2008.05.17

KOEK: Korte Observatie Ergotherapie Kleuters

Auteur: Margo van Hartingsveldt, Edith Cup & Madeleine Corstens-Mignot
Titel: KOEK: Korte Observatie Ergotherapie Kleuters
Uitgeverij: Ergoboek
Plaats: Nijmegen
Jaar: 2006
Pagina's: 207
ISBN-13: 978-90-810589-1-9
Prijs: € 29,95

korte observatie ergotherapie kleutersDe Korte Observatie Ergotherapie Kleuters is een observatie-instrument voor de fijnmotorische vaardigheden van kleuters. Dit instrument kan gebruikt worden om na te gaan of de oudste kleuters toe zijn aan het (voorbereidend) schrijven. Daarnaast kan het ook gebruikt worden bij de diagnostiek van kleuters met fijnmotorische problemen. Op basis van de resultaten van deze observatie kunnen er adviezen gegeven worden aan de leerkracht zodat hij in het laatste kleuterjaar die vaardigheden kan stimuleren die voor de kleuter zelf nog moeilijk zijn. Waar nodig kan men de kleuter op basis van dit instrument ook doorverwijzen voor een professionele behandeling.

Het eerste deel is zuiver theoretisch. Na een korte verheldering over wat ergotherapie inhoudt en welk model er gehanteerd wordt (hoofdstuk 1), gaan de auteurs dieper in op het aspect van de fijne motoriek. Ze definiëren de fijne motoriek en werken dan dit thema volledig uit. Aan bod komen de basale vaardigheden zoals het reiken, het grijpen, het dragen en het bedoeld loslaten van iets, evenals de meer complexe vaardigheden zoals de binnenhandse verplaatsing (bijvoorbeeld het in de hand verplaatsen van een balpen vanuit de vuistgreep naar de juiste pengreep zonder de tussenkomst van de andere hand), het bilateraal handgebruik (het gebruik van 2 handen samen om een activiteit uit te voeren) en het gebruik van gereedschap. De ontwikkeling van de fijne motoriek in de kleuterperiode komt heel kort aan bod om dan dieper in te gaan op een aantal aspecten en componenten van de fijne motoriek zoals:

  • de sensorische aspecten
  • de biomechanische componenten (schouder, elleboog, onderarm, pols, hand, de handbogen en de oppositie van de duim)
  • de ontwikkelingsneurologische componenten van de fijne motoriek.

Hierna gaan de auteurs kort en krachtig in op het onderzoek van de fijne motoriek (hoofdstuk 3). Ze komen tot het besluit dat een goed onderzoek naar de fijne motoriek moet bestaan uit een combinatie van de volgende instrumenten:

  • Movement-Assessment Battery for Children (Movement-ABC)
  • Beery developmental test for Visual Motor Integration (Beery VMI)
  • Korte Observatie Ergotherapie Kleuters

Het volgende stuk van het eerste deel (hoofdstuk 4) is helemaal gewijd aan de papier- en pentaken. De auteurs gaan dieper in op de ontwikkeling van deze taken, de schrijfrijpheid, de goede uitgangshouding voor het schrijven en de juiste pengreep. Duidelijke afbeeldingen maken het gemakkelijker om deze inhoud te begrijpen. Tegelijk wordt er ook aangegeven hoe deze aspecten in de KOEK aan bod komen. Tot slot worden de verschillende fijnmotorische taken die in de KOEK onderzocht worden, zoals het knippen, de manipulatie in één hand, het tweehandig bewegen en het overschrijden van de middellijn uitgelegd en gesitueerd binnen het observatie-instrument (hoofdstuk 5).

Het tweede deel staat helemaal in het teken van het observatie-instrument zelf. Hier krijgt men alle informatie die men nodig heeft om de observatie goed te laten verlopen:

  • een overzicht van de verschillende onderdelen van het instrument (hoofdstuk 6)
  • een lijst met de benodigde materialen (hoofdstuk 7)
  • de instructies (hoofdstuk 8)
  • de scorelijst (hoofdstuk 9)
  • de normering (hoofdstuk 10)
  • een model voor een verslag (hoofdstuk 11)
  • een uitgebreide bibliografie (hoofdstuk 12)

Het derde en laatste deel gaat over de advisering. Het eerste onderdeel (hoofdstuk 13) bespreekt de theoretische achtergronden die de ergotherapeutische interventie vorm geven en een aantal mogelijke benaderingswijzen. Er is ook aandacht voor onderzoeksgegevens die bewijzen dat een ergotherapeutische behandeling effectief werkt. Het tweede onderdeel (hoofdstuk 14) geeft bij elk onderdeel van de KOEK adviezen en tips die door de (zorg)leerkracht kunnen gebruikt worden om het kind te ondersteunen.

In de bijlagen worden de criteria om te kunnen spreken van ontwikkelingsdyspraxie nog eens opgesomd. Daarnaast vind je ook nog alle benodigde formulieren, die je ook gratis van de website http://www.ergoboek.nl/download%201.htm kunt plukken.

Dit boek is eerst en vooral een goed studieboek voor iedereen die zicht wil krijgen op de ontwikkeling van de fijnmotorische vaardigheden van kleuters. Sterk theoretisch onderbouwd, is het toch zeer toegankelijk. Niet in het minst doordat de juiste terminologie gebruikt én heel concreet uitgelegd wordt. Het observatie-instrument zal mensen in het onderwijs zeker helpen bij de vraag of een kleuter moet doorverwezen worden voor verder onderzoek en/of behandeling of niet. Terwijl het instrument niet onmiddellijk zal afgenomen worden door de klasleerkracht zelf, kan het toch een functie hebben als kijkwijzer om de fijnmotorische ontwikkeling van kleuters gerichter te volgen. Bij twijfel aan een voldoende ontwikkeling kan het instrument dan selectief afgenomen worden van de risicokleuters.

Waar dit boek misschien iets te gespecialiseerd lijkt om aan te kopen voor de schoolbibliotheek, meen ik wel dat het aanwezig zou moeten zijn in de bibliotheek van de schoolondersteunende diensten, waaronder de centra voor leerlingenbegeleiding.

afdrukken