2009.07.17

Tussendoelen beginnende geletterdheid

Auteur: Ludo Verhoeven & Cor Aarnoutse (red.)
Titel: Tussendoelen beginnende geletterdheid. Een leerlijn voor groep 1 tot en met 3.
Uitgeverij: Expertisecentrum Nederlands
Plaats: Nijmegen
Jaar: 2006 (achtste druk)
Pagina's: 104
ISBN-13: 978-90-77529-04-1
Prijs: Boek: € 18,- Cd-rom: € 22,-

tussendoelen beginnende geletterdheid - een leerlijn voor groep 1 tot en met 3Het Vlaamse kleuteronderwijs heeft welgeteld vier ontwikkelingsdoelen voor het domein Nederlands, 'Lezen'. Het zijn de volgende:

De kleuters ...

  • kunnen aan de hand van visueel materiaal een boodschap herscheppen;
  • kunnen door symbolen voorgestelde boodschappen in verband met concrete activiteiten begrijpen;
  • kunnen op materialen, in boeken, op uitgangsborden lettertekens onderscheiden van andere tekens;
  • zijn bereid spontaan en zelfstandig voor hen bestemde boeken en andere informatiebronnen in te kijken;

Deze worden in de leerplannen Nederlands van de onderscheiden Vlaamse onderwijsnetten eerder sum-mier overgenomen en verduidelijkt.

Een meer dan interessante aanvulling daarop zijn de Tussendoelen beginnende geletterdheid uit Nederland. Deze tussendoelen zijn bedoeld voor de groepen 1 tot en met 3 (de Vlaamse 2e en 3e kleuterklas en het eerste leerjaar).

Na een kort voorwoord wordt in het eerste hoofdstuk duidelijk gemaakt wat het doel is van dit boek, wat tussendoelen en een leerlijn zijn, welke gebruiksmogelijkheden deze leerlijn heeft en op welke uitgangspunten ze berust. Met andere woorden: het eerste hoofdstuk bevat het kader waartegen alle andere hoofdstukken van dit boek moeten geplaatst worden. Het geeft ook een eenduidige uitleg aan de gebruikte begrippen.

Het tweede hoofdstuk beschrijft de fase van de ontluikende geletterdheid. Deze situeert zich in Nederland in de voorschoolse periode, in Vlaanderen rond het einde van de eerste kleuterklas. De auteurs benadrukken hier het belang van de ervaringen die kinderen in deze periode opdoen in verband met het latere leren lezen en schrijven. Stimulering door de ouders, de aanwezigheid van boeken en van schrijfmaterialen zijn hierin zeer belangrijk. Maar de auteurs zien het ook ruimer, binnen de gehele taalontwikkeling: ook de mondelinge taalvaardigheid is zeer belangrijk. In dit hoofdstuk breken de schrijvers nadrukkelijk een lans voor het voorlezen.

Het derde en meest uitgebreide hoofdstuk bespreekt de tien Tussendoelen beginnende geletterdheid. Deze worden uitvoerig besproken en geïllustreerd met praktijkvoorbeelden. Hierdoor is alles voor de lezer zeer snel duidelijk. Elk tussendoel krijgt een eigen 'leerlijn' mee. Aan het eind van de bespreking van elk tussendoel wordt deze leerlijn in een kadertje samengevat. De tien tussendoelen zijn:

  • boekoriëntatie;
  • verhaalbegrip;
  • functies van geschreven taal;
  • relatie tussen gesproken en geschreven taal;
  • taalbewustzijn;
  • alfabetisch principe;
  • functioneel 'schrijven' en 'lezen';
  • technisch lezen en schrijven, start;
  • technisch lezen en schrijven, vervolg;
  • begrijpend lezen en schrijven.

In het vierde en laatste hoofdstuk wordt er bekeken op welke manier men de ontwikkeling van de beginnende geletterdheid kan stimuleren. De auteurs staan stil bij het scheppen van een geletterde leeromgeving en de mogelijke organisatievormen. Verder leggen ze ook het verband tussen de beginnende geletterdheid en de zorgverbreding en staan ze expliciet stil bij leerlingen met een vertraagde taalontwikkeling en bij de beginnende geletterdheid bij meertalige kinderen.

werken aan tussendoelen beginnende geletterdheidBij deze uitgave hoort ook een Cd-rom die een echte meerwaarde biedt. Deze bevat extra informatie over de tussendoelen en illustratieve filmpjes bij elke fase van de 'leerlijnen' van de verschillende tussendoelen. Hierdoor komt de inhoud tot leven. Een afzonderlijke verklarende begrippenlijst zorgt er voor dat er geen verkeerde interpretatie kan zijn van de inhoud van de tussendoelen. Voor scholen die aan de slag willen gaan zijn er een aantal instrumenten op de Cd-rom die hen moeten helpen om het taal-, lees- en schrijfonderwijs een nieuwe vorm te geven.

Een sterk inspirerend werk.

afdrukken

Tussendoelen gevorderde geletterdheid

Auteur: Cor Aarnoutse & Ludo Verhoeven (red.)
Titel: Tussendoelen gevorderde geletterdheid. Leerlijnen voor groep 4 tot en met 8.
Uitgeverij: Expertisecentrum Nederlands
Plaats: Nijmegen
Jaar: 2003 (derde gewijzigde druk)
Pagina's: 208
ISBN-13: 978-90-77529-02-7
Prijs: Boek: € 37,50 Cd-rom: € 25,-

tussendoelen gevorderde geletterdheid - leerlijnen voor groep 4 tot en met 8Zoals iedereen meteen door heeft, sluit dit boek naadloos aan op de Tussendoelen beginnende geletterdheid. Gevorderde geletterdheid, ook wel functionele geletterdheid genoemd, is de derde fase van wat geletterdheid inhoudt. Ze omvat de volgende deelcomponenten:

  • betrokkenheid: lees- en schrijfmotivatie;
  • (de)codeervaardigheid: technisch lezen en spellen;
  • tekstvaardigheid: technisch lezen en spellen;
  • strategische vaardigheid: informatieverwerving en kennisverwerving;
  • leeswoordenschat;
  • reflectie: functies en structuur van geschreven taal.

Deze deelcomponenten, die trouwens ook op een andere manier terug te vinden zijn in het Vlaamse leerplan, vormen de basis voor de verschillende leerlijnen uit dit boek.

Na een kort voorwoord wordt in het eerste hoofdstuk duidelijk gemaakt wat het doel is van dit boek, wat tussendoelen en leerlijnen zijn, welke gebruiksmogelijkheden deze leerlijnen hebben en op welke uitgangspunten ze berusten. Het enige opvallende verschil met het eerste hoofdstuk uit de Tussendoelen beginnende geletterdheid is de paragraaf over de balans tussen het leerling- en leerkrachtgestuurde leren. Het Expertisecentrum Nederlands neemt een duidelijk standpunt in:

Leerlingen zijn geen passieve ontvangers van informatie, maar bouwen hun eigen kennis op en ontwikkelen zelf strategieën. In een rijke, betekenisvolle leeromgeving gaan ze samen met leeftijdsgenoten op weg om hun wereld te ontdekken en te veroveren.

Onderwijzen is in deze visie op leren niet primair het overdragen van informatie, maar bestaat veel meer uit het creëren van zinvolle leersituaties en uit het begeleiden en sturen van leerlingen op hun ontdekkingstocht. Dit laatste betekent overigens niet dat er geen plaats is voor instructie, uitleg, voordoen en controle van de leerkracht.

De vraag of taalonderwijs leerling- of leerkrachtgestuurd moet zijn, veronderstelt dat of de leerling of de leraar bepalend is bij het leren van taal. In de visie van het Expertisecentrum Nederlands zijn de leerling en de leraar van even groot belang en is er sprake van een gedeelde verantwoordelijkheid. In een en dezelfde les kan de ene keer de leraar en de andere keer de leerling het initiatief nemen. We moeten voorkomen dat de leraar de enige initiatiefnemer is en voortdurend aan het woord is (blz.21).

Het tweede hoofdstuk zet, op basis van de deelcomponenten, de leerlijnen voor de gevorderde geletterdheid uit. Het zijn de volgende:

  • leerlijn 1: lees- en schrijfmotivatie;
  • leerlijn 2: technisch lezen;
  • leerlijn 3: spellen;
  • leerlijn 4: begrijpend lezen;
  • leerlijn 5: strategisch schrijven;
  • leerlijn 6: informatieverwerving;
  • leerlijn 7: leeswoordenschat;
  • leerlijn 8: reflectie op geschreven taal.

Tegelijk geeft het een concreet model aan voor de didactiek van de gevorderde geletterdheid.

In het derde hoofdstuk worden de leerlijnen vertaald naar tussendoelen, waarbij de auteurs een onderscheid maken tussen de tussendoelen voor de middenbouw (3e en 4e leerjaar) en deze voor de bovenbouw (5e en 6e leerjaar). De tussendoelen op zich blijven gelijk, de invulling is anders:

  • lees- en schrijfmotivatie;
  • technisch lezen;
  • spelling en interpunctie;
  • begrijpend lezen;
  • strategisch schrijven;
  • informatieverwerving;
  • leeswoordenschat;
  • reflectie op geschreven taal.

Elk tussendoel wordt zeer uitgebreid besproken. Daarbij is er nadrukkelijk aandacht voor de praktijk met suggesties naar mogelijke technieken, tips om leerlingen te stimuleren, mogelijkheden tot zelfcorrectie en nog veel meer. In alles is de wetenschappelijke onderbouw nadrukkelijk aanwezig.

Tot slot staat het vierde hoofdstuk stil bij omstandigheden die de ontwikkeling van de gevorderde geletterdheid kunnen stimuleren.

werken aan tussendoelen gevorderde geletterdheidOok bij dit boek hoort een Cd-rom die de inhoud nog meer verduidelijkt en tot leven brengt. Hij bevat 50 filmopnames van een goede praktijk, achtergrondinformatie bij de tussendoelen en een strategie om de Tussendoelen gevorderde geletterdheid op school in te voeren. Een aantal instrumenten voor inventarisatie & actie en controlelijsten voor leerkrachten en leerlingen kunnen daarbij aangewend worden. Een begrippenlijst zorgt er voor dat men over hetzelfde blijft spreken.

Een noodzakelijke aanvulling voor de didactische bibliotheek van elke school.

afdrukken

21:38 Gepost door Lieven Coppens in Expertisecentrum Nederlands | Permalink | Tags: lezen, spelling, taal, lager onderwijs, didactiek, basisonderwijs, geletterdheid, tussendoelen, gevorderde geletterdheid | |

2008.12.14

Protocol Leesproblemen en Dyslexie voor het Speciaal Basisonderwijs

Auteur: Hanneke Wentink & Eveline Wouters
Titel: Protocol Leesproblemen en Dyslexie voor het Speciaal Basisonderwijs
Uitgeverij: Expertisecentrum Nederlands
Plaats: Nijmegen
Jaar: 2005 (tweede druk)
Pagina's: 320
ISBN-13: 978-90-77529-11-X
Prijs: € 32,94

protocol leesproblemen en dyslexie voor het sboHet Protocol Leesproblemen en Dyslexie voor het Speciaal Basisonderwijs sluit aan bij de protocollen voor groep 1-4 en 5-8 (zie vorige besprekingen). Het vertrekt vanuit de vaststelling dat een groot deel van de leerlingen die in het speciaal basisonderwijs (het Vlaamse buitengewoon onderwijs type1 en type 8) les volgen, moeite heeft met het leren lezen. Ook voor hen is het van belang dat ze zich kunnen redden in onze geletterde maatschappij. Concreet betekent dit dat zij - meer nog dan andere kinderen - nood hebben aan een zo aanvaardbaar mogelijk niveau van functionele geletterdheid.

Het Protocol Leesproblemen en Dyslexie voor het Speciaal Basisonderwijs biedt leerkrachten, intern begeleiders, remedial teachers, logopedisten en andere leesspecialisten die in het speciaal basisonderwijs werkzaam zijn, richtlijnen om de leesontwikkeling van leerlingen gedurende alle jaargroepen systematisch te volgen. Het geeft aanwijzingen voor observatie en toetsing van leesvaardigheden en vaardigheden die daaraan voorafgaan in de kleuterperiode. Het protocol biedt een signaleringslijst voor kleuters en adaptieve toetsen voor de periode van het aanvankelijk lezen die gerelateerd zijn aan de herfstsignalering uit het protocol voor groep 1-4. Daarnaast biedt het handreikingen voor de begeleiding van leerlingen waarbij de leesontwikkeling dreigt te stagneren. Deze handreikingen sluiten aan bij bestaande methoden, materialen en orthotheken en bij recente bevindingen uit de literatuur rondom effectieve leesbegeleiding.

Het boek bestaat uit 6 thematische hoofdstukken:

  • Inleiding
  • Dyslexie
  • Preventie
  • Toetskalender
  • Interventies
  • Organisatie

In de inleiding wordt het algemene kader van dit protocol geschetst. Het geeft niet alleen de visie van de auteurs weer in verband met de functionele geletterdheid, maar maakt ook de vergelijking met de protocollen voor het reguliere onderwijs. Het pedagogisch-didactisch kader is dat van het leren in een betekenisvolle context, het sociaal en het strategisch leren. Daarbij wordt er een evenwicht gezocht tussen het instructief en constructief leren. De visie van Vygotski is hier nadrukkelijk bij aanwezig (Opbouwen van kennis is een sociaal proces - De zone van de naaste ontwikkeling - ...). Over alles heen is een stimulerende leesomgeving op school én thuis belangrijk.

Het tweede hoofdstuk vergelijkt eerst het leesproces bij zwakke lezers met dat van de normale lezers.  Daarna gaat het dieper in op dyslexie en de belemmeringen en stoornissen die er bij kunnen aanwezig zijn. Het heeft expliciet aandacht voor de sociale en emotionele gevolgen van de leerstoornis. Tot slot komt ook het thema van de meertaligheid en dyslexie aan bod.

Het derde hoofdstuk wil de lezer leren hoe men lees- en spellingproblemen bij kleuters kan voorkomen. Eerst worden de 7 tussendoelen beginnende geletterdheid die van belang zijn voor de kleuterperiode verduidelijkt. Het gaat om: 

  • Boekoriëntatie
  • Verhaalbegrip
  • Functies van geschreven taal
  • Relatie tussen gesproken en geschreven taal
  • Taalbewustzijn
  • Alfabetisch principe
  • Functioneel 'schrijven' en 'lezen'

Daarna introduceert het een stappenplan dat moet toelaten systematisch te werken en hiaten in de ontwikkeling van de beginnende geletterdheid snel te onderkennen en te signaleren. Tot slot krijgen de interventies voor kleuters die problemen hebben met het taalbewustzijn en/of het alfabetisch principe de aandacht. Dat er telkens een goede overdracht moet zijn tussen de leerkrachten van opeenvolgende jaren wordt extra benadrukt.

De toetskalenders voor het technisch lezen worden volledig uit de doeken gedaan in het vierde hoofdstuk. Daarbij is er ook gedacht aan de leerlingen die tussendoor de overgang van het reguliere naar het speciale basisonderwijs maken. Elke fase uit het stappenplan wordt uitvoerig besproken en toegelicht.

Op basis van de resultaten uit de verschillende meetmomenten zal men bij een aantal kinderen moeten ingrijpen. Hoe die tussenkomsten vorm (kunnen) krijgen, is de kern van het vijfde hoofdstuk. Naast het beschrijven van enkele vormen van begeleiding en de uitleg over de algemene pedagogische aandachtspunten bij de interventies worden de interventies bij het aanvankelijk lezen en het voortgezet technisch lezen in afzonderlijke delen beschreven. Tot slot staat dit hoofdstuk stil bij enkele remediërende softwarepakketten.

Het zesde en laatste hoofdstuk leert hoe de leerkrachten de extra hulp die leerlingen met speciale onderwijsbehoeften hebben in hun klas kunnen organiseren. Hierbij is er aandacht voor de organisatie van de klas, de rol die de ouders kunnen spelen en het samenwerken met schoolexterne hulpverleners.

Ook dit protocol geeft heel wat relevante tips, procedures en achtergronden die leerkrachten kunnen aan het denken zetten over en ondersteunen bij het aanpakken van lees- en spellingproblemen in het speciaal basisonderwijs. De procedures die beschreven worden kunnen onmiddellijk uitgevoerd worden of leerkrachten inspireren om over te gaan tot een soortgelijke procedure, meer bepaald in die concrete gevallen waar de leesmethode anders is dan deze die het protocol worden aangehaald (Veilig Leren Lezen, Leeslijn/Leesweg).

afdrukken

2008.12.13

Protocol Leesproblemen en Dyslexie voor groep 5-8

Auteur: Hanneke Wentink & Ludo Verhoeven
Titel: Protocol Leesproblemen en Dyslexie voor groep 5-8
Uitgeverij: Expertisecentrum Nederlands
Plaats: Nijmegen
Jaar: 2005 (tweede druk)
Pagina's: 218
ISBN-13: 978-90-77529-07-1
Prijs: € 29,95

protocol leesproblemen en dyslexie voor groep 5-8Het Protocol Leesproblemen en Dyslexie voor groep 5-8 sluit onmiddellijk aan op het Protocol Leesproblemen en Dyslexie voor groep 1-4. Het geeft aanwijzingen voor het observeren en toetsen van de lees- en spellingvaardig-heden. Daarbovenop geeft het enorm veel suggesties en aanbevelingen voor de verschillende tussenkomsten bij problemen met het lezen en/of spellen Deze interventies hebben de volgende specifieke doelen:

  • Het vergroten van de technische lees- en spellingsvaardigheden zolang er nog groeimogelijkheden bij de leerling zijn.
  • Het maximaliseren van de functionele geletterdheid, met inbegrip van het aanwenden van compenserende en dispenserende maatregelen.

Het eerste hoofdstuk staat helemaal in het teken van leesproblemen en is inhoudelijk vergelijkbaar met het eerste hoofdstuk uit het Protocol Leesproblemen en Dyslexie voor groep 1-4. Het staat echter veel langer stil bij de kennis, vaardigheden en attitudes die er door het protocol van de leerkracht verwacht worden. De noodzakelijke leerkrachtcompetenties worden éénduidig beschreven en toegelicht.

Het tweede hoofdstuk bakent de grens tussen leesproblemen en dyslexie heel duidelijk af. Hierbij staat het nadrukkelijk stil bij ...

  • ... de kenmerken van dyslexie.
  • ... dyslexie en andere primaire stoornissen.
  • ... dyslexie en meertaligheid.
  • ... socio-emotionele gevolgen van dyslexie.

De procedure om lees- en spellingproblemen vanaf het derde leerjaar op te sporen is het centrale thema van het derde hoofdstuk. De negen stappen van het stappenplan, waarbij meetmomenten en interventieperiodes elkaar afwisselen, worden hier uitvoerig en concreet toegelicht. Voor elk meetmoment wordt uitvoerig beschreven waarop er dient gelet te worden bij het afnemen van de toetsen en het interpreteren van de resultaten. Het eindigt met enkele duidelijke standpunten in verband met het overdragen van gegevens naar het voortgezet onderwijs.

Het vierde hoofdstuk beschrijft interventies die gericht zijn op de basisvaardigheden van het technisch lezen en spellen. Het Directe instructiemodel neemt hierbij een prominente plaats in. Verder beschrijft dit hoofdstuk ook de inhoud van de interventies met daarbij speciale aandacht voor het bevorderen van de lees- en schrijfmotivatie. De specifieke inhouden voor de interventies op het vlak van technisch lezen en schrijven worden dan uiteengezet in afzonderlijke delen. Het hoofdstuk eindigt met een deeltje over de manier waarop men de didactische resistentie kan vaststellen.

Hoofdstuk vijf gaat in op interventies die zich richten op de functionele geletterdheid. Hierbij heeft het eerst en vooral aandacht voor het compenseren en dispenseren bij dyslexie. Daarnaast legt het ook uit wat functionele geletterdheid betekent op het vlak van de volgende essentiële vaardigheden:

  • Begrijpend lezen.
  • Strategisch schrijven.
  • Informatieverwerving.
  • Woordenschat.
  • Reflectie op geschreven taal.

Het eindigt met enkele opmerkingen in verband met het leren lezen en schrijven in een moderne vreemde taal.

Het zesde en laatste hoofdstuk schetst de manier waarop het protocol in het zorgbeleid van de school kan geïntegreerd worden.

Samen met het Protocol Leesproblemen en Dyslexie voor groep 1-4 is dit een standaardwerk op het vlak van de aanpak en begeleiding van kinderen met leesproblemen en dyslexie. Het is een op wetenschappelijke inzichten gebaseerd praktijkboek met concrete aanwijzingen voor het gericht opsporen en behandelen van deze problemen. Voor Vlaanderen biedt het alvast een referentiekader om op basis van dezelfde systematische en concrete manier een echt beleid op poten te zetten.

afdrukken

Protocol Leesproblemen en Dyslexie voor groep 1-4

Auteur: Hanneke Wentink & Ludo Verhoeven
Titel: Protocol Leesproblemen en Dyslexie voor groep 1-4
Uitgeverij: Expertisecentrum Nederlands
Plaats: Nijmegen
Jaar: 2007 (zesde druk)
Pagina's: 250
ISBN-13: 978-90-77529-03-4
Prijs: € 25,01

protocol leesproblemen en dyslexie voor groep 1-4Het Protocol Leesproblemen en Dyslexie voor groep 1-4 wil een handleiding zijn voor iedereen die beroepsmatig in het basisonderwijs leerlingen met (dreigende) leesproblemen begeleidt. Heel specifiek richt het boek zich op de leerlingen van de tweede en derde kleuterklas (groep 1 en 2) en het eerste en tweede leerjaar (groep 3 en 4). Het boek is een verzameling van zeer grondig uitgewerkte stappenplannen. Hierin vinden de begeleiders aanwijzingen om de voorbereidende leesvaardigheden en de eigenlijke leesvaardigheden van leerlingen te observeren en/of te onderzoeken. Daarnaast geeft het boek ook heel veel suggesties om de interventies bij (dreigende) leesproblemen in te vullen. Het wil de leerkracht of leesbegeleider helpen om op een gemakkelijke manier die materialen en oefenvormen terug te vinden die geschikt zijn voor de aanpak van een bepaald probleem.

Het eerste hoofdstuk is een algemene inleiding op het boek. Hierin staan 4 thema's centraal:

  • De vroegtijdige onderkenning en aanpak van leesproblemen schetst het algemene begrippenkader en gaat dieper in op het belang van een taakgerichte aanpak.
  • Opvattingen over effectieve leesbegeleiding legt uit welke dingen bij een goede leesbegeleiding zinvol zijn om te doen omdat ze bewezen hebben dat ze werken.
  • Dwaalwegen in de behandeling van leesproblemen geeft enkele kritische noten bij bepaalde aanpakken die mensen op het verkeerde spoor zetten als het gaat over leesproblemen en dyslexie.
  • Wat vergt het protocol van de leerkracht gaat over de professionaliteit van de leerkracht, meer bepaald de kennis, vaardigheden en attitudes die van hem (mogen) verwacht worden.

Hoofdstuk twee staat helemaal in het teken van de preventie van lees- en schrijfproblemen in de tweede en derde kleuterklas (groepen 1 en 2). Nadat de auteurs de voorspellers van leesvaardigheid hebben besproken, gaan ze dieper in op het belang van het kennismaken met de geschreven taal. De centrale begrippen daarbij zijn allemaal terug te brengen op de Nederlandse Tussendoelen beginnende geletterdheid:

  • De boekoriëntatie.
  • Het verhaalbegrip.
  • De functionaliteit van geschreven taal.
  • De relatie tussen gesproken en geschreven taal. 

Het derde punt dat in dit hoofdstuk aangesneden wordt is het taalbewustzijn in het algemeen en het fonologisch bewustzijn in het bijzonder. In het bijzonder de 15 vaardigheden die een rol spelen bij het opbouwen van dit taalbewust-zijn zijn hier zeer belangrijk. De auteurs geven duidelijke aanwijzingen voor het signaleren van problemen op dit vlak en de aangewezen begeleiding. Deze aanwijzingen zijn trouwens ook duidelijk aanwezig bij het volgende punt uit dit hoofdstuk, het functioneel schrijven en lezen.

Het derde hoofdstuk staat in het teken van de vroegtijdige onderkenning en begeleiding van leesproblemen in het eerste leerjaar. De auteurs beschrijven eerst uitvoerig het leesonderwijs in het eerste leerjaar en geven daarbij heel wat tips in verband met het omgaan met leesfouten en de leesmotivatie. Dit leidt tot een soort formule voor een effectieve leesbegeleiding. Hierna werken ze een stappenplan (8 stappen) uit dat de leerkracht moet toelaten in de loop van het eerste leerjaar de leesvorderingen van de leerlingen in kaart te brengen en waar nodig vroegtijdig in te grijpen. In totaal zijn er in de loop van het eerste leerjaar 4 meetmomenten en 3 interventieperiodes gepland.

Elk van deze stappen wordt in een afzonderlijk deel grondig uitgewerkt. Voortdurend zijn er verwijzingen naar benodigde instrumenten of gangbare leesmethoden. Heel belangrijk is ook de verwijzing naar het niveau van begeleiding die er telkens nodig is (door de leerkracht, zorgleerkracht (interne begeleider) of specialist.

Het vierde hoofdstuk leert ons hoe we leesproblemen in het tweede leerjaar kunnen onderkennen en aanpakken. De auteurs staan nadrukkelijk stil bij wie de risicoleerlingen uit het tweede leerjaar nu eigenlijk zijn. Daarna schetsen ze het protocol voor het tweede leerjaar, dat zijn neerslag vindt in een stappenplan van 9 stappen. Al deze stappen waarbij meetmomenten en interventieperiodes elkaar afwisselen, worden ook hier uitvoerig en concreet beschreven. Net zoals in het vorige hoofdstuk is dit hoofdstuk doorspekt van tips en verwijzingen naar methodes en speciale aanpakken. Het vijfde hoofdstuk leert hoe men het protocol kan inpassen in het zorgbeleid van een school.

Het Protocol Leesproblemen en Dyslexie voor groep 1-4 bevat alle kennis, informatie en materialen die men nodig heeft om de leesontwikkeling van kinderen tot en met het tweede leerjaar te volgen en problemen daarbij aan te pakken. Het sluit heel dicht aan bij bestaande methoden, materialen en orthodidactische middelen en houdt voortdurend rekening met nieuwe bevindingen in verband met een effectieve leesbegeleiding. Voor Vlaanderen heeft het een heel specifieke meerwaarde omdat het aanwijzingen geeft voor het systematisch bevorderen (en opvolgen) van de voorbereidende leesvaardigheden.

afdrukken