Koning.

Het pestprotocol is gebruiksklaar. Je kunt er onmiddellijk mee aan de slag. Het bevat zes belangrijke onderdelen, in het bijzonder:

  • Een uitgeschreven visie en de verantwoording waarom men voor een protocol kiest.
  • Een katern met achtergrondinformatie die het verschil tussen pesten en plagen uitvoerig toelicht, de kenmerken van de pester en de gepeste op een rijtje zet en de leerkrachten attent maakt op de signalen bij de pester en de gepeste.
  • Een katern over de preventie van pesten. Hierin beschrijft de auteur op welke manier de school kan werken aan het voorkomen van pestgedrag.
  • Een katern over het optreden in situaties waarin pestgedrag optreedt. Een stappenplan toont de lezer de weg doorheen een mogelijke procedure.
  • Een overzicht van gedragsregels die in een groep of klas kunnen gehanteerd worden.
  • Een overzicht van maatregelen die de school kan nemen als de (leden van) de groep of klas de gedragsregels niet opvolgen.

In het zevende onderdeel beschrijft de auteur heel summier de veranderingsplannen van zijn eigen school. Het achtste deeltje bevat een overzicht van bronnen en materialen die hij bij dit protocol aanbeveelt.

afdrukken

21:36 Gepost door Lieven Coppens in Eduforce | Permalink | Email dit | Tags: pesten, methodiek, pestprotocol | |

WinSpelling

Programmeur: JopSoft
Titel: WinSpelling - Om op een speelse wijze de juiste spelling onder de knie te krijgen
Uitgeverij: Eduforce
Plaats: Drachten
Jaar: 2009
Pagina's: Cd-rom
ISBN-13: -
Prijs: € 49,95

WinSpelling is een volledig aanpasbaar programma om de leerlingen uit de klas op hun eigen tempo te laten oefenen op spelling. Het draait prima in elke netwerkomgeving. WinSpelling is een open programma dat je naast elke bestaande methode kunt gebruiken: je levert zelf de inhoud aan op maat van jouw school of klas. Die inhoud is niet enkel schriftelijk. Je kunt jouw eigen woordpakketten opnemen en door het programma laten uitspreken. Met de stem van de eigen leerkracht. Dus perfect toepasbaar ook in Vlaan-deren. Het Nederlandse idioom kan geen beletsel zijn. Na het oefenen kan de leerkracht van elke leerling afzonderlijk de resultaten zien. Een snelle maar degelijke foutenanalyse is dus mogelijk. En daarmee hebben we de voornaamste kwaliteiten van het programma opgesomd. Tijd dus om de bespreking iets systematischer aan te pakken.

Deze bespreking gebeurt het beste aan de hand van de uitgebreide mogelijkheden van het programma. Deze zijn toegankelijk via het hart van WinSpelling, het menu met de instellingen (zie afbeelding hierna).

instellingen van winspelling

Zoals je ziet, kun je in dit menu heel wat instellen.

  • Je kunt het [Wachtwoord] dat toegang geeft tot de instellingsmogelijkheden - laten we het voor het gemak de leerkrachtenmodule noemen - veranderen.
  • Je kunt bij [Hoe vaak goed?] aangeven hoe vaak een woordje van een dictee achtereen goed moet geschreven worden (1 tot en met 3 maal).
  • Je kunt via [Herhaling] het programma de fout gemaakte woorden opnieuw laten aanbieden.
  • In de rubriek [Weergave] bepaal je of de woorden los worden gedicteerd of in zinsverband.
  • Bij [Map voor leerlingenlijsten] geef je de plaats op waar het programma de leerlingenlijsten die je daar kunt maken, moet bewaren.
  • Bij [Map voor dictees] geef je de plaats op waar het programma de dictees die je daar kunt maken, moet bewaren. Je kunt er via het aankruisen van [Groepsfilter ingeschakeld] ook aangeven of de leerling enkel de dictees voor zijn leerjaar te zien krijgt of alle dictees.

De leerkrachtoptie bij uitstek is echter de rubriek [Resultaten]. Hier krijgt de leerkracht voor elke leerling afzonderlijke de toegang tot de volgende informatie:

  • Welk dictee de leerling gemaakt heeft.
  • Hoeveel keer achtereen een woord goed moest gemaakt worden.
  • Over hoeveel woorden het ging.
  • Of die woorden in zinsverband werden aangeboden of niet.
  • Hoe lang de leerling over het dictee gedaan heeft.
  • Of de leerling extra hulp heeft gevraagd en hoeveel keer.
  • Of de oefenbeurt onderbroken werd of niet.
  • Welke woorden fout werden geschreven en hoeveel keer. Hierbij toont het programma ook om welke foute schrijfwijze het ging. Hierdoor is de foutenanalyse per leerling mogelijk.
  • De score die de leerling behaalde, uitgedrukt in procenten.

Terwijl de leerling oefent, beschikt hij in zijn scherm nog over vier knoppen. Deze helpen hem op de een of andere manier vooruit:

het woord opnieuw beluisteren

De leerling krijgt het woord opnieuw te horen.

de motiverende geluiden uitschakelen

De leerling schakelt de motiverende geluiden uit.

de juiste schrijfwijze bekijken

De leerling krijgt de juiste schrijfwijze van het woord te zien.

de oefensessie onderbreken

De leerling onderbreekt de oefensessie.

Tijdens het oefenen kan de leerling zichzelf controleren. Door op het groene vinkje naast het invulvak te klikken. Wanneer hij hetzelfde woord tweemaal na elkaar fout schreef, verschijnt de juiste schrijfwijze in een afzonderlijk kadertje. Bij het afsluiten van de oefenbeurt krijgt de leerling feedback over zijn prestaties.

Het programma sluit aan bij de principes van de retentietraining. Lees daarover het meer dan interessante artikel van Anneke Smits dat je via de website van Eduforce kunt binnenhalen.

Niet onbelangrijk om te weten is dat het programma, door zijn open karakter, ook kan gebruikt worden om de spelling van vreemde talen te oefenen. Ik probeerde het zelf uit met Franse woorden en zinnen. Dit lukte zonder problemen. Het programma kan overweg met specifieke karakters zoals é, è, ê en ç.

Een belangrijke tip voor personen die Windows Vista op de computer hebben: voer het programma uit als administrator. Ik heb gemerkt dat je anders geen toegang krijgt tot bepaalde essentiële functies.

Een even belangrijke tip voor de uitgever: waarom op de website bij WinSpelling geen platform maken waarop mensen hun eigen ingetikte woordpakketten en dictees met elkaar kunnen uitwisselen? Het aantal methoden is immers beperkt en het kan enorm tijdsbesparend zijn als niet iedereen op eigen houtje alles moet invoeren.

Een programma dat elke eurocent meer dan waard is!

afdrukken

14:55 Gepost door Lieven Coppens in Eduforce | Permalink | Email dit | Tags: schrijven, spelling, taal, zorg, remedieren, leerprobleem, spellingprobleem | |

2010.01.16

Spellingchecker - Voor de juiste spelling

Auteur: Nicole Neels
Titel: Spellingchecker - Voor de juiste spelling
Uitgeverij: Eduforce
Plaats: Drachten
Jaar: 2009
Pagina's: 119 + 28 (handleiding voor de leerkracht)
ISBN-13: -
Prijs: € 24,95 (quantumkorting mogelijk)

spellingcheckerDe Spellingchecker van uitgeverij Eduforce doet meer dan de titel belooft. Het is een geïntegreerde spelling- en schrijfgids. Hij laat de leerlingen toe om zelfstandig correct gespelde en opgebouwde werkstukken af te leveren. Geen spelling om de spelling dus, maar correct spellen met een doel. Geen schrijven-in-het-wilde-weg, maar strategisch schrijven. Voor veel leerlingen maakt dit een wereld van verschil. Minimaal op het vlak van de motivatie. Maximaal op het vlak van het schrijfinzicht.

Het stappenplan gaat uit van vier woordsoorten die gebaseerd zijn op de vier hoofdprincipes waarop de Nederlandse spelling is gebaseerd. Elke woordsoort krijgt een eigen kleur en een pictogram. Het zijn:

  • Het principe van de fonologie of de hoorwoorden (rood).
  • Het principe van de morfologie of de net-als-woorden (geel).
  • Het principe van de regels of de regelwoorden (blauw).
  • Het principe van de etymologie of de weetwoorden (groen).

In de spellingchecker vindt de leerling voor elk van de woordsoorten een aantal bladzijden met de toe te passen strategieën. Deze zijn gemakkelijk te herkennen aan de gekleurde rand. Het eerste blad van elke woordsoort bevat een overzicht van de mogelijke moeilijkheden.

Via de stappen in het schema leren de kinderen om de woorden te analyseren en te groeperen. Ze moeten zich eerst oriënteren op de spellingmoeilijkheid die in het woord zit. Op basis daarvan bepalen ze dan welk strategie ze moeten toepassen om het woord correct te schrijven.

In het kort komt het hier op neer. De leerling spreekt het woord uit en beluistert het. Hij zoekt de moeilijke stukken in het woord op (of zoekt het woord op of vraagt het als hij de moeilijkheid niet weet). Hierna bepaalt hij tot welke woordsoort het hoort. Hij kijkt dan op het eerste blad van elke woordsoort met welk voorbeeldwoord het overeenkomt. Op de aangegeven bladzijde vindt hij dan de juiste schrijfwijze.

Verderop in de spellingchecker vindt de leerling een aantal denkkaarten (met paarse rand). Deze begeleiden hem in het nadenken over specifieke problemen zoals:

  • De open en gesloten lettergreep (gebaseerd op het principe van de klankgroepen).
  • Het schrijven van samenstellingen (tussen -n- of niet).
  • Het schrijven van g of ch.
  • De werkwoordspelling.
  • De codekaart.

Die codekaart is een zeer handig instrument voor leerkracht en leerling. De leerkracht corrigeert immers niet. Hij geeft enkel aan dat de leerling nog eens moet nadenken over wat hij schreef. Deze codes hebben niet alleen te maken op de spelling, maar ook met andere facetten van het schrijven.

Want daar is het om te doen. De spelling te integreren in het stelonderwijs. In de handleiding voor de leerkracht staan de fases van het schrijfproces beschreven:

  • Plannen.
  • Schrijven.
  • Reviseren.

De handleiding biedt een aantal kopieerbladen voor het strategisch schrijven binnen het stelonderwijs:

  • Een stappenplan voor het schrijven van een tekst.
  • Een ontwerpblad voor het schrijven van een tekst.
  • Een schrijfblad voor een verhaaltekst.
  • Een schrijfblad voor een informatieve tekst.
  • Een schrijfblad voor het definitieve schrijfproduct.

Een zesde blad verdient extra aandacht: het blad Tips en Tops. De methodiek gaat er van uit dat de kladversie van een tekst door een medeleerling, het schrijfmaatje, gelezen wordt. Op dit blad geeft hij adviezen (tips) en complimenten (tops). Door deze communicatie over en weer brengen de leerlingen elkaars schrijfproducten op een hoger niveau.

Deze spellingchecker en de daarachter liggende methodiek kun je klassikaal gebruiken voor het spelling- en schrijfonderricht. Hij kan echter ook een krachtig maatje zijn voor leerlingen met ernstige schrijf- en spellingproblemen. Een dergelijke gids stelt het toepassen van dispenserende maatregelen op een verantwoorde manier uit.

Deze spellingchecker kun je naast om het even welk leerplan en methode gebruiken. Dit maakt hem tot een sterk remediëringsmaatje Hij is eveneens een ideale aanvulling op taalmethodes waarbij er te weinig nadruk op het spellingonderwijs ligt. En geloof me, die bestaan!

Zeer warm aanbevolen!

afdrukken

19:31 Gepost door Lieven Coppens in Eduforce | Permalink | Email dit | Tags: schrijven, spelling, taal, dyslexie, zorg, stellen, remedieren, methodiek, spellingprobleem, strategisch schrijven | |

2009.11.11

Zorgverbreding, goed voor elkaar

Auteur: Duco Creemers & Thijs Radersma
Titel: Zorgverbreding, goed voor elkaar. Voor teams van scholen voor primair onderwijs.
Programma om samen de kwaliteit van de zorg voor de leerling 'goed voor elkaar' te krijgen en te houden. 
Uitgeverij: Eduforce
Plaats: Drachten
Jaar: 2004
Pagina's: 107
ISBN-13: 978-90-76838-27-4
Prijs: € 138,50

zorgverbreding, goed voor elkaar - voor teams van scholen voor primair onderwijs - programma om samen de kwaliteit van de zorg 'goed voor elkaar'te krijgen en te houdenIn 2004 verscheen bij het Friese Eduforce de map Zorgverbreding, goed voor elkaar. Dit programma wil, zoals de ondertitel het zegt, de kwaliteit van de zorg voor de leerling 'goed voor elkaar' krijgen en houden. De inleiding geeft perfect de visie weer van waaruit dit programma is uitgedacht. Daarom dit citaat:

Alle (teamleden van) scholen voor primair onderwijs willen dat hun school zo goed mogelijk draait. Alle (teamleden van) scholen voor primair onderwijs willen de zorg voor leerlingen zo goed mogelijk regelen. Veel aspecten zijn daardoor ook al goed geregeld. Vanzelfsprekend wil men dat zo houden.

Er zijn ook aspecten van de zorg voor de leerling die (nog) beter geregeld kunnen worden. Dat kan de zorg dan verbeteren/verbreden. Eén - zo niet het belangrijkste - aspect bij de zorg voor leerlingen is dat de school zo adaptief mogelijk werkt. Daarvoor is het nodig dat er afgesproken wordt hoe een aantal zaken geregeld en gedaan worden. Om adaptief te werken moet men iets regelen en moeten alle betrokkenen wat doen (blz.6).

De centrale vragen in dat proces zijn:

  • Wat moet er gedaan of geregeld worden?
  • Wie doet wat?
  • Wat is de stand van zaken ten aanzien van alle taken?
  • Welke taak krijgt prioriteit?

Deze taken, of liever de goed uitgevoerde taken zijn indicatoren van de kwaliteit van de zorg. Om deze kwaliteit op peil te houden, moeten deze taken opgenomen zijn in een systeem van kwaliteitszorg. Met het programma Zorgverbreding, goed voor elkaar kan de school de kwaliteit van de uitgevoerde taken en dus de kwaliteit van de zorg, bewaken. Hiervoor reikt het een stappenplan aan dat snel kan uitgevoerd worden door de directeur met hulp van de interne begeleider, voor Vlaanderen dan de zorgcoördinator. Het stappenplan op zich bevat 10 stappen.

Binnen deze stappen neemt het persoonlijk ontwikkelingsplan van de betrokkenen een belangrijke plaats in. Op basis van hun evaluatie van de aan hun toevertrouwde taken stellen ze een plan op dat hen moet toelaten om zich verder te bekwamen. Daarbij geven ze aan wat de prioriteiten zijn. De school stelt hen, na goedkeuring en eventuele aanpassing van het ontwikkelingsplan, de nodige tijd en middelen ter beschikking om het plan uit te voeren.

De meerwaarde van deze map ligt niet alleen in het aangeboden programma en de cd-rom waarmee alles elektronisch kan geregistreerd worden, maar ook in de bijlagen met de suggesties voor de taakverdeling en het opstellen van een ontwikkelingsplan en de dertig concrete voorbeelden.

Uit de suggesties voor de taakverdeling blijkt dat er op de zorgzame school heel wat taken zijn op uiteenlopende domeinen. Deze domeinen zijn:

  • het overleg tussen de zorgcoördinator en de directeur
  • het overleg tussen de zorgcoördinator en de taakleerkracht
  • de zorgverbreding in de klassen
  • het zelfstandig werken
  • het beleid
  • de informatie over de zorgverbreding
  • het leerlingvolgsysteem
  • de leerlingbespreking
  • het gebruik van interne procedures
  • de ondersteuning van de leerkrachten
  • de uitbouw van een orthotheek
  • het gebruik van de orthotheek
  • de contacten met externe deskundigen
  • de ontwikkelingsplannen zorgverbreding
  • samenwerkingsverband Weer Samen Naar School (niet relevant voor Vlaanderen)

Uit de tweede bijlage met de suggesties voor het opstellen van een ontwikkelingsplan blijkt duidelijk dat men de oplossing voor een minder goed uitgevoerde taak niet altijd heel ver moet gaan zoeken. De suggesties variëren dan ook van het gebruiken van standaardformulieren voor overlegverslagen over het gebruik van een sociale kaart van de regio of het opstellen van een toetskalender naar het volgen van externe vorming.

Persoonlijk vind ik dit een zeer krachtig instrument om de zorgverbreding op school zo goed mogelijk te organiseren. Niet in het minst omdat alles geëxpliciteerd wordt: geen onuitgesproken verwachtingen, geen veronderstellingen dat iemand iets zal doen, geen veronderstelde competenties of bekwaamheden, maar concrete informatie. Zowel het proces als het 'product' van de zorgverbreding wordt aandachtig bekeken. Voor alle betrokkenen is dit programma een aanzet tot zelfreflectie op basis van de toegewezen taken. Dit komt niet alleen de professionalisering van elk teamlid ten goede, maar ook de motivatie om er iets aan te doen. Men stelt immers zelf zijn ontwikkelingsplan samen en krijgt daarvoor, na goedkeuring, de tijd en de middelen voor om het uit te voeren. Tegelijk biedt dit programma de mogelijkheid om de kwaliteit van de zorg te borgen, niet in het minst door het opstellen en bewaken van de jaarplanning. De gegevens kunnen elektronisch verwerkt worden met het programma op de meegeleverde cd-rom. Dat is een groot voordeel. Hierdoor blijft het overzicht op elk moment behouden.

Dit programma werd trouwens door het Nederlandse Q*Primair beoordeeld als het beste in zijn soort.

afdrukken

23:41 Gepost door Lieven Coppens in Eduforce | Permalink | Email dit | Tags: lager onderwijs, zorg, kleuteronderwijs, basisonderwijs, zorgbeleid, methodiek, kwaliteitszorg | |

2009.11.07

Wat is dyslexie. Psycho-educatie dyslexie

Auteur: Sanne Nonhebel & Thea Vogelaar
Titel: Wat is dyslexie. Psycho-educatie dyslexie.
Uitgeverij: Eduforce
Plaats: Drachten
Jaar: 2007
Pagina's: 17 + kopieerbladen en werkboekje
ISBN-13: 978-90-76838-47-2
Prijs: € 38,50

wat is dyslexie - psycho-educatie dyslexieWie de diagnose krijgt van een stoornis, heeft nood aan uitleg en informatie. Ook bij dyslexie is dit belangrijk. Zo vermijd je verkeerde conclusies zoals 'Ik ben dom' of 'Ik heb niet goed opgelet'. Het helpt de betrokkene om alles in het juiste perspectief te zien. Het motiveert hem voor de behandeling. Het vergemakkelijkt de aanvaarding. Dit proces van uitleg en informatie geven, heet psycho-educatie.

Het is voor veel leerkrachten nog niet zo duidelijk hoe psycho-educatie werkt. Daarom heeft uitgeverij Eduforce een werkboekje op de markt gebracht voor kinderen uit de basisschool. Elke bladzijde ervan gaat over één thema. In de handleiding voor de begeleider (leerkracht, zorgcoördinator, ...) staat per bladzijde van het werkboekje beschreven wat het doel is en hoe de begeleider het thema het beste aanbrengt. Deze thema's zijn:

  • Wat is dyslexie?
  • Hoe leer je lezen als je dyslexie hebt?
  • Hoe herken je dyslexie?
  • Hoe krijg je dyslexie?
  • Hoe werken jouw hersenen als je dyslexie hebt?
  • Ben je een spellende of radende lezer?
  • Welke extra hulp kun je krijgen?
  • Waar moet ik bij het lezen op letten?
  • Wat betekent het voor mij?
  • Wat kan ik goed?

Bij elk thema krijgt het kind eerst een kort woordje uitleg. Daarna maakt het de koppeling naar de eigen situatie.

Aan het einde van dit traject kan de leerling zijn kennis over dyslexie toetsen. Daarvoor bevat de map een korte vragenlijst. Het kan eveneens oplijsten wat de eigen hulppunten zijn. Tot slot moedigt het werkboekje het kind met dyslexie aan om de klasgenootjes mits een spreekbeurt in te lichten. Het geeft daarvoor een lijst met kindvriendelijke websites waar er meer informatie te vinden is.

Deze map is niet bedoeld voor ouders. Het is de bedoeling dat iemand die professioneel werkt met kinderen met dyslexie het werkboekje samen met het kind doorwerkt. Deze professionele begeleider moet wel voldoende kennis bezitten over dyslexie.

Deze map is zeer waardevol. Ze brengt een concrete invulling van het begrip 'psycho-educatie'. Tegelijk kan de opgenomen methodiek model staan voor de al even noodzakelijke psycho-educatie bij kinderen met een andere stoornis. Zeer warm aanbevolen!

afdrukken

16:14 Gepost door Lieven Coppens in Eduforce | Permalink | Email dit | Tags: lezen, spelling, taal, dyslexie, remedieren, leerprobleem, leesprobleem, spellingprobleem, psycho-educatie | |

2009.07.04

Sommen Versnellen

Auteur: Harrie Meinen
Titel: Sommen Versnellen.
Uitgeverij: Eduforce
Plaats: Drachten
Jaar: s.d.
Pagina's: Boek op Cd-rom
ISBN-13: -
Prijs: € 50,-

sommen versnellenZo af en toe kun je mensen uit het basisonderwijs horen discussiëren over het antwoord op de vraag of je nu de splitsingen van de getallen tot 10 of tot 20 moet automatiseren. De auteur van dit boek op Cd-rom, Harrie Meinen, geeft mijns inziens op deze vraag een antwoord waar hij in zijn inleiding op Sommen Versnellen hierover het volgende zegt:

Automatiseren van de sommen tot en met twintig is voor het rekenonderwijs heel belangrijk. Dit moge blijken uit rekenonderzoeken die diverse remedial teachers en andere onderzoekers uitvoeren wanneer een leerling 'vastloopt' in het rekenonderwijs: vaak is de diepere oorzaak van het rekenprobleem het niet automatisch beheersen van de sommen tot en met 20 en de tafels. Diverse publicaties bevestigen het hierboven gestelde.

Het is dus heel belangrijk dat leerlingen binnen het onderwijs goed leren automatiseren. Door alleen de methode te volgen, wordt bij veel kinderen het automatiseren van de genoemde rekenhandelingen niet gehaald. Naast de methode zal met vaste regelmaat geoefend moeten worden met sommen tot en met 20. ... Dit automatiseren kan onder andere bereikt worden door met een vaste regelmaat kinderen te laten werken met bladen waarop veel van de genoemde sommen staan afgedrukt.

Met alleen het maken van sommetjes ben je er niet. Wellicht doe je ook een te groot beroep op het geheugen van een leerling - kijk je alleen al naar de sommen tot en met 20, dan verwacht je van de kinderen dat ze bijna 180 sommen uit het hoofd kennen. Naast het trainen van de getallen is het ook belangrijk kinderen strategieën aan te leren (bijv. Hoe kun je snel 6 + 7 uitrekenen). De moderne rekenmethodes maken veel gebruik van het aanleren van diverse strategieën, maar het lijkt me mijns inziens nuttig dit expliciet de leerlingen aan te leren.

Daarom is mijn voorstel om naast het trainen van het automatiseren (Sommen Versnellen) de kinderen expliciet strategieën voor deze rekenhandelingen aan te leren.

In Sommen Versnellen beschrijft de auteur een mogelijke werkwijze om dit te realiseren. Meteen wordt dan ook duidelijk dat Sommen Versnellen enkel een onderdeel is van deze werkwijze en geen methode op zich! 

Sommen Versnellen bestaat uit 7 boekjes. Boekjes 1 tot en met 4 vormen de basis, boekjes 5, 6 en 7 bieden extra oefenkansen. Per boekje voorziet de auteur een zestal weken oefentijd, waarbij de leerlingen dagelijks (maar minstens 3 keer per week) gedurende vijf minuten aan een werkblaadje werken. Zo kan men ook de vooruitgang in tempo in kaart brengen. Elk werkblaadje staat in het teken van een bepaald somtype of een bepaalde strategie. Deze staat bovenaan het blad duidelijk aangegeven. Na deze vijf minuten maken de leerlingen de rekenopgaven uit de rekenmethode. Zijn ze daarmee klaar, dan kunnen ze in een andere kleur verder werken aan hun werkblaadje uit Sommen Versnellen.  

Bij het pakket horen ook zes toetsen. De 2- en de 4-minutentoetsen gaan na in welke mate de optel- en af-treksommen tot 10 en tot 20 geautomatiseerd zijn, de 4 andere toetsen bekijken steeds een bepaald onderdeel:

  • Toets 1: optellen tot 10
  • Toets 2: aftrekken vanaf 10
  • Toets 3: optellen over het tiental
  • Toets 4: aftrekken over het tiental

Met deze 4 toetsen kan men analyseren waar het eventueel nog fout loopt. De oefeningen zijn immers onderverdeeld in categorieën. Op basis daarvan kan men gericht remediëren. Het remediëringsgedeelte van Sommen Versnellen bevat de nodige uitleg en materialen (sommenkaartjes, strategiekaarten) die nodig zijn om de leerlingen vooruit te helpen.

Sommen Versnellen is een nuchtere, doordachte en doelgerichte aanpak om de sommen tot en met 20 te automatiseren. Het geheel kan naast elke rekenmethode gebruikt worden. De auteur koos voor een sobere opmaak van de oefenblaadjes en rekenmaterialen. Op deze manier blijft de rekenhandeling centraal staan en kunnen leerlingen zich niet verliezen in onbelangrijke randkenmerken. De geleidelijke opbouw staat er garant voor dat de leerlingen geen essentiële stappen overslaan.

Nogmaals een bewijs dat soberheid en effectiviteit wel samengaan.

afdrukken

21:19 Gepost door Lieven Coppens in Eduforce | Permalink | Email dit | Tags: rekenen, lager onderwijs, zorg, automatiseren, didactiek, basisonderwijs, remedieren, rekenprobleem | |

Alle berichten